Interview -

Van ‘t Bos en den Blauwe Steen: verhalen uit de haven (deel 5)

Voor mijn laatste havengesprek rijd ik opnieuw naar Hoboken. Wanneer ik aanbel, word ik binnengelaten door een jongen die me heel galant naar de keukentafel leidt en me een kopje koffie aanbiedt. “Papa staat nog onder de douche en zal direct naar beneden komen”, geeft hij me nog mee. Hij heeft het over Bob Baete (36), getrouwd, vader van twee kinderen, dokwerker en in zijn vrije tijd voetbaltrainer.

donderdag 4 december 2014 11:13

“Op 12 maart zal ik vijftien jaar in de haven gewerkt hebben. Ik
ben er begonnen in 1999. Meestal aan de wal, als dokwerker. Dat verdient een
beetje minder dan de andere jobs, maar ik doe dat werk graag, dat van
dokwerker. Ik sta dan aan den aanslag, zoals ze zeggen. Dat is onder de kraan
en ik zorg ervoor dat de goederen veilig aan de kraan worden bevestigd, of er
worden afgehaald, om ze in het schip te laden, of eruit te halen. Die goederen,
dat kan echt van alles zijn: auto’s, fruitpaletten (hoewel dat de laatste tijd
wel minder is), rijst, kolen, ijzer, rollen staaldraad, …”

“Onlangs nog hadden we een heel ruim vol met rijst. Die
rijst is dan nog onbewerkt en komt recht van het veld, vanuit Spanje
bijvoorbeeld. Naar het schijnt, moet die nog vier keer gespoeld worden in de fabriek,
gesplitst ook nog, enfin, nog helemaal behandeld voor consumptie. Toch staan
wij daar dan in een speciaal wit pak, we dragen speciale laarzen en we
gebruiken zelfs een aparte grijper (van de kraan, nvdr.) om die rijst naar boven
te halen. Alles zo hygiënisch mogelijk dus en dat wordt ook steeds
gecontroleerd door inspecteurs. Dat gebeurt dus niet met dezelfde grijper als
die van de kolen (lacht).”

Berucht

“Ik werk al meer dan tien jaar met een vaste maat, Ronny Van
Gansen. Wij hebben mekaar leren kennen aan de wal en dat klikte vanaf het
eerste moment. Ronny en ik, wij zijn onafscheidelijk en dat weten ze aan de
dok. Bij de aanwerving proberen we altijd samen jobs aan te nemen en als ze een
van ons bellen, dan is het wel degelijk de bedoeling dat we samen aangeworven
worden. Daar wordt ook echt rekening mee gehouden aan het kot. Het gebeurt al
wel eens dat we eerst apart werk hebben aangenomen, omdat het echt niet anders
kon en dat er zich dan later iets aanbiedt dat slechter betaald is, maar waar
we toch samen aan kunnen werken, wel, dan nemen we dat aan en laten het
beterbetaalde werk vallen. Samen uit samen thuis he, ah ja.”

“Wij zijn een komisch duo, we zijn daar berucht voor. Twee
speelvogels die proberen plezier en werk te combineren. Dat is belangrijk
volgens mij, het leven is al zwaar en serieus genoeg, je kan er maar beter mee
lachen dan de hele tijd zuur te kijken. Wij zijn alle twee even zot, ja, we
zitten helemaal op dezelfde golflengte, we pikken constant op mekaar in en
sleuren alles en iedereen erdoor.”

Van dag tot dag

“Ronny is ouder dan ik, ik heb veel van hem geleerd. Hij zou binnen
twee jaar op vervroegd pensioen kunnen gaan, maar hij gaat dat niet doen, zegt
hij. Hij heeft te veel plezier in zijn werk en er is die fierheid ook. Wij zijn
trots op wat wij doen, ja, zeker en vast. Wij hebben het geluk dat we geld
kunnen verdienen met wat wij graag doen, met eerlijk werk. Dat, en het sociaal
contact dat we hier hebben, dat is enorm. Moest Ronny echt op pensioen gaan,
dan weet ik niet wat ik ga doen, wie weet word ik wel journalist, haha. Nee,
geen idee wat ik dan ga doen, ik ben niet zo’n toekomstgerichte denker, ik neem
aan wat er op mij afkomt, ik ben zo, dat is een karaktertrek die goed van pas
komt als je in de haven werkt, want je weet nooit wat er op je af gaat komen,
wannéér je zal moeten werken en óf er werk is.”

