Israël vermoordt de verdedigers van de rechten van de mens en hun families

Israël vermoordt de verdedigers van de rechten van de mens en hun families

zaterdag 23 augustus 2014 14:47

Op
21 augustus hebben Israëlische bezettingstroepen de vader gedood van
Issam Younis, de directeur van het Al Mezan Mensenrechtencentrum in
Gaza.

Ondertussen
blijft Israël het werk van internationale mensenrechtenorganisaties
belemmeren door hen toegang tot Gaza te weigeren. De Israëlische
bezettingsmacht heeft bovendien een prominente Palestijnse politica
verbannen van de Westelijke Jordaanoever, waar zij woont. Zij is
bestuurslid van een organisatie voor de rechten van politieke
gevangenen.

In een
verklaring
van Al Mezan staat dat Hassan Hussein Younis en zijn vrouw Amal
Ibrahim Younis Al Bilbisi beiden omkwamen toen Israël het huis naast
hun huis in Rafah bombardeerde.

Dit
zijn alleen maar de laatste moorden die mensenrechtenorganisaties
direct troffen. Anwar al-Zaaneen, een medewerker bij Al-Mezan, werd
op 10 augustus geraakt door een raket die was afgevuurd door een
Israëlische drone
.

De
41-jarige al-Zaneen wilde samen met een gemeentelijke onderhoudsploeg
kijken of de waterleiding van zijn huis weer snel op het
waterleidingnet kon worden aangesloten. Kort nadat hij met zijn motor
bij de ploeg aankwam werd hij aangevallen.

Twee
weken eerder, op 25 juli, doodde een Israëlische sluipschutter de
mensenrechtenverdediger Hashem Abu Maria. Abu Maria werkte voor
Defence
for Children International-Palestine

(DCI) aan kinderparticipatie in de bezette Westelijke Jordaanoever en
de Gazastrook. Abu-Maria werd vermoord tijdens aan een mars voor Gaza
in Beit Omar, een dorp op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Israël en
Egypte blokkeren internationale rechtenorganisaties

De
bombarderenten op Gaza gaan door en daarbij zijn vanaf begin juli al
meer dan 2.000 Palestijnen omgekomen. Ondertussen weigert Israël
onderzoekers van internationale rechten organisaties de toegang tot
Gaza. Amnesty International en Human Rights Watch vertelden Reuters
dat Israël’s jarenlange inreisverbod voor Gaza hen verhindert het
geweld te onderzoeken.

De
twee organisaties worden gehinderd in het vergaren van direct bewijs
voor de oorlogsmisdaden die Israël mogelijk heeft gepleegd tijdens
de voortdurende aanvallen doordat zij geen internationale
onderzoekers en munitie-experts ter plaatse hebben.

Ook
Egypte’s militaire regime, een nauwe bondgenoot van Israël, geeft
geen inreisvergunning af aan medewerkers van de twee organisaties.
Amnesty International zei in een persbericht
dat de Egyptische autoriteiten niet hadden gereageerd op verzoeken om
via Rafah naar Gaza te reizen.

Egypte
gaf eerder geen toestemming aan Human Rights Watch’ directeur
Kenneth Roth. Hij was naar Caïro gereisd om de resultaten te
presenteren van een onderzoek naar de massaslachting die het
Egyptische regime daar een jaar geleden aanrichtte en waarbij meer
dan 800
ongewapende burgers die protesteerden werden gedood
.

Deportatie is onwettig

In de
vroege uren van 20 augustus omsingelden Israëlische soldaten het
huis van de Palestijnse parlementariër Khalida Jarrar om haar een
militair bevel te overhandigen. Jarrar zou Ramallah direct moeten
verlaten en naar het district Jericho reizen waar zij zes maanden zou
moet blijven. Het militaire
bevel

is gebaseerd op “geheime informatie” en stelt dat Jarrar “een
bedreiging vormt voor de veiligheid in de regio, dus moet zij onder
speciale bewaking komen te staan”.

Jarrar
— een vooraanstaand lid van het Volksfront
voor de Bevrijding van Palestina (PFLP )

en bestuurslid van Addameer
Prisoner Support

weigerde het bevel te ondertekenen. Gedwongen deportaties zijn in
strijd met het internationaal recht.

