De puntjes op de i

De puntjes op de i

woensdag 27 augustus 2014 15:46

Naar
aanleiding van het nieuwe boek De becijferde school van professor Standaert
staat half Vlaanderen op zijn achterste poten. Zijn boek wordt verketterd voor
het gelezen is. Spijtig, want zo geraken een aantal belangwekkende boodschappen
daarin ondergesneeuwd.

De mythe van de
meetbaarheid

Want
hij heeft wel gelijk met zijn waarschuwing voor cijferfetisjisme.  Cijfers
geven ons vooral de illusie van correctheid. Er
zijn heel wat belangrijke dingen in het onderwijs en daarbuiten die zich niet
in cijfers of getallen laten vatten.

Hoe meet je creativiteit? Hoe schaal je
empathie in, of betrokkenheid of leergierigheid? Hoe turf je verdraagzaamheid
of zin voor samenwerking af? En
hoe kan je zeker zijn dat wat de ene leraar met een acht beoordeelt ook voor
een andere leraar een acht is? Als je niet weet op welke ijkpunten een
evaluatie gebaseerd is, word je daar nul wijzer van.

Cijfers
zijn heel gewillig. Ze laten zich ongegeneerd door iedereen gebruiken. Zeker
als het over onderwijskwaliteit gaat. Cijfers
moeten dus geduid worden. Zonder kader kan je er alle kanten mee uit.

Het
Parijs-Roubaixmodel

Ouders
willen het beste voor hun kinderen. Als zelfs de onderwijsspecialisten het niet
weten, hoe moeten zij dan de beste school kiezen voor hun kind? 

Dus
gaan die ouders in het heersende competitiedenken voor het Parijs-Roubaixmodel.
Waar
alleen de sterksten overleven. En
sturen ze hun kind naar een van die selecterende scholen toe die zij als
eliteschool percipiëren. Want
het is daar ‘moeilijk’.

Maar
er is niets moeilijks aan om kinderen te laten zakken. Elke leraar kan zonder
moeite een examen
opstellen waarvoor de meeste leerlingen falen. Maar daarvoor zijn scholen niet
bedoeld. Goede leraren zijn er juist om Kevin en Jolien vaardigheden te leren
waar ze mee vooruit kunnen, om hen te laten groeien. Niet om de bokken van de
schapen te scheiden. 

Een afgewogen
evaluatie

Een
goed examen omvat een evenwichtige mix van ken- en weet vragen, afgewisseld met
toepassingsvragen.
Uitdagend voor de bollebozen, haalbaar voor de leerlingen die het leerdoel nog
niet zo goed onder de knie hebben. Gericht op de eindtermen en met een
correctiemodel erbij voor een objectieve evaluatie. Helaas vind je in het veld
nog te veel mindere voorbeelden. Een doorslagje van het examen van drie jaar
geleden. Of zo uit het handboek geplukt. 

Dat
verbetert zo makkelijk, mijnheer. 

Punten of een
Woordrapport

Werken
met een woordrapport is geprobeerd. In het methodeonderwijs. Zonder cijfers
dus. Om de onderlinge competitie te vermijden. Zodat de kinderen elkaars
resultaten niet meer kunnen vergelijken.
Bleek dat de kinderen en hun ouders die vermeldingen zoals ‘goed’ toch weer
gingen omzetten in een cijfer.

Een
combinatie van een woord- en een cijferrapport is dan een betere optie. In het
cijferrapport staan becijferbare leerresultaten, aangevuld met duidend
commentaar. Bijvoorbeeld: 7/10 – Joris heeft de meeste staartdelingen goed,
maar voor de delingen met commagetallen moet hij nog wat extra oefenen. In het
woordrapport ligt de klemtoon op de leef- en leerhoudingen. Het consequent werken
met verbetersleutels leert de kinderen hun prestaties af te meten aan zichzelf
en – niet onbelangrijk – dat fouten maken inherent is aan het leerproces. 

Centrale
examens?

Centrale
examens versterken het competitiedenken in school en maatschappij nog. Daarom ben
ik tegen centrale toetsing. Omdat we
juist nood hebben aan een evaluatie die de leerling uitdaagt om met zichzelf in
competitie te gaan, niet in de eerste plaats met de anderen. Een groeimodel in
plaats van een selectiemodel. Het ‘Meer is in u’-principe. Wat niet betekent
dat er geen eindnorm meer zou zijn. Maar met meer sturingsmogelijkheid voor de
leerling zelf, geholpen door feedback vanuit de klassenraad, die de leerling
het beste kent. 

Wat
met de soms manklopende evaluatiepraktijk? De lerarenopleidingen en de
nascholing hebben hier zeker werk aan de winkel. Maar waarom niet gaan voor
‘the best of both worlds’? Een ruim gamma van uitgeteste peiltoetsen vanuit de
overheid of de begeleiding aan de scholen aanbieden. En de handboekenmakers
motiveren om aan hun handleidingen periodieke updates van gestandaardiseerde
toetsen te koppelen. Een welkome hulp voor de leraar bij de jaarlijkse klus van
het examen maken?

Schools for
excellence

De
leerling laten uitblinken, het beste uit zichzelf halen, zijn talenten maximaal
ontplooien. Dat is het streven van de Unescoscholen. Scholen die zichzelf, hun
leraren, hun werking en hun leerlingen continu tegen het licht houden om te
zien waar verbetering mogelijk is. De kwetsbare leerling weerbaarder maken en
de sterkere uitdagen. In een persoonlijk groeiproces waarin ze allemaal vooruitgaan.

Dat
is wat we eigenlijk  allemaal willen in
het onderwijsveld. Ik zie dan ook in veel scholen heel wat hoopvolle
ontwikkelingen. Zoals het werken met een portfolio, met verbetersleutels en
andere vormen van zelfevaluatie. Met meer leersucces en dus ook meer
leerplezier. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!