Edith Cavell in Gent
Arthur De Decker

Edith Cavell in Gent

Op 12 oktober 1915, dus honderd jaar geleden, werd de Britse verpleegster Edith Cavell (1865-1915) te Schaarbeek gefusilleerd door een Duits vuurpeloton. Zij staat bekend als verpleegster die een humanitair ontsnappingsnetwerk voor geallieerde militairen opzette en werd daarvoor ter dood veroordeeld door de Duitse bezetter.

vrijdag 25 september 2015 12:44

Cavell is één van de symboolfiguren van de Eerste Wereldoorlog. Haar executie maakte over gans de wereld heel wat emotie los tegen de Duitse ‘Hunnen’, in het bijzonder in de Anglo-Saxische wereld. In de maand oktober werd dit ‘eeuwfeest’ wereldwijd uitgebreid herdacht. Zie bijvoorbeeld het Brusselse programma: http://www.edith-cavell-belgium.eu/nl/index-nl.html. Op 12 oktober vond er zelfs een uitzonderlijke plechtigheid plaats in de Belgische Senaat in aanwezigheid van Prinses Anne van Engeland. Over Edith Cavell in Gent werd daar zeker niet gesproken. Edith Cavell in Gent? Hoe kan dat?

Over Edith Cavell als verpleegster en verzetsstrijdster is al heel wat gepubliceerd (zie bibliografie achteraan). Waar echter nauwelijks werd over geschreven is het feit dat haar verhaal ook een belangrijk Gents kantje heeft. Een gedenkplaat aan de voorgevel van apotheek Clopterop op de Kortrijksesteenweg nr. 128, aan de hoek met de Baliestraat, vermeldt in drie talen onder het opschrift Miss Edith Cavell: ‘Het glorierijke slachtoffer der Duitsche Barbaarscheid werd in dit huis heimelijk geherbergd in april 1915 ‘. In 1924 werd ze op deze hoek aangebracht aan de in 1958 gesloopte herberg ‘De Stad Oudenaarde’ (in het Frans ‘Ville d’Audenarde’). Dit gebouw had toen het huisnummer 54 en werd volgens de Dubbele Wegwijzer van Gent eerst uitgebaat door F. Velghe († 1912) en tussen 1911 en 1925 door het gezin Gustaaf Steurbaut-Impens. De bronzen plaat hing oorspronkelijk in de Baliestraat en hangt nu op de gevel van de ‘Residentie Edith Cavell’ in de Kortrijksesteenweg. In 1924 vroegen inwoners van de Baliestraat aan het gemeentebestuur om hun straatnaam te veranderen in “Miss Cavellstraat” als blijvende hulde aan de nagedachtenis van de heldin-martelares. Op dit verzoek werd toen niet ingegaan.

Weinig gekend Gents aspect

Over deze Gentse kant van het Edith Cavell-drama was verder weinig gekend. Over dit in april 1915 ‘heimelijk geherbergd’ zijn wisten we enkel wat enkele plaatselijke – auteurs schreven, met name Karel Haerens in Gentse Gedenkplaten (1976, p.18-19), Gert Defever in Een verleden in Steen en Brons. Standbeelden en Gedenktekens in Aalst, Dendermonde en Gent, 1830-1980 (1990, p. 244), André Capiteyn in Buskruit en Sauerkraut (2007, p. 236-237) en Luc Lekens in Gent in 99 gedenkplaten (2009, p. 28). In de uitgebreide literatuur over Edith Cavell en de Eerste Wereldoorlog wordt dit Gentse aspect van de Cavell – story echter niet vermeld en is totaal onbekend bij de ‘Cavell-experten’. De gecontacteerde vorsers trokken zelfs in twijfel dat de in Brussel wonende Cavell hier wel ooit tijdens de oorlog zou hebben verbleven. Het klopt ongetwijfeld dat Gent, buiten haar rol in het ‘Etappengebied’, niet echt een eersterangsrol heeft gespeeld in het verloop van WO I en evenmin in de Cavell-tragedie. Maar de lokale geschiedenis heeft ook haar rechten en is van bijzonder belang in het licht van een juiste beoordeling van de Cavell-mythe.

Toen in de Gentse gemeenteraad van 27 mei 2002 werd beslist om een gedeelte van de Jozef Wautersstraat te Gentbrugge de naam Edith Cavellstraat toe te kennen, werd als enige uitleg gegeven: ‘Edith Cavell was verpleegster en redde tussen 166 en 186 geallieerden. Op 12 oktober1915 werd ze door de Duitsers aangehouden, beschuldigd van spionage en gefusilleerd.’

