Lola Sánchez (foto Lode Vanoost)
Interview -

Lola Sánchez (Podemos): “Een progressief alternatief kan wel degelijk”

De Spaanse Lola Sánchez is een van de eerste kompanen van boegbeeld Pablo Iglesias en Podemos, de nieuwe beweging die in 2013 werd opgericht en de politieke elite in Spanje en de EU totaal verraste bij de Europese verkiezingen van mei 2014. Zij is een van de vijf verkozenen. DeWereldMorgen.be sprak in Brussel met haar over Spanje en... Griekenland.

vrijdag 17 juli 2015 13:08

Lola
Sánchez (María
Dolores Sánchez Caldentey) is een 37-jarige politicologe uit de
Spaanse stad Valencia. In 2014 werd zij Europees
volksvertegenwoordiger voor de pas ontstane politieke partij Podemos
(‘podemos’ is de éérste persoon meervoud van het werkwoord
‘poder’, het betekent ‘wij kunnen’). Met 1.253.837 stemmen – 8 procent van
de Spaanse kiezers – behaalde de partij, die nog maar amper een jaar
bestond, onmiddellijk vijf zetels in het Europees Parlement.

Het
Spaanse politieke establishment was totaal verrast door dat succes,
vooral omdat de beweging tot dan toe zo goed als volledig buiten het
gezichtsveld van de grote media was gebleven. Podemos is gegroeid uit
het engagement van de Indignados die de jaren ervoor actief waren. In de
mainstreammedia werd Podemos verzwegen, als leugenachtig
voorgesteld of beschimpt, net zoals met de Indignados was gebeurd. Het uitgesproken progressieve
anti-austeriteitsdiscours van de partij beviel hen immers niet. 

Getrokken
door hun charismatisch boegbeeld Pablo Iglesias blijft de partij hoog
scoren in de peilingen. Podemos weet de niet aflatende
tegencampagnes van de klassieke media telkens weer te ontkrachten met behulp van
de sociale media. Op dit ogenblik geven de peilingen Podemos vijftien procent. Iglesias slaagt er ook goed in andere degelijke kandidaat-leiders
aan te trekken. Lola Sánchez is een van hen.

Het
is weinig politieke commentatoren ontgaan dat de afhandeling van de
Griekse crisis heel wat met het succes van Podemos in Spanje te maken
heeft. Met de bikkelharde oekaze van de eurogroep aan het adres van
Syriza in Griekenland, zenden de Europese instellingen een nauwelijks
verholen directe waarschuwing aan de Spanjaarden: waag het niet voor
een partij te stemmen die tegen ons besparingsbeleid ingaat. De
huidige Spaanse regering onder leiding van eerste minister Mariano Rajoy en zijn conservatieve Partido
Popular
(PP = ‘Volkspartij) was in de eurogroep een van de meest
fanatieke tegenstrevers van de Griekse regering.

Heeft de Griekse
tragedie inderdaad een impact op de Spaanse kiezers en op nieuwkomer
Podemos? Hebben nieuwe progressieve bewegingen wel een kans op slagen
in de huidige context?




Lola Sánchez: “Wat
in Griekenland gebeurt is tragisch. Wij voelen volledig mee met de
Griekse bevolking. Dit toont aan wat we altijd al
stelden. Namelijk dat in de huidige neoliberale constellatie van de Europese
Unie geen herstel van de sociale welvaart mogelijk is. De Griekse
regering heeft hard haar best gedaan om vanuit een bijzonder
zwakke positie het beste te verkrijgen en is gebotst op een totaal
‘njet’ van de leden van de Eurogroep. De analyse die Alexis Tsipras
heeft gemaakt van het recente akkoord is volledig correct1.
Ook wij geloven er niet in dat dit de oplossing gaat brengen. De
wurggreep en de bedreiging met een complete ineenstorting van het
land liet hen geen keus meer.”

Verandert
dat iets aan jullie huidige opstelling?

