Extremisme, en andere moeilijke woorden

Extremisme, en andere moeilijke woorden

donderdag 5 februari 2015 09:15
Spread the love

Op de website van Pala verschijnt
dezer dagen een meerdelig artikel van Dirk Barrez over de vraag ‘welke kennis
en misschien zelfs welke lessen we vooral moeten meenemen van het voorbije
jaar’. Barrez is een toegewijde journalist en activist met het hart op de
juiste plaats, maar ook goede mensen kunnen zich vergissen. Ik heb het bepaald moeilijk
met het eerste
deel
van zijn tekst, dat handelt over de vormen van extremisme die in 2014
van zich lieten horen.

Het begint zo: ‘Extreemnationalisme
en extreemrechts, religieus en levensbeschouwelijk gedreven extremisme,
communisme en extreemlinks, neoliberaal en financieel extremisme… allemaal
hebben ze gemeen dat ze opgebouwd zijn uit dogma’s die geen enkele tegenspraak
dulden. Allemaal liggen ze in hetzelfde dodelijke ziekbed dat de “andere” niet
wil en kan erkennen, tenzij als vijand. Allemaal liggen ze op ramkoers met
democratie en mensenrechten.’ Barrez bespreekt dan kort die soorten extremisme,
en wijst daarna nog op de dictaturen in de wereld en op het ‘digitaal
totalitarisme’ van de geheime diensten. Maar uiteindelijk ziet hij redenen tot
hoop: dictaturen ondervinden vaak dat ‘burgers niet meer zo meegaand zijn’, en
ook de reactie tegen de aanslagen in Parijs is bemoedigend.

Er komen dus wat vragen en bedenkingen
bij me op, zoals de volgende.

1.

Kun je al die verschijnselen wel zo
gemakkelijk in dezelfde categorie of onder dezelfde hoofding ‘extremisme’
plaatsen – en dan nog zonder die categorie eerst zo ondubbelzinnig mogelijk te
definiëren?

Bij het religieuze extremisme
gewaagt Barrez even van ‘gewelddadig fundamentalisme’, en bij de financiële
variant heeft hij het over ‘terreur’ en over het veroorzaken van ‘ondervoeding
en hongerdood’. Zou het dan niet nuttig zijn om alvast een streng onderscheid
te maken tussen de ‘extremisten’ die criminele, gewelddadige feiten plegen of
in de hand werken en degenen die dat niet doen? Immers, waarom zou er per se
iets afkeurenswaardigs zijn aan ‘fundamentalisme’ op zich (het strikte
vasthouden aan de grondbeginselen van een overtuiging)?

Maar zodra we zo’n onderscheid
maken, vervalt het nut van een overkoepelende term helemaal.

2.

Alle ‘extremismen’ heten hier dus vijanden
van ‘de democratie’. Maar ook dat woord democratie gebruikt Barrez vrij
ondoorzichtig. Hij zegt dat beurzen en financiële markten ‘de democratieën
constant onder het zwaarste oorlogsvuur nemen’, en een paar regels verder dat
onze economie ‘allerminst democratisch’ is. Hij heeft het over ‘de zich heel
democratisch voordoende Verenigde Staten en Groot-Brittannië’ en over ‘de
zogenaamde betere democratieën’ – maar in de slotalinea gaat het dan weer
probleemloos over ‘de Franse democratie’.

Hoe zit het eigenlijk? Zijn de
westerse landen democratieën of zogenaamde democratieën? Of zijn het wellicht
politieke democratieën en tegelijk geen economische democratieën? Zelf denk ik
niet dat je economie en politieke bestuursvorm van elkaar kunt losmaken, en ik denk
nog minder dat een parlementaire bestuursvorm volstaat om een land democratisch
te maken.

3.

De slotalinea: ‘al meteen na de
moordende beeldenstorm op de redactie van Charlie Hebdo, laat de Franse
democratie haar politionele tanden zien en toont vooral de Franse samenleving
in tal van massademonstraties in de straten en in de sociale media haar verzet
en weigering om toe te geven aan extremisme dat op een gewelddadige wijze de
democratische waarden aanvalt.’

