Het liberale taboe: geweld

donderdag 13 november 2014 15:46

Ik heb me proberen in te houden om een blogbericht te schrijven over het
geweld op de nationale betoging op 6 november. Vooral omdat het niet
bepaald een mening is die door velen gedeeld wordt en doorgaans door een
shitstorm aan verwijten gevolgd wordt. In het beste geval komen
er goedbedoelde waarschuwingen voor mogelijke opvolging door de
staatsveiligheid. Honestly, als ze me vandaag nog niet af en toe
eens opvolgen, dan denk ik niet dat ik zo goed bezig ben. We leven
desondanks nog in wat een vrij land moet voorstellen en omdat na een
week de gemoederen nog steeds niet bedaard zijn, besloot ik toch weer in
mijn stream-of-consciousness toetsenbord te kruipen.

Vorige week in de media citeerde men de politie van Antwerpen: “We zijn niet bang voor de dokwerkers“. Deze week ging De Standaard nog een stapje verder om clicks en verkoopcijfers te boosten: “Politie vreest voor doden bij volgende betoging“.
Los van het feit dat ik graag eens een even grote nationale betoging
tegen de Van Thillo’s, de De Nolfs en de Ysebaerts van dit land zou
zien, is er een globale en giftige tendens om betogingen (en eventuele
escalatie) zo tendentieus te kaderen dat de kranten er hun eigen nieuws
mee creëren. De aangekondigde “vrees voor doden bij de volgende
betoging” (staking eigenlijk, maar wie verschiet nog van foutieve
berichtgeving tegenwoordig?), zal gegarandeerd veel clicks opleveren op
24 november. Als er dan effectief doden vallen, is het nog maar de vraag
in hoeverre de geweldenaars zich lieten opfokken door wat ze voordien
lazen in de gazetten en op internet. Tegelijk is het aan
stakingssabotage doen: door de disproportionele vrees van de politie de
ether in te sturen, zullen heel wat pacifistische stakers zich misschien
laten intimideren en afwezig blijven, waardoor de acties kleinschaliger
en marginaler worden. De rol van de media is met andere woorden niet te
onderschatten – zeker niet in gedigitaliseerde tijden als nu.

Op welke manier blijkt dat de gemoederen nog steeds niet bedaard zijn?
Eén duidelijke vraag blijft op ieders lippen liggen: wie zijn de
schuldigen van de escalatie op de nationale betoging? Het is een vraag
waar ik zo moe van word. Vooral omdat iedereen haar/zijn antwoord al
klaar heeft. Mijn antwoord is, tegendraads als altijd: “Who cares?
Geïntoxiceerde dokwerkers, anarchisten en (mogelijk) neo-nazi’s en
undercover flikken zijn in conflict gegaan met al even door adrenaline
en haantjesgedrag gechargeerde ordetroepen die danig gemilitariseerd
waren dat de agressiviteit er van af liep – black bloc-technieken
werden gebruikt, net als nog maar zelden gebruikte
ordehandhanvingstechnieken. Flikken bij ons staan weinig in dergelijke
gewelddadige omgeving en de ervaring om hiermee om te gaan is dus
bitterlaag – het hoeft niet te verbazen dat zij op een gegeven punt overschakelden op overlevingsinstincten.

Beide kampen zijn dus in fout en tegelijk is niemand in fout. Waarom
zouden we mensen namelijk willen verwijten of beschuldigen van hun
overlevingsdrang te volgen? We zouden beter kijken naar hoe de druk van
de ketel genomen kan worden in plaats van te blijven zoeken naar
schuldigen. Aan alle schuldzoekers wil ik dan ook deze belangrijke,
nuance meegeven: wanneer de gemoederen hoog oplopen (zoals de voorbije
maanden) en men dat blijft voeden met haattaal (uit beide kampen), fok
je mensen op.
Afhankelijk van opvoeding, temperament en sociale context gaan mensen
daar anders mee om  –wie dat niet wil inzien (en er zijn er velen), is
gewoon een achterlijk en dom kalf (pro-vo-ca-tie!). Dat politici,
opiniemakers, vakbonden, werkgeversorganisaties, ceo’s en media vandaag
hun handen wassen in onschuld, is dan ook vreselijk hypocriet. Niet
omdat zij eenduidig “de schuldigen” zouden zijn, maar omdat ze in de
escalatie van 6 november een cruciale rol gespeeld hebben. Antwerps
havenarbeider en ABVV-delegee Sven Naessens schreef een zeer treffende
en persoonlijke blog, getiteld ‘Dodelijke slachtoffers‘, die deze alinea misschien verder kan verduidelijken.

