President Erdogan

President Erdogan

Met het schrijven van dit artikel over de presidentsverkiezingen in Turkije begon ik voordat de uitslag bekend was. Niet omdat ik helderziend ben, maar omdat vaststond dat Recep Tayyip Erdogan ging winnen. Alle peilingen wezen daar ook op.

maandag 11 augustus 2014 13:24

Dat Erdogans belangrijkste tegenstrever, de door de
Republikeinse Volkspartij (CHP) en de Partij voor de nationale
beweging (MHP) kandidaat gestelde grijze muis Ekmeleddin Ihsanoglu
geen schijn van kans had, viel te verwachten.

Ihsanoglu bleef net boven de 38 procent steken.
Een voor de CHP- en MHP-achterban meer acceptabele kandidaat had het
waarschijnlijk beter gedaan. Nu weigerde menig CHP en MHP-stemmer uit
onvrede met de in hun ogen controversiële Ihsanoglu de gang naar het
stembureau te maken, wat voordelig uitpakte voor Erdogan.

Dat Selahattin Demirtas van de Democratische
volkspartij (HDP) het bij Koerden, links en andere minderheden goed
zou doen, was eveneens voorspelbaar. De bijna tien procent voor
Demirtasa was een onverwacht succes, maar dat hij Erdogan de loef af
kon steken was bij voorbaat uitgesloten.

Het was vooral de vraag of Erdogan een tweede
verkiezingsronde nodig zou hebben. Hij kreeg echter meer dan de 51
procent die hij nodig had om de klus in een dag te klaren.
De opkomst was met bijna 75 procent een stuk lager
dan bij de lokale verkiezingen van 30 maart jl. Bij een gelijke
opkomst had het mogelijk wel tot een tweede verkiezingsronde gekomen.

Ik ben gewend me op de
achtergronden te richten. In dit geval op een aantal in het oog
springende zaken tijdens Erdogans verkiezingscampagne. Die scheppen
een aardig beeld van de nieuwe president.

Kilicdaroglu-Demirtas

Wie in de weken voor de verkiezingen door de
Turkse straten liep, kreeg de indruk dat er maar één kandidaat was.
Erdogans gezicht overheerste daar, terwijl Ihsanoglu en Demirtas
nagenoeg ontbraken. De financiële middelen om publiciteit te maken
waren duidelijk oneerlijk verdeeld, wat in democratische opzicht
uiteraard niet de schoonheidsprijs verdient.

Op het staatstelevisiekanaal TRT hetzelfde
verhaal. Vooral Demirtas beklaagde zich erover dat hij zijn
opvattingen daar niet uiteen kon zetten.

Naarmate de verkiezingen naderden, gaf Erdogan hem
nog eens goed van katoen. Tijdens een openbare partijbijeenkomst
daagde hij CHP-leider Kemal Kilicdaroglu uit zijn alevitische
achtergrond toe te geven. Demirtas moest maar eens erkennen dat hij
een ZaZa-Koerd was (Zaza-Koerden onderscheiden zich onder andere van
andere Koerden door een eigen taal).

Waarnemers vroegen zich af waar dit voor nodig
was. Etnische en religieuze achtergronden van politici zijn
irrelevant zijn ten opzichte van hun programma. Bovendien was het
simpelweg overbodig. Toen Erdogan deze provocerende woorden uitsprak, was het al volstrekt duidelijk dat hij het presidentschap in de zak
had.

Armeniër

Erdogan reageerde furieus op geruchten dat zijn
roots in Georgië liggen. Geruchten die hij in 2004 overigens zelf in
de hand had gewerkt. Toen zei hij tijdens een bezoek aan Georgië dat
zijn familie uit dat land afkomstig was en naar Turkije was geëmigreerd.

Erdogans familieachtergrond moet in de
tussenliggende tijd aangepast zijn, want hij weet er niets meer van.
Dat is tot daaraan toe. Veel erger was dat hij de kwestie aangreep om
een andere bevolkingsgroep een veeg uit de pan te geven:
‘Ze hebben nog lelijker dingen over me gezegd,
dat ik een Armeniër ben.’

Fijne uitspraak voorafgaand aan 2015, wanneer voor
de honderdste keer ‘de gebeurtenis van 1915’ herdacht wordt, die
buiten Turkije vooral als de Armeense genocide bekend staat. De
stemming voor die herdenking is daarmee nu al gezet door Erdogan.

Erdogan vond het kennelijk nodig om de etnische en
religieuze tegenstellingen in Turkije extra op scherp te
zetten. Daar is hij zoals bekend verzot op. Dat de term ‘racisme’ hier
goed bij past volgens critici in de media, doet er niet toe voor hem.
Veel belangrijker is dat zijn stemmers hem een echte kerel vinden
wanneer hij die critici als een dolle stier intimideert.

