De Palestijnse dekolonisatiestrijd is niet gebaat met apolitiek moralisme
Opinie - Menarg-groep

De Palestijnse dekolonisatiestrijd is niet gebaat met apolitiek moralisme

Kun je alle terreurdaden en misdaden tegen de menselijkheid om ethische redenen over één kam scheren? In de strijd tussen Israel en Hamas ligt dat ingewikkeld, vinden leden van de onderzoeksgroep MENARG. Er ligt een specifieke geschiedenis aan ten grondslag, die vanaf 1948 een expansie te zien gaf van Israëls koloniale project ten koste van de Palestijnse bevolking.

maandag 4 augustus 2014 10:17

In een opiniestuk in De Morgen van 25/07/2014 schrijft filosoof Ludo Abicht dat wie de Israëlische aanvallen op Gaza aanklaagt, met dezelfde morele verontwaardiging de raketten van Hamas moet veroordelen:

“Hoe durven we bijvoorbeeld (terecht) de dodelijke bombardementen op de burgerbevolking in Gaza te veroordelen – en wie deze waarheid ontkent of minimaliseert, zet zichzelf buiten het democratische discours – zonder de leiders van Hamas en andere groepen ondubbelzinnig te zeggen dat het afvuren van hun raketten op Israëlische burgers evengoed een terreurdaad en een misdaad tegen de menselijkheid is?”

Abicht bepleit een ethisch humanisme dat principieel elke vorm van Palestijns en Israëlisch geweld verwerpt. Wie dit nalaat, werkt met twee maten en twee gewichten en verliest hierdoor zijn geloofwaardigheid.

Illegitieme bezetter

Abicht zoekt de universele moraliteit in dit politieke drama, maar negeert de specifieke politieke tegenstellingen die achter het ethische vraagstuk schuilgaan. De “twee maten en gewichten” bevinden zich niet in het rijk van de filosofische bespiegeling, maar zitten in het conflict zelf ingebakken.

We doelen hierbij niet op de macabere disproportionaliteit tussen het aantal slachtoffers aan Palestijnse en Israëlische zijde (1128 Palestijnen versus 53 Israëli’s, op het moment van schrijven) of op de al dan niet “humane” manier waarop de slachtoffers – met of zonder waarschuwing – aan hun einde kwamen. Om geloofwaardig te zijn, moet een morele stellingname het historische machtsonevenwicht tussen de koloniale staat Israël en de gekoloniseerde Palestijnse bevolking als startpunt nemen. En dus het recht erkennen van het Palestijnse volk om in opstand te komen tegen een illegitieme bezetter. 

Ten gronde gaat het huidige conflict helemaal niet over een zoveelste treffen tussen het radicale Hamas en Israël. Het blijvende verzet van Hamas is geen uiting van tegendraads islamitisch terrorisme, dat een rationele, onderhandelde oplossing blokkeert. Decennia voordat Hamas in 1987 werd opgericht en in 2006 de controle van de Gazastrook overnam van de “gematigde” Palestijnse Autoriteit, waren Gaza en de rest van Palestina al het doelwit van een systematische onderontwikkelingspolitiek en herhaalde militaire invallen door het Israëlische leger.

Accumulatie

In 1948, toen de staat Israël werd opgericht, werden 531 Palestijnse dorpen en 11 urbane wijken vernietigd ten koste van 750.000 Palestijnen die van hun land werden verdreven en aan wie nog steeds het recht op terugkeer wordt ontzegd. In 1956, tijdens de Suez-crisis, viel Israël de Gazastrook en de Egyptische Sinaïwoestijn binnen, met duizenden slachtoffers als gevolg. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, bezette Israël de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever en annexeerde het Oost-Jeruzalem. Concreet hield dit een expansie in van Israëls koloniale project in ten koste van de Palestijnse bevolking.  

Sinds de Oslo-vredesakkoorden van 1993 is de situatie voor de Palestijnse bevolking steeds meer gaan lijken op een Apartheidsregime. Meer dan een half miljoen Israëlische kolonisten bevolken ongeveer 125 illegale nederzettingen en 100 outposts op Palestijns territorium. Om nog maar te zwijgen van het aantal checkpoints, bypasswegen en Apartheidsmuren die in tijden van “vrede” op Palestijnse grond werden gebouwd. De logica is telkens dezelfde: de accumulatie van zoveel mogelijk Palestijns land door Israël, de systematische decimering van de Palestijnse bevolking en de vernietiging van haar infrastructuur en geschiedenis.

Het gedwongen vertrek van de Israëlische kolonisten uit Gaza in 2005 maakte geen einde aan de koloniale situatie, het werd eerder een bezetting op afstand. Het strookje land werd een 360 km² grote openluchtgevangenis met 1,8 miljoen inwoners die via prikkeldraad, elektronische poorten, militaire checkpoints en handelsblokkades werd afgesloten van Israël en de rest van de wereld. Net als tijdens aanvallen in 2008 (Operation Cast Lead) en 2012 (Operation Defensive Shield) wordt er nu gebruikgemaakt van buitensporig geweld en collectieve bestraffing van de burgerbevolking. Telkens weer drijft Israël de Palestijnse bevolking tot het uiterste om hun acties vervolgens te brandmerken als extremisme of terrorisme. 

Waarachtige onderhandelingen

Zelfs al gaat een meerderheid van sympathisanten binnen en buiten Palestina niet akkoord met de politieke ideologie en methodes van het islamistische Hamas, na de feitelijke capitulatie van Fatah voor de bezettingspolitiek is dit de enige verzetsorganisatie die het Palestijnse volk rest. In een uitzichtloze politieke en economische situatie waarbij noch Israël noch de internationale gemeenschap waarachtige onderhandelingen aanbiedt om de bezetting op te heffen, is gewapend verzet de enige mogelijke uitweg. De hele dekolonisatiebeweging sinds de Tweede Wereldoorlog ging gepaard met gewapend verzet van de gekoloniseerde tegen de kolonisator.

Het Palestijnse conflict is een uitloper van deze strijd, waarbij er geen sprake kan zijn van een ethische ‘gulden middenweg’ die zowel het geweld van de onderdrukker als van de onderdrukten veroordeelt. Een progressieve ethische houding veronderstelt het kiezen van de kant van de zwakkere tegen de onrechtvaardige, sterkere partij.

Dit wil niet zeggen dat we het leiderschap van Hamas over de verzetsbeweging en hun rondvliegende raketten moeten bejubelen. Wel dat wie het enig mogelijke doet om zich te verzetten in een onmogelijke situatie vér boven het morele niveau van de onderdrukker staat.

Siggie Vertommen, Dorien Vanden Boer en Brecht De Smet en andere MENARG-leden: Omar Jabary Salamanca, Marieke Krijnen, Pascal Debruyne, Sylvie Janssens, Koenraad Bogaert, Loes Debuysere, Maher Hammoud, Joachim Ben Yakoub en Sami Zemni.

MENARG is een onderzoeksgroep van de Universiteit Gent die kennis en inzicht verschaft over de politieke, economische en sociale situatie in het Midden Oosten en Noord Afrika.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!