Supporters van Syriza juichen de eerste resultaten toe (www.commondreams.org)
Opinie - Pascal Debruyne, Vincent Scheltiens-Ortigosa, Stephen Bouquin, Jan Blommaert, Karim Zahidi

Links: quo vadis?

Het spook van het democratisch alternatief waart door Europa. Alle machten van het oude Europa hebben zich in een brede alliantie tot een klopjacht tegen dit spook verbonden. Van de leiders van de Europese instituties zoals de Europese commissievoorzitter en de voorzitter van de Europese Centrale Bank over Angela Merkel en Jeroen Dijsselbloem tot onze eigen minister Van Overtveldt: allen willen ze het spook van de democratie terug in de fles krijgen.

dinsdag 3 maart 2015 12:31
Spread the love

Terwijl de klopjacht door deze groep met veel ijver wordt
aangevoerd, hullen de ‘staatsdragende’ partijen zich in stilte.
Allen zijn ze een beetje gehecht aan referenda en vooral zot van
verkiezingen. Behalve als de lokale afdelingen van hun partij de
verkiezingen niét winnen. Dan hebben ze zowel lak aan de meest
elementaire democratie als aan soevereiniteit. Vraag het maar aan de
Griekse kiezer die Syriza een mandaat gaf voor een democratisch
alternatief.

Als
de dood zijn ze, die machten en onverkozen instellingen, dat een
Griekse bres in de muur van het Europese soberheidsbeleid de Europese
bevolkingen zou tonen dat ze niet geregeerd worden door politici,
maar door dogmatici die op mystieke wijze hun orders ingefluisterd
krijgen van beurzen en markten. Dat de doorbraak van Syriza een
antwoord is op de mensonwaardige toestand waarin Griekenland terechtkwam na de opgelegde besparingen, raakt hun koude kleren niet. Zolang
er een primair begrotingsoverschot wordt geboekt, spelen de snel
stijgende hiv-cijfers, de verdubbeling van het aantal tuberculosegevallen in risicogroepen, de terugkeer van malaria, de
ineenstorting van de psychische gezondheidszorg, de torenhoge
werkeloosheid en dito armoede, blijkbaar geen rol voor de Europese
elites.

Achter dit eenzijdig getallenfetisjisme gaat natuurlijk een
diepgewortelde angst schuil. Bang zijn ze dat ook in Spanje Podemos
een democratisch alternatief zal opleggen. Dat Sinn Féin in Ierland
zal volgen. Dat de Britse Groenen de ban zullen doorbreken… Dat hun
eenzijdige monetaristische, antisociale en antidemocratische bolwerk
zal instorten. De opkomst en doorbraak van deze formaties doorprikt
het discours van deze machten.

TAMARA

Hun
TINA (There Is No Alternative) verdwijnt naar de ezelsbank terwijl
TAMARA (There Are Many And Real Alternatives) enkele banken vooruit
mag. In het zog van welbespraakte en gehypte woordvoerders als Pablo
Iglesias, Iñigo Errejón, Alexis Tsipras, Yanis Varoufakis treedt
een nieuwe generatie politici aan. Jongere vrouwen en mannen,
verontwaardigd en gerevolteerd. Zoals Ada Colau, die namens de
hypotheekslachtoffers tijdens een hearing een bankier ‘crimineel’
noemde. Binnenkort wordt zij, gedragen door een breed platform,
burgemeester van Barcelona. Of zoals Laura Pérez die twee jaar
geleden de Spaanse kroonprins vriendelijk maar dringend verzocht af
te zien van zijn troonsbestijging, die stelde dat ze geen onderdaan
maar burger wilde zijn. Laura Pérez, die vandaag algemeen-secretaris
van Podemos is voor de autonome gemeenschap van Navarra. Zoals Zoi
Konstantopoulou,
de juriste en mensenrechtenacitiviste die weet hoe en waarom ze de
voorzittershamer van het nieuwe Griekse parlement hanteert.

Zij
en tienduizenden anderen in Europa hebben de stap van
verontwaardiging naar de politiek gezet. Hoewel persoonlijk
onbezwaard door een verleden van sociale of politieke nederlagen en
impasses, hebben ze uit dat verleden wel lessen getrokken. Ze worden
gedreven door de complexloze overtuiging dat het mogelijk is te
winnen, dat het tij kan gekeerd worden. Met naïviteit heeft dat niks
te maken. Zoals Salvador Allende in 1973, beseffen ze dat ze het
terrein waarop ze slag moeten leveren niet zelf gekozen hebben. Dat
verkiezingen winnen niet betekent dat je de politieke macht hebt.
Maar dat dit je geenszins hoeft te veroordelen tot commentator in de
marge, beste stuurman aan wal of gepatenteerde uitreiker van
brevetten van politieke zuiverheid.

