Dominique Willaert (foto: Evy Menschaert)
Opinie - Dominique Willaert

Wij gaan naar Calais en nemen mee of niet mee

Op vrijdag 4 september trok een lang konvooi auto’s en bestelwagens naar Calais om er de vele ingezamelde goederen aan de vluchtelingen te bezorgen. Een mooi en goed initiatief, zo concludeert Dominique Willaert. Maar om in de toekomst alles beter en ordentelijker te laten verlopen, worden toch best wat tips in overweging genomen. Hier zijn er enkele.

maandag 7 september 2015 16:22

1. In Calais zijn er lokale hulp- en vrijwilligersorganisaties actief die een intermediaire en coördineren rol kunnen spelen. L’auberge des Migrants International, Salam, Secours Catholique-Caritas, Emmaus, L’Ouverture et Humanité, zijn organisaties die goed op de hoogte zijn van de vele noden. Deze organisaties zijn meestal onderbemand en kunnen vrijwilligers uit ons en andere landen inzetten. Ze leggen verschillende accenten en hebben niet telkens dezelfde visie of aanpak, maar dit hoeft ook niet. Best is dat twee of drie mensen uit Vlaanderen een accuraat overzicht maken van de lokale organisaties en inventariseert wat hun noden en vragen zijn. Best is om niet zelf met die organisaties te bellen, maar dit door twee of drie vaste mensen te laten gebeuren. We onderschatten hoe vaak deze mensen bij nacht- en ontij worden gebeld.

2. De goederen die in ons land worden ingezameld, worden best heel goed gesorteerd, in kleinere zakken op pakketten. Mensen die hun kasten uitkuisen en zo maar gerief binnen brengen, moeten we uitdagen om gericht te sorteren en enkel bruikbaar gerief binnen te brengen. De voorbije dagen zag ik bepaalden spullen uitgedeeld worden die de vluchtelingen zelf meteen op de grond gooiden wegens niet bruikbaar. Vooral nodig zijn: (mannen)schoenen – gesorteerd per maat, dekens, warme truien, jassen, slaapzakken, tenten, paletten en ondergoed. Vooraleer naar Calais te trekken is het zaak om te horen welk gerief er nodig is. Al het andere gerief laat je best thuis.

3. Zowel hier als in Calais is er nood aan voldoende opslagruimte. In overleg met de lokale organisaties kan er gezocht worden naar extra opslagruimte die ook met middelen van hier (en vrijwilligers uit andere landen) mee kan worden gefinancierd. Hoe beter en adequater de opslag, hoe gerichter de goederen verdeeld kunnen worden. Lokaal sorteren we het gerief best heel zorgvuldig en stoppen we best in makkelijk te openen dozen of zakken. Ook hier in ons land is het belangrijk om in diverse steden over goede opslagplaatsen te beschikken zodat de inzameling van waardevolle spullen kan verder gezet worden.

4. In ‘De Jungle’ zijn mensen uit diverse Europese landen actief als vrijwilliger. Vaak hebben zij een vertrouwensband opgebouwd met veel vluchtelingen, geven ze les aan hen en schatten de noden van de vluchtelingen goed in. Veel van die vrijwilligers verblijven in ‘De Jungle’ en kennen dus elkaar. Het is interessant om een lijst te maken van de vrijwilligers die we hebben leren kennen. Voor elk vertrek kan er bij hen worden afgetoetst wat de reële noden zijn.

5. In ‘De Jungle’ leven er verschillende nationaliteiten (Soedan, Afghanistan, Irak, Eritrea, Ethiopië, Syrië,…). Aan het begin van ‘De Jungle’ staan meestal de sterke mensen, niet zelden met lucratieve bedoelingen. De winkeltjes aan het begin van het kamp bv. maken duidelijk dat sommigen ook in ‘oorlogsgebied’ hun zakelijk instinct niet verliezen. Sommigen staan onafgebroken op de uitkijk en proberen telkens als eersten uitgedeelde spullen te bemachtigen. Niet telkens vanuit een nood, maar soms ook om door te verkopen.

De arts vertelde me dat jonge Eritreese en Ethiopische meisjes zich soms uit noodzaak prostitueren in ruil voor spullen (matrassen, dekens, slaapzakken). Zo maar ‘De Jungle’ inrijden en in het wilde weg spullen beginnen uitdelen is meer dan contraproductief!

6. Een goede werkmethode bestaat uit het in kleine groepjes door het kamp wandelen en ook de uithoeken van het kamp bezoeken. ‘De Jungle’ is ingedeeld in verschillende sectoren en de meeste groepen zijn opgedeeld per nationaliteit. Onder de diverse nationaliteiten zijn er verschillen en meestal zie je dit ook geografisch. Het hebt grote, brede straten, afgewisseld met eerder verdoken plekjes en perkjes. Wie in kleine groepjes telkens met iemand die de moedertaal zelf spreekt, krijgt de kans om op een vertrouwensvolle en intieme manier te luisteren naar de concrete noden van de mensen. Wij hebben op die manier verschillende telefoonnummers van mensen die we vooraf opbellen met de vraag waar ze nood aan hebben. De spullen die we dan leveren, verdelen we buiten ‘De Jungle’ in kleine pakketjes. Het is niet wij die beslissen wat we brengen, maar omgekeerd: we werken via contactpersonen die we leren kennen en brengen wat er nodig is.

7. We zijn allen onder de indruk van de beklijvende en krachtige foto’s die we zien. Niets mis mee om in te zetten op het maken van straffe foto’s en beeldmateriaal maar sommige vluchtelingen in het kamp zijn de vele fotografen en cineasten meer dan beu. Wie foto’s wil nemen van de mensen, moet toestemming vragen aan de mensen die hij in beeld wil brengen. Als mensen niet gefilmd of gefotografeerd worden moeten we dit respecteren.

Wat velen niet weten is dat de Britse regering bij het verwerken van de asielaanvragen werkt op basis van gezichtsherkenning. Vluchtelingen die in de internationale pers verschijnen, dreigen via gezichtsherkenning later herkend te worden en dus terug te worden uitgewezen naar Frankrijk.

Samenvattend: In grote konvooien naar één plek (Calais) rijden is niet aangewezen als er niet voldoende opslagplaats is ter plekke. Rechtstreeks goederen uitdelen doe je best methodisch en in overleg met vrijwilligers van ter plaatse en buiten ‘De Jungle’.

Enkel spullen die echt nodig zijn vervoer je naar Calais. Anders maak je de afvalberg alleen maar groter. Best is om moed en energie op te wekken om de komende maanden op regelmatige basis naar Calais te rijden, telkens in overleg met mensen van hier en van Calais.

En: ook hier in ons land zijn er veel vluchtelingen met grote noden. Per stad en regio kunnen er gericht waardevolle spullen worden ingezameld, die dan door vrijwilligers kunnen worden verspreid. Sommige NGO’s doen heel zinvol werk en hebben soms nood aan centen om te kunnen verder werken (bv. Médecins du monde). Ook centen storten aan dit soort NGO’s is waardevol. Ze zetten er dokters en verpleegsters mee in.

En last but not least: als we slim en verstandig de indrukwekkende solidariteit van zo veel mensen met elkaar verbinden, zal dit de diverse beleidsmakers in dit land op een krachtige manier onder druk zetten om een humaan opvang- en verblijfsbeleid t.a.v. de vluchtelingen te ontwikkelen. United we stand!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!