Opinie, Nieuws, Wereld, België - Charles Ducal

Over het gedicht ‘As in de mond’

De Dichter des Vaderlands van België, Charles Ducal, antwoordt op de consternatie rond zijn recentste gedicht. Hij schreef het naar aanleiding van de niet-aflatende drama's die zich rond Gaza afspelen.

zaterdag 16 augustus 2014 20:32

Het gedicht ‘As in de
mond’, vierde gedicht van het project Dichter des Vaderlands, verscheen op 1
augustus in de krant De Morgen. Ik schreef het in de context van de
Israëlische terreur tegen de bevolking van Gaza. Het gedicht werd de dagen
daarop onder vuur genomen door een aantal stemmen met het verwijt het
antisemitisme te dienen en kwetsend te zijn voor joden in het algemeen.

In een
column van Arthur van Amerongen in de Volkskrant bijvoorbeeld werd mij
‘jodenallergie’ toegeschreven en werd ik geassocieerd met de omstreden Franse
komiek Dieudonné M’bala M’bala. De krant weigerde mijn antwoord op de column op
te nemen wegens te lang en te particulier en verwees mij voor een korte reactie
naar de brievenrubriek.

Ik geef het antwoord hier voluit, in de hoop op die
manier een duidelijk onderscheid te maken tussen antisemitisme en antizionisme.
Het eerste is een misdrijf, het tweede een gewettigde vorm van kritiek.   

 

AS IN DE MOND

Je bent nu eenmaal beter. Het
staat geschreven
in Het Boek. Het spreekt uit
je blik
als je hen naderen ziet: in
fanatieke kleren,
stoffig, hun pasje klaar in
de hand.

Je kijkt naar hen als een
schepper van water
in een wereld van zand. Zij
wonen toevallig,
zonder belofte, kunnen
weggerakeld 
als dorre bladeren. Dit is
jouw land.

Je hebt geleerd de angst voor
vervolging 
levend te houden zonder
angst, arrogant
als de man die zijn vijand
zelf heeft gekozen.
Je slaat hem neer. Je bent
bedreigd,

de schuld die uitstaat geeft
iedere bulldozer,
iedere tank het recht op
veiligheid
zonder grenzen. Je ogen zagen
de tempel 
verwoesten, de straatstenen
onder de hoeven

der kruisridders bloeden. Je
bent tweeduizend
jaar oud, was erbij in
Treblinka, Schirmeck 
en Dachau. Al heb je hun water
gestolen, 
hun kinderen beschoten, hen
achter prikkeldraad

opgesloten, je bent nu
eenmaal Gods volk, 
uitverkoren op precies deze
grond.
Wie onder je bossen, je
wegen, je steden
het oude dorp nog hoort
schreeuwen,

krijgt as in de mond.  

Het gedicht is een
rechtstreekse aanspreking tot de staat Israël zoals die zich manifesteert in
haar ideologen, soldaten, kolonisten en politici. Gezien de vele concrete en
duidelijke verwijzingen lijkt het mij van kwade wil te getuigen in de
aangesproken ‘je’ iets anders te lezen. De pasjes bij de checkpoints, het in
bezit nemen van andermans land, het ‘wegrakelen’ van de bevolking, de noties
van ‘recht op verdediging’ en ‘veilige grenzen’, de bulldozers en tanks, het
probleem van het water, het schieten op kinderen, de prikkeldraad rond Gaza en
de verdwenen Palestijnse dorpen: stuk voor stuk verwijzingen naar Israël, die
niets met de joden in het algemeen te maken hebben. Het gedicht is, om elk
misverstand uit te sluiten, trouwens op die manier geïntroduceerd bij de pers
en op de website www.dichterdesvaderlands.be.

Het gedicht is
geboren uit mijn verontwaardiging over wat Israël vandaag in Gaza uitricht. Het
klaagt het misbruik aan door Israël van het joodse geloof en de joodse
geschiedenis om kolonisering en terreur te legitimeren. De discriminatie in
Israël en de Bezette Gebieden is vlakaf constateerbaar op gebieden als
watervoorziening, bewegingsvrijheid, onschendbaarheid van eigendom en zo meer.
Ik heb het zich ‘beter’ voelen vanuit de zionistische ideologie heus niet
moeten uitvinden, net zomin als de legitimering ervan door het Boek. Het
zionisme beroept zich op een ‘historisch recht’ om Palestina te claimen en
baseert zich daarvoor in laatste instantie op de Bijbel. Geen enkele jood waar
ook ter wereld, ook niet in Israël zelf, hoeft zich door mijn gedicht gekwetst
te voelen, tenzij hij zich met de politiek van de Israëlische staat
identificeert. Integendeel, ik ga er van uit dat de joodse opposanten tegen die
politiek, zowel in Israël als hier, er precies zoals ik over denken.

Om twee redenen durf
ik dit met klem te affirmeren. Ten eerste omdat wereldwijd steeds meer joodse
organisaties en individuen zich distantiëren van de politiek en de ideologie
van Israël. Ten tweede omdat tal van bronnen die mij hebben geïnspireerd bij
het schrijven van dit gedicht, joodse of Israëlische bronnen zijn. De
pervertering van de religieuze concepten ‘uitverkoren volk’ en ‘terugkeer naar
Jerusalem’ tot een excuus voor landroof  is
mij uitgelegd door een rabbijn van Neturei Karta en door de historicus Shlomo
Sand, van de discriminerende behandeling van Palestijnen getuigt de
documentaire Checkpoint van Yoav Shamir, over de terreur van de
bulldozers en de tanks is bij herhaling geschreven door Gideon Levy, Norman
Finkelstein heeft het misbruik van het joodse lijden door de Holocaustindustrie
blootgelegd en de Nakba of ‘catastrofe’ van 1948 heb ik leren kennen via het
werk van historicus Ilan Pappé en Het verhaal van Chirbet Chiz’a van S.
Yizhar. Om er maar enkele te noemen. 

Tot slot nog dit.
Drie jaar terug bezocht ik in de Vogezen het kamp van Natzweiler-Struthof.
Onder de indruk van dat bezoek en wat ik had gelezen over het fusilleren van
volledige Joodse dorpen in Polen en Oekraïne door de nazi’s schreef ik twee gedichten,
te vinden onder de titel Ergens in Polen in mijn bundel De buitendeur.
Het kostte weinig of geen moeite me in de slachtoffers in te leven. Ik was er
niet bij in Auschwitz, net zomin als de aanhangers van het zionisme die mij
vandaag belasteren, er bij waren. De herinnering aan de jodenvervolging is niet
het exclusief eigendom van het zionisme, het hoort de herinnering te zijn van
ieder rechtgeaard mens. In die zin waren we er allemaal bij. De toe-eigening
van dat lijden als instrument om iedereen verdacht te maken die de zionistische
terreur tegen de Palestijnse bevolking aanklaagt, is in mijn ogen een uiting
van vulgair opportunisme en een belediging aan alle slachtoffers – joden,
zigeuners, homoseksuelen en communisten – van de naziterreur. Wie ‘er bij was’
in Auschwitz, kan niet anders dan er ook ‘bij zijn’, vandaag, bij de mensen van
Gaza. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!