De
boodschap beklijft en inspireert. Een horizon van mogelijkheden opent
zich. De consensuspolitiek van de laatste decennia, het cynisme dat
er onlosmakelijk mee verbonden is, de arrogantie van wat Tariq Ali
treffend het ‘extreme centrum’ noemt, dat alles ruimt plaats voor
heldere, haalbare alternatieven gedicteerd door de noden en behoeften
van de massa van de mensen en niet meer door de polsslag of
verontrustheid van markten of beurzen.

Oude
praktijken, prefiguraties van de toekomst

Niets
of niemand komt uit het niets. Deze ‘nieuwste linkse’ partijen
zijn geen deus ex machina’s. In hun schoot verwerkten ze vele
ervaringen. De operaïsten en autonomenpraktijk uit de jaren zeventig
van de vorige eeuw. De stedelijke sociale bewegingen en het verzet
tegen de soberheidsprogramma’s van de jaren tachtig. De
andersglobalistische beweging van de jaren negentig. De pleinbezettingen door indignado- en Occupy-bewegingen. Van deze uiteenlopende
ervaringen leerden ze radicale solidaire praktijken als
prefiguratieve schouwtonelen van een andere mogelijke toekomst.

Maar
pal tegen andere bewegingen in – die naar het adagium van John
Holloway de wereld moesten veranderen zonder de macht te grijpen –
bouwen ze wél politieke formaties op, nemen ze wél deel aan
verkiezingen, gaan ze resoluut voor meerderheden en regeringsvorming.
Omdat ontslagen poetsvrouwen elke dag hun kinderen moeten kunnen
kleden en voeden. Omdat het stopzetten van huisuitzettingen geen
revolutie behoeft, maar in de hoofden en harten van de slachtoffers
meer dan een revolutie betekent.

Dat
en nog een paar andere dingetjes leerde dit ‘nieuwste links’ uit
de Latijns-Amerikaanse ervaringen van het afgelopen decennium. Uit de
altijd moeilijke, nooit perfecte maar leerrijke ervaringen in landen
als het plurinationale Bolivia, Ecuador, Uruguay… Nee, ze bouwden
geen revolutionaire voorhoedepartij die de massa’s gidst naar de
machtsovername. Maar leninistischer dan de Lenin-adepten die wel eens
politieke theorie tot religie verheffen, grijpen ze het ‘nu’-moment
en weten ze, zoals de oude Lenin die in zijn tijd met de
verkalkten in zijn partij moest afrekenen, dat elke situatie zijn
eigen antwoord behoeft. De aprilstellingen dateren van 1917, vandaag
is evenveel creativiteit geboden.

Pal
tegen de sociaal-democratie in weten de ‘nieuwste linksen’ dat
deelnemen aan verkiezingen en meederheden beogen niet betekent dat je
moet opgaan in het systeem, dat je niet de lokale roze variant van de
Internationale van Wall Street moet worden. Als communicerende vaten
gaat de opgang van Syriza en Podemos gepaard met de neergang van
belangrijke Europese sociaaldemocratische partijen zoals het Griekse
PASOK, de Spaanse PSOE, het Britse Labour, de Franse PS, de
Nederlandse PvdA en de Italiaanse Democraten. Alle voerden ze
onverstoord het Trojka-beleid uit en stuurden hun beste zonen
pronkerig naar de commandobruggen van waaruit bespaard,
geprivatiseerd, gedereguleerd werd. Zij droegen namen als Duisenberg
en luisteren vandaag naar nieuwere namen als Dijsselbloem,
Timmermans, Moscovici of Schulz. Edouard Bernstein en Karl Kautsky,
in hun tijd vermaledijde en verguisde ‘reformisten’, ‘centristen’
en ‘twijfelaars’, zouden in deze partijen vandaag als
radicaal-linkse gekken de bons krijgen.

