Opinie -

Op weg naar ecologische catastrofe en klimaatchaos?

Dit zijn de inleidende teksten van Mathias Lievens en Anneleen Kenis voor het Gentse Feesten-debat met als thema: "Op weg naar de ecologische catastrofe en klimaatchaos".

vrijdag 25 juli 2014 14:59

 “Vandaag hebben we het al lang niet meer over de vraag hoe we klimaatverandering kunnen tegenhouden. Het gaat er nu om catastrofale klimaatverandering zoveel mogelijk te vermijden. Dat is het woordgebruik dat ook klimaatwetenschappers hanteren.”

Mathias Lievens

De mondiale energieconsumptie blijft stijgen, jaar
na jaar. Ook de hoeveelheid steenkool die wordt verbrand, blijft toenemen.
Sinds 2010 rijden er op deze planeet meer dan een miljard auto’s rond. Elke dag
worden ongeveer 165.000 nieuwe wagens geproduceerd.

Terwijl wetenschappers het ergste voorspellen, verdwijnt het thema
de laatste jaren nochtans naar de achtergrond van het debat. Het recente
IPCC-rapport passeerde relatief geruisloos. Een paar artikelen midden in de
krant en daarmee leek de kous af.

Tijdens de laatste verkiezingscampagne was
het milieuthema nagenoeg afwezig, met uitzondering misschien van de
Oosterweelverbinding. Je zou voor minder een klimaatchaos vrezen. We zien tegelijk hoe het systeem in zijn voegen kraakt, zeker na de
financiële crisis.

In Spanje bestaat momenteel heel wat ophef nu men er naar olie wil boren
voor de kust van de Canarische eilanden. In de crisis is alles goed om de
economie er terug bovenop te helpen. De toeristische sector staat op zijn
achterste poten: de toeristen moeten blijven komen (met het vliegtuig
natuurlijk). Maar naar olie boren, dat moet elders gebeuren. Ondertussen beseffen we steeds meer hoe kwetsbaar ons energiesysteem is.

De Financial Times publiceerde afgelopen week een paginagrote analyse waarin wordt beweerd dat we vandaag een reële energiecrisis
zouden meemaken, mocht er niet massaal aan fracking worden gedaan in de VS.
Piekolie speelt hierin een rol, maar ook de instabiliteit in olieproducerende
landen als Irak, Venezuela, Nigeria en Libië verklaart de latente
energiecrisis. Alleen de exploitatie van schalie-olie in de VS houdt het
energiesysteem recht. Maar hoe lang nog? Steeds meer analisten beweren immers
dat de exploitatie van schalie-olie ook een zeepbel dreigt te worden.

Onconventionele energiebronnen als schalie-olie kunnen de problemen wel
wat voor ons uit schuiven, maar ze kunnen ze niet uit de weg ruimen. Jeremy
Legett, auteur van ‘Uit de olie’ doet de boude voorspelling dat we tegen het
einde van 2015 een olieschok mogen verwachten. Dat wil niet zeggen dat de olie
op zou zijn, maar wel dat de vraag substantieel groter wordt dan het aanbod en
dat we dus met schokken te maken krijgen.  

Daar tegenover staat een aantal interessante tendensen, ook bij ons. We
zien hoe een groeiende groep mensen de autocultuur vaarwel zegt. In Antwerpen
zien we een opmerkelijke massabeweging tegen Oosterweel, die erg veerkrachtig
is en zich niet snel gewonnen geeft.

De vakbonden houden congressen over
duurzaamheid, hoewel de praktische vertaling van het groene syndicalisme vaak
nog moeilijk blijft. De groene en progressieve linkerzijde maakt kleine stapjes
vooruit. Het kritisch ecologisch bewustzijn groeit. Het grote probleem is dat
dit bewustzijn vaak moeilijk vertaald geraakt in collectief handelen.

Een andere interessante tendens is het hele debat over de ‘commons’. Er
wordt op verschillende niveaus geëxperimenteerd met nieuwe vormen van
organisatie voorbij de markt en de staat. In het academisch onderzoek bestaat
hierover een enorme hype, maar ook sociale bewegingen hechten steeds meer
belang aan ‘commoning’: van allerlei deelpraktijken tot het creëren van
gemeenschappelijke ruimtes (pleinbezettingen bijvoorbeeld), en het stimuleren
van open access via het internet.

