De onzekere toekomst van ‘Super Sisi’

De onzekere toekomst van ‘Super Sisi’

De Egyptische presidentsverkiezingen van 26, 27 en 28 mei werden met een overweldigende meerderheid gewonnen door voormalig legerleider al-Sisi. De Egyptenaren lijken gekozen te hebben voor de ‘stabiliteit’ die ‘Super Sisi’ hen beloofde. Al-Sisi surft op de golven van een wijdverspreid anti-moslimbroederschapsgevoel, en presenteert zich aan de Egyptische kiezer als de enige garantie op stabiliteit, economisch herstel en veiligheid.

vrijdag 30 mei 2014 12:58

De eerste onofficiële uitslagen gaven donderdag aan dat de Egyptische presidentsverkiezingen met een overweldigende meerderheid door voormalig legerchef Abdelfattah al-Sisi gewonnen werden: 93 percent van de kiezers gaven hun stem aan Sisi, tegenover ongeveer 3 percent voor uitdager Hamdeen Sabahi. Dit ondanks het feit dat Sisi nauwelijks de moeite nam een programma aan de kiezer te presenteren. “Een programma presenteren zou een discussie en debat doen ontstaan waarvoor we geen tijd hebben om op te reageren”, aldus zijn campagneleider. Sisi stelde zich in plaats daarvan op als een sterke ‘vader des vaderlands’, naar het voorbeeld van voormalig President Nasser, die ‘een einde aan de chaos’ zal stellen na 3,5 jaar revolutie.

Zijn ‘programma’, een korte set bullet points (‘elementen van de toekomst’), legde de nadruk op veiligheid en stabiliteit. Het belooft de bouw van 22 industriële zones, 26 nieuwe steden, 8 luchthavens, en 20.000 scholen; investeringen in landbouw; en de rationalisering van het energiegebruik. Democratie, verzoening, een inclusief politiek proces of respect voor mensenrechten werden nergens vermeld

De futiliteit van verkiezingen

De verkiezingscampagne werd gekenmerkt door tal van onregelmatigheden, en dinsdag werd op het laatste moment nog beslist om de verkiezingen met een dag te verlengen, in een poging de kiesopkomst te verhogen en de verkiezingen meer ‘legitimiteit’ te geven. De moslimbroeders en tal van seculiere activisten hadden opgeroepen tot een boycot van de verkiezingen.

Sisi kreeg desondanks een overweldigend mandaat volgens zijn aanhangers. Zijn stalinistische uitslag hoeft echter allesbehalve te verbazen. “De massale arrestaties van duizenden politieke dissidenten, hetzij islamitisch of seculier, heeft de politieke arena gesloten en deze verkiezingen van elke echte betekenis ontdaan, aldus Sarah Leah Whitson van Human Rights Watch. Sinds de afzetting van moslimbroeder Mohammed Morsi op 3 juli 2013 wordt elke kritische stem met een zelden geziene brutaliteit de mond gesnoerd. Minstens 16000 Egyptenaren, van wie de meesten enkel op vreedzame wijze hun recht op vrije meningsuiting, bijeenkomst of vereniging uitoefenden, vlogen achter slot en grendel. Honderden personen kwamen om het leven bij protesten tegen de nieuwe machthebbers, terwijl tientallen arrestanten vastgehouden worden op onbekende locaties en blootgesteld worden aan martelingvernederingen en verkrachting.

De Moslimbroederschap werd in december 2013 in de ban geslagen als ‘terroristische organisatie’ zonder concreet bewijs om deze beschuldiging te ondersteunen, en Egypte behoort volgens het Committee to Protect Journalists tot de top vijf van landen in de vervolging van journalisten. Een draconische antiprotestwet, die eind 2013 van kracht werd, maakt het de facto onmogelijk het recht op vreedzaam protest uit te oefenen, en de seculiere 6 aprilbeweging werd op 28 april buiten de wet gesteld. Twee leiders van de beweging, Ahmed Maher en Mohamed Adel, werden begin april tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. 720 moslimbroeders, onder wie Opperste Gids Mohamed Badie, werden tijdens twee massaprocessen eind maart en eind april ter dood veroordeeld. Sisi stelde in een zeldzaam interview begin mei voor eens en voor altijd te zullen ‘afrekenen’ met de moslimbroeders.

Een nieuw ontwerp van antiterrorismewetgeving wordt bovendien momenteel bestudeerd. ‘Terrorisme’ wordt onder de nieuwe wet breed geïnterpreteerd als het “ernstig ondermijnen van de openbare orde”, “het in gevaar brengen van de veiligheid, belangen, of veiligheid van de samenleving”, “het verhinderen van de autoriteiten om bepaalde van haar activiteiten uit te voeren”, “het ondermijnen van de nationale eenheid”, en het stellen van “daden die de implementatie van de grondwet of de wet hinderen”. Het kwam de Egyptische autoriteiten op hevige kritiek te staan van talloze lokale en internationale mensenrechtenorganisaties. 