Nergens werd toen gewag gemaakt van een link naar Gent. Dit gebeurde evenmin in het Stadsmagazine van de Stad Gent van 06/2003 waar volgende uitgebreidere straatnaamverantwoording verscheen: ‘Het deel van de Jozef Wautersstraat in Gentbrugge wordt herdoopt tot Edith Cavellstraat. Het straatnaambord is niet de enige manier waarop de Engelse verpleegster wordt herdacht: in Canada heeft ze zelfs een berg op haar naam staan! Edith Cavell wordt geboren in 1865 als dochter van een Engelse dominee. In 1895 kan ze haar diploma van verpleegster op zak steken. In 1906 is ze hoofdverpleegster in Brussel, later leidt ze de verpleegsterschool Berkendael. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 wordt de school omgevormd tot een hospitaal voor het Rode Kruis. Door toedoen van Edith Cavell speelt het ziekenhuis al snel een centrale rol in de ontsnappingsroute voor Engelse, Franse en Belgische soldaten. Nadat de Engelse en Franse divisies zich tot aan de Marne terugtrokken, blijven er in heel Noord-Frankrijk en de Ardennen immers gewonde en verdwaalde soldaten achter. Ze vinden onderdak in kasteel de Bellignies, waar ze burgerkleren en valse papieren krijgen. Van daar gaat het richting Brussel, richting Berkendael en Edith Cavell. De vluchtroute werkt uitstekend van november 1914 tot juli 1915. Edith Cavell zou tussen de 166 en 186 geallieerden geholpen hebben. Op 15 augustus 1915 wordt ze echter aangehouden en beschuldigd van spionage. Tot grote consternatie van vriend en vijand komt ze op 12 september 1915 voor het vuurpeloton. De terechtstelling van een vrouw ontketent een storm van protest. In Groot-Brittannië wordt haar heroïsche dood – nadat ze zoveel landgenoten had gered – breed uitgesmeerd in de dagbladen. Als direct gevolg stappen veel Britten als vrijwilliger in het leger.’

In het oorlogsdagboek van Virginie Loveling (1863-1923), die sinds 1881 aan de overkant om de hoek woonde in de Marnixstraat 18 (zijstraat Kortrijksesteenweg, heden Filips van Marnixstraat), wordt nergens gewag gemaakt van ‘De Stad Oudenaarde’ als schuilplaats voor Edith Cavell of van andere verzetsleden. Op 31 oktober 1915 schrijft ze in haar dagboek over Cavell o.a.: ‘Het geval Edith Cavell verwekt grote opschudding in Engeland en zal – verzekert men – wel een miljoen vrijwilligers aanbrengen.’

In zijn boek Etappenleven te Gent, kanttekeningen bij de Duitsche ineenstorting, tweede deel, 1921, p.113, schreef nog een tweede eersterangsgetuige van de oorlogsjaren in Gent, de pacifistische Duitse soldaat Heinrich Wandt, over Edith Cavell als volgt:Hoeveel onheil had men het Duitsche volk niet kunnen besparen, wanneer het machtige oorlogsgoden bijvoorbeeld in het geval van de ongelukkige Miss Cavell insgelijks ‘genade’ voor ‘recht’ hadden laten wedervaren. Doch de Argussen van dit proces wisten zeer goed, dat Miss Cavell minder als spion –zij had Belgische weerplichtigen naar Holland helpen vluchten- dan wel als Engelsche met den dood moest bestraft worden. Het oer-dwaze: ‘God straffe Engeland!’ had gedurende de regeering van de opvolger von Bissing, den onverbeterlijken zuiplap en Generaal-Gouverneur von Falkenhausen, bewerkt dat de militarische haat zich in een weerloze vrouw tot offer had gekozen. Behalve te Brussel werden er te Gent het meest personen wegens verspieding doodgeschoten. In den loop der vier jaren meer dan vijftig!. Ook Wandt wist dus blijkbaar niet dat Cavell ooit ‘heimelijk’ in Gent was geweest.

