Opinie - Frank Van Dessel

Worden de rijken echt rijker en zakken meer mensen af naar armoede?

In 2010 reisde Geert Mak het traject achterna dat John Steinbeck hem had voorgedaan in 1960. Al reizend stelde hij zich de vraag “Waar zijn de gezellige en levendige ‘Main Streets’ in die typische Amerikaanse dorpen gebleven? Waar is het beloofde land, de American Dream, dat Steinbeck overal meemaakte naartoe? Hoe is het zo ver kunnen komen?”

maandag 12 mei 2014 12:33

Waar zijn de gezellige en levendige
‘Main Streets’ gebleven?

Net zoals John Steinbeck die over
zijn reis rapporteerde in zijn boek Reizen met Charley schreef
Geert Mak zijn bevindingen neer in zijn boek Reizen zonder John.
Op zoek naar Amerika
: “Overal waar je rijdt zie je
dichtgetimmerde stadscentra. De hoofdstraat is vervallen, stadje na
stadje. Iedereen doet zijn inkopen in het winkelcentrum aan de rand
van de voorstad”.

Steinbeck reed nog door levende stadscentra. Op
Main Street kwam iedereen iedereen tegen en in de diner of de saloon
werd er lustig op los gediscussieerd. Mak stelt ook vast dat grote
delen van Amerika echt arm zijn geworden. Maar ook de betere
middenklasse kan amper de eindjes aan mekaar knopen. “Terwijl de
doorsnee arbeider zich in Steinbecks tijd een aardig huis en een auto
kon permitteren en zijn kinderen naar college kon sturen met één
inkomen in het gezin, lukt het nu amper om rond te komen met twee.
Mensen worden daar heel wanhopig van.”

Waar is de
American Dream?

Mak citeert een commentator die zei
dat het sinds Reagan is alsof een grote stofzuiger de dollars van de
armen en de middenklasse opzuigt ten voordele van de rijken.
Inderdaad, de statistieken bewijzen het: tussen 1979 en 2006 steeg
het inkomen van de armen met één procent, dat van de middenklasse
met 21 procent en dat van de rijkste tien procent met 256 procent.

De ‘American Dream’
klopt niet meer. Voor het eerst zullen de kinderen het minder goed
hebben dan hun ouders. Hard werken biedt geen garanties meer. De
snelwegen zijn versleten, de openbare nutsvoorzieningen verkeren in
ellendige toestand, de elektriciteitslevering en de
telefoonverbindingen zijn onbetrouwbaar, de gezondheidszorg voor
velen onbetaalbaar. Een degelijk sociaal vangnet is onbestaande.

Hoe is het zo ver kunnen komen?

Het geloof in het grote verhaal van
‘the American Dream’ is altijd waar gebleken. Wanneer het eens
wat minder ging stond de overheid klaar om bij te sturen. Roosevelt
met zijn ‘New Deal’ dat de aanzet gaf voor een verzorgingsstaat.
Landbouwprogramma’s en publieke investeringen werden uitgewerkt.
Later, na de Tweede Wereldoorlog, kwam Lindon Johnson met zijn ‘War on Poverty’ dat
hij ‘The Great Society’
noemde. Onder meer in onderwijs en infrastructuur werd aanzienlijk
geïnvesteerd. Vanaf de jaren 1970 werd het bestaande progressief
belastingstelsel geleidelijk omlaag gebracht.

In 1981 verlaagde de
hoogste aanslagvoet van 48 procent naar 28 procent. In 1981, onder Ronald Reagan,
kwamen er nieuwe bonussen en verlagingen. Ten slotte werd onder
George Bush en Bill Clinton de belastingdruk in het voordeel van de
grootste inkomens herschreven. De belasting werd het gouden kalf waar
vooral niet mocht aan worden geraakt. Met de grote beurskrach in 2007
en de daaropvolgende openbarstende huizenbubbel, was door het gebrek
aan financiële buffer voor de meeste Amerikanen een catastrofe
onvermijdelijk.

Van Brenton Woods met Keynes naar de
Golden Sixties

In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog ondertekenden
44 landen, waaronder België, in Brenton Woods een akkoord met als
doel het monetaire financiële systeem te stabiliseren en in het
bijzonder de economie te herstellen. Eén van de voornaamste
sterkhouders was John Maynard Keynes, die mee aan de wieg stond bij de
oprichting van de Wereldbank en het IMF.

Keynes was ook de inspirator
die stelde dat de staat de economie moet stimuleren door banen te
creëren en openbare werken te bevorderen. Het begrotingstekort mag
daarbij oplopen. De ‘Golden Sixties’ werden gekenmerkt door
relatief hoge progressieve belastingsschijven waarbij de sterkste
schouders de zwaarste lasten droegen.