“Neen. Hoe graag ze dat hier in
Brussel ook zouden willen. Eerst en vooral zijn er een aantal objectieve factoren
die maken dat de Spaanse situatie niet zomaar valt te vergelijken met
wat nu in Griekenland gebeurt. Griekenland is de zwakste schakel in
de eurogroep – meer dan waarschijnlijk is het ook daarom dat het zo
hard wordt aangevallen, omdat ze dat kunnen en omdat ze zo een voorbeeld willen stellen. Spanje valt echter niet zomaar te vergelijken.”

“Spanje
heeft 48 miljoen inwoners (Griekenland heeft 11 miljoen inwoners, nvdr) en
heeft een veel grotere industriële basis. Dit is een van de grote
economieën van de Europese Unie. Onze proportionele schuldenlast is
ook helemaal niet zo groot als die van Griekenland (dat een schuld heeft van 180 procent van het bnp, nvdr), 85 procent van het bnp en de aard van de
Spaanse schulden is ook anders, minder overheidsschulden, meer
privé-schulden.”

“Spanje
ondergaat zonder twijfel een zeer zware depressie. De Spaanse jeugd
kampt met een torenhoge werkloosheid. De huizenmarkt is ingestort.
Het totaal aantal werklozen is hoger dan ooit tevoren. Er zijn grote sociale problemen maar er is echter
geen sprake van een humanitaire catastrofe zoals in Griekenland. Hier
sterven nog geen mensen aan geneesbare ziektes, omdat ze de dokter
niet meer kunnen betalen. De sociale wetgeving is hier niet uitgehold
zoals dat in Griekenland is gebeurd. Met andere woorden, Spanje kan
niet zomaar gewurgd worden door de eurogroep zoals ze dat met
Griekenland hebben gedaan.”

“Natuurlijk
vertellen de Spaanse massamedia een heel ander verhaal. Wat de media
betreft is er trouwens wel een grote gelijkenis met Griekenland. Hier zijn de
media – zelfs de openbare omroep – ook volledig in handen van
machtige oligarchieën die dezelfde belangen delen met de politieke
elite van de twee traditionele partijen van Spanje, de
sociaal-democratische
PSOE (Partido Socialista Obrero Español = Spaanse Socialistische
Arbeiderspartij) en de conservatieve PP. Het adjectief
‘socialistisch’ van de PSOE mag je met een zeer grote korrel zout
nemen. PSOE en PP, dat zijn de Spaanse PASOK en ND (PASOK is de
Griekse socialistische partij, ND of Nieuwe Democratie is de
conservatieve partij, nvdr).”

“Dit
zijn zowel in Griekenland als in Spanje neoliberale partijen die na
het fascistisch regime2
aan de macht zijn gekomen en elkaar hebben afgewisseld aan de macht
om met enige retorische accentverschillen steeds hetzelfde
sociaal-economische beleid te voeren.”

“Aanvankelijk was er zeker nog
een verschil tussen beide. Dat onderscheid is sinds de jaren negentig
van vorige eeuw geleidelijk verdwenen. Vandaag zijn het kopieën van
elkaar, twee apparaten die elkaar keihard bekampen om de macht, dat
wel, maar niet om de inhoud. Podemos is de eerste echte uitdaging
voor dit Spaanse tweepartijensysteem. Het is dat wat hen de stuipen
op het lijf jaagt. Hun strategie is erop gericht ons te ridiculiseren of te demoniseren,
in geen geval zijn ze van plan inhoudelijk iets te veranderen aan hun
aanpak.”

“Door
de recente Griekse tragedie van de voorbije week geven de peilingen ons nu voor het eerst
geen stijging. Dat verontrust ons niet. De campagne tegen Griekenland
en tegen Podemos in de Spaanse media was meedogenloos. Wij zijn er in
ons prille bestaan echter telkens weer in geslaagd om via onze eigen
mediastrategie, via de sociale media de leugens en roddels te weerleggen. De inhoudelijke
kracht van onze argumenten haalt het uiteindelijk altijd. In de
komende maanden zal blijken dat de Spaanse regering van de PP niet voor sociaal herstel staat en dat de PSOE meer van
hetzelfde is.”