Addameer
wijst er in een dringende
oproep

op dat Ramallah volgens de Oslo Akkoorden van 1993 onder volledige
controle valt van de Palestijnse Autoriteit. In de context van de
zogeheten “veiligheidscoördinatie” heeft de Palestijnse
Autoriteit de Israëlische bezettingstroepen toegelaten in Ramallah
om het bevel aan Jarrar te overhandigen. Het is opvallend dat
parlementslid Jarrar altijd heeft opgeroepen tot de beëindiging van
deze samenwerking met de bezetter.

Weerzinwekkende
staat van dienst

Israël
heeft een indrukwekkende en weerzinwekkende staat van dienst
opgebouwd rond de vervolging van Palestijnse mensenrechtenactivisten
en hun organisaties.

Zo is
Addameer een doelwit van de bezettingsmacht, vooral na
de steun in 2012 aan de massale hongerstaking van de Palestijnse
politieke gevangenen in Israëlische gevangenissen. Op 2 december
2012 werd het kantoor van Addameer overvallen door Israëlische
soldaten.

Addameer-onderzoeker
Ayman
Nasser

werd in oktober 2012 gearresteerd en een jaar later weer vrijgelaten.

De
accountant van de organisatie, Samer Arbeed, werd op 23 september
2013 in arbitraire detentie vastgezet onder het mom van zogenaamd
geheim bewijs. Dit betekent dat zelfs de schijn van een eerlijk
proces niet werd opgehouden. Hij kwam twee maanden later vrij. Zijn
advocaat zei tegen de rechtbank van de bezetter dat de gevangenschap
alleen maar bedoeld was om Arbeed zijn werk lastig te maken.

Op 15
september 2013 nam Israël de in mensenrechten gespecialiseerde
advocaat Anas
Barghouti

gevangen die tussen 2009 en 2013 voor Addameer werkte. Hij verdedigde
veel Palestijnen die door Israël werden vast gehouden.

Aan
Abdullatif Ghaith, medeoprichter en voorzitter van Addameer, is vanaf
oktober 2011 een reisverbod opgelegd. Hij mag vanuit Jeruzalem niet
reizen naar andere delen van de bezette Westelijke Jordaanoever.

In
december 2009 schreef de Electronic
Intifada

over de arrestatie en detentie van Jamal Juma’, de coördinator van
de Stop the Wall campagne en mensenrechtenactivist, en van zijn
collega Mohammed Othman een maand eerder.

Palestijnse
mensenrechtenactivisten in Israël zelf worden ook vervolgd. Ittijah
directeur Ameer Makhoul werd in mei 2010 gearresteerd
en tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Dit is
slechts een beperkt overzicht van incidenten die plaatsvonden in het
kader van Israël’s meedogenloze aanvallen op Palestijnse
mensenrechtenactivisten en op organisaties die Israël’s illegale
en onderdrukkende praktijken aan de kaak stellen.

VN Verklaring
over Mensenrechtenverdedigers

Mensenrechtenverdedigers
zijn personen die een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van
de zaak van de Rechten van de Mens door bijvoorbeeld het documenteren
van schendingen, het verstrekken van ondersteuning en hulp aan
slachtoffers op zoek naar remedies en het bestrijden van culturen van
straffeloosheid.

De VN
Verklaring over Mensenrechtenverdedigers

voorziet in de ondersteuning en bescherming van
mensenrechtenverdedigers in de context van hun werk. De verklaring
benoemt bestaande rechten op een manier die het makkelijker maakt om
deze op toe te passen op hun rol en situatie.

De
verklaring omvat het recht om te werken aan mensenrechten, informatie
te verzamelen rond mensenrechten, kritiek uit te oefenen op het
functioneren van overheidsorganen, om juridische hulp en advies te
bieden bij het verdedigen van mensenrechten, en ook het recht om
openbare hoorzittingen en processen bij te wonen om naleving van
nationale en internationale wetgeving te beoordelen. Het omvat ook
het recht om middelen te ontvangen die nodig zijn voor de
bescherming van de mensenrechten – ook uit het buitenland.

Gegeven
de grote schaal waarop Israël burgers in Gaza heeft gedood is het
meer dan ooit noodzakelijk dat Israël eraan wordt gehouden om deze
rechten te respecteren en dat stopt het werk van
mensenrechtenactivisten te belemmeren.

Dit
artikel verscheen eerder op The
Electronic Intifada

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!