“Het probleem met de vaag-gedefinieerde ‘terroristische misdaden’ is dat ze de overheid toelaten een terrorismezaak te kunnen openen tegen zowat elke vredevolle activist”, aldus Amnesty International. “De draconische aard van deze wetgeving (…) dreigt de weg te banen voor een verdere repressie van het middenveld, opposanten en regeringscritici, eerder dan de dreiging van terrorisme aan te pakken”. Human Rights Watch wees er tevens op dat de voorgestelde wetgeving het bezit van elke publicatie of opname criminaliseert die eender wat dat valt onder de brede definitie van terrorisme lijkt te verdedigen. Het zet zo de deur wagenwijd open voor de vervolging van elke persoon die een webpagina bezoekt waarvan de inhoud de ‘economie schaadt’ of de ‘nationale eenheid ondermijnt’. 

Men kan zich dan ook afvragen in hoeverre er sprake is van ‘eerlijke verkiezingen’ in dergelijk klimaat, zelfs als die een (gedeeltelijke) stamp of approval van de Europese Unie krijgen.  

Een onmogelijke economische situatie

Sisi presenteerde zich aan de Egyptische kiezer als de enige uitweg uit de diepe economische crisis waarin Egypte zich bevindt. Het begrotingstekort wordt verwacht elf tot twaalf percent te bedragen op het einde van het huidige fiscaal jaar, de totale Egyptische schuld bedraagt meer dan 100 percent van het BBP, en de inflatie scheert tegen de 10 percent aan.  

Het niveau van de BDI loopt ondertussen terug, en de voorraad buitenlandse deviezen nam met meer dan de helft af sinds begin 2011. Egypte bezat in maart 2014 17,4 miljard dollars aan buitenlandse deviezen, net genoeg om de kosten van het voorzien van voedsel- en brandstofsubsidies voor drie maanden te dekken.

De werkloosheid bedroeg 13,40 procent in het eerste kwartaal van 2014. 71 procent van de werklozen is tussen de 15 en 29 jaar oud, een tikkende sociale tijdbom. Ongeveer 45 procent van de Egyptische bevolking moet het met minder dan twee dollar per dag stellen, en drie op vijf Egyptische kinderen zijn ondervoed. In 2013 bezochten twee miljoen minder toeristen Egypte, een terugval van 17,9 procent. De energievoorziening blijft ondertussen problematisch.

Sisi’s economisch programma blijft echter onduidelijk. Tijdens een speech op 6 maart noemde hij de economische situatie “erg, erg moeilijk”, en voegde eraan toe dat “misschien één of twee generaties zullen moeten lijden opdat de volgende generaties zullen leven”.

Het blijft dan ook uitkijken naar Sisi’s economische agenda, en welke houding hij zal aannemen tegen het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Onderhandelingen over een IMF-steunpakket van 4,8 miljard dollar werden alvast over de verkiezingen getild. Het IMF maakt immers geen geheim van haar aversie tegen de Egyptische brandstof- en voedselsubsidies. Een hervorming van het subsidiesysteem, dat 29,67 procent van het overheidsbudget opslorpt, lijkt onvermijdelijk. De daarmee gepaarde sociale onrust echter evenzeer.

Een terugkeer naar Moebarak?

De vraag stelt zich bovendien in hoeverre Sisi’s economisch beleid de middenklasse en de armen ten goede zal komen, eerder dan gericht te zijn op het veiligstellen van de economische belangen van het leger en een aantal tycoons uit het Moebarak-tijdperk. De afzetting van Morsi werd actief ondersteund en mee voorbereid door een aantal invloedrijke zakenmannen die hun fortuin maakten tijdens de Moebarak-jaren, en de interimregering was de afgelopen maanden in gesprekken verwikkeld om de grote captains of industry te overtuigen terug te keren naar Egypte. De corruptie en belastingontduiking in het land, die goed zijn voor 6 miljard dollar op jaarbasis, worden ondertussen nauwelijks aangepakt.

Het gevaar dat President Sisi een terugkeer zal betekenen naar het economische beleid onder Moebarak, dat vooral een kleine elite ten goede kwam, lijkt niet denkbeeldig. De vraag is of en hoelang het volk dat zal pikken. De “Brood, Vrijheid en Rechtvaardigheid” van de revolutie lijkt steeds verder weg, terwijl het leger zich niet langer zal kunnen verschuilen achter een civiele façade.

Wat met de golfdollars?

