De Turkse mijnramp, onvermijdelijk ongeluk of moord?

De ramp in Soma die mogelijk aan meer dan driehonderd mensen het leven kostte, kwam niet eens als een verrassing. Kritische vragen over de veiligheid in de mijnen werden in het parlement weggelachen door de regerende partij.

vrijdag 16 mei 2014 09:48

Niet al te lang geleden verscheen premier Erdogan op een openbare
partijbijeenkomst van de regerende Partij voor Gerechtigheid en
ontwikkeling (AKP) in Manisa, de provincie waar Soma gelegen is.

‘Zijn mijn broeder-werkers hier’, riep Erdogan daar luid. Drieduizend
mijnwerkers staken hun helm in de lucht. Het ging plichtmatig. Het
enthousiasme droop er niet vanaf, viel het parlementslid Özgür Özel
van de oppositievoerende Republikeinse Volkspartij (CHP) op.

Özel ontdekte dat de mijnwerkers een dag eerder hun lunchbonnetjes
in moesten leveren. Die konden ze alleen terugkrijgen wanneer ze een
eerbetoon aan Erdogan brachten. Weigeraars riskeerden niet alleen een
hongerige middag, maar ook ontslag.

Het parlementslid verdiepte zich in de veiligheidsituatie in de
mijnen nabij Soma. De dood van acht mijnwerkers in 2013 als gevolg
van ongelukken sterkte hem in de veronderstelling dat het daar pover
mee gesteld was. Om dat aan te kaarten diende hij op 23 oktober 2013
een motie in binnen het Turkse parlement, waarmee hij aandrong op een
diepgaand onderzoek naar de risico’s die mijnwerkers lopen.

Özels voorstel bleef lang onbehandeld, maar kwam op 29 april
eindelijk aan de orde in het parlement. Terwijl hij het woord voerde
waren AKP-parlementariërs te druk met elkaar in gesprek om aandacht
voor hem te hebben. Zij wezen zijn voorstel af.

Een saillant detail bij die afwijzing is dat Alp Gürkan, de eigenaar
van de mijn waar deze week de ramp plaatsvond, een familielid is van
de lokale AKP-burgemeester. Niet zo vreemd dus dat Özel in zijn
gezicht werd uitgelachen toen hij een AKP-parlementslid uit Manisa
over zijn voorstel vertelde. Hij maakte geen kans, kreeg hij te
horen.

Transformatoren

Gürkan verklaarde twee jaar geleden
trots aan de media dat hij zijn winst fors op had weten te voeren.
Daarbij dankte hij de regering, die de staatsmijnen privatiseerde.
Die regering legde hem ook niets in de weg wanneer hij de kosten
drukte door met koppelbazen in zee te gaan.

Verder zei Gürkan zich niet gedwongen te voelen om dure, uit het
buitenland geïmporteerde apparatuur aan te schaffen. Daarom liet hij
transformatoren maken met goedkope, doch minder degelijke, Turkse
onderdelen.

Wie langer in Turkije verblijft weet dat dit land regelmatig door
stoomstoringen wordt getroffen. Zonder meer een gevolg van
kostenbesparingen op het toegepaste materiaal. Dat is lastig, maar
niet onoverkomelijk (als je tenminste een goede accu in je laptop
hebt). Wanneer het een kwestie van leven of dood wordt, is het een
andere zaak. Risico’s voor de mijnwerkers waren voor Gürkan echter
van secundair belang; zijn winst stond voorop.

Geen excuses

De regering stond erbij, keer ernaar en vond het allemaal prachtig.
Energieminister Taner Yildiz bezocht Soma negen maanden geleden en
sprak van een ‘ideale mijn’. De tragedie van Soma deze week
bewijst hoe ver hij ernaast zat.

Wie denkt dat de AKP-regering nederig haar excuses maakte omdat
waarschuwingen, zoals van Özgür Özel in de wind waren geslagen,
heeft het mis. Zat er ook niet in gezien de reactie van Erdogan na de
mijnramp in 2010 te Zonguldak. Toen veroorzaakte hij veel
verontwaardiging met uitspraken als ‘mensen in dit gebied zijn
gewend aan dergelijke incidenten’ en ‘dit is nu eenmaal het
risico van het beroep’. Protesten tegen de onveilige situatie in de
mijnbouwsector deed hij toen hij af als ‘provocaties’.

Ondertussen is Erdogan geen haar beter geworden. Op zijn bekende
arrogante toon zei hij dat Özels motie er slechts op gericht was het
parlement van haar werk te houden. Volgens hem kwam Soma alleen in de
aanhef van Özels voorstel voor. Een regelrechte leugen, want Özel
noemde Soma maar liefst 38 keer.

Ongeluk

De ramp in Soma was voor Erdogan niet meer dan een onvermijdelijk
ongeluk. Hij verwees naar mijnrampen in de negentiende en begin
twintigste eeuw die niet te voorkomen waren. Alsof technologie en
veiligheidsbewustzijn toen op hetzelfde niveau stonden als
tegenwoordig.

Toch had Erdogan een beetje een punt. Want de veiligheidsmaatregelen
in Turkse mijnen gaan nauwelijks verder dan maatstaven uit de
negentiende eeuw. Dat het beter kan is in Duitsland bewezen, waar de
laatste twee decennia slechts twee dodelijke slachtoffers in mijnen
vielen. Daar gebruikt men echter geen inferieure troep, maar state of
the art technologie.