Sommige economische actoren springen ook op deze kar. Zo gaf Elon Musk,
de topman van Tesla, een bedrijf dat elektrische wagens produceert, alle
patenten voor die wagens vrij. Dat doet hij natuurlijk niet zomaar: hij wil
vooral een doorbraak forceren voor elektrische auto’s. Maar zien we hier niet
tegelijk hoe het systeem van intellectuele eigendom op grenzen of
tegenstellingen botst? En hoe het economisch systeem zich hieraan noodgedwongen
moet aanpassen?

Intussen kijken we uit naar wat de volgende grote klimaattop, in Parijs
in 2015, zal brengen. Er zou een kleine doorbraak in de maak zijn, waarbij
China en de VS zich zouden engageren. De grote vrees wordt: de ambitie zal te
laag liggen en de oplossing zal vooral gebaseerd zijn op emissiehandel. In elk
geval zijn de sociale bewegingen zich nu al volop aan het voorbereiden. Parijs
moet een belegerde stad worden eind 2015. Er worden honderdduizenden mensen verwacht.

Kijken we in de ogen van de panda, of in de spiegel? De titel van het
debat vandaag verwijst natuurlijk naar wat twee panelleden schreven. Etienne
Vermeersch die ons erop wijst dat we mogelijk de laatste keer in de ogen van de
panda kijken, voor die uitsterft. En Giselle Nath die ons uitdaagt om in de
spiegel te kijken, en onze materiële levensstandaarden in vraag te stellen.

De vraag is natuurlijk wat we precies zien als we in de spiegel kijken.
Zien we de mens met zijn egoïstische natuur, zijn kortetermijndenken, zijn
verslaving aan olie? Of zien we een mens die simpelweg met te veel is, en
daardoor een steeds groter beslag legt op de aarde? Of zien we een mens die
gegrepen is door een maatschappelijk en economisch systeem dat op de dool is
geraakt?

Zoals Eric Goeman aangaf met de titel van dit debat: ‘It’s the ideology,
stupid!’ Tijd dus om even een stapje achteruit te zetten en een echt ideologisch
debat te houden over de grondslagen van de ecologische catastrofe.

Anneleen Kenis

Op weg naar de ecologische
catastrofe en klimaatchaos?

Als we Jeremy Leggett, auteur van het recent
uitgebrachte boek ‘Uit de olie’, mogen geloven alleszins wel. Of preciezer
gesteld: ofwel krijgen we binnenkort met ongeziene klimaatverandering te maken,
ofwel volgt een nieuwe financiële schok. Als we de klimaatverandering binnen
‘beheersbare’ grenzen willen houden, moet een groot deel van de gekende
oliereserves immers blijven waar ze zitten: onder de grond. Maar dat wil dan
weer zeggen dat een groot deel van de beurswaarde die aan die reserves
gekoppeld is in het niets opgaat. Met als gevolg: een nieuwe financiële crisis.

Toch zal die laatste keuze niet
kunnen verhinderen dat zowel klimaatverandering als een olieschok alsnog
plaatsvinden. Het is te laat om klimaatverandering helemaal te vermijden, en
vroeg of laat lopen de oliereserves nu eenmaal op hun einde. De Catch-22 waarin
we zitten, lijkt onvermijdelijk op crisissen uit te draaien.

In zijn woorden: “Samenvattend
krijgt de wereld… ofwel eind 2015 met een olieschok te kampen, kort daarop
gevolgd door een financiële crisis, of vindt er voor dat moment al een tweede
financiële crash plaats, die een paar jaar later door een uitgestelde oliecrash
wordt gevolgd
.”

Het is op zijn minst een gedurfde
prognose te noemen. In tegenstelling tot veel onheilsprofeten uit het verleden
die de apocalyps veel verder in de toekomst situeerden, schuift Leggett het
einde van 2015 naar voren. Daarbij is het interessant hoe hij laat zien dat de
grote crisissen van onze tijd onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: de
financiële, olie- en klimaatcrisis.

Eerste stelling van het debat

Deze stelling van Leggett wil ik
dan ook aan het panel voorleggen als de eerste stelling voor het debat vandaag.
De vragen zijn duidelijk:

  • Nemen we deze voorspellingen serieus?
  • Hoe moeten we
    dit samenspel van crisissen juist begrijpen?
  • Wat betekent dit in termen van wat
    we moeten doen vandaag?
  • Kijken we binnenkort voor de laatste keer in de ogen
    van de panda of kijken we ook eens in de spiegel?