Het tij keert in de jaren 1980

De vroege jaren 1970 van vorige eeuw
werden enerzijds getekend door de Vietnamoorlog, anderzijds door het
grote tekort op de Amerikaanse handelsbalans. De zenuwachtigheid van
een aantal Europese landen leidde tot het einde van de vaste
wisselkoersen zoals was vastgelegd in het Bretton Woods-akkoord. De
uit de pan swingende olieprijzen en de variabele wisselkoersen
verminderden de rentabiliteit van de investeerders. De overheidschuld
stijgt en de Keynesdoctrine staat onder druk.

Zo ook in België. In 1983 wordt de
vennootschapbelasting achtereenvolgend verlaagd van 48 procent, 45 procent, 43 procent,
41 procent tot 39 procent in 1993, samen met het verhogen van het aantal
aftrekposten. In 1984 werden de roerende inkomsten bevrijd (roerende
inkomsten, interesten en dividenden werden tot nog toe opgeteld bij
de andere inkomsten). Tussen 1988 en 2002 wordt de progressiviteit
voor de hoogste inkomens herzien en zullen de heffingen van 72 procent,
69 procent, 63 procent, 57,5 procent, 55 procent en 52,5 procent worden afgeschaft.

De bankencrisis van 2008

De bankencrisis kende zijn ontstaan
in de VS en besmette zowat het ganse mondiale bankwezen.
De modaliteiten voor het toekennen
van hypotheken werden sterk versoepeld met bovenop een zeer lage
instaprente, waarbij in de beginperiode slechts de rente moest worden
betaald. Pas in de tweede fase werd daar de afbetaling van de
hypotheeksom aan toegevoegd. Bovendien werden er een groot aantal
hypotheken verstrekt door gulzige hypotheekadviseurs die graaiden
naar een grote productie.

De hypothecaire leningen in de VS
werden door bankinstellingen herschapen tot financiële producten die
werden doorverkocht als obligaties. Vaak verpakt met andere producten,
waardoor de echte waarde onmogelijk nog kon worden geschat (CDO’s
– Collateralised Debs Obligations) en op de markt aangeboden met een
zeer hoog rendement (de veelbesproken besmette producten).

De stagnerende economie en de
oververhitte huizenhypotheekmarkt waren de druppels die de emmer
deden overlopen met het gekende banken-domino-effect. Het waren de overheden die met grote
financiële injecties de banken moesten redden.
Vanaf eind 2008 kromp de
wereldeconomie en heel wat landen kenden een recessie. Een algemene
bezuiniging werd ingeleid.

En de bezuinigingen in Europa gaan
verder

Vanaf 2010 ontstond er discussie
tussen de beleidsmakers en economen over het nut en de verdiensten
van verdere economische besparingen. Toch gaan de besparingen
onverminderd verder, terwijl de supergrote vermogens rustig toenemen.

Joseph Eugene
Stiglitz, Nobelprijs voor economie 2001, voormalig vicevoorzitter
van de Wereldbank: “Opzettelijke onwetendheid van Europese leiders
is crimineel: Er bestaat geen enkel voorbeeld van een grote economie
– en Europa is de grootste economie ter wereld – die herstelde dank
zij besparingen (‘After Austerity’
– Project Syndicate – A World of Ideas, 7 mei 2012)”.

Paul Krugman,
Nobelprijs voor economie 2008, best betaalde professor aan de
Universiteit van New York, verbonden aan Princeton University en aan
de London School of Economics : “Zoals elke
verstandige econoom je had kunnen vertellen (en dat hebben we echt
gedaan, echt) zorgden bezuinigingen voor meer problemen in de
kwetsbare Europese economieën. Dat ondermijnde het vertrouwen van de
financiële markten en zorgden voor politieke instabiliteit (The New
York Times
– 18 mei 2012)”.

Paul De Grauwe,
professor aan de London
School of Economics and Political Science
,
gewoon hoogleraar emeritus aan de KUL
en voormalig Belgisch
senator voor VLD
: “Hoe geraken we uit deze vicieuze cirkel? Als iedereen
pessimistisch gestemd is moet er iemand opstaan die het optimisme
aanwakkert. Dit kan vandaag alleen gebeuren door de overheid. Die zou
vandaag een signaal moeten geven aan de bedrijven door zelf meer te
gaan investeren. Er zijn voldoende interessante investeringsprojecten
in de groene economie, in het publiek transport, in het onderwijs,
die een hoog rendement hebben. Bovendien kan de overheid in België
en in heel Noord-Europa aan belachelijk lage rentevoeten ontlenen” (De
Morgen
– 14 januari 2013).