De ontbrekende link tussen heldin Cavell en Gent via de herberg ‘De Stad Oudenaarde’ wordt in 2007 wel bevestigd door André Capiteyn, destijds verbonden aan het Gentse stadsarchief in zijn bijdragen aan de publicaties Buskruit en Sauerkraut, p. 236 en Straatnamen Gentbrugge, p. 29, waar staat: Edith Cavell getuigde later ongeveer 200 personen geholpen te hebben. Om dit efficiënt te kunnen doen, legde ze contacten met geheime diensten en geheime vaderlandse verenigingen. Gent was hierbij een belangrijke ontmoetingsplaats, meer bepaald het café ‘De Stad Audenaarde’ aan de Kortrijksesteenweg (daar staat nu residentie Cavell), waar Edith zelf overnachtte.

Dat Edith Cavell in april 1915 wel degelijk kan gelogeerd hebben in ‘De Stad Oudenaarde’, zoals de gedenkplaat vermeldt, wordt onrechtstreeks bevestigd door de verpleegster Jacqueline Van Til die in haar boek With Edith Cavell in Belgium (geschreven in 1921) op p. 77 getuigt dat Miss Cavell tussen maart en mei 1915 tien nieuwe verpleegsters naar Frankrijk stuurde met de bedoeling hulp te bieden bij de verzorging van de vele gewonden aan de IJzer. Ze schrijft letterlijk: She conducted these nurses in person to Antwerp, where in an humble farm house, a room was in readiness for them. On the following day she went with them as far as the town Turnhout. Dit bewijst dat Edith Cavell wel degelijk in die periode bij gelegenheid buiten Brussel verbleef en dus mogelijks ook op geheime missie in Gent. Maar waarom is daarover door de ‘Cavell – experten’ nooit iets vermeld?

Dat ze in april 1915 wel degelijk minstens twee nachten in de herberg ‘De Stad Oudenaarde’ overnachtte wordt in de krant La Flandre Libérale van 1 augustus 1924, p.5 (daar per vergissing 1923 gedateerd) als volgt verwoord (eigen vertaling):

‘Miss Cavell in Gent

Dankzij het initiatief van de Nationale Strijdersbond (sectie Gent), wordt er op 24 augustus aanstaande op de gevel van de herberg “De Stad Oudenaarde” op de Kortrijksesteenweg plechtig een gedenkplaats ingehuldigd ter herinnering aan het korte verblijf (drie dagen en twee nachten) van Miss Cavell.

‘De Stad Oudenaarde’, toen open gehouden door M. Steurbaut, was bij de inlichtingendiensten van de geallieerden gekend als zijnde een veilig onderkomen voor de passerende ijverige patriotten belast met een spionage opdracht. Het was ons onmogelijk om van de familie Steurbaut zeer precieze aanwijzingen te bekomen over de personen die aldus bij haar logeerden. Nooit heeft ze de passanten willen ondervragen die haar om gastvrijheid verzochten; zij stelde zich tevreden hen zo goed mogelijk te helpen. Daar de Steurbauts geen glorie of voordeel nastreefden bij het uitvoeren van hun taak, hebben ze er nooit aan gedacht om het even welke nota’s te nemen teneinde gebeurtenissen te reconstrueren die in hun woning waren voor gevallen.

Wat er ook van zij, het is zeker dat Miss Cavell op zekere dag bij hen aan kwam, waar ze vermoedelijk was heen gebracht door medeburger M. De Smull (1). Zij huurde een slaapkamer en men stelde haar een kamertje ter beschikking op de gelijkvloerse verdieping langs de kant van de Baliestraat. Zij was overdag afwezig en vertrok na een tweede overnachting. Het is slechts na de terechtstelling van de heldin dat de Steurbauts de naam hebben vernomen van de persoon die ze onderdak verleenden.

Tegelijkertijd met Miss Cavell verbleef een door haar gekende vrouw in een kamer die uitgaf op dezelfde overloop. Het betrof de prinses Maria de Croÿ van Bellignies, die ziek werd tijdens haar verblijf en die gedurende meerdere dagen diende te worden verzorgd. Later werd zij door een Teutoonse rechtbank veroordeeld tot tien jaar gevangenis.(2)

