Betrouwbare media in tijden van oorlog?
Opinie - Nihad El Aabedy

Betrouwbare media in tijden van oorlog?

De macht van media zit verscholen in vijandbeelden. Dat die weinig genuanceerd zijn, blijkt ook weer uit de berichtgeving over de Gazastrook. Bij het conflict tussen Israël en Hamas bestaat nog altijd de stereotypering in twee kampen: ‘het goede’ en ‘het kwade’. Hoe vaker ze wordt herhaald, hoe sterker de schijnbare waarheid.

maandag 4 augustus 2014 11:51

Voor het functioneren van een democratische samenleving is het van groot belang goed geïnformeerd te zijn. Dat geldt ook bij oorlogsverslaggeving. Met dat idee ontstond na de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog een liberaal persklimaat. Men ging er van uit dat een onbegrensde confrontatie van maatschappelijke stemmen en
een groot aantal opinies in verschillende media voor een optimaal
aanbod van nieuws zouden zorgen. Het democratisch aspect is de
openbaarheid waarbij het publiek sterker participeert aan de oorlog
en daardoor eventueel in staat is militaire beslissingen te
beïnvloeden. Zo’n openbaarheid vormt de meerwaarde. Vandaag, met het Israël-Palestina-conflict, zien we dat de praktijk anders is.

Eigenlijk zou het woord ‘conflict’ tussen aanhalingstekens moeten staan, omdat het suggereert dat er twee gelijke partijen zijn, equals. Maar terwijl de hele Palestijnse gemeenschap kreunt onder de
Israëlische bezetting, heerst er in de rest van de wereld een
subtiele vorm van censuur voor wie openlijk protesteert.
Crisissituaties als deze gaan in de meeste gevallen gepaard met een
overweldigende mediabelangstelling in combinatie met ongenadige
kritiek op de uiterst gebrekkige berichtgeving. Zo brengt de
berichtgeving in de media niet alleen feitelijke gebeurtenissen over, maar ze stuurt en creëert deze zelf ook in naam van de invloedrijke
personen. De steeds groter wordende verontwaardiging omtrent het
partijdige en op sensatie beruste karakter van de media is ons ook in
deze zogeheten komkommertijd niet ontgaan. Het uit zich in
een strijd tussen gebruikers op social media en mainstreammedia.
Kritiek op oorlogsverslaggeving, meer specifiek het
Israël-Palestina-gebeuren, richt zich op verschillende aspecten: lobbying, eenzijdige beeldvorming, politieke manipulatie en
een ongekende censuur.

“The media is the most powerful entity on
earth. They have the power to make the innocent guilty and to make
the guilty innocent, and that’s power. Because they control the minds
of the masses.” (Malcolm X)

Malcolm X wist goed waar hij het over had toen hij deze woorden
uitsprak. De macht van de media zit verscholen in het
discours dat leeft in alledaagse zaken. Het creëren van
vijandbeelden wordt in de hand gewerkt door het benadrukken van
beelden die weinig genuanceerd zijn. Zo is het Israël-Palestina-conflict duidelijk onderhevig aan een racistisch discours. De vaak gehanteerde stereotypering schept twee kampen: ‘het
goede’ en ‘het kwade’. De Israëlieten nemen de rol van slachtoffers op zich, in tegenstelling tot de Palestijnen die fungeren
als terroristen en zo het vergiftigd geschenk in handen krijgen. Dit
gegeven openbaart zich dikwijls ook in de selectiviteit van de
gepubliceerde beelden en het zorgvuldig gekozen woordgebruik. Dat
discours wordt doorgaans gestimuleerd door haar aanhangers een podium
te geven. De kracht van dit discours zit namelijk in kleine
dingen die vaak herhaald worden, opdat deze als waarheid worden
aangenomen.

Rechtvaardigheidsstrijders

De pers ruilt in oorlogstijden overduidelijk haar kritische rol in
voor propagandistische strategieën van belanghebbende actoren.
Onderwerpen over dit conflict worden vaak genoeg herleid tot
twee hoofdzaken: Hamas die zogenaamd alle schuld treft en de
antisemitische ondertoon die in elke pro-Palestijnse klank wordt
gehoord. Het is opmerkelijk hoe pro-Palestina-manifestanten meteen
met antisemitisme worden geassocieerd, hoe kritische opiniestukken
over het zionisme online worden weggehaald en hoe
rechtvaardigheidsstrijders worden bestempeld als het onrecht zelve.

Een gerechtvaardigde opkomende genocide vormt de basisideologie van
het Israëlisch discours dat in de beeldvorming in de media leeft.
Steeds dezelfde oorlogspropaganda wordt in de mond genomen door
machtige zionisten. Zij weren zich tegen verontwaardigde reacties
wereldwijd met argumenten die het kleinste kind doorziet. De
zionistische propagandaprincipes worden vaak genoeg herhaald in een
strijd die een flauwe wending heeft genomen: ‘wij willen geen
oorlog’, ‘het zijn de anderen die verantwoordelijk zijn’, ‘wij
verdedigen een nobele zaak’, ‘de vijand begaat bewust wreedheden,
wij onopzettelijke blunders’, ‘onze zaak is heilig’,….

Hoewel deze praatjes makkelijk te weerleggen zijn, wordt de kritiek hierop weinig weergegeven. Neem de Israëlieten die geruggesteund worden door een sterk leger en die zogenaamd geen verzet
maar ‘vrede’ eisen, een eis die enkel Hamas kan inlossen door
haar wapens neer te leggen. We weten echter allemaal dat vrede zonder
rechtvaardigheid een vorm is van slavernij.