Amberin Zaman

Journaliste Amberin Zaman zag de AKP ooit helemaal
zitten, maar kwam rigoureus tot inkeer. Kort voor de verkiezingen
interviewde ze CHP-leider Kilicdaroglu. Toen hij opmerkte dat
AKP-stemmers kritiekloos aannemen wat Erdogan hen wijsmaakt, zei
Zaman: ‘Valt het niet te verwachten dat in een land
waar moslims in de meerderheid zijn, en waar de islam de gemeenschap
voor het individu plaatst, het onderwijssysteem kritisch denken
ontmoedigt?’

Dit kwam Zaman op een haatcampagne te staan waar
de honden geen brood van lustten. Pro-AKP-media noemden haar een
‘joodse teef’, die ‘seksslavin van islamitische jihadisten in
Irak moest worden’. Op de sociale media beschuldigden
‘Erdoganisten’ (een nieuw begrip) haar ervan ‘moslims en de
islam’ te beledigen.

Het was de hypocrisie ten top, want toen
Egemen Bagis, oud-minister van Europese Zaken en Erdogans vertrouweling, tijdens een uitgelekt telefoongesprek met een bevriende
journalist zeer laatdunkende uitlatingen deed over de islam, was er
uit de hoek van de AKP geen verwijt hoorbaar. Ook niet toen de met
Bagis bevriende journalist zijn excuses aanbood voor het gesprek en
daarmee de authenticiteit van de opname bevestigde.

Bovendien, was het wel zo beledigend wat Zaman
zei? Voormalig milieuminister Erdogan Bayraktar van de AKP kon vorig
jaar nog bijvoorbeeld ongestraft het volgende zeggen: ‘We leven in een islamitisch land, dus we kunnen
niet verwachten uitvinders en wetenschappers voort te brengen.’

Dat Zaman tijdens een verkiezingsbijeenkomst door
Erdogan werd uitgemaakt voor ‘een schaamteloze militante vrouw die
zich journalist noemt en haar plaats zou moeten kennen’, leidde tot
een verontruste reactie van de Organisatie voor veiligheid en
samenwerking in Europa (OSCE). Dunja Mijatovic van de OSCE, die in
Turkije aanwezig was om de verkiezingen te monitoren, stelde in een
schriftelijke verklaring:

‘Ik ben gealarmeerd door het laatste voorbeeld
van intimidatie en bedreiging van journalisten in Turkije. Kritiek is
een essentieel element binnen een democratisch debat, dat beschermd
in plaats van aangevallen zou moeten worden door de autoriteiten. De
grootscheepse haatcampagne tegen Amberin Zaman bedreigt haar
veiligheid.’

Regenboogvlag

Intimidatie van journalisten, autocratisch
bestuur, corruptie, een desastreus buitenlandbeleid, Erdogan en de
AKP komen er stuk voor stuk mee weg. Zelfs bij stemmers van wie het
sowieso de vraag is waarom zij in vredesnaam de AKP steunen.

Een week voor de presidentsverkiezingen verscheen
een bericht over homoseksuelen die tijdens een openbare
AKP-bijeenkomst in de provincie Kocaeli met een regenboogvlag
zwaaiden. Dat deden zij niet om te protesteren tegen Erdogan, maar om
te benadrukken dat binnen de AKP een ledengroep van homoseksuelen is
opgericht.

Dat laatste is opmerkelijk, in aanmerking genomen
dat voormalig AKP-minister Aliye Kavaf homoseksualiteit drie jaar
geleden nog een ‘ziekte’ noemde. Bovendien wees de AKP verleden
jaar nog een initiatief van de CHP af om homoseksuelen tegen
discriminatie te beschermen. Dat zou volgens de AKP leiden tot
‘gedrag dat de mensen niet goedkeuren’. De AKP sprak zich verder
uit tegen termen als ‘seksuele identiteit’ en ‘seksuele
oriëntatie’ in een nieuw op te stellen grondwet.

Geen partij voor homoseksuelen dus. Toch zijn er
onder hen dus die daar anders over denken. Het zullen er niet veel
zijn. Een paar dagen voor de verkiezingen maakten organisaties van
homoseksuelen bekend dat hun voorkeur naar Demirtas uitging.
Onverklaarbare uitzonderingen zijn er altijd. In Nederland zullen ook
wel een paar moslims rondlopen die op Wilders stemmen…

Felicitaties

Hoe dan ook, hierbij gaan mijn felicitaties
uit naar de Turkse homoseksuelen die menen dat Erdogan er voor
hen is. Daarnaast feliciteer ik de Turken die er niet om malen dat de
snel groeiende inflatie in Turkije grotendeels op de schouders van de
laagstbetaalden neerkomt. Felicitaties ook voor hen in Turkije die er
geen probleem mee hebben dat hun werkplaatsen levensgevaarlijk zijn.
Ik feliciteer de Turken die in de corruptie van de AKP liefdadigheid
herkennen. En de Turken die het prima vinden dat hun land zich met
een onbezonnen buitenlandbeleid isoleert in de regio en de rest van
de wereld.

Aan de Turken die zich hier niet in kunnen vinden,
zou ik zeggen: maakt u zich op voor zwaar weer de komende vijf jaar.

Peter Edel is schrijver van De diepte van de
Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, uitgeverij EPO,
Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!