Op een dag afficheerde men op de muren van de stad dat het op doodstraf verboden was om twee vliegeniers, een Engelsman en een Fransman, te verbergen, waarvan de politie vermoedde dat ze zich schuil hielden in Gent. Ze hadden moeten landen in bezet gebied en hadden hun toestel in brand gestoken alvorens onder te duiken. Een van hen verbleef acht dagen in ‘De Stad Oudenaarde’. Per ongeluk ontmoette hij en zijn makker een verrader die hen liet aanhouden in het café van de Kortrijksesteenweg. De eigenaars konden halsstarrig volhouden dat de vliegenier niet bij hen had gelogeerd en gedurende 8 dagen werd het huis vruchteloos doorzocht om het tegendeel te bewijzen.Ondanks de ergste bedreigingen handhaafden de leden van de familie Steurbaut hun verklaringen en dienden ze tenslotte te worden met rust gelaten. De onderzoekers maakten van de gelegenheid gebruik om o.a. personen die vreesden om te worden opgeëist lastig te vallen.Zoals blijkt uit deze summiere gegevens verdient ‘De Stad Oudenaarde’ publieke waardering daar het een toevluchtsoord was voor hen die hun leven waagden en zelfs verloren voor het Vaderland en hier tenminste enige uren de nodige rust vonden. Mevr. en Juf. Steurbaut ontvingen al de burgerlijke onderscheiding 1914-1918 als beloning voor bewezen diensten aan de zaak voor Vrijheid en Recht. Men verzuimde tot op heden iets (3), doch wij menen te weten dat dit zeer binnenkort zal worden rechtgezet. In ieder geval verdient het NSB (Nationale Strijdersbond) te worden gefeliciteerd voor de vaderlandslievende manifestatie van 24 augustus die we nu al bekendmaken aan onze stadsgenoten die er zouden willen aan deelnemen.’

 Op 24 augustus 1924 werd dan inderdaad, tijdens een plechtigheid in aanwezigheid van verscheidene bekende leden van het Belgisch verzet en ook meerdere vertegenwoordigers van Britse instellingen, de gedenkplaat ingehuldigd en daarover werd als volgt verslag uitgebracht in La Flandre Libérale van 25-26 augustus 1924 p. 5 (eigen vertaling):

‘Inhuldiging van de gedenkplaat Miss Cavell

Naar aanleiding van de inhuldiging van de gedenkplaat Miss Cavell, bevonden zich zondag namiddag verenigd de leden van de familie Steurbaut, Juf. Van Houtte uit Roubaix, een van de vriendinnen van Miss Cavell en ter dood veroordeeld door de Duitsers, de gepensioneerde luitenant generaal De Schepper, M. Jean de Lanier, voorzitter van de Vriendenkring van de officieren van de veldtocht 1914-1918, M. Piron, politiecommissaris van de negende wijk, M. Poullet, voorzitter van de negende sectie van het NSB (Nationale Strijdersbond, vereniging van oudstrijders, sectie Kortrijksepoort), M. Martin, vice- voorzitter, M. Van Waeyenberghe, secretaris van het organiserend comité, major Saxon en de luitenant Lloyd Evans, van het Britse leger.

De leden van de familie Steurbaut alsook juf. Van Houtte kregen een sympathiebetuiging. Na hun heldengedrag tijdens de oorlog in herinnering te hebben gebracht, spelde M. Poullet, mevr. en juf. Steurbaut een burgerlijk kruis 1914-1918 op de borst en overhandigde hen bloemen. Hij uitte ook de wens dat de regering weldra de door de familie Steurbaut verleende diensten zou erkennen en belonen. (…)

Om 4 uur verzamelde dezelfde stoet die was gevormd aan de Heuvelpoort na de inhuldiging van de vlag van de negende sectie van het NSB, zich rond de gedenkplaat ingemetseld in de muur van het café ‘De Stad Audenaarde’ langs de kant van de Baliestraat.

De vlaggen van de diverse secties stelden zich op voor het memoriaal en vormden een indrukwekkende erehaag. Onder de personaliteiten die deze ceremonie eer betuigden door hun aanwezigheid merkte men naast de al hoger vermelde personen ook op: de heren Oxley en Erskine, Ide, Brits Pro-consul , Cox, voorzitter van het ‘Brits Legioen’ te Gent, Debuis, voorzitter van het NSB, De Praetere, enz.

Nadat de klaroenen ‘Te velde’ hadden geblazen, onthulde M. de Lanier het memoriaal, een eenvoudig en geslaagd werk van de beeldhouwer A. Boute (4). De plaat stelt in bas-reliëf het hoofd van een vrouw voor, met de trekken van Miss Cavell, de blik gericht naar de hemel, aldus haar vertrouwen uitend in de toekomst en in de uiteindelijke afloop van de oorlog. Deze gedenkplaat draagt de volgende tekst in het Engels, het Frans en het Vlaams: MISS EDITH CAVELL …HET GLORIERIJKE SLACHTOFFER DER DUITSCHE BARBAARSHEID WERD IN DIT HUIS HEIMELIJK GEHERBERGD IN APRIL 1915. Het heeft een echt artistiek cachet en doet eer aan de artiest die het heeft ontworpen en aan het comité die het heeft gekozen.

