Théodore Géricault, Le Radeau de La Méduse (1818-1819)
Opinie -

|Column| Philippe Diepvents: Het vlot van de Medusa

Zondag 14 december nam ik, samen met vele anderen, deel aan "Alles van waarde: de celebratie van de besparingen" in Gent. Een ludiek hart onder de riem voor de stakers van maandag 15 december. Een volksfeest met geldverbranding, de grote subsidie-limbo en nog veel meer. Hier vind je mijn tussenkomst van die avond.

maandag 15 december 2014 11:17

Bijna tweehonderd jaar geleden, meer bepaald op 2 juli van
het jaar 1816, in de namiddag, liep het schip De Medusa vast voor de kust van
Mauritanië. Gestrand in the middle of
nowhere
, geen redding in zicht. Het was een fregat met enkele honderden passagiers
en er waren onvoldoende reddingsboten voor iedereen. De kapitein besloot
uiteindelijk om die op te eisen voor zichzelf en voor de meer vermogende
passagiers. De meeste reddingsboten vertrokken zwaar onder capaciteit,
want ze waren bevolkt met mensen die gewend waren aan enig comfort en die geen plebs
duldden in hun goed bevoorrade en uitgeruste sloep.

De resterende
schipbreukelingen, vooral bemanning en minder begoede passagiers, restte geen
andere optie dan enkele dagen later hun kans te wagen op een door hen zelf in mekaar
geknutseld vlot. Het was geen klein, gammel geval, zoals dat woord misschien
doet vermoeden, maar had de respectabele afmetingen van zo’n zeven op twintig
meter. Het vlot werd volgeladen met voedsel en helaas ook met veel te veel
mensen, honderdzevenenveertig in totaal, waardoor het meteen al deels onder
water zonk. Er was geen kompas, geen echte manier om het vlot te besturen en
veel te weinig bevoorrading.

Een toevallig voorbijvarend schip vond dertien dagen het vlot terug. Het was bezaaid met lijken, en van de
oorspronkelijke opvarenden waren er op dat moment nog vijftien in leven.
Vijftien van de honderdzevenenveertig.

Enkele van hen hebben hun relaas te boek gesteld.
Dertien dagen in de hel, het is moeilijk om het verhaal anders samen te vatten.
Al gauw na het vertrek waren er bloedige vetes ontstaan en vormden er zich
facties die mekaar om het schaarse voedsel beconcurreerden. Overdag werd er in
stilte geleden, het zoute water was overal en vrat zich pijnlijk in de
opgelopen wonden. Maar ’s nachts werd er gemoord en gevochten om het rantsoen,
tot de zon weer opkwam en het daglicht het te gevaarlijk maakte om zich aan
iemand te vergrijpen. Elke ochtend werden de lijken geteld. Na verloop van
tijd, toen het voedsel al enige tijd op was, werden die lijken
met afschuw verorberd.

Metafoor

Het is niet moeilijk om in het verhaal van de Medusa een
metafoor te zien voor de knoeiboel waarin we vandaag terecht zijn gekomen. Liep
ook ons schip niet vast, zo omstreeks 2008, op de woelige baren van de beurs en
door het roekeloze stuurmanschap van de banken?

Lijken ook onze kapiteins, diegenen die ons aansturen, nu niet van plan
er vandoor te gaan met de laatste reddingssloepen en de lekkerste hapjes? En
houden zij ook niet slechts enkele plaatsen vrij in hun bootje, zodat zij die
al bulken van de overdaad hun voeten droog kunnen houden?

Horen wij niet elke dag in kranten en vanop spreekgestoelten, als zout in onze
wonden, de vurige aansporingen om onszelf in facties in te delen, elkaar aan te
vallen, te verscheuren en uiteindelijk genadeloos te verorberen?

In de cultus van de schaarste die onze politici met hun wasco’s op het bord
schetsen, als de tekeningen van kleuters, is er altijd wel iemand nieuw te
vinden die geld krijgt om niets te doen. Iemand die onvoldoende economische
meerwaarde vertegenwoordigt en die dus maar eens moet stoppen met profiteren.
De migrant, de ambtenaar, de kunstenaar, de werkloze, de Waal, …maar net zo
goed de tweeverdiener, de school, de student, de kleine zelfstandige en ga zo
maar door. De ene na de andere zal moeten bloeden.

Twee jaar nadat het vlot van de Medusa werd teruggevonden,
besloot de Franse schilder Théodore Géricault, toen 27, om zichzelf af te
zonderen in zijn atelier om de gruwelijke geschiedenis van het vlot op doek uit
te beelden. Zijn hoofd had hij kaalgeschoren om ervoor te zorgen dat hij niet
onder de mensen zou willen komen totdat zijn werk af was. Het resultaat was het
monumentale schilderij dat nu in het Louvre hangt en waarvan een kopie onlangs
nog hier in Gent te bezichtigen was. De economische waarde ervan: onschatbaar.

Keuzes

Wij allemaal samen, de opvarenden van het vlot van de
financieel-economische schipbreuk, worden nu voor keuzes gesteld die allemaal
neerkomen op variaties van ieder voor
zich
. Hier snijden of daar snijden? Kies maar, bloeden zal je.

Maar nee, wij zullen elkaar niet afvallen, de keel
oversnijden en verorberen. Wat we wel gaan doen is onszelf afzonderen en ons
hoofd kaalscheren, ons toeleggen op het maken van iets groots en van
onschatbare waarde. En ons
monumentaal kunstwerk, dat zal ons geweldloos verzet zijn. “Scheppen is
weerstand bieden”, zei Stéphane Hessel, “En weerstand bieden, is
scheppen”. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!