Zwaar bewapende politie-eenheden bewaken vluchtelingenkampen in het noorden van Pakistan (foto Ashfaq Yusufzai/IPS)

Jihadi verzet Pakistan biedt eigen hulpverlening

Aan terreurbewegingen gelinkte liefdadigheidsinstellingen zijn er in Noord-Pakistan vaak als eerste bij om de getroffen bevolking te helpen. Zo winnen ze de harten van de lokale bevolking en kunnen ze ongehinderd militanten ronselen, vrezen experts.

woensdag 6 augustus 2014 09:43

De 22-jarige Muhammad Tufail,
inwoner van Mardan in de noordelijke provincie Khyber-Pakhtunkhwa,
werd onlangs vrijwillig hulpverlener. Hij trekt zich het lot aan van
bijna een half miljoen vluchtelingen die op de loop gingen voor het
legeroffensief in Noord-Waziristan, één van de Federaal Bestuurde
Stamgebieden. (Deze deelstaat wordt rechtstreeks door de nationale
regering bestuurd, in tegenstelling tot de andere Pakistaanse
deelstaten, die een grote mate van zelfbestuur hebben, nvdr).

Tufail heeft nu de handen vol
aan het uitdelen van voedselrantsoenen en medische benodigdheden aan
de inwoners van grote vluchtelingenkampen. Hij zegt dat hij en andere
vrijwilligers dagelijks voor ongeveer tienduizend mensen zorgen. “We
kunnen ons volk niet in ontbering laten leven”, klinkt het
overtuigd.

Hulpverlening als recruteringsmiddel

Toch is de organisatie waar hij
voor werkt dubieus. De zogenaamde Al-Rehmat Trust (ART) wordt
namelijk gezien als een front van de Jaish-e Mohammed (JeM, ‘het
leger van Mohammed’), een in Kasjmir gevestigde militantenbeweging.

JeM wordt door de overheid als een ‘terroristische organisatie’
beschouwd en is sinds 2002 verboden. De organisatie houdt zich al
meer dan tien jaar gedeisd, maar haar grote aanhang toont zich in
tijden van nationale crisis door middel van zijn efficiënte, goed
uitgeruste hulpverleners.

“Wij zijn in
Noord-Pakistan als eerste begonnen met reddingswerken na de grote
aardbeving in 2005”, vertelt Tufail trots. “Onze vrijwilligers
hebben toen mensenlevens gered.” Het zelfvertrouwen en de
overtuiging waarmee Tufail pronkt, kenmerkt de vele jongeren die
zich voor dit soort militante organisaties inzetten. Functionarissen
zijn dan ook erg bezorgd over de invloed van deze terreurbewegingen
bij de bevolking in deze woelige tijden.

Het leger der zuiveren

“We houden de hulpposten
die door bepaalde groepen van jihadisten opgericht worden,
nauwlettend in de gaten”, verklaart Akram Khan, een
politie-inspecteur in Bannu, waar de meeste ontheemden leven. “We
willen zeker zijn dat ze niet gebruikt worden om burgers te ronselen
voor terroristische activiteiten.”

“De ontheemden hebben geld
en sociale hulp nodig en de jihadisten willen die maar al te graag
verschaffen”, vermoedt hij. “Het land heeft het al moeilijk
door het aanhoudende terrorisme. We kunnen niet tolereren dat
militante groepen groeien op de kap van ontheemden.”

Toch is dat precies wat er
gaande is, volgens politieke analist Khadim Hussain. Naast JeM is er
ook Jamat ud-Dawa, een frontgroep van de gevreesde Lashkar-e-Taiba
(LeT, ‘het leger der zuiveren’), dat ook reddingswerken uitvoert. Ze
snellen ter hulp bij natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen.

Zo winnen ze de harten van velen die het optreden van de regering
ondermaats vinden. “We stonden als eerste in Bannu en zijn met
hulpverlening begonnen, omdat we het niet aankonden om onze
moslimbroeders te zien lijden”, aldus Muhammad Shafiq, een
vrijwilliger bij ART.

Oorlog met andere middelen

“Deze mensen helpen ons.
Het zijn geen terroristen, ze behandelen moslims gewoon zeer goed”,
meent Shaukat Ali Mahsud, een ontheemde man die voor een gezin van
zeven moet zorgen. Hij is de organisatie “dankbaar voor haar
oprechtheid en toewijding”.

Verschillende grootmachten,
waaronder India, de VS en Groot-Brittannië, bestempelen groepen als
JeM en LeT als “dodelijke terreurorganisaties” en
beschuldigen hen ervan een ‘oorlog bij volmacht’ te voeren in het
door India bezette Kasjmir (dat grenst aan de betrokken regio in het noorden van Pakistan, nvdr).

Door de hevige internationale
druk hebben beide groepen zich eerder gedeisd gehouden, maar de
massale humanitaire crisis als gevolg van de regeringsinspanningen om
de taliban te verdrijven uit hun bolwerken aan de Afghaanse grens,
heeft JeM en LeT weer zichtbaarheid gegeven.

“Deze verenigingen hebben
met de hulp van de overheid zorgvuldig hun verzorgingsinspanningen
volgehouden, om te bewijzen dat ze meer zijn dan militante
formaties”, zegt Muhammad Shoaib, een analist van de
Universiteit van Peshawar.

Geen werktoelating voor ngo’s

De beschuldiging dat grote
terreurorganisaties overheidssteun genieten, is niet nieuw.
Verschillende seculiere ngo’s die hulp willen bieden aan de
ontheemden, wachten nog altijd op toelating van de regering. Zo heeft
Jawadullah Shah, hoofd van de Rural Health Foundation, op 18 juni een
aanvraag ingediend maar zonder gevolg. Door de vertraging kan zijn
organisatie geen hulp verlenen.

ART van haar kant mag
ongehinderd met de getroffen bevolking samenwerken. “De regering
en de legerofficier zijn extreem behulpzaam; het loopt van een leien
dakje”, verklaart ART-vrijwilliger Shafiq. Hoewel de ontheemden
de hulp in dank aanvaarden, zijn experts en functionarissen vastberaden
om komaf te maken met wat ze beschouwen als militante groepen die de
kwetsbare bevolking infiltreren en voetvolk rekruteren.

Analist Hussain wikt zijn
woorden niet wanneer hij de systematische rekrutering omschrijft:
“Zoals we hebben gezien bij rampen zoals de aardbeving in 2005,
de militaire operatie in de regio Swat in 2009 en de overstromingen
in 2010 gebruiken deze groepen liefdadigheid om de harten en de
hoofden van het Pakistaanse volk te veroveren. De oorlog die
momenteel woedt tegen de militanten in de noordelijke provincie zal
betekenisloos zijn als andere militante entiteiten tegelijkertijd
ongestraft mogen groeien”.

In
Pakistan, Militants Wear Aid Workers’ Clothing

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!