Supportersliefde

vrijdag 15 augustus 2014 13:39

Arme voetbalsupporters.  Ze denken dat ze hun liefde voor de ene ploeg moeten bewijzen door een andere ploeg hartgrondig te haten.  Ik noem het de medaille-fout: alsof liefde onvermijdelijk met haat gepaard moet gaan. Liefde is echter geen medaille met een keerzijde. Geen enkel zinnig man meet liefde voor zijn vrouw af aan hoe erg hij andere vrouwen haat. Waarom moet het dan anders zijn met liefde voor een ploeg?

Met zijn klaagzang op ‘het verraad’ van Steven Defour (die een contract tekent bij de ploeg die hij ooit als grote vijand zag), haalde Rutger Goeminne zich in De Morgen van 13 augustus 2014 de ergernis van menig lezer op de hals. Maar hij is geen uitzondering. Hij zegt wat vele voetbalsupporters denken. En supportersliefde is ook maar een illustratie van een bedenkelijk fenomeen dat zich veel breder voordoet: houden van de ene muziekband betekent volgens velen dat je automatisch een andere muziekband minacht, trots zijn op je vaderland impliceert volgens sommigen dat je wel moet neerkijken op andere landen, en ga zo maar door. Maar waarom denken we toch in die comparatieve termen? We weten eigenlijk goed genoeg dat liefde anders werkt: je houdt niet van je kind in comparatieve termen, met andere woorden je houdt niet van je kind na vergelijking met andere kinderen en het besluit dat je alle redenen hebt om dit kind boven een ander te verkiezen. Nee, je houdt van je kind – punt uit.

De dag dat Anderlecht kampioen speelde tegen Standard, prijkte er een foto op krantenwebsites van in paars-wit gehulde fans met een kartonnen bord waarop stond “We are Anderlecht”. Ernaast stond ook een foto met diezelfde fans en hetzelfde bord, omgedraaid, waarop ze ons vertelden “We hate Standard”. De perfecte verbeelding van de medaille-fout.  Ja maar, zouden sommigen kunnen opwerpen, als je wilt dat het goed gaat voor de ene, moet je tegelijk toch ook willen dat het slecht gaat voor de andere? Wel, in een zekere zin, maar vergelijk het opnieuw met de liefde voor je kind en de wens dat het hem of haar goed gaat in het leven. Slechts 1 kind kan de loopwedstrijd winnen, slechts 1 kind kan de beste van de klas zijn. Je hoopt dat jouw kind wint. Dat betekent inderdaad dat je niet tegelijk kan hopen dat een ander kind wint. Betekent dit echter dat de positieve hoop gericht op jouw kind gepaard moet gaan met negatieve gedachten en verwensingen gericht  op de andere kinderen?  Nee, dat moet niet. Het enige wat liefde impliceert is dat je geniet van de dingen die je kind goed kan of graag doet, en dat je het steunt wanneer het moeilijk gaat.  En als het kan probeer je je kind bij te brengen dat de regels van het competitieve spel  nu eenmaal zo zijn dat er maar 1 kan winnen, daar heeft niemand schuld aan, daar verdient niemand haat voor.

Je zou kunnen denken dat haat voor de ene ploeg misschien geen voorwaarde is van liefde voor de ander ploeg, maar niettemin een logisch gevolg. Logisch is dit echter in geen geval. Psychologisch waarschijnlijk? Dat misschien wel, maar net als met andere kwalijke neigingen van onze menselijke psyche, weten we wat ons te doen staat: ze tegengaan in plaats van ze te voeden. Voetballers kunnen hun supporters daarbij helpen. De door Goeminne geciteerde uitspraken van Defour over Anderlecht zijn niet alleen ongelukkig, ze zijn ook dom. Maar tegelijk zijn dergelijke uitspraken alomtegenwoordig en algemeen aanvaard. Vreemd eigenlijk dat we inzake voetbal zo tolerant geworden zijn voor haatdragende meningen. Misschien zouden sommigen het gezonde competitiedrang noemen. Maar ik geloof dat die zich op andere en positievere manieren kan uiten.

De lezersbijdrage van Rutger Goeminne: http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1989205/2014/08/13/Steven-Defour-door-jou-is-mijn-passie-voor-voetbal-ingeruild-voor-apathie.dhtml

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!