Wat een conformistisch gegalm! Het
is van dezelfde potsierlijke orde als het hier
reeds besproken horrorgewrocht van Herman Van Rompuy: ‘De winter van vrees /
Harten hier vriezen niet dicht / Waarden sterven niet
.’

Een democratie met ‘politionele tanden’: op die manier identificeert
Barrez de democratie met de staat en diens repressieapparaat. Het is niet meer
dan normaal dat de daders van de moordpartijen werden opgespoord, maar dat ze
ook werden neergeknald zou ik hoe dan ook als een nederlaag voor de
maatschappij beschouwen. En je moet toch ook willen zien dat de aanslagen niet alleen
of niet allereerst een aanval op ‘waarden’ vormden, maar een (onrechtvaardigbare)
tegenaanval, tegen een staat die met bommenwerpers in verschillende dubieuze
oorlogen is geëngageerd. En ‘politioneel’, dat is ook: nog meer controle op
moslims en op iedereen, repressie tegen al wie het waagt zich niet naar de
consensus te voegen (zoals tegen de leerlingen die niet wilden meedoen met de
opgelegde minuut stilte voor de slachtoffers). Riekt dat laatste niet naar
‘dogma’s die geen enkele tegenspraak dulden’, en naar miskenning van ‘de ander’?
En nochtans is de zeer politionele Hollande geen extremist!

En waren die massademonstraties zonder meer een uiting van ‘de Franse
samenleving’, of slechts van een deel ervan? We hebben het nota bene over
betogingen die door de overheid en de media gestuurd en gebruikt werden om
iedereen achter het beleid te scharen, betogingen waarin niet alleen Hollande
en Sarkozy (schijnbaar) op kop liepen, maar ook Netanayahu en andere sinistere sinjeurs.

4.

Maar het pijnlijkste is toch wat
Barrez schrijft over links. Hij vindt dat ‘de opgang van extreemlinks in
Duitsland en elders’ ten onrechte weinig ‘kritische aandacht’ krijgt: ‘want
nooit is het gelukt om een communisme met een menselijk, democratisch gelaat te
laten functioneren. En is er ooit één extreemlinkse partij in geslaagd om
intern democratisch te werken? Andersdenkenden worden uitgeschakeld, in alle
mogelijke varianten van uitvoering, van verbanning en schijnproces tot
(digitale) moord… binnen en buiten de partij. Hoe idealistisch vele nieuwe
jongcommunisten altijd zijn, hoe gerechtvaardigd hun verzet tegen onrecht ook
kan zijn, er blijft het onverwerkte gore verleden, de systeemfout die
extreemlinks steeds opnieuw op voet van oorlog plaatst met elke vorm van open
samenleving en volwaardige democratie.’

Om te beginnen zou je willen dat
hier wat meer mannen en paarden genoemd worden. Slaat ‘Duitsland’ op ocharme Die Linke? En wie valt er nog zoal onder
het ‘extreem links’ van Barrez: Syriza, onze PVDA, Podemos…? Geen idee – zelf
ontwaar ik niet zoveel vuurrode ‘opgang’. En gebrek aan interne democratie –
zou dat ook niet bestaan bij heel anders georiënteerde partijen? En op wie of
wat precies slaat in godsnaam, vandaag, ‘van verbanning en schijnproces tot
‘(digitale) moord’?

Extreem links valt in deze alinea
samen met communisme, al had Barrez het eerder over ‘communisme en extreemlinks’. Dat is geen detail. Volgens
mijn herinnering werden de Moskougezinde partijen in Europa destijds niet als extreem
links bestempeld, en communisten van allerlei slag hebben zich vaak gekant
tegen een extremistische opstelling. Ook in dit geval is het dus weer minder
simpel dan de etikettenplakkerij insinueert. Ik zou communisme niet extreem of extremistisch
noemen, wel radicaal (in de zin van, inderdaad,
Marx: de zaak bij de wortel aanpakken). Wat is volgens Barrez trouwens het
acceptabele, goede, niet extreme links? Toch niet godbetert onze babyroze sociaaldemocratie,
die alleen met een krachtig vervormend vergrootglas van liberalisme te
onderscheiden valt?