Een efficiënte manier om mijnwerkers veiligheid te bieden zijn safe
rooms
, onderkomens voorzien van zuurstof, voedsel, water en
communicatieapparatuur, waar een veilig heenkomen gezocht kan worden
als het fout gaat. Maar een safe room kost 200.000 dollar en dat
verlaagt uiteraard de winst.

De mijn in Soma waar de ramp plaatsvond beschikte maar over één
safe room, die bovendien maar vijf vierkante meter groot was. Erg
weinig voor een mijn waar in totaal 6500 mijnwerkers hun leven wagen.

Volgens eigenaar Gürkan was er in de safe room voldoende zuurstof om
het twintig dagen uit te houden. Toen reddingswerkers een dag na de
ramp in de door Gürkan bejubelde safe room kwamen vonden ze daar
echter veertien opeengestapelde lijken.

Ongelukken op werkplaatsen

De ramp in Soma, en de reactie daarop van Erdogan, vormen het ultieme
bewijs dat de prioriteiten van de Turkse regering niet bij de
belangen van arbeiders liggen, maar bij die van ondernemers.
Bevriende ondernemers, bij voorkeur, met een religieuze bevlogenheid
die aansluit bij het islamisme van de AKP.

Wat er deze week is gebeurd staat ook niet op zich. Turkije heeft een
slechte reputatie als het om ongelukken op werkplaatsen gaat. Niet
alleen in mijnen, maar ook op bouwplaatsen en scheepswerven, alsmede
in fabrieken, vinden regelmatig arbeiders de dood. Verleden jaar
overleden in totaal 1235 arbeiders op werkplaatsen, tegenover 872 in
2002, het jaar waarin de AKP aan de macht kwam. Dat is een verkeerde
tendens.

Iedere keer wanneer de laatste jaren een ongeluk op een werkplaats
plaatsvond beloofde de regering een onderzoek en meer veiligheid.
Maar er gebeurde niets. Ten aanzien van de gevaarlijke mijnen al
helemaal niet. Dat Turkije nog steeds weigert het in 1995 opgestelde
verdrag over ‘Gezondheid en veiligheid in mijnen’ van de
International Labour Organization (ILO) te ratificeren, is
veelzeggend.

De ramp in Soma kwam dan ook geenszins als een verrassing. Het was
niet meer dan een kwestie van tijd. En zolang de de AKP-regering de
winsten van haar favoriete ondernemers meer belang toekent dan de
veiligheid van arbeiders, zal de volgende ramp eveneens een kwestie
van (lijdzaam) afwachten zijn.

Moord

De voormalige voorzitter van de mijnwerkersvakbond Maden-Is
omschreef de ramp in Soma als ‘de zwaarste werkgerelateerde moord
in de Turkse geschiedenis’. Was het dat, moord? Een groot woord
wellicht, maar als een regering stelselmatig de risico’s negeert
waar arbeiders dagelijks aan bloot staan ga je wel in die richting
denken.

Een onvermijdelijk ongeluk was het in ieder geval niet. Het was
minimaal criminele nalatigheid, die vervolgd zou dienen te worden.
Alleen al gezien de greep van de regering op de rechtelijke macht is
het echter uitgesloten dat het tot een procedure komt met ministers,
of de premier, als doelwit. In plaats daarvan zal wel een katvanger
aangewezen worden om de schuld te geven.

Evenmin lijkt er kans op te bestaan dat Erdogan en/of andere
ministers hun ontslag aanbieden, zoals de premier van Zuid-Korea deed
na de recente ramp met een veerboot. De AKP-kliek overleeft
verregaande corruptie, alsmede plannen om via false flag aanslagen
een oorlog met Syrië uit te lokken. Dus dit kan er ook nog wel bij.

Het is zelfs de vraag of de ramp in Soma enig effect zal hebben op de
presidentsverkiezingen in augustus, waarvoor Erdogan zich
hoogstwaarschijnlijk kandidaat gaat stellen. De kans dat hij
inderdaad president wordt blijft onverminderd groot.

Het meest frappante is dat hij bij verkiezingen op veel stemmen van
arbeiders kan rekenen. Maar dat hoort nu eenmaal bij een democratie
waar het merendeel van de arbeiders zich om de tuin laat leiden door
de nationalistische en conservatief-religieuze retoriek van de
machtselite.

In de VS zei iemand eens: ‘Een Afro-Amerikaan die Republikeins
stemt is als een kip die op Colonel Sanders stemt.’ Naar Turkije
verplaatst wordt dat zoiets als: ‘Een arbeider die AKP stemt is als
een schaap dat zich op het Offerfeest verheugt.’

CHP

AKP-aanhangers in België en Nederland verwijten mij regelmatig dat
ik de kant van de CHP kies. Er zijn er zelfs die menen dat die partij
mij financiert bij het schrijven van mijn artikelen. Onzin. Ik
beschouw de Turkse politiek vanuit universele normen over politieke
transparantie, mensenrechten en democratie. Bovendien, ik heb te veel
kritiek op de CHP om me met die partij te associëren. Al is het maar
omdat de CHP er niet in slaagt een gedegen toekomstvisie te
formuleren en te sterk aan het militaire verleden van Turkije is
verbonden.

Aan de andere kant, wanneer het voorstel van CHP-parlementslid Özgür
Özel niet lang na 13 oktober 2013 was aangenomen, en als gevolg
daarvan drastische veiligheidsmaatregelen waren doorgevoerd, had de
ramp in Soma zeer waarschijnlijk voorkomen kunnen worden. Dat is geen
pleidooi voor de CHP, maar een nuchtere constatering.

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een
politieke biografie van Turkije (2012, uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!