Een al te verregaande liberalisering van de Egyptische economie, anderzijds, dreigt de economische belangen van het Egyptische leger te schaden. Sisi lijkt zich eerder te zullen concentreren op het uitvoeren van grote infrastructuurprojecten gefinancierd met oliedollars uit de Golf, zoals de ontwikkeling van de Suezkanaalzone of de bouw van 1 miljoen goedkope huizen. Sinds juli 2013 zegden de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Koeweit, alle tegenstanders van de Moslimbroederschap, reeds 16,9 miljard dollar aan financiële steun toe.

Deze golfsteun kan echter niet blijven duren. Niet alleen stelt het economische hervormingen enkel uit naar de toekomst en vergroot het de afhankelijkheid van de golfstaten, het gevaar bestaat dat de steun hoe dan ook opdroogt. Een aantal factoren kunnen hierin een rol spelen: een blijvende economische crisis en nood aan meer fondsen dan de Golf wil verstrekken, politieke onenigheid met de golfstaten, een verschuiving in de prioriteiten van de golfstaten, of budgettaire of politieke problemen in de Golf zelf. Het recente ontslag van de Saoedische Prins Bandar, de architect van de Saoedische steun aan de nieuwe machthebbers in Cairo, deed de geruchten enkel aanzwellen over Koning Abdullah’s ongenoegen over de hoge kost van de financiering van de Egyptische coup. Duizenden Saoedi’s komen immers nauwelijks rond, een groeiend fenomeen dat zeker in de Saoedische steden de kans op interne sociale onrust doet toenemen.

Naar een snel einde van de wittebroodsweken?

Het uitblijven van diepgaande economische hervormingen of de vermindering of stopzetting van de golfmiljarden dreigen ertoe te leiden dat het Egypte van President al-Sisi al snel haar rekeningen niet meer zal kunnen betalen. De effecten daarvan zullen onmiddellijk gevoeld worden op straat. Het lijkt dan een kwestie van tijd eer Egyptenaren opnieuw massaal de straat zullen optrekken. Een brutale repressie van nieuwe protesten kan het vuur nog verder aanwakkeren, en de steun voor de overgebleven revolutionairen of de moslimbroeders opnieuw doen toenemen. Egypte dreigt zo in een nieuwe vicieuze cirkel van politieke instabiliteit, economische crisis, geweld, protesten en meer geweld en instabiliteit te verzeilen.

Het gevaar van terroristische aanslagen door extremistische organisaties als Ansar Beit al-Maqdis en Ajnad Misr, waait ondertussen steeds meer over van de Sinaïwoestijn naar de steden, en ook Sisi dreigt de veiligheidssituatie nauwelijks te baas te kunnen.

Het ‘geduld’ of zelfs uitgesproken steun die veel Egyptenaren vandaag uitspreken voor de brutale onderdrukking van moslimbroeders, journalisten en activisten en het totale gebrek aan het respecteren van de mensenrechten kan snel afkalven indien ook Sisi niet de beloofde economische stabiliteit of veiligheid kan brengen. De ijzeren vuist van het regime zal niet eeuwig getolereerd worden. Van zodra blijvende instabiliteit en geweld de mythe van een omnipotente messiasfiguur aanvreten kan het revolutionaire vuur opnieuw ontbranden.

Wat doet het leger?

In zo’n scenario blijft het uitkijken naar de reactie van het leger. Kiezen ze voor de vlucht vooruit en offeren ze Sisi op het altaar van hun economische belangen, of kiezen ze ervoor schouder aan schouder met hun voormalige veldmaarschalk te staan en nieuwe protesten hardhandig de kop in te drukken?

Geruchten over een interne machtsstrijd binnen het leger doen al langer de ronde. Verschillende analisten wijten het getreuzel van Sisi om zich officieel kandidaat te stellen aan het feit dat hij eerst zijn eigen getrouwen wilde positioneren aan de top van het leger om zich zo van hun steun te verzekeren en het ongenoegen binnen de legertop over zijn machtsgreep en actieve inmenging in de Egyptische politiek de kop in te drukken.

Sisi zou eerst hebben willen afrekenen met zijn potentiële rivaal, Generaal-op-rust Sami Annan. Annan overleefde ternauwernood een moordaanslag op zijn leven op 10 maart, waarop hij enkele dagen nadien aankondigde zich geen kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen.

Sisi zou bovendien geprobeerd hebben zijn vertrouweling Mahmoud Hijazi te benoemen tot zijn opvolger als minister van Defensie. Toen dit niet lukte moest Hijazi genoegen nemen met de positie van stafchef, terwijl Sidqi Subhi, die de steun geniet van verschillende hooggeplaatste figuren binnen het leger en de veiligheidsdiensten, benoemd werd tot minister van Defensie. Sisi zou echter de hoop niet opgegeven hebben Hijazi tot Defensieminister te kunnen benoemen na de presidentsverkiezingen. De machtsstrijd tussen Sisi en Subhi lijkt dan ook een cruciale rol te zullen spelen in de komende maanden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!