Giselle Nath roept in haar
opmerkelijke opiniestuk alleszins op om in de spiegel te kijken. Zo stelt ze: “Ook
in de zoektocht naar een (t)huis keert de ethiek van ‘meer is beter’ terug.
Weinigen gaan ervan uit dat het huurappartementje in de stad niet zal worden
ingeruild voor een eigen huis met tuin en garage, liefst in het groen. Toch
weten we dat de geliefde woonbonus de ongelijkheid groter maakt. En dat het moeilijk
is om vuilnisophaling, water- en elektriciteitsvoorzieningen te bekostigen voor
dat type woningen. Moeilijk ook om nog speelparkjes in te richten als de
openbare ruimte opgaat aan protserige voortuintjes waar alleen tuinkabouters
wonen. […] Is een maatschappij op maat van de middenklasse wel in
staat om te reageren op de ecologische en ethische dilemma’s van onze tijd? (De
Morgen
)”.

Tweede stelling van het debat

Deze stelling wil ik dan ook als
tweede naar voren schuiven. De vragen zijn legio:

  • Willen we teveel?
  • In termen
    van materieel goederen tenminste?
  • Ligt het probleem bij de levensstijl van de
    middenklasse?
  • Is die te weinig kritisch naar het eigen doen en laten toe?
  • En
    wie is die middenklasse dan wel?
  • Meer fundamenteel rijst de vraag of we iets
    kunnen met een sociologische (in plaats van bijvoorbeeld een politieke) analyse
    van het ecologische probleem?
  • Is ecologie bovendien een ethische kwestie?
  • Schort er iets aan onze waarden?
  • En zo ja, wat kunnen we daar dan aan doen?
  • Of
    moeten we de oorzaken van de ecologische destructie elders gaan zoeken?

Etienne Vermeersch is alleszins
duidelijk: we zijn eenvoudigweg met teveel; en binnen die context kunnen we nog
zoveel moeite doen ecologisch te gaan leven, we gaan het tij er niet mee kunnen
keren.

In een opmerkelijk interview in Knack stelt hij: “Wanneer men nog
eens een wereldwijd klimaatcongres houdt, moet het over overbevolking gaan.
Noch in Kyoto, noch in Kopenhagen, noch in Cancún heeft iemand het gehad over
geboorteregeling. […] Landen met een dalende bevolking mogen gedecoreerd worden.
Geef Vladimir Poetin een medaille!”

‘Overbevolking’: volgens sommigen
het heikele punt, zelfs het ‘taboe’ van de milieubeweging, datgene waarover we
het dringend moeten hebben, maar waar weinigen de moed toe zouden hebben.
Volgens anderen een compleet foute voorstelling van zaken; een veel te
simplistische analyse van de grondoorzaken van de ecologische crisis die
nauwelijks oog heeft voor de maatschappelijke structuren en mechanismen die tot
de huidige destructie hebben geleid.

Is de ecologische belasting van de aarde
zomaar terug te voeren op het aantal mensen vermenigvuldigd met hun individuele ecologische voetafdruk?
Verliezen we dan niet allerlei machtsverhoudingen en marktmechanismen uit het
oog die helpen begrijpen waarom de gezamenlijke voetafdruk zo groot is
geworden?

Andere heikele punten in het
overbevolkingsdiscours: blaming the victims, het doorschuiven van
verantwoordelijkheid naar vrouwen en het Zuiden, en de depolitisering die
inherent vervat zit in het herleiden van de ecologische problematiek tot een
teveel aan individuen. Twee cruciale vragen tekenen zich
steeds opnieuw af.

De eerste vraag is die naar de grondoorzaken van de
ecologische crisis; en hieraan gekoppeld het alternatief dat we voor ons zien:
situeren we de grondoorzaak bij een teveel aan mensen dan krijgen we een totaal
ander verhaal dan wanneer we de nadruk op de consumptiecultuur of op
maatschappelijke structuren en mechanismen leggen. De ondertitel van dit debat
moge alleszins duidelijk zijn: It’s the ideology stupid!

De tweede vraag heeft te maken met
strategie. Hoe maken we die weg naar een meer sociale en ecologische wereld?
Een cruciaal aspect daarbij is hoe we de crisis moeten framen om mensen te mobiliseren om in actie te komen.

