Opinie -

Het einde van de bodemloze put van België?

Met besparingen willen de regeringen hun begroting op orde krijgen. SP.a-schepen Bieke Verlinden: "Een staatsschuld in evenwicht willen we allemaal, maar in de eerste plaats willen we een waardevol leven. Uiteraard moet er hard gewerkt worden en kan een en ander efficiënter, maar burgers wegzetten als loutere pionnen in een economisch systeem doet niemand deugd." Bovendien vergroten leningen de welvaart van iedereen. Nu nog de lasten correct verdelen.

dinsdag 18 november 2014 17:26

Al
een tijdje vraag ik mij af wat eigenlijk de ultieme doelstelling van
het versneld wegwerken van onze zo verfoeide staatsschuld is. De
huidige beleidsploeg werpt zich op als redder van wat ondertussen een
‘bodemloze put’ heet en verdedigt haar besparingswoede vanuit een
apocalyptisch motief. Alles en iedereen zal eraan geloven als we nu
niet keihard ingrijpen om die torenhoge staatsschuld weg te werken.
Want de staatsfinanciën moeten op orde. Hoe? Door te besparen.

Dat
dit besparingsbeleid een eenzijdige factuur is aan het adres van de
gewone man, wordt brutaal geparkeerd. Wie twijfelt aan de huidige
keuzes of vragen heeft bij de onrechtvaardige manier waarop de
besparingsrondes worden doordrukt, krijgt de gekende propaganda naar
het hoofd geslingerd: “er is geen alternatief” en “gratis
bestaat niet”. Tegenstanders zijn naïef of jaloers. Of erger nog,
ze moeten het etiket “socialist” verdragen. Allemaal goed en wel,
maar waar is in al die heisa de beloofde en zo begeerde omwenteling
gebleven?

De
kracht van verandering?

Moeten
we die ommekeer dan enkel vinden in het feit dat we meer
moeten betalen voor diverse openbare dienstverleningen en langer
moeten werken? Als de eindbestemming van dit beleid enkel ligt in het
dichten van ‘de put’, dreigen we dan niet louter met de schop in
de hand achter te blijven?

Nu
de put toch open ligt, investeren we dan niet beter meteen in een
aantal nieuwe fundamenten? Nieuwe fundamenten van samenleven en
-werken? Net om niet alleen de toekomst van de economie te verzekeren
maar ook om de mensen erachter niet te vergeten? Want met het louter
dichten van die ene put, graaft dit beleid tegelijk ontelbare nieuwe
putten, met zware gevolgen voor onze levenskwaliteit.

Een
staatsschuld in evenwicht willen we allemaal, maar in de eerste
plaats willen we vooral een waardevol leven. De rekening moet
natuurlijk kloppen, maar er moet ook plaats zijn voor geluk, voor
tijd en voor elkaar. Uiteraard moet er hard gewerkt worden en kan een
en ander efficiënter en beter, maar burgers wegzetten als loutere
pionnen in een economisch systeem doet niemand deugd.

Groeibodem

We
zijn ondertussen zo gaan geloven in de bodemloze schande dat we ons
nog nauwelijks objectief de vraag stellen hoe die ‘put’ er kwam
en waarom hij wordt gevormd. De overheid investeert en gaat leningen
aan, net zoals de private markt. En daarbij is één ding zeker: de
staatsschuld die ons land rijk is – en die de laatste jaren sterk
is afgenomen zonder algemene besparingshysterie – is niet zomaar
een abstract zwart gat waar geld in verdwijnt. Meer zelfs: die
verfoeide put werkt net als groeibodem voor vele bedrijven.

Want
door overheidsinvesteringen in bijvoorbeeld kwalitatief, hoogstaand
onderwijs, moet pakweg een farmaceutisch bedrijf niet ver zoeken naar
bekwame en maatschappelijk sterk omkaderde specialisten. Combineer
dat met heel wat subsidies en voordelen zoals de notionele
intrestaftrek en je weet: die put zorgt er mee voor dat zo’n
bedrijf kan uitgroeien tot een topper.

Heel
wat maatschappelijk relevante en sluitende leningen vormen dus ‘de
put’. Een put waar ook scholen, straten, ziekenhuizen, crèches,
universiteiten, fietspaden, openbaar vervoer,
parkeergeleidingssystemen en wat weet ik nog tegenover staan. Onze
Belgische put is dus niet bodemloos, maar draagt bij aan de welvaart
van iedereen. En niet in het minst aan die van bedrijven. Gelukkig
maar.

Investeringsklimaat

Ik
neem even mijn stad als voorbeeld. Door de verfoeide investeringen
van verschillende overheden heerst in Leuven een prachtig
investeringsklimaat. De kraanindex van de skyline liegt er niet om.
In nagenoeg elke wijk is er wel een grootschalig vastgoedproject in
ontwikkeling. Terwijl men onophoudelijk klaagt over
overheidsinvesteringen, bewijst die niet-aflatende bouwactiviteit toch
net dat het goed besteden van overheidsgeld de private markt
ontzettend veel oplevert? In een stedelijke context met een overheid
die investeert in onderwijs, cultuur en een uitgebouwd sociaal
weefsel, bloeit samen met de handel en de horeca ook de
vastgoedmarkt. Meer zelfs: de vastgoedmarkt plukt de meest rijpe
vruchten van dat beleid, terwijl zij nauwelijks voor de lasten moet
instaan.

In
die context is het toch vreemd dat studeren aan onze universiteit of
hogeschool duurder zal worden, maar dat de verhuurders van
studentenkoten (vaak een selecte club) volledig buiten schot blijven.
Er zijn kotbazen die in Leuven meer dan 400 kamers verhuren. Maakt u
met een huur van minstens 400 euro per maand zelf even de rekening?
Toch betalen projectontwikkelaars of privé-investeerders zo goed als
geen belastingen op deze riante maandelijkse inkomsten. De vraag moet
dus in eerste instantie zijn: wat betalen zij ‘tout court’
aan belastingen op die inkomsten? En twee: wat is hun extra
bijdrage, nu van ‘iedereen’ een bijkomende inspanning gevraagd
wordt? Het gekozen pad zou toch ‘voor niemand gezellig’
zijn?

Nieuwe
fundamenten

Het
spreekt voor zich dat het iedereen gegund is om veel geld te
verdienen. Maar is de vraag naar een faire bijdrage van ieders
inkomsten dan zo onredelijk? Gingen we niet allemáál de tering naar
de nering zetten? Een hedendaagse taks op de meerwaarden die
gegenereerd worden op aandelen of vastgoed gaat over een correcte
verdeling van de lasten en heeft niets te maken met afgunst.

De
nieuwe fundamenten die moeten worden aangebracht liggen in een tax
shift, in een rechtvaardige, milieusparende en eerlijke fiscaliteit.
Een systeem waaraan iedereen een faire bijdrage levert zodat niemand
(te) hoge belastingen moet betalen en waarbij men een duurzame
toekomst stimuleert.

Fiscaliteit
2.0

Iedereen
voelt meer dan ooit aan dat we naar een maatschappij moeten waarin
zowel werkgevers als werknemers erop vooruitgaan. Waarin we met
respect voor elkaar iedereen aan boord willen houden en samen aan de
toekomst willen timmeren. De tijdsgeest is rijp voor een nieuw
verhaal, voor een moderne en eerlijke stap vooruit. Dit land is klaar
voor een fiscaliteit 2.0. Maar dat is, hoe spijtig ook, net niet
wat er op ons af komt.  

Bieke Verlinden (sp.a) is de Leuvense schepen van Sociale Zaken, Werk en Studentenzaken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!