Nadat het muziek de nationale hymnen had uitgevoerd, nam de heer Martin als eerste het woord. Hij drukte zich als volgt uit: “Door u vandaag te groeten, groet ik de erkenning. Sterke actieve erkenning, volhardend, ontstaan uit deze zachte regio geboren uit de oorlogen die herinnering heet. Dit is de belangrijkste betekenis van deze ceremonie vandaag. De naam van glorierijke Miss Cavell – waarvan we allen de geschiedenis kennen – moet vooral worden opgeroepen, hier, als een welsprekende synthese van allen die hun werk deden. Aan die naam koppelen we vandaag in het bijzonder deze van de personen die in de loop van hun gevaarlijke opdracht asiel vonden in dit gastvrije huis van de dappere familie Steurbaut: meer bepaald deze andere sublieme martelares juffrouw de Bettignies (5), van de prinses de Croÿ uit Rijsel (2), en die twee andere ontsnapten, juf. Thuliez uit Bergen (6), de beste medewerkster van Miss Cavell, alsook juf. Van Hautte uit Roubaix (7), dappere onder de dapperen, van wie we de geschiedenis lazen in een recent boek getiteld ‘De Oorlog van de Vrouwen’, die de lokale pers gisteren nog in grote lijnen reproduceerde. Deze wijze vrouw werd ter dood veroordeeld door de vijand. Doch zij leeft heden nog, zeer wel zelfs, want zij bevindt zich heden onder ons. We begrijpen ten volle haar bescheidenheid – we zullen haar niet op het schild hijsen – maar zij moet weten dat op dit plechtig moment alle Gentse harten, die naam waardig, zich verenigen in één gelijkluidend gevoel van dankbaarheid en haar een ontroerend dank en erkenning schenken.(…)

Andere toespraken werden gehouden ter ere van de heldin van de manifestatie door de heren. Ide, Milnes, De Praetere en Cox. Na de ceremonie werden bloemen neergelegd aan de voet van het memoriaal waar een talrijke menigte onophoudelijk passeerde in de loop van de avond.’

Ook in de andere kranten zoals Vooruit (25-26 aug. 1924, p. 5), Le Bien Public (26 aug. 1924) en Het Volk (24 aug. 1924, p.5), verschenen gelijkaardige verslagen over de inhuldiging. In de toespraak van Martin wordt verwezen naar het boek ‘De oorlog van de vrouwen. De geschiedenis van Louise de Bettignies en haar compagnons’ gepubliceerd in 1924 en geschreven door Antoine Redier die in 1934 zou huwen met Marie Léonie Vanhoutte. Van ‘De Stad Oudenaarde’ staat in dat boek volgend revelerend sfeerbeeld te lezen (hieronder in vertaling) (8):

‘Aan Gent zal Léonie Vanhoutte steeds een goede herinnering behouden. Laten we haar volgen in het hotel waar zij samen met Louise de Bettignies zo dikwijls verbleef. Het draagt het uithangbord ‘De Stad Oudenaarde’, Kortrijksesteenweg. Die avond wordt ze er voor het eerst verwelkomt met haar mannelijke gezellen. Alle vier treden zonder complimenten binnen in de grote gelagzaal, vol met burgers en soldaten. De trouwste bezoekers, de luidruchtigste, zij die het meest consumeren en het meest spenderen, zijn deze van de ravitaillering. Het is een bende militaire en burgerlijke profiteurs, dronkaards en vrolijke heren; de oorlog heeft hen niet bloeddorstig gemaakt maar wel bloedkleurig. Zij kijken met hun kleine vettige ogen naar de bezige Belgen met wie ze, zo gewenst, samenspannen. Hun eerste zorg is een zo groot mogelijk profijt te halen uit de gebeurtenissen en voor de rest met rust gelaten te worden. Léonie Vanhoutte werkt zich zonder veel emotie te tonen met haar ellebogen onder die mensen. Het is op de drukste plaatsen dat men zich het best kan verschuilen. Bovendien is het huis zeer handig. Het is een hoekpand met drie ingangen. Men kan er steeds snel vandoor gaan mocht er een politieagent opdagen. De vrouw des huizes, die goed haar wereld kent, kan vlug aan één van haar kinderen zeggen: “Ga de mevrouw op die hoek daar waarschuwen, ondertussen amuseer ik de agenten.” U kunt zich voorstellen hoe handig het is om kinderen te hebben als men kastelein is van een logementshuis voor patriotten. In dat huis geeft een venster op de eerste verdieping uit op de daken en deze staan in verbinding met de binnenkoer van de gebuur waar men op zijn gemak stil kan afdalen bij het eerste alarm. Maar laat men ’s nachts een bed onopgemaakt achter, dan zullen de politieagenten merken dat de vogel is gaan vliegen. Daarom zorgt de waardin er voor dat de twee zoons, knapen van 12 en 14 jaar, in een zelfde bed slapen, en in het geval dat er een klant vlucht, zal een van hen in het nog warme bed van de vluchteling gaat liggen.