“Kijk, zoals nu: maandag was het staking, dus dinsdag was er
geen werk, want ik ben maandag niet langs het kot kunnen gaan. Vandaag
(woensdag) hebben mijn kinderen pedagogische studiedag op school en moest
ik dus verlof nemen om thuis op hen te kunnen letten, daardoor kan ik en mag ik
vandaag niet langs het kot om me aan te bieden voor morgen, dus dat wordt
morgen doppen. Dan blijft er alleen nog vrijdag over. Elke week iets anders
dus.”

Lege koffer

“Mijn job is mijn vrijheid. Ik heb veel meer vrijheid dan
bijvoorbeeld de kraanmannen. Werken in een straddle carrier, dat is me te veel
het fabrieksgevoel. Ik zie die mannen aankomen in hun auto, die gaan zich
omkleden, alles hangt klaar in een locker, jas, handschoenen, laarzen, en dan
beginnen ze eraan. Opdracht aanhoren, opdracht uitvoeren en hup weer naar huis,
elke dag hetzelfde.”

“Bij mij steekt alles in mijn autokoffer. Ik rij naar de mij
opgegeven kaai en neem daar uit mijn koffer wat ik nodig heb. Ik denk dat ik in
al die jaren één keer een lege koffer heb gehad. Dat was toen ik vakantie had.
Liever die absolute vrijheid en wat minder verdienen, echt.”

Vind je het niet
vervelend om elke dag langs het kot te moeten passeren?

“Ja en nee. Je verliest er wel tijd mee, dat klopt. Ik stop met werken om
13.30, dan moet ik nog langs het kot rijden, wachten, rondhoren, beslissen, ik
ben pas tegen 15.30 thuis dan, maar ben al wakker van 5 uur ’s morgens en het
huishouden nog voor de boeg, twee keer per week ’s avonds voetbaltraining geven
aan de gastjes en de volgende dag moet ik er weer even vroeg uit. Dat is zware
kost, ja.”

Van twee kanten

“Maar het bestaan van het systeem van het kot heeft volgens
mij ook heel wat voordelen. Dat is een plaats waar heel veel aan wisselwerking wordt
gedaan. De dokwerkers zijn niet enkel afhankelijk van de bazen, maar de bazen
ook van de dokwerkers, hè. Ze ontmoeten elkaar daar face to face, weten meteen
wat ze aan elkaar hebben, wie hen ligt en wie niet. Het kot is een uitermate sociaal
gegeven: als dokwerker weet je meteen wie de goede bazen zijn en dat werkt
motiverend, als je bij zo’n baas terecht kan, dan ga je zeker je beste beentje
voorzetten om de volgende dag opnieuw een aanbieding te krijgen.”

“En andersom
ook, een baas die correct te werk gaat, die gaat gemakkelijker dokwerkers vinden
de voor hem een job willen uit voeren, dan een baas die bekendstaat voor zijn malafide
praktijken. Zoiets gaat heel snel de ronde. Er is dus wederzijdse controle en
afhankelijkheid. En verder gebeurt dit alles onder het toezicht van de vakbond.
Als er iemand zich niet aan de regels houdt, dan wordt dat meteen gemeld en wordt er
werk van gemaakt. Niet alle patroons zijn tegen dit misschien wat ouderwetse
systeem van aanwerving, hoor, maar helaas laat men enkel Huts in de media aan
bod komen wat dit betreft. Tja, van gekleurde beeldvorming gesproken.”

Hoe zie je de
toekomst?

“Momenteel voel ik me nog een relatief gelukkige mens. Ik
moet daar soms zelf mee lachen, zo van ‘ik zit gebeiteld’. Er is genoeg werk, ik
heb een ‘goed boek’, mijn kinderen groeien
gezond op. Wat wil een mens nog meer? Maar dat lijkt allemaal op de helling te
komen staan. Sociale zekerheid, pensioen, al onze rechten, de werking van het
kot, de Wet Major, het lijkt alsmaar moeilijker om dat alles in stand te
houden. Alle zekerheden om een fatsoenlijk leven te kunnen leiden, vallen een
voor een weg en wat blijft er dan nog over?”

Los het op!

“Ik erger me mateloos aan hoe de politici zich gedragen.
Niemand lijkt echt bezig te zijn met oplossingen zoeken. Als simpele
toeschouwer kan ik dat echt niet vatten. Al wat men doet, is mekaar in de haren
vliegen en verwijten maken. Stop toch met ruzie maken en zoek naar
constructieve oplossingen alstublieft! Who cares wie zijn schuld het is, nu is
nu, we hebben oplossingen nodig die eerlijk en haalbaar zijn voor iedereen,
oplossingen waar iedereen beter van wordt, niet enkel om de zakken te vullen
van de happy few. Ik begrijp niet dat de mensen in de andere sectoren niet
allemaal even kwaad zijn als de dokwerkers. Zo kan het toch niet verder?”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!