A spoon full of sugar

A spoon full of sugar

woensdag 2 september 2015 22:29

In De Standaard van 31/8 roept columniste Mia Doornaert naar eigen zeggen op tot een “realistisch debat”, maar smokkelt in haar korte stukje een aantal veronderstellingen binnen die zeer duidelijk weergeven waar zij zich op het politieke spectrum bevindt, hoe hard ze ook haar best doet om de lezer ervan te overtuigen dat ze in het midden staat. Het is juist dit soort discours dat als een sluipend gif inwerkt op de publieke opinie, door de strafste uitspraken niet meer rechtstreeks, maar onrechtstreeks te doen, onder de vorm van aannames die blijkbaar niet meer gefundeerd moeten worden: “Het is toch algemeen geweten dat…”. Bij een Filip DeWinter (Hoe zou het daar trouwens nog mee zijn?) wist je tenminste nog in één oogopslag waar je aan toe was. Bij Mia Doornaert zitten de addertjes net iets dieper onder het gras.

Vooreerst is het moeilijk om na één lezing kort samen te vatten wat nu juist haar standpunt is, omdat ze aanzienlijk meer woorden gebruikt om zichzelf te positioneren dan voor wat ze eigenlijk wil zeggen. Maar dit is ook zeer belangrijk. Door de ene kant af te schilderen als haatverspreiders en de andere kant als naïef (precies hoe de twee kampen over elkaar denken), krijgt ze iedereen snel mee aan boord van een schip dat trots de vlag vaart van de nuchtere middenweg. Waar dat schip dan precies naartoe gaat (“de situatie is zoals ze is”, “VN conferenties zijn stom”) doet er verder niet zoveel toe.

Dat we zullen moeten leren leven met migratie, stelt mevrouw Doornaert. Dat dit nu eenmaal het gevolg is van de kloof tussen rijk en arm. Dat we “weinig” (lees: “niets”) aan deze kloof kunnen verhelpen, “omdat we corrupte en/of gewelddadige regimes en milities niet kunnen veranderen”.

De logische conclusie die voorvloeit uit deze “omdat…” is dat de kloof tussen arm en rijk bijna uitsluitend het gevolg is van corrupte en/of gewelddadige regimes en milities. Als die immers ook ergens anders het gevolg van was, zouden we er misschien wél iets aan kunnen veranderen.

We zouden bijvoorbeeld kunnen stoppen met onze gesubsidieerde landbouwproducten op Afrikaanse markten te dumpen waardoor we kunstmatige hongersnoden creëren in landen die de facto voedselexporteurs zijn.

We zouden ons vragen kunnen stellen bij een T-shirt dat van op een katoenplantage in India via een fabriek in Bangladesh en een verpakkingspunt in Polen in onze handen terecht kan komen voor maar vijf euro.

We zouden rechtstreeks kunnen investeren in de verschillende humanitaire organisaties ter plaatse. Die stappen heus niet met een komisch uit de kluiten gewassen bankcheque op corrupte regeringen af alsof ze de winnaars waren van een TV-quiz (zoals ze een paar regeltjes daarboven snel eventjes suggereert), maar helpen lokale boeren en arbeiders op een menswaardige manier in hun levensonderhoud voorzien (Oxfam), beantwoorden direct aan concrete noden zoals drinkwater en vaccins (Unicef), of bieden, als dat toch nodig blijkt in een Westers, welvarend land, medische hulp op straat aan mensen die er dagenlang bij weer en wind moeten staan aanschuiven bij de dienst vreemdelingenzaken (Dokters van de Wereld).

Ternauwernood kunnen we er misschien mee ophouden landen binnen te vallen onder valse voorwendsels, zonder ook maar een enkel steekhoudend plan over wat er daarna mee moet gebeuren. Maar dat zou ons te ver leiden.

Een zin die onmiddellijk in het oog springt, is deze:

“Veel vluchtelingen en andere migranten zijn, om het cru te stellen, tamelijk waardeloos op onze arbeidsmarkt, als ze al niet vijandig staan tegenover onze waarden.”

Let op de formulering, die erop gericht is zich bij voorbaat in te dekken tegen weerlegging. Wat is “veel”? Honderd? Meer dan de helft? Uit onderzoek van het HIVA (onderzoekscentrum KU Leuven) bleek vorig jaar bijvoorbeeld nog dat 55 procent van de asielzoekers die in 2005 geregulariseerd werden, 2 jaar later werkte. Dit ondanks de discriminatie, taalbarrières, posttraumatische stress van mensen die uit oorlogsgebieden komen, en de onderwaardering van buitenlandse diploma’s. Dit laatste zorgt ervoor dat mensen verplicht zijn om werk te doen dat ver beneden hun capaciteiten ligt. Deze mensen “waardeloos” noemen, is niet alleen een slag in het gezicht van al degenen die er toch in slagen al deze obstakels te overwinnen, het is ook pertinent onwaar (maar ja, wat is “veel”?…). Als het echt moet, zou je nog kunnen stellen dat de arbeidsmarkt waardeloos is voor hen.