Het is een vrouw die haar verantwoordelijkheid niet ontvlucht. Zij en haar marmotten riskeren de doodstraf. Ik sloeg haar gade terwijl ze de glazen afdroogde aan haar toog en ik merkte dat ze het moeilijk had om haar benauwende herinneringen te onderdrukken. Ze herkent Léonie Vanhoutte na acht jaar nog en zegt: “Ah! Het is juffrouw Charlotte, welk goed nieuws?” Zij reikt haar sterke hand aan de persoon wiens oorlogsnaam Charlotte was, zoals Alice deze was van Louise de Bettignies. Doch hier zegde men niet Alice. De waardin had een andere naam gevonden, die beter paste bij de vurige jonge vrouw.

En “Snelle-Snelle” zegt ze, “is het waar dat zij dood is?” Zij spreekt zeer stil over “Snelle-Snelle”. Zij herinnert zich langzaam enkele anekdotes. Ik verzamel ze en zal ze u later vertellen. Ik wou weten waarom deze goede vrouw zich danig compromitteerde voor Alice en Charlotte, waarvan ze totaal niets wist tenzij dat het belangrijk was ze te verbergen. Ze trekt haar schouders op, wat wil zeggen: Mijn God, dat weet ik niet. Ik zag dat ze gevaar liepen en zo lief waren!

Zij bekijkt, met zachte vochtige ogen, zij die overleefde. “Kom, ik toon u uw kamer”, zegt ze. We komen er ontroerd binnen. Het is er klein en proper. Het alkoof is onder de trap en men heeft het beddenhoofd aan de kant van de treden gezet zodat Louise de Bettignies, die daar vaak logeerde, toen ze nog iets wilde lezen voor het slapen, gaan er zeker haar hoofd moest stoten tegen het wit gekalkt hout . De muren waren met klaar papier behangen en er was een klein venstertje en groene lambrisering. Linoleum op de vloer. Boven de stoel aan het voeteinde van het bed hangt een gele wat gevlekte ets die ‘Psyché offert geschenken’ voorstelt. De wastafel is acajoukleurig en absoluut niet groot, met een rond tuimelraam waarin het arme kind zich spiegelde om haar prachtige haardos tegen haar slaap te trekken zoals een boerin.’

In 1937 werd het voornoemde boek “De oorlog van de vrouwen” verfilmd door Léon Poirier onder de titel “Soeurs d’armes” (in ’t Nederlands: wapenzusters). In die film komt ook de herberg “De Stad Oudenaarde” uitgebreid aan bod (9) doch zonder vermelding van Edith Cavell.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog verborg de N.S.B. (bestuur negende wijk), geholpen door de herbergierster van ‘De Stad Oudenaarde’, de Edith Cavell gedenkplaat in de Baliestraat onder een laag kalkmortel waarop cinema-affiches aangeplakt werden, zo wist Karel Haerens in 1976. In september 1944, bij de bevrijding, werd de kalk verwijderd en kwam de plaat weer te voorschijn. Bij de afbraak van de herberg in 1958 werd de plaat godzijdank gered en later ingewerkt in de gevel aan de Kortrijksesteenweg waar sinds 1974 een apotheek gevestigd is. Nu nog herinnert ze er nog aan dit stukje lokale geschiedenis.