De eis aan het Palestijns volk om zich niet te verzetten en in
vrede te leven, impliceert de aanvaarding van de machtsverhouding
waarbij de onderdrukker de onderdrukte verder tiranniseert. Toch is
die eis vandaag nog bestaand, ze krijgt zelfs de aandacht die ze niet
verdient door talrijke zionistische stemmen in de media aan het woord
te laten. Sophie De Schaepdrijver, historica, deed hier laatst een
uitspraak over: ‘Een staat die bezet heeft veel minder recht van
spreken’, ‘die politieke cultuur wordt van binnen uit vergiftigd
en dat verandert de ethiek’. Toch volgen de de media deze logica
niet.

Vanuit de Vlaamse Omroep (VRT) wordt dat recht graag weggeschonken. De Israëlische ambassadeur Jacques Revah
deed naar aanleiding van de aanval op een school een uitspraak die de
wenkbrauwen deed fronsen. Het uitmoorden van slapende kinderen is
volgens hem geen bron van schaamte en niet meer dan normaal. Hij ging
verder en stelde dat in tijden van oorlog geen plaats is voor
moraliteit. Maar kennelijk wel genoeg ruimte voor het groot aantal
lijken. Hoe moreel zijn we dan bezig om zo iemand aan het woord te
laten en er gehoor aan te geven?

Diskrediet

Media zijn zoals vermeld bijzonder gevoelig voor lobbying,
beïnvloeding en manipulatie. De zionistische lobby schuimt onder
meer sociale media af om pro-Palestijnse activitsten aan te klagen
als antisemitisch. Dat werd laatst duidelijk door de censuur die
Knack toepaste op een opiniestuk dat de gelijkenissen tussen het
zionisme en antisemitisme blootlegde.

Recente solidariteitsacties worden eveneens herleid tot louter
rellen en weinig tot de gedeelde verontwaardiging. Ze worden in de
mainstream media systematisch geminimaliseerd en zelfs in diskrediet
gebracht. Randgebeurtenissen van onwetende jongeren worden
uitvergroot, terwijl ze nauwelijks het algemene verloop van de
betogingen weerspiegelen.

Het BBC-nieuws paste bijvoorbeeld een
ongekende censuur toe door selectief om te springen met feiten die je amper over het hoofd kon zien en negeerde schaamteloos een pro-Palestijnse betoging in Londen waarbij honderdduizend mensen de
straten opkwamen.
The Post Online deed iets gelijkaardigs en voegde bij een artikel
over de betoging in Brussel van 19 juli 2014 met een illustratie van
gewapende strijders die een hulde brengen bij de begrafenis in Gaza
uit 2012.

Daarnaast suggereren meerdere artikels op onder meer de website
van Joods Actueel dat de doden in Gaza slachtoffer zijn van de
raketten die Hamas afvuurt en dat vele Israëlische soldaten vermoord
worden door Palestijnse burgers, een stelling dat ver van de waarheid ligt.

De eis tot een waarheidsgetrouwe weergave van informatie lijkt een
onmogelijk te realiseren opgave. Toch heerst er een positievere
trend. Relatief gezien wordt er meer gehoor gegeven aan de
Palestijnse kwestie. De geboorte van verschillende alternatieve media
hebben tevens bijgedragen tot een bredere omschrijving van het
conflict. Een mediakanaal dat aan degelijke berichtgeving
doet, is Electronic
Intifada
.

Moraliteit

Kortom, we kunnen stellen dat deze vormen van censuur deel
uitmaken van het heersend discours waar vrijheid van meningsuiting
plaatsmaakt voor alomtegenwoordige zionistische propaganda. Het
bezettingsregime dat wordt gesteund door grootmachten, neemt onder
meer het patent op het recht op verdediging van slechts één kant.

Zo rechtvaardigt Obama deze moordpolitiek door alweer het recht
op verdediging van de Israëlieten aan te halen, en gaf in zijn
speech te kennen dat Hamas alle schuld treft, de Palestijnen hadden
immers een soldaat gevangengenomen, en dat kan niet… Is het rood Palestijns bloed van bijna 1500 vrouwen,
kinderen, mannen in die mate minderwaardig? Deze oorlogspropaganda
wordt maar al te graag verkocht als ‘te nemen, maar niet te laten’.
De bezettingstoestand die Israël decennialang op haar geweten heeft,
is zowel complex als ambigu en heeft geleid tot een moraliteit die
haar absolute dieptepunt heeft bereikt.

Over één ding ben ik zeker: om
onrecht te bestrijden moet men bij media beginnen. Want moeten
burgers niet kunnen terugvallen op betrouwbare media in
oorlogstijden? Sta mij daarom toe af te sluiten met een dankwoord
voor een wereld die stilletjes aan wakker wordt.

Bedankt, om mij te wijzen op het feit dat vrijheid van
meningsuiting een bestaand gegeven is, tot het de zionisten raakt.
Bedankt om de onderdrukten te criminaliseren. Bedankt voor het
racisme in stand te houden. Bedankt om mij te wijzen op het feit dat
persvrijheid niet meer is dan een illusie in het Vlaams
medialandschap. Bedankt voor de censuur. Bedankt om het
burgeractivisme te laten doen waar jullie, media, politici en
overheidsinstellingen in hebben gefaald. Bedankt voor de collectieve
verontwaardiging die mede mogelijk is gemaakt door deze
moordpolitiek. Bedankt voor de eervolle vlaggen die wapperen in de
straten, geschreeuwd om gezien te worden. Bedankt voor de trots van
Palestina gesymboliseerd in levendig Palestijns bloed…

Nihad El Aabedy is masterstudente in de communicatiewetenschappen. Ze is actief bij Kifkif.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!