Het tweede deel van haar zin is eigenlijk niet eens een bewering, maar een insinuatie, wat het (nog meer dan “veel”) eigenlijk onmogelijk maakt om ze te weerleggen. Dat is juist wat dit soort uitspraken zo hardnekkig maakt: je kan ze niet vastpakken, want eigenlijk wordt er niets gezegd. Hun enige doel is het bestendigen van de angst en de argwaan.

“Onze waarden”, wat wil dat zeggen? Wat zijn toch die waarden, en wie zijn die “wij” die ze delen? Belgen? Vlamingen? Blanke Vlamingen? Blanke Vlamingen die een stamboom kunnen voorleggen die teruggaat tot Ambiorix? Het idee dat een gemeenschap van mensen die lukraak gegroepeerd wordt door de grenzen van een natiestaat, bijgevolg ook aan dezelfde zaken waarde hecht, is even krachtig als het onzinnig is. Het voelt namelijk wel veilig om te weten dat je lekker tot de “in” groep behoort, terwijl je even makkelijk kan aanduiden wie daar niet toe behoort, juist omdat opzettelijk vaag wordt gelaten wat deze “waarden” precies zijn. Vul zelf maar in.

Twee punten maken voor Mia Doornaert de zaak uit. “Ten eerste, onze welvaartsstaten kunnen maar overleven als er meer mensen toe bijdragen dan er mensen van leven […]”

Dat klopt als een bus. De enige manier waarop onze huidige welvaart in stand kan worden gehouden is als we er blijven mee doorgaan om op grote schaal grondstoffen (katoen, suiker, koffie, coltan, cacao) te importeren op een manier die de naam “roofeconomie” waardig is. Onze welvaart is het rechtstreekse gevolg van die betreurenswaardige kloof tussen arm en rijk waar we jammer genoeg helemaal niets aan kunnen doen. De “gelukszoekers” waar men graag zo laatdunkend over mag doen, hébben bijgedragen aan onze welvaart. Hun drinkwater zit in onze Coca Cola. Hun snijbonen liggen bij ons op ons bord. Het is dus niet verwonderlijk dat de mensen die de ingrediënten van de taart leverden, nu hun best doen om ook een stukje van die taart te mogen proeven. Het enige dat misschien verwonderlijk is, is dat het nog relatief lang heeft geduurd voor ze aan onze deur kwamen kloppen.

“Mensen die onze waarden van democratie en tolerantie bestrijden, horen hier niet thuis,” is het tweede punt waar Doornaert mee besluit. Ook hier zit de eigenlijke boodschap verpakt in het glibberige jasje van de insinuatie. De vooronderstelling is hier dat er mensen zijn (vluchtelingen, want daar gaat het debat over), die hier de democratie en de tolerantie komen bestrijden, en dat dit bovendien zo’n acuut probleem is dat dit meteen het andere kernpunt van het debat moet vormen. Eens genoodzaakt om die fameuze “waarden” bij naam te noemen, krijgen dit soort beweringen veel weg van de potsierlijke propaganda van Fox News (“They hate our freedoms!”). Niemand ontkent dat er terroristen zijn. Maar te stellen dat die ons haten omdat we hier zo democratisch en tolerant zijn, is zo belachelijk dat het aan de perversie grenst. Het lijkt me trouwens dat de voornaamste bestrijders van de democratie juist diegenen zijn die opperen om burgerrechten niet langer te baseren op nationaliteit, maar op afkomst.

Opnieuw worden ongefundeerde beschuldigingen op een omfloerste manier toegeschreven aan een groep die niet eens bij naam wordt genoemd, maar van wie we allemaal horen te weten over wie het gaat. Het doel dat dit soort uitspraken dienen is het voeden van de angst dat er tussen die vluchtelingen wel eens terroristen zouden kunnen zitten. Wat dat betreft mogen we echter vrij gerust zijn. Zoals Koen Vidal gisteren terecht opmerkte in De Morgen: de daders van de Thalys, Charlie Hebdo en het Joods Museum groeiden op in onze Europese steden. In een wereld die hen van jongs af heeft duidelijk gemaakt dat zij er nooit bij zullen horen, wat zij ook doen. Het is juist het consequent stigmatiseren van mensen via uitspraken zoals die van u, dat deze steden tot de ideale voedingsbodem voor radicalisering maakt.

Mevrouw Doornaert, als ik niet beter wist, zou ik denken dat u de tolerantie bestrijdt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!