Besluit

Dit is wat op heden bekend is over Edith Cavell in Gent en de herberg en schuilplaats ‘De Stad Oudenaarde’. Zoals kan worden vastgesteld was het café niet louter een gezellige bruine kroeg, maar ook een belangrijke ontmoeting – en schuilplaats voor het verzet tijdens WOI in Gent, schuilplaats die blijkbaar nooit door de Duitsers werd ontdekt. Om al deze redenen is een uitgebreider wetenschappelijk onderzoek over dit oord van verzet zeker op zijn plaats, dit des te meer omdat ook Edith Cavell er verbleef.

De beeldvorming over deze verzetsheldin is immers grotendeels vervormd door de oorlogspropaganda. Na honderd jaar is het dus tijd om de sluier die over de Edith-Cavell-affaire hangt op te lichten.

Bibliografie van Edith Cavell en relevante werken over de Eerste Wereldoorlog

Auclert, J.P. (1981), La grande guerre des crayons. Les noirs dessins de la propagande en 1914-1918, Paris;- Baertsoen, M. (1929), Gand sous l’occupation allemande, Notes d’un Gantois sur la Guerre de 1914-1918, Gent, 1929; Beck, J. M. (1916), The Case of Edith Cavell: a study of the rights of non combatants, London; Beeckman, M., Capiteyn, A. en Van Doorne, G., (2007), Straatnamen Gentbrugge, Gent, p.29-30; Binder, H. (1935), Espionnage et contre-espionnage à Bruxelles 1914-1918, d’après les papiers des agents secrets allemands E.C. et M.A., Paris; Brand Whitlock, (1919), Belgium under the German Occupation, A personal narrative, Volume I en II, London: Capiteyn, A., (1991), Gent en de eerste wereldoorlog. Het stadsleven in de jaren 1914-1918, Gent; Charles L. (red.) (2007), Buskruit en Sauerkraut, oorlogsbronnen in de Zwarte Doos (20ste eeuw), Gent; Clark – Kennedy, A. E. (1965), Edith Cavell: Pioneer and Patriot, Londo,; Committee of Enquiry into Breaches of the Laws of War, First, Second and Third Interim Reports from the Committee of Enquiry into Breaches of the Laws of War, with Appendices, 1920; Debruyne, E., Paternostre J. (2009), La résistance au quotidien 1914-1918. Témoignages inédits, Brussel; De Ruyck, R., (1998), Louise de Bettignies (1880-1918);De Schaepdrijver, S. (1997), De Groote Oorlog: het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog, Amsterdam-Antwerpen; De Vos, L. (1997), De Eerste Wereldoorlog, Leuven; De Weerdt, D. (1993), De vrouwen van de Eerste Wereldoorlog, Gent; Dhaenens, P. (2008), Een eeuw luchtvaart boven Gent, Deel 1, 1785-1939, Erembodegem; Got, A. (1921), L’affaire Miss Cavell, d’après les documents inédits de la justice allemande, Paris; Haerens, K. (1976), Gentse gedenkplaten, Gent; Hoehling, A. (1958), A whisper of eternity: The mystery of Edith Cavell, London; Kirschen, S. (1919), Devant les conseils de Guerre Allemands, Brussel; Knijff, C. (2009), Edith Cavell, een bittere herinnering aan de eerste Wereldoorlo., Problemen met de representatie van een oorlogsheldin tussen 1915 en 1928, Soesterberg; Kriegs Album von Gent, herausgegeben von der Photographischen Ubteilung der Kommandatur Gent (1916); Leeds, H. (1915), Edith Cavell: Her life story, London; Lekens, L. (2009), Gent in 99 gedenkplaten, Gloucestershire; Libiez, A. (1921), L’Affaire Cavell: Vérités et légendes à la lumière de documents nouveaux, Tamines; Lucieto, Ch. (1928), Le Diable Noir, La guerre des cerveaux, Le contre-espionnage en Belgique pendant la Guerre, Paris; Lueders H. (2013), Edith’s Wonderland, In memoriam of Edith Cavell +12 october 1915, Brussel; Massart, J., (1916) Comment les Belges résistent a la domination Allemande. Contribution au livre des douleurs de la Belgique, Lausanne-Paris; Painlevé, P. (1915), La vie et la mort de Miss Edith Cavell, Paris; Pickles, K., (2007), Transnational outrage : The death and commemoration of Edith Cavell, New York ; Poirier, L., (1937), Sœurs d’armes, Tours ; Redier, A. (1924), La guerre des femmes. Histoire de Louise de Bettignies et de ses compagnes, Paris; Ruis, E. (2012), Spionnen nest 1914-1918. Spionage vanuit Nederland in België, Duitsland en Engeland, Rotterdam; Ryder Rowland (1978), Edith Cavell, London; Souhami, D. (2010), Edith Cavell, nurse, martyr, heroine, London; Thomson Hill, W., (1915), The Martyrdom of Nurse Cavell, London; Upjohn, Sh. (2000), Edith Cavell -The Story of a Norfolk Nurse, Norwich; Van der Fraenen, J. (2009), Voor den kop geschoten. Executies van Belgische spionnen door de Duitse bezetter (1914-1918), Roeselare; Van Til, J. (1922), With Edith Cavell in Belgium, New York; Virginie Loveling, Oorlogsdagboeken 1914-1918, Een vrouw vertelt over haar Eerste Wereldoorlog, bezorgd door Sylvie Van Petegem en Ludo Stynen, Gent/Antwerpen (2005); Wandt, H. (s.d. 1921), Etappenleven te Gent, kanttekeningen bij de Duitsche ineenstorting, twee delen, Ledeberg.