De BBL maakte daarbij recentelijk
een opmerkelijke keuze. “It’s the ideology
stupid”
, moeten ze hebben gedacht, daarbij de dominante ideologie omarmend.
In de hoop zo gehoor te vinden daar waar dat vandaag nog niet gebeurt, en ook
de economische en politieke elites van onze tijd mee te krijgen? 

Zo stelden ze
in een persbericht: “Iedereen is aandeelhouder van het leefmilieu, de
grootste multinational ooit. Die draait 24/24 voor ons. Door politici een
symbolisch aandeel te overhandigen, vraagt de milieubeweging hen om ‘samen’
aandeelhouder te worden en in de volgende legislatuur zowel de groene economie
te stimuleren, als de inzet van de vele verenigingen te waarderen en te
ondersteunen. Politici noteren op hun aandeel een concrete actie die ze komende
regeerperiode ‘samen met de milieubeweging’ willen verwezenlijken. Economische
ontwikkeling en duurzaamheid gaan zo hand in hand.”

Een ideologische keuze die moeilijk zonder gevolg kon blijven. Twee
dagen later schrijft de vzw climaxi op zijn beurt een persbericht om zich van
deze oproep te distantiëren. Daarbij schrijven ze onder andere: “de manier waarop BBL ons leefmilieu
voorstelt als een vorm van koopwaar, wekt grote vragen op. Het gebruik van de
slogan “Iedereen is aandeelhouder van het leefmilieu, de grootste
multinational ooit”, doet het werkt teniet van al wie strijdt tegen de
toenemende vermarkting en commercialisering van onze natuur en ons leefmilieu
”.
Ook het feit dat eender welke politicus met een mooie belofte op de website kan
komen te staan, wars van elk reëel engagement, roept vragen op.

Reëel engagement is uiteindelijk toch waar het om gaat?

Op de Gentse feesten debatten
kunnen we uiteraard niet anders dan in te zoomen
op de reële praktijk in Gent, en dat is dan ook waar mijn laatste stelling over
gaat. Gent presenteert zich
graag als dé sociale en ecologische stad van Vlaanderen, en velen van ons
zouden niets liever willen. Maar zien we daar genoeg van in de praktijk?

Recent werd het nieuwe parkeerplan
voorgesteld; een schuchtere poging om de auto uit de stad te weren. In de woorden
van Stijn Oosterlynck in De Morgen: “Het
is duidelijk dat het Gentse stadsbestuur met dit parkeerplan op een cruciaal
moment in de legislatuur terechtgekomen is. Bij haar aantreden beloofde de
paarsgroene bestuurscoalitie de Gentse burgers een vernieuwend project voor een
sociale en ecologische stad.”

Stijn Oosterlynck stelt daarbij dat
het voorgestelde parkeerplan op zijn
minst de verdienste heeft om duidelijke keuzes te maken. “Het plan geeft
resoluut voorrang aan de parkeernoden van bewoners over die van bezoekers,
werknemers en studenten. Die laatsten worden met hogere parkeertarieven en
kortere toegelaten parkeertijden ontmoedigd om met de auto tot in het
stadscentrum te rijden.”

Ondanks
de matigheid van het plan, leidde het toch tot felle reacties vanuit onder
andere de ondernemingswereld. Maar welke mening is groen en progressief Gent
toegedaan? Is het nieuwe parkeerplan een stap
in de goede richting? Is het een goed idee om auto’s uit de stad te proberen
weren via duurdere parkeertarieven? Is het geen illusie om te denken dat dit
soort kleinschalige ingrepen zullen volstaan? Meer fundamenteel: moet men op
basis van economische incentieven differentiëren wie wel en wie niet de stad
binnen mag?

  • Wat te denken van de andere
    recente Gentse initiatieven die heel wat aandacht kregen?
  • Zijn de leef-, speel-
    en fietsstraten meer dan symbolen van
    een mogelijk groenere stad die zich dringend verwezenlijken moet?
  • Zijn het
    stappen in de richting van meer, of riskeren ze niet meer dan eilandjes in een
    vervuild leefgebied te blijven? 
  • Meer in het algemeen: zijn dit het
    soort stappen dat we nodig hebben?
  • Of moeten we het over een andere boeg
    gooien?
  • En vooral: hoe linken
    we de eerste stelling met de laatste: als we Leggett’s voorspellingen serieus
    nemen (of het nu voor 2015 en 2025 is) hebben we dan genoeg aan de stappen die
    vandaag in Gent en overal elders ter wereld worden gezet? 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!