Een
politiek van het onmogelijke

Formaties
als Syriza en Podemos blinken uit in het herdefiniëren – of beter
het herclaimen – van de democratie. Ze formuleren een alternatief
voor ‘de politiek van het mogelijke’ die politiek reduceert tot
management van de onomkeerbare politieke-economie van globalisering.
Syriza en Podemos doorbreken deze non-politiek en dat uit zich op
drie manieren.

(1)
Beide partijen herdefiniëren zogenaamd duidelijke en onbetwistbare
realiteiten. Varoufakis heeft de “economische” crisis als
een “financiële” crisis geherdefinieerd, met de gekende
effecten: de Trojka heeft nog enkel een boekhoudkundige functie, en
de “economische” dimensie van dit beleid wordt terug een
binnenlandse kwestie. 

(2)
Een politiek van de grote woorden. Mensen hebben het plots opnieuw en
met de grootste ernst over dingen zoals rechtvaardigheid, respect,
waardigheid, democratie, gelijkheid en transparantie. En dus niet
over de “concrete maatregelen” waarin klassieke partijen
zich constant vastrijden in hun hysterische vastklampen aan een
politiek van het mogelijke. Het is het oppikken van die grote woorden
en ze terug betekenis geven dat zo enorm mobiliserend werkt. Dat
geldt ook voor burgers in Vlaanderen en België. Mensen komen op
straat omdat ze fiscale rechtvaardigheid willen, en wanneer dat woord
een betekenis krijgt zijn ze meteen ook kritische waarnemers van
“concrete voorstellen”.

(3)
Het bouwen van een platform dat de klassieke klassenverschillen
overstijgt. Ook zelfstandigen en winkeliers steunen Syriza en
Podemos. De bewegingen hebben één grote achterban: de slachtoffers
van de crisis. Daar zitten mensen tussen die zichzelf nooit als
“links” zullen identificeren, wél als mensen die strijden
voor rechtvaardigheid, democratie enz. Opnieuw, de grote woorden
spelen een enorm belangrijke rol in het overstijgen van de klassieke
tegenstellingen.

Syriza
aan de Schelde & Vlaamse Podemos

Dat
roept de vraag op hoe het bij ons staat met links? Het ‘Nieuwste
links’ in Europa schenkt hoop maar nodigt ook uit tot introspectie.
Wanneer we het eigen linkse veld overschouwen overvalt ons immers een
gevoel van onbehagen.

Helaas,
er bestaat geen Vlaamse of Belgische Podemos. Aan de Schelde valt
geen Syriza te bespeuren. Dat hoeft ook niet te verwonderen. Deze,
overigens onderling sterk verschillende formaties, zijn niet alleen
een product van de Europese monetaire dictatuur. Ze zijn elk op zich
evenzeer de vrucht van specifieke nationale omstandigheden en
geschiedenis en moeten dan ook binnen dat nationale kader begrepen
worden.

Niettegenstaande
het enthousiasme van de
sociaaldemocratische leiders
(van Di Rupo tot Kathleen Van Brempt…) over deze nieuwe Europese
factor in het politieke landschap, zijn het diezelfde
sociaaldemocraten die het Europese begrotingsverdrag ondertekenden.
Enkel sp.a Brussel stemde tegen (alle 4) het soberheidsverdrag in het
regionale Brusselse parlement en diende een resolutie in tegen het
TTIP. In verschillende parlementen (Vlaams, Brussels, Waals, en
federaal) gingen de PS en sp.a akkoord met het begrotingsverdrag.
Bovendien lijkt de sociaaldemocratie na enkele legislaturen moe, en het land met hen. Men is zover meegestapt
in het neoliberaal consensusdenken dat men zich moeilijk een weg naar
buiten kan denken en vechten. De oproep van Daniël Termont om samen
met Groen en enkele progressieve liberalen en christendemocraten aan
progressieve frontvorming te doen, is een klassiek recept om die
ongemakkelijke waarheid weg te duwen.

De
oppositiekuur die de sp.a nu noodgedwongen ondergaat had een moment
kunnen zijn voor een diepgaande reflectie over de verleden en
toekomst van de partij, maar blijkbaar gaat alle aandacht en
energie naar het uitvechten van interne geschillen. Het schouwspel
dat vandaag in de sp.a rond de voorzittersverkiezingen wordt opgevoerd
is dan ook bedroevend: in de berichtgeving wordt gefocust op de
machtsstrijd tussen de clans en de persoonlijke vetes tussen de
kandidaten en hun supporters; over een diep programmatorisch debat en
de eventuele pertinentie van een koerswijziging vernemen we niets.
Het consensusdenken heeft de hele partij aangetast alsof het betonrot
was. De enige credibiliteit die de Vlaamse socialisten lijkt te
resten is dat ze het slachtoffer zijn van de othering
vanwege de neoliberale diehards
van de N-VA. Als die zeggen dat het ‘allemaal de schuld van de
sossen’ is, kan dat nog wat sympathie voor onze verongelijkte
sossen oproepen. Het ‘sossen bashen’ verhult ook meteen de hoge
mate van beleidscontinuïteit tussen de vorige en de huidige
regeringen op federaal en Vlaams vlak.