De mondiale inkomensongelijkheid is
extreem en gevaarlijk gestegen

De rijkdom is internationaal
gigantisch gegroeid bij een bijzonder kleine minderheid. In de
Verenigde Staten steeg het vermogensaandeel dat 1 procent van de bevolking
bezit de laatste 30 jaar van 10 naar 30 procent. Sinds 2009 ging 95 procent van de
inkomensgroei naar 1 prccent van de totale bevolking van de VS. In 1950
verdiende een topdirectielid twintig keer zoveel als het gemiddelde loon
van een werknemer, nu bedraagt dit tweehonderd keer zoveel. Sinds 2000 jaar
situeert de gemiddelde jaarlijkse groei van economie zich onder de 2
procent, het gemiddelde rendement op het kapitaal tussen de 4 en 5 procent.
Naarmate de economie minder groeit, zal de rendementskloof stijgen.

Inkomensongelijkheid is een internationaal fenomeen. Hoe vrijer de
kapitaalmarkten, hoe gemakkelijker de kapitaalvlucht naar de
belastingparadijzen. Bovendien zal extreme inkomensongelijkheid de
democratie ondermijnen, een bijzonder kleine groep superrijken is in
staat de geopolitiek te controleren. Om een rechtvaardige
vermogensverdeling te verkrijgen is een mondiale progressieve
vermogensbelasting noodzakelijk. Hogere belastingen hoeven geen
economische barrière te betekenen. (cfr. De naoorlogse periode 1945
– 1980 met in België gestructureerde en geglobaliseerde
belastingtarieven van 72 procent voor de hoogste inkomens).

Aan het woord is de Franse econoom
Thomas Piketty die hierover een boek van 985 bladzijden schreef en dit
verduidelijkt met 97 grafieken nadat hij gedurende vijftien jaar
gegevens had verzameld uit 22 landen. Een werk dat bijzonder goede
recensies kreeg in Washington Post en The New York Times. Zelfs de
Economist schreef lovende kritieken. Volgens Paul Krugman schreef
Piketty “wellicht wel het belangrijkste economische werk van dit
decennium”. Branko Milanovic, belangrijk expert van
inkomensongelijkheid en voormalig hoofdonderzoeker bij de Wereldbank,
beschrijft het werk als een “mijlpaal van het economisch denken”.

De inkomensongelijkheid is ook in
België extreem gestegen

Ook in België werd het lijvig
traktaat enthousiast onthaald. Op de eerste bladzijde van De
Standaard
van 5 april 2014 prijkte de foto van Piketty onder de titel
“De enige redding is een wereldwijde vermogensbelasting”. Het
toegevoegd DS-weekblad drukte een lijvig interview over zes
bladzijden af met de titel: ‘Thomas Piketty, de schrik van one
percent’.

De zakenkrant De Tijd (15 maart) vraagt aandacht voor
Piketty onder de titel “Belastingpleidooi dat zelfs rechts
verleidt” en drukt op 22 maart het verbaal duel tussen minister van
economie Johan Vande Lanotte en economieprofessor (KU Leuven) Joep
Konings af: “De Franse econoom Thomas Piketty heeft gelijk: de 1
procent meest vermogende mensen betalen weinig belastingen, het is de
middenklasse die goed betaalt. Het lijkt me logisch om het geld bij
die eerste groep te halen. Maar dat is moeilijk omdat kapitaal
vluchtig is.” De Morgen besteedde aandacht aan Piketty op 29 maart
en op 4 april onder de titel: ‘Ook in België kun je iets doen
tegen ongelijkheid’.

Er zijn in België weinig officiële
studies over vermogensverdeling te vinden, vermits er in België geen
vermogenkadasters bestaan. Een recente studie van de Nationale Bank
geeft dat 10 procent van de rijkste Belgen 44 procent van het netto vermogen
bezitten. Dit bewijst de inkomensongelijkheid, temeer omdat er een
groot aantal Belgen rekeningen bezitten in belastingsparadijzen.

Piketty stelt dat kapitaal meer
opbrengt dan arbeid, zeker een reden om rendabele staatsbedrijven te
stimuleren waarbij de rendabiliteit ten goede komt aan de
gemeenschap.

De keuze ligt bij de beleidsmakers:
de rijken nog rijker maken of kiezen voor een rechtvaardig
progressief belastingstelsel waarbij alle opbrengsten, inclusief
opbrengsten uit vermogen, gelijkwaardig en transparant worden belast.

Frank Van Dessel schrijft over culturele
activiteiten voor curieus,
S-plus en ABVV 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!