Gent.http://discovery.nationalarchives.gov.uk/details/r/D7736306#imageViewerLink, p.425; http://www.academia.edu/9532093/EDITH_S_WONDERLAND_IN_MEMORIAM_OF_EDITH_CAVELL_12_OCTOBER_1915.

Noten

(1) Over die De Smull is mij verder niets bekend.

(2) Marie-Elisabeth de Croÿ, geboren in Londen, was toen een nog ongehuwde Britse/Belgische prinses van 39 jaar. Zij bewoonde samen met haar broer Reginald (het eigenlijke hoofd van het Bauck-Cavell netwerk) een kasteel in Bellignies bij Bavay in het bezette Frankrijk. Zij verscheen samen met Edith Cavell voor de Duitse Krijgsraad te Brussel waar ze bekende hulp te hebben geboden aan het verbergen en overbrengen van Engelse en Franse soldaten naar Nederland. Zie Sadi Kirschen, 1919, p.73. Over haar heimelijke ontmoeting met Edith Cavell in het café ‘De Stad Oudenaarde’ in april 1915 is tot op heden verder niets bekend.

(3) Gezinspeeld wordt op een financiële beloning.

(4) Auguste Boute (Gent 31/8/1875 – Gent 17/1/1946). Deze fotograaf, schilder en beeldhouwer woonde sedert 1910 in de Smidsestraat 76 en had er zijn atelier. Hij woonde dus om de hoek van de Baliestraat. Zie: P. en R. Cassiman, Auguste Boute, twee schilderijen in Leiehome. In: Heemkundige Kring Dronghine Jaarboek 2011, p.127-133.

(5) Betreft Louise de Bettignies (geboren op 15/7/1880) had als oorlogsnaam Alice Dubois. Zij was in oktober 1915 aangehouden wegens hoogveraad en in maart 1916 ter dood veroordeeld, wat door von Bissing werd omgezet in levenslange dwangarbeid. Ze overleed echter nog tijdens de oorlog in Siegburg op 27/9/1918.

(6) Louise Thuliez, ( 1881-1966), Franse hoogleraar te Rijsel. Zij was lid van het Cavell-netwerk, hielp soldaten uit Frankrijk naar België vluchten en verdeelde de clandestiene La Libre Belgique. Zij werd samen met Cavell ter dood veroordeeld wat echter werd omgezet in dwangarbeid.

(7) Hiermee wordt hier Marie Léonie Vanhoutte bedoeld , °Roubaix 13/1/1888. Zij was verpleegster en bekend als medewerkster (“Charlotte Lameron”) van Louise de Bettigniesl. Op 24/9/1915 werd zij aangehouden in Brussel en in maart 1916 ter dood veroordeeld , wat lang nadien echter door von Bissing (onder invloed van de Cavell affaire) werd omgezet in 15 jaar dwangarbeid te Siegburg. Zij huwde in 1934 te Parijs met Antoine Redier en overleed te Boulogne Billancourt op 4/5/1967.

(8) Eigen vertaling. Voor de originele tekst, zie: http://classiques.uqac.ca/classiques/redier_antoine/guerre_des_femmes/redier_guerre_des_femmes.pdf

(9) Zie vooral de 30ste minuut van deze 2 uren durende leerzame film op http://www.cnc-aff.fr/internet_cnc/Internet/ARemplir/parcours/EFG1914/pages_FR/62737.html

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!