En
de christendemocratie,
zal u zeggen? En de ACW-vleugel? Als Kris Peeters de dichtste
politieke link is naar de christelijke arbeidersbeweging, dan heeft
niet zozeer Houston als wel Vlaanderen een probleem. Trouw wordt
de besparingslogica van de twee regeringen (Vlaams en federaal)
uitgevoerd. Voorzitter Wouter Beke mag dan wel dwepen met het boek
van Michel Bauwens over Peer to
Peer
-economie, voorlopig lijkt
dat vooral een literaire sprong naar de participatiemaatschappij en
‘beredder het op jezelf’, terwijl men in de tussentijd duchtig
mee de overheid en welvaartstaat afbouwt.

Nogal
gul eigende de Partij van de
Arbeid (PVDA) zich de
geuzentitel van ‘Syriza aan de Schelde’ toe. Maar de partij moet
eerst nog een vernieuwingscongres door. Hopelijk keert het verleden
daar niet langs de achterdeur terug. De signalen van de voorzitter
over nieuwste referentie Syriza – tot voor kort was dat nog de
orthodox-commuistische KKE – en de wonderbaarlijke ontdekking van
Podemos, dempen niet geheel het getandenknars vanuit de
internationale werking en het theoretisch tijdschrift van de partij.
Geheime congressen, partijorganisatie in concentrische cirkels,
bloedhekel aan en onoordeelkundige omgang met kritiek, pluraliteit
als zwakheid beschouwen, laten vermoeden dat ‘democratisch
alternatief’ en Partij van de Arbeid nog vele kilometers in woelig
water naar elkaar zullen moeten toe zwemmen.

Hoopvol
is echter dat de PvdA heel wat nieuwe leden aantrok die een
alternatief zoeken op links. Ook de sympathie van cultuurdragers en
figuren uit het middenveld dwingt de partij tot meer openheid. En
thematisch neemt de partij die thema’s ter harte, soms met vallen
en opstaan. Het schipperen tussen beschermen wat verworven recht is,
en de noodzaak aan verandering in een kapitalistisch maar door de
overheid getemperd en bemiddeld arbeidssysteem, daagt de partij uit.
Dat Hart Boven Hard zich bovendien recentelijk op de kaart zette, zorgt
voor een nieuwe realiteit waar ook de PVDA mee moet omgaan, zonder in
overnamestrategieën te vervallen. Partij en front, it’s
old school
.

Groen
kreeg een nieuwe voorzitster aan
het roer. Meyrem Almaci heeft een links profiel met haar
dossierkennis over de bankenperikelen en het DEXIA-dossier. Dat maakt
haar niet altijd geliefd in ACW middens. Ze is gepokt en gemazeld in
het middenveld en heeft zelf migratieroots. Het valt te verwachten
dat de partij-tanker zal traag maar gestaag gekeerd worden naar
Bakboord (links). Niet alleen Almaci zélf, maar ook enkele nieuwe
parlementsleden zoals Imade Annouri of gezichten als Ikrame Kastit
hebben een ander profiel. Niet langer een generatie die het woord
moet gegeven worden, maar deel van een bredere beweging van burgers
met migratieroots die het woord nemen. Het zou in staat moeten zijn
een wervend alternatief-links programma te kunnen aanbieden voor
kritische stadsburgers (met en zonder migratieroots) die de
doorholeconomie en het staatsgeleide kapitalisme duidelijk mentaal en
fysiek willen begrenzen. Groen kan een partij zijn die duidelijk
tegen de besparingen is, en uitdraagt dat de marktwerking geen
hefboom is om de ecologische crisis op te lossen. En toch, Groen telt
ook verschillende kiezerscontingenten. Het links-libertarisme is
binnen de partij tot links-liberalisme verworden. Een plaats zoeken
in het linkse landschap als tegenbeweging is geen sinecure geweest.
Veel thema’s die andere partijen naar het centrum stuurden kwamen
ook Groen binnengestroomd (veiligheid, migratie,…) en werden in
hetzelfde mainstream frame behandeld Naar een unieke
politiek-ecologische kijk op die thema’s is het soms lang zoeken.
Figuren als Luckas Van Der Taelen stuurden de partij naar rechts op
deze thema’s. En vaker dan nodig bleef Groen stil op deze thema’s,
of ze bewaarde nogal vlug de stilte wanneer het over vakbonden,
arbeid en werk ging.

