President Zuma kreeg een tweede mandaat (bron foto www.uitpers.be)
Guy Poppe

Verkiezingen in Zuid-Afrika, barsten en breuken

Het ANC heeft voor de vijfde keer op rij de verkiezingen gewonnen in Zuid-Afrika. De partij kan er echter niet naast kijken dat ze ruim zeven procent van haar aanhang verloren heeft. Een analyse door Guy Poppe.

maandag 12 mei 2014 14:55

Het
 African National Congress (ANC) heeft voor de vijfde keer op rij met
vlag en wimpel de parlementsverkiezingen gewonnen. Met 62,15 procent
van de stemmen kunnen ze alweer zonder omzien vijf jaar ongestoord de
lakens uitdelen. Ze kunnen er echter niet naast kijken dat ze
vergeleken met 2004, toen de partij 69,7 procent van de kiezers
overtuigde om voor haar te stemmen, ruim zeven procent van haar
aanhang kwijt is. In 2009 kwam het ANC op 65,7 procent uit. De
tendens klaart zich uit. Winnen en verliezen, het valt te rijmen én
te verklaren.

De troeven van het
ANC

Het ANC is niet
zomaar een partij. Het is een beweging die een mijlpaal gezet heeft
in de geschiedenis door een einde te maken aan de apartheid.
Miljoenen Zuid-Afrikanen zijn gedurende decennia in armoede gedompeld
en vernederd. Hun aanhankelijkheid aan het ANC is hun leven lang niet
stuk te krijgen.

Velen onder hen
overleven dezer dagen van een sociale uitkering of een baantje dat ze
van of dank zij de overheid gekregen hebben. Velen onder