“Er
kan echter nog van alles gebeuren. Waakzaamheid blijft geboden.
Bovendien is er een groot gevaar dat de PP gaat pogen om ondanks
eigen verlies van stemmen en een grote overwinning van Podemos toch
aan de macht te blijven, door het verkiezingsstelsel ‘op zijn Grieks’
aan te passen.”

“Op
dit ogenblik heeft de PP met 44 procent van de stemmen een
meerderheid aan zetels in het Spaanse parlement. De partij overweegt
de kieswet te veranderen in Griekse richting. Net als in Griekenland
zou door die wijziging de grootste partij een extra aantal zetels
krijgen3.
De peilingen voorspellen weliswaar groot verlies voor de
conservatieven, maar ze zou wel de grootste blijven en er eventueel
dus in slagen om zo een meerderheid aan zetels te behouden in het
nationale parlement of minstens de grootste parlementaire minderheid te vormen en zo een regeringscoalitie te vormen.
Ze hebben voor deze wetswijziging niet eens steun nodig van de andere
traditionele partij, de PSOE.”

“Het
is fout om na wat is gebeurd in Griekenland te gaan denken dat een
progressief antwoord onmogelijk is op de neoliberale consensus van de traditionele
machten ten bate van de grote bedrijven. De
geschiedenis leert ons iets heel anders. Niemand die beweert dat dat
gemakkelijk zal zijn. Het zal zelfs zeer moeilijk zijn, maar dat het
wel degelijk nog altijd kan is zeker. Er is ondertussen een nieuwe
linkse internationale solidariteit aan het groeien in heel de EU. Podemos is zich
daar van bewust en wil een inspiratie zijn voor anderen.”

“Podemos
heeft echter nog veel werk om zich definitief te vestigen als nieuwe
politieke kracht. Ons alternatief organisatiemodel vraagt tijd en
energie. Een van de weinige kritieken die we volledig
aanvaarden is dat we nog een fenomeen zijn van de steden en van
verstedelijkt Spanje. Dat klopt. We zijn ontstaan uit politieke
acties op universiteitscampussen. Aan de uitbouw van een basis in de
kleine provinciale steden en op het platteland wordt nu hard gewerkt.
Onze grote vijand is daar niet zozeer de oude gevestigde machten zelf,
maar de onwetendheid van de bevolking over wat er gaande is.
Alternatieve informatie bereikt hen nog niet. Wie ons dat verwijt,
vergeet echter te vermelden dat wij nog maar goed twee jaar bestaan.”

In
de Belgische media worden jullie steevast voorgesteld als een zootje
ongeregeld dat ‘aartsconservatieve’ linkse praat verkoopt,
alsof jullie van een tijdmachine uit het verleden komen. Dat is wat
ondermeer uw Belgische collega Ivo Belet (CD&V) beweert.

“Ik ken alleen die twee groene Belgen, daar werken we goed mee samen tegen het TTIP. Maar wat je zegt verbaast me niet (lacht). Dat is een kopie van wat ook in de Spaanse
media wordt verteld. Veel anders kunnen ze niet zeggen, natuurlijk.
Het is gewoon een manier om het niet over de inhoud te hebben, over
het alternatief. Erg slim is dat echter niet, zeker niet op lange termijn.
Heel wat van die zogezegde ‘kritiek’ is er immers zo ver over dat het
op zichzelf al ongeloofwaardig klinkt. Ze zouden het kunnen hebben
over het gebrek aan politieke ervaring, waarmee we onze ideeën
verdedigen. Dat doen ze liever niet, want dan moeten ze het hebben
over de ideeën zelf, over de dingen waar we echt voor staan.”