Deze
partijen op links zullen hun eigen weg en offensief toekomstgericht
antwoord moeten zoeken in dit transformerende Europese politieke
landschap, maar ook het veranderde Vlaamse en Belgische landschap.
Kartelformules zijn eerder een zwaktebod gezien de politieke toestand
waarin ze vertoeven. Diversiteit op links, wat samenwerking niet in
de weg staat, kan gezien het voorgaande enkel versterkend werken. We
mogen verwachten van de sociaaldemocratie dat ze samen met Groen én
PVDA aan één zeel trekt voor fiscale rechtvaardigheid. In een rood-groene alliantie moet een investeringspolitiek op de voorgrond
komen, die inzet op een sociaalecologische transitie. En hoe gaan we
die transitie realiseren wanneer we de staatsschuld volledig moeten
terug betalen? Bovendien moet dit worden uitgebouwd in een politiek
landschap waar de civiele maatschappij of ‘middenveld’ zich terug
op de kaart zet. Deze laatsten hebben de laatste jaren een interne en
externe strijd gevoerd tegen de alomtegenwoordige depolitisering.
Kortom, de civiele samenleving is een gepolitiseerde samenleving op
de rails aan het zetten.

Burgerbeweging
en/of partij? 

Hart Boven Hard
is als burgerbeweging uitgebouwd door de krachten van verschillende
organisaties met elkaar te koppelen. Waar het tot voor kort ‘elk
voor zich’ was (en bij sommigen is dat nog steeds zo in tijden van
besparingen), smeedden ze het ijzer terwijl het warm was. En daaruit
kwam een sterke coalitie op Vlaamse schaal, gevolgd door een amalgaam
van lokale (klein)stedelijke hartbovenhardjes, naast een
Waals-Brusselse ‘Tout autre Chose’ in hun zog.

Aangestuurd
door een mix van leden van organisaties en onafhankelijken en
kritische academici, doorbreken ze – ook al is het in voorzichtige
bewoordingen – het TINA-dogma. Anders dan, maar complementair met de
vakbonden.

Dat
is een niet te onderschatten stap in de herpolitisering van het
middenveld. Tot voor kort heerste de depolitisering van het
middenveld door de overheid. Toenemend neoliberaal management en
governmentality sijpelden samen met zelfdisciplinering binnen. Dat,
en de depolitisering “door” het middenveld door de achterban niet
meer als te emanciperen subjecten te benaderen, werd schering en
inslag. Doorheen de protestpraktijken, op creatieve wijze en doorheen
debatten overal in Vlaanderen vinden dat middenveld van oude en nieuwe
sociale bewegingen en kritische academici elkaar in een nieuwe
verhaal dat ze samen schrijven “as they walk the road together”.

Misschien
is dat wel de meest belangrijke ‘politieke’ herbronning aan de
progressieve zijde. Eerder dan de vraag wie Syriza opvolgt, waar de
Vlaamse kiemen van Podemos gevonden kunnen worden, of welke partij
het voortouw neemt in de herbronning van “links” in Vlaanderen en
België. Laat Hart Boven Hard zich verder inwortelen in de specifieke
constellatie die de onze is en laat
alle linkse partijen zich positioneren ten opzichte van deze
beweging.

Dat
zou een teken van hoop zijn, die de Marxistische filosoof Ernst Bloch
in zijn boek The Principle of Hope zo stellig verdedigde:

And
even if hope merely rises above the horizon, whereas only knowledge
of the Real shifts it in solid fashion by means of practice, it is
still hope alone which allows us to gain the inspiring and consoling
understanding of the world to which it leads
.”

Het is die hoop die de
linkerzijde en bij uitbreiding Vlaanderen en België nodig hebben om
te kunnen geloven dat het anders kan, dat er een andere horizon
mogelijk is en politiek überhaupt zin heeft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!