Rosa Tanguila van het Quechua-volk toont de vervuiling van hun water door Texaco in het dorpje Rumipamba in Ecuador (foto IPS/Gonzalo Ortiz).

Onderdrukking lokale gemeenschappen kost mijnbedrijven miljarden

De onderdrukking van de strijd van lokale gemeenschappen voor hun sociale en milieurechten kost mijnbouwbedrijven en oliemaatschappijen jaarlijks miljarden.

woensdag 21 mei 2014 14:28

Het
Pascua Lama-project in Chili heeft het Canadese bedrijf Barrick Gold
maar liefst 5,4 miljard dollar gekost, na tien jaar van protest en
onregelmatigheden. Er is geen gram goud gedolven en de rechter heeft
het project opgeschort. Er is ook het Conga-project in Peru, voor de
ontginning van koper. In 2011 werd dit miljardenproject van het
Amerikaanse bedrijf Newmont Mining Co opgeschort, na protesten over
het verwoesten van vier hooggelegen bergmeren.

“Gemeenschappen
zijn heus niet machteloos. Onze studie toont aan dat ze kunnen
mobiliseren, en dat kan substantiële kosten voor bedrijven
betekenen”, verklaart coauteur Daniel Franks van de Australische
Universiteit van Queensland. “Helaas eindigen conflicten soms
ook in bloedvergieten met doden tot gevolg.”

Winst
veiligstellen

De
studie ‘Conflict translates environmental and social risk into
business costs’ steunt op 45 interviews met hooggeplaatste kaderleden
in de zogenaamde ‘extractieve’ industrie wereldwijd. “We wilden
de kostprijs van slechte relaties met gemeenschappen aantonen.
Bedrijven zijn zich daar niet ten volle van bewust”, legt Frank
uit.

“Als
ze hun winst willen veiligstellen, kunnen ze maar beter aan hoge
milieu- en sociale vereisten voldoen, en samenwerken met de
gemeenschappen”, denkt hij. “Investeren in goede relaties
met gemeenschappen is immers aanzienlijk goedkoper dan de
confrontatie aangaan. De lokale bevolking is doorgaans niet tegen
ontwikkeling, behalve als ze te weinig inspraak krijgt.”

Te
hoge tol

“We
willen ontwikkeling die de inheemse bevolking ten goede komt, niet
het soort ontwikkeling dat ons geliefde woud kapotmaakt”,
getuigt Alberto Pizango, voorzitter van de Interetnische Vereniging
voor de Ontwikkeling van het Peruaanse Regenwoud (Aidesep), een
organisatie die 1350 gemeenschappen in het Amazonewoud
vertegenwoordigt.

Pizango
heeft zich actief verzet tegen de verkoop door de Peruviaanse
regering van olieconcessies aan buitenlandse bedrijven, in een gebied
dat wettelijk aan de inheemse bevolking toebehoort. Het protest
ontspoorde in 2009 in de junglestad Bagua, toen de oproerpolitie
vreedzame betogers die een weg blokkeerden, wou ontzetten.

Bij
de schermutselingen kwamen 24 agenten en 10 burgers om het leven.
Pizango en 52 andere inheemse leiders staan nu terecht voor het
aanzetten tot geweld en een twintigtal andere misdrijven. Hij was op
het moment van de feiten niet eens in Bagua aanwezig. De inheemse
bevolking protesteerde tegen tien decreten die ze ongrondwettelijk
noemt, en die door de regering zijn ingevoerd om private
investeringen in autochtone gebieden aan te trekken.

“We
vonden dat we recht in onze schoenen stonden. Het geweld was echter
een veel te hoge prijs. Dat willen we niet meer meemaken”,
vertelt Pizango, die levenslang riskeert als hij wordt veroordeeld.

Belang
van goede relaties

Volgens
de studie kon het geweld in Bagua vermeden worden als bedrijven en de
regering de rechten van de inheemsen erkend hadden en met lokale
gemeenschappen samengewerkt hadden. “De relatie tussen
gemeenschappen enerzijds, en bedrijven en regeringen anderzijds
herstellen is moeilijk”, meent Rachel Davis, onderzoeker aan het
Corporate Social Responsibility Initiative van de
Harvard-universiteit en coauteur van de studie. “Beter is om
meteen goede contacten op te bouwen.”

Davis
denkt dat grote mijnbouwbedrijven dat stilaan doorhebben. Ze
implementeren de VN-richtlijnen voor Ondernemingen en Mensenrechten
en passen het raamwerk van de Internationale Raad voor Mijnbouw en
Metaal toe. Dat geldt echter niet voor oliemaatschappijen. “Die
hebben een andere cultuur en zijn het niet gewend om met lokale
gemeenschappen samen te werken”, verklaart Franks.

Snelle
return voor de aandeelhouders

Jamie
Kneen van MiningWatch Canada roemt de studie, maar betreurt dat er
geen aandacht is voor het bredere plaatje van economische en
politieke druk om projecten er snel door te krijgen. “Aandeelhouders
willen een grote return en regeringen willen hun royalty’s zo snel
mogelijk opstrijken. Daardoor zijn bedrijven minder geneigd om
compromissen te zoeken, of tijd uit te rekken om alternatieven te
zoeken die door de lokale bevolking geaccepteerd zouden worden”,
zegt hij.

“Vaak
weten bedrijven dat er problemen zullen zijn met lokale
gemeenschappen, maar gokken ze erop dat het conflict onder de radar
blijft en proberen ze dit risico te verbergen voor hun
investeerders”, besluit hij.

Conflict with Local Communities Hits Mining and Oil Companies Where It Hurts

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!