“Ik
zie wat dat betreft een fenomeen in zowat heel de EU. In Griekenland
heeft Syriza 36 procent behaald in januari terwijl de Griekse media
zowat integraal opriepen om zeker niet voor hen te stemmen. Wij staan
waar we staan zonder enige positieve steun in de media. Dat wijst er
op hoe laag het vertrouwen nog is in de massamedia. Ik ken België
niet genoeg om te weten hoe dat hier is maar ik durf veronderstellen
dat het gelijkaardig is. Dat betekent niet noodzakelijk dat de
mensen daarom de weg vinden naar progressieve alternatieven zoals het onze. Daarom is
het zo belangrijk om hier mee door te gaan en dit de mensen aan te bieden. Anders ligt de weg open
voor de andere kant en in Spanje weten we al waar die voor staat.”




“Ik
maak me geen illusies over wat we hier in het Europees Parlement
kunnen bereiken. Wat we hier doen, doen we vooral als uithangbord naar de Spaanse
kiezers. Ik vind Brussel alvast een zeer aangename stad, helemaal
niet wat ik er in Spanje over dacht te weten. Er is hier een grote
Belgische Spaanstalige gemeenschap, die ons dat andere Brussel leert
kennen, ver weg van de steriele zeepbel hier in deze gebouwen (van
het Europees Parlement). Hoewel ik me er enigszins aan had verwacht,
blijf ik me verbazen hoezeer deze instellingen verworden zijn tot een
gigantische ambassade voor de grote bedrijven en de neoliberale
politieke krachten. Dat reclameding hierbuiten4
is een groteske farce (zie foto hiernaast en foto’s boven het artikel).”

“In
ieder geval moet Podemos er van uit gaan dat het allergunstigste
scenario in december (2015) hoogstens tot een coalitieregering zal
leiden. De PSOE is de meest waarschijnlijke kandidaat, maar dat is
zoals je me zegt een partij die gebeiteld zit in het
overheidsapparaat. Zelfs als ze de kleinere kracht zouden zijn in een
coalitie blijft dat dus een zeer riskante optie.”

“Ik
denk echter dat het nog veel te prematuur is om hier verder over na
te denken. Alles is nog mogelijk, zelfs een voortzetting van
de huidige regering, zoals ik daarnet al uitlegde. Wij gaan ons de
komende maanden concentreren op de uitbouw van Podemos overal in
Spanje en mensen overtuigen van het alternatief dat wij
vertegenwoordigen. Na de verkiezingen zien we wel. Afspraak met de
Spaanse kiezer in december.”

1 Op
14 juli, de dag voor dit interview, heeft Grieks eerste minister
Alexis Tsipras in een interview op openbare omroep ERT verklaard dat
hij niet in dit akkoord gelooft, maar geen andere keuze zag
tegenover de bedreigingen van de Eurogroep én dat hij de volledige
persoonlijke verantwoordelijkheid neemt voor zijn handtekening onder
het akkoord. De stemming in het Griekse parlement viel de nacht na
dit interview.

2 In
1974 viel in Griekenland het fascistisch regime van kolonel Papadopoulos. In 1978 kwam in Spanje een einde aan de dictatuur van
Franco.

3 De
Griekse kieswetgeving geeft 50 zetels extra aan de grootste partij. Op
die manier hebben PASOK en ND zichzelf telkens weer parlementaire
meerderheden verzekerd, zonder een meerderheid van stemmen. Dat
systeem garandeerde hen dus afwisselend een permanente
regeringsdeelname. In januari 2015 wist Syriza met 36 procent van de
stemmen voor het eerst dit machtsmonopolie te doorbreken. In Spanje blijft de PP –
weliswaar met groot verlies – nog steeds de grootste partij van
Spanje. De recentste peilingen geven de PP 26 procent van de
stemmen, een verlies van 18 procent, waarmee de partij nog altijd de
grootste blijft. De PSOE en Podemos strijden voor de tweede plaats
met elk rond de 15 procent in de peilingen.

4 We
kijken van uit haar bureau op de esplanade tussen het
Luxemburgplein en het Europees Parlement, waar op een grote boog
slogans staan, die allerlei grootse idealen verheerlijken, zoals
sociale rechtvaardigheid, de strijd tegen armoede en honger (zie
foto’s).

take down
the paywall
steun ons nu!