Ik wil nog heel even tot de “essentie” gaan: het liberale “eigen keuze /
vrije wil”-discours (dat bij vele mensen de achterliggende of
intuïtieve reden is om schuldigen te gaan zoeken) is alleen maar van tel
in een context waarin rationele en beredeneerde overwegingen kunnen
gedijen. Zelfs de meest doorwinterde liberale filosoof zal dat
bevestigen en, als het wetenschappelijker moet zijn, er zullen maar
weinig  – géén  –neurologen zijn die een positieve correlatie kunnen
aantonen tussen “aanwezigheid van veel adrenaline” en “vermogen om
beheerst te beslissen”. In (de frontlinie van) een betoging heersen
emoties als euforie, woede en frustratie, net als gevoelens van
verontwaardiging en verbondenheid. Daar komt dus allemaal weinig
“rationaliteit” bij te pas, zélfs al zou je hoogopgeleid zijn, komen uit
de betere middenklasse en doorgaans een rustig temperament hebben.

Vanuit dat besef kunnen we politici,
opiniemakers, vakbonden, werkgeversorganisaties, ceo’s en media wel héél
kwalijk nemen dat zij haattaal blijven spuien, want zij hebben niet
alleen de tijd en ruimte om beheerst te blijven, zij hebben een enorme
spanwijdte die in elke huiskamer haar eigen effect teweegbrengt. Door
hun gepolariseer en gestigmatiseer zet je kwaad bloed. Dat dit zich kan
vertalen in geweld, is vandaag evenveel geldig als tweehonderd of
tweeduizend jaar geleden – ook wij zijn nog steeds vatbaar voor
“barbarisme”, hoe graag we ons ook geciviliseerd willen profileren.
Achteraf komen zeuren en gaan (ver)oordelen, is dus walgelijk
zelfingenomen en vreselijk hypocriet. Het gaat echter verder dan alleen
de top-down-beweging. Elk grof woord (‘krapuul’, ‘onnozelaars’, ‘debielen’, ‘marginalen’,…) dat ik tegenwoordig op de sociale media lees aan het
adres van de geweldenaars (zowel ordetroepen als betogers), zal de
volgende confrontaties ook alleen maar rustelozer maken. Die woorden
komen niet zelden uit de mond van mensen die zelf de vrede staan te
prediken: burgertrutten die hoogopgeleid zijn en pretenderen te weten
hoe de vork écht in de steel zit, hoe de problemen écht aangepakt moeten
worden. Ik zeg ‘burgertrutten’ omdat ik hen graag agiteer en eens wil
kijken hoe lang het duurt alvorens hún zelfvoldane bloed kookt. Want
zolang ze van aan de zijlijn staan toe te kijken en (ver)oordelen, is
hun stem inhoudsloos en overstijgt het het standaardpaternalisme en
superioriteitsgevoel nooit.

Iedereen draagt dus zijn verantwoordelijkheid. Een schuldige is
niet aan te wijzen en bovendien volstrekt irrelevant zolang we geen
structurele, systemische verandering willen – en dat is vandaag noch bij
het oppositie- en vakbondsgejoel, noch bij het extreemrechtse en
neoliberale beleid te vinden. Individuele verantwoordelijkheid binnen
onze collectieve verantwoordelijkheid durven erkennen én durven opnemen,
is misschien wel de belangrijkste reden waarom ik het geweld vandaag
niet veroordeel en schrijf wat ik hier schrijf. Dat en het gegeven dat
ik ook een hoogopgeleide burgertrut ben, maar één die vooral in eigen
huis de arrogante know-it-alls een koekje van eigen deeg wil geven. Ik ben me bewust van mijn arrogantie, are you?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!