5.

Maar goed, Barrez wijst elke soort
communisme af, en haalt zowaar het cliché van het ‘menselijk gelaat’
tevoorschijn, nog sterker: ‘menselijk, democratisch gelaat’. Zijn die twee
adjectieven misschien synoniem? En welja, het kapitalisme en zijn politieke
dienaren zijn dikwijls héél goed geweest in het tonen van zo’n ‘gelaat’ – van
zo’n façade. We zijn diep geschokt door IS, en intussen sturen we met gulle
hand de dodende drones in het rond; we pakken mensen massaal hun banen af en
kwekken over menselijke waardigheid. Maar over dat alles weet Dirk Barrez veel
meer dan ik.

En verder. Communisme is,
historisch gezien, niet alleen een kwestie van staten, maar ook en vooral van strijdende
organisaties, bewegingen en individuen: het gevecht voor communisme maakt deel
uit van het communisme, en heeft op zich al positieve betekenis. Bovendien
werden communistische activiteiten en instituties altijd van dichtbij en van
verre begeleid door een eindeloze, verbijsterend rijke stroom van mild of
scherp kritische teksten op alle mogelijke niveaus. Wat mij betreft, mijn leven
zou onvoorstelbaar veel armer geweest zijn zonder het werk van communisten als
Rosa Luxemburg en Antonio Gramsci, Georg Lukács en Bertolt Brecht, Louis
Althusser en Alain Badiou – auteurs die het overigens op weinig punten met
elkaar eens waren en toch binnen een veelstromig communisme thuishoren. En dan
zwijg ik nog over de vele belangrijke marxistische denkers die niet rechtstreeks
met communisme geassocieerd worden.

Het is moeilijk om veel
enthousiasme op te brengen voor de communistische staten en partijen van
vroeger, er zijn enorme fouten gemaakt en enorme misdaden begaan, maar er waren
ook waardevolle dingen; en (zonder iets goed te praten) ik kan dat communistische
geweld onmogelijk los zien van de tomeloze haat en agressie die het kapitaal en
zijn politici van het begin af op het communisme hebben losgelaten. Denk bijvoorbeeld
aan de massale westerse interventies in de Russische Burgeroorlog, aan de
anticommunistische terreur in Indonesië na 1965. En denk aan de bijna honderd
jaar oude moorden op Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, waarvoor de top van de
Duitse sociaaldemocratie verpletterend verantwoordelijk was.

Bij een verwijzing naar de val van
het Sovjetcommunisme beklaagt Barrez de Russen omdat ‘ze nog altijd opgescheept
zitten met de nare erfenis die het zo moeilijk maakt om echte democratie te
laten wortelen’. Méént hij dat echt, dat het communisme van een kwarteeuw
geleden de wezenlijke oorzaak is van hedendaags gebrek aan democratie?

Ten slotte: de gedachte aan een
nieuw communisme is de jongste jaren in de actualiteit gekomen door diverse
bewegingen maar ook op het niveau van geleerde congressen over ‘de idee van het
communisme’ enzomeer. Je kunt daarvan denken wat je wilt, maar laat het dan
alstublieft echt dénken zijn: een ernstige poging om, desnoods heel bits, deel
te nemen aan zulke discussies zou meer zin hebben dan een lapidaire verwerping
op basis van een blijkbaar onoverkomelijke maar niet gespecificeerde
‘systeemfout’ en een arrogant veralgemeend ‘onverwerkt goor verleden’. Het is werkelijk
een ridicule illusie te denken dat er vandaag een efficiënte tegenmacht kan
worden opgebouwd, als we niet willen reflecteren over de geschiedenis van
links, en dus ook over die van het communisme. We zijn niet uit de bomen
gevallen.

Ik heb groot respect voor Dirk
Barrez, en ik spreek me niet uit over het geheel van zijn artikel – maar het
gedeelte over ‘extremisme’ blijft intellectueel én politiek ver beneden de maat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!