In de Zuid-Soedanese burgeroorlog maakt zowel het regeringsleger van Salva Kiir (links) als het rebellenleger van Riek Machar gebruik van kindsoldaten (foto: Day Donaldson, Flickr, Creative Commons)

Zuid-Soedan en zijn kindsoldaten: op weg naar beterschap?

Al meer dan een jaar wordt Zuid-Soedan verscheurd door een bloedige burgeroorlog. Kinderen blijven niet gespaard van deze gruwel. Zo meende Human Rights Watch onlangs te kunnen bewijzen dat zowel het regeringsleger als de rebellen kindsoldaten aanwerven. UNICEF kwam eerder tot gelijkaardige bevindingen. Al oogt de directe toekomst lichtelijk positief.

maandag 23 februari 2015 16:09
Spread the love

De situatie in
Zuid-Soedan is al meer dan een jaar bijzonder nijpend. In juli 2013 ontsloeg de
Zuid-Soedanese president Salva Kiir zijn voltallige regering. Economische
problemen, corruptie en twisten tussen verschillende volkeren hadden het land
in een politiek woelige situatie gebracht. Parallel laait er sinds de onafhankelijkheid
van het land in 2011 regelmatig geweld op. Dat vertelt Philippe Henon,
woordvoerder van UNICEF België.

Het afzetten van
de ministers leidde tot een machtsstrijd tussen Kiir en zijn voormalige
vicepresident Riek Machar, met een opeenstapeling van geweld tot gevolg.
“Uiteindelijk bereikten de schermutselingen hun hoogtepunt in december 2013
toen er in Juba (de hoofdstad van
Zuid-Soedan, red.)
grote manifestaties uitbraken tegen de regering”, stelt
Henon. “Toen zijn er vermoedelijk tussen de 6 à 7000 doden gevallen. Al maken
sommige bronnen zelfs gewag van 20.000 doden.”

Midden december
ontstonden er daarbovenop gevechten tussen soldaten van de Dinka- en van de
Nuer-stam. Deze verschillende tumulten brachten uiteindelijk een bredere burgeroorlog
teweeg tussen het regeringsleger van Kiir (Dinka-stam) en het rebellenleger van
Machar (Nuer-stam).

Catastrofale
gevolgen

Ruim een jaar
later wordt duidelijk dat de impact van deze oorlog op de Zuid-Soedanese
bevolking enorm is. De International Crisis Group stelde enkele weken geleden
dat het conflict al aan minstens 50.000 mensen het leven heeft gekost, terwijl
bijna twee miljoen mensen op de vlucht zouden zijn. “Bepaalde regio’s en steden
zijn gewoon volledig leeggelopen”, merkt Henon op.

“Malakal bijvoorbeeld, waar
vroeger 400.000 mensen leefden, is nu een soort spookstad geworden. Die mensen zitten
in kampen rond de stad en hebben geen toegang tot basisvoorzieningen. Deze
situatie is typerend voor heel wat delen van het land”, aldus Henon. Daarnaast
heerste er in 2014 een grote hongersnood die bijna één derde van de bevolking –
3,7 miljoen mensen – bedreigde.

Bijgevolg is het
niet verwonderlijk dat de Verenigde Naties vorig jaar het crisisniveau van
Zuid-Soedan als gelijkaardig zagen aan dat van Syrië. Ook voor kinderen lijkt
deze oorlog rampzalige gevolgen te hebben. 

Duizenden
kindsoldaten

Zo meent Human
Rights Watch in een recent rapport bewijs te hebben dat zowel het Zuid-Soedanees
regeringsleger als de rebellenbewegingen in 2014 kindsoldaten ronselden en
gebruikten. Soms waren deze kinderen zelfs niet ouder dan dertien jaar, meldt
de mensenrechtenorganisatie. UNICEF kwam
eerder tot gelijkaardige bevindingen, stelt Henon.

“Er bestaan geen
officiële cijfers over, maar we schatten dat er in totaal ongeveer 12.000
kinderen gerekruteerd werden in deze burgeroorlog. Meestal gaat het dan om
jongens. De jongsten zijn zeven à acht jaar, de oudsten zeventien à achttien
jaar. Deze jongens worden gebruikt als kindsoldaat, al wil dat niet per se
zeggen dat ze worden ingezet bij gevechten. Meestal worden ze gebruikt voor
huishoudelijke taken: koken, wassen, het dragen van materiaal, enzovoort. Al zijn
er nu ook verhalen van kinderen die worden ingezet als verkenner. Daarnaast
zouden er kinderen actief meevechten en/of gedood worden tijdens gevechten.
Maar daar bestaat weinig informatie over.”

De Zuid-Soedanese Kinderwet van 2008 (artikel 31) is duidelijk:
min-achttienjarigen mogen zich niet bij het leger voegen. Daarnaast verbiedt
het VN-Kinderrechtenverdrag (artikel 38) dat kinderen onder de
vijftien jaar worden gerekruteerd en dienstdoen als soldaat. Een bijkomend, facultatief protocol bij het Verdrag heeft de minimumleeftijd inmiddels
opgetrokken naar achttien jaar. “Zuid-Soedan heeft, net zoals bijna alle andere
landen uit de wereld, het VN-Kinderrechtenverdrag ondertekend en geratificeerd.
Wat maakt dat het land gebonden is aan de bepalingen die in dat verdrag staan
en zijn wetgeving moet aanpassen”, stelt Henon. “In de praktijk zien we echter
dat er in Zuid-Soedan, maar ook elders ter wereld, nog steeds kindsoldaten
worden gemobiliseerd.”

Rooskleurige
toekomst?

Stilaan lijkt er toch beterschap op komst. In mei van vorig jaar sloten de overheid en de
Cobrafactie, één van de grootste rebellenbewegingen van het land, een
vredesakkoord. Dat leidde niet enkel tot een daling van het aantal opstanden en
schermutselingen, ook zouden 3000 kindsoldaten vrijgelaten worden. “Daarvan zijn er ondertussen 500 kinderen werkelijk vrij. Maar
aangezien er zo’n 12.000 kindsoldaten zouden zijn, moeten er nog vele anderen worden
bevrijd”, aldus Henon. “Desalniettemin gebruiken
wij het feit dat er kindsoldaten
zijn vrijgelaten aan de kant van de rebellen als een drukkingsmiddel tijdens het lobbyen bij de Zuid-Soedanese overheid. Opdat ze ook dergelijke
stappen zouden ondernemen.”

Deze strategie
zou wel eens positieve slaagkansen kunnen hebben. Kindsoldaten worden met het
naderen van het einde van de burgeroorlog namelijk steeds minder belangrijk
voor legertroepen. “Zowel voor de overheid als de rebellen is het eigenlijk beter
om van hen af te geraken. Die kinderen waren heel nuttig toen er gevechten
waren, maar nu deze stilaan stoppen, worden ze een last. Daarom staan beide
partijen steeds meer open voor herintegratieprogramma’s”, legt Henon uit.

De directe
toekomst van Zuid-Soedan ziet er dus enigszins rooskleurig uit, al waarschuwt
Henon voor overdreven optimisme. “Het is te vroeg om nu al te zeggen dat de
vrede volledig is teruggekeerd. Regelmatig zijn er nog meldingen van spanningen
tussen overheidstroepen en rebellenbewegingen. De weg is dus nog heel lang vooraleer er
gesproken kan worden van een volledig bestand.”

De alarmbel
luiden

Maar hoe kan het
fenomeen van kindsoldaten in de toekomst worden aangepakt als zowel regering
als oppositie eigen wetgeving en beloftes rond het gebruik van kindsoldaten
niet nakomen? Henon gelooft niet in een eenduidige oplossing. Wel ziet hij voor
UNICEF en andere organisaties een belangrijke rol weggelegd in lobbywerk en het
aankaarten van het probleem binnen de internationale gemeenschap.

Had die internationale gemeenschap eigenlijk niet moeten
dreigen met economische sancties of zelfs een militaire inval, aangezien de kinderrechten
in Zuid-Soedan zo zwaar geschonden werden? Daarover wil Henon liever geen
uitspraken doen. “UNICEF kan er zich zelfs niet over uitspreken aangezien het
een neutrale organisatie wil zijn. Het is namelijk juist door die neutraliteit
dat het toegang verkrijgt tot en actief kan zijn in elk probleemgebied. Wel
moeten we mee de alarmbel luiden, de
publieke opinie bewust maken van bepaalde situaties en hopen dat die
bewustmaking ook z’n invloed heeft op het politieke niveau”, besluit Henon.

Noot: dat de
situatie in Zuid-Soedan verre van genormaliseerd is, werd afgelopen zaterdag
nog maar eens pijnlijk duidelijk. In het noorden van Zuid-Soedan werden
minstens 89 kinderen ontvoerd door een gewapende groep soldaten. De kinderen, sommigen
amper dertien jaar, waren op school hun examens aan het afleggen. UNICEF heeft de
actie veroordeeld en eist de vrijlating van de kinderen.

Meer info over kindsoldaten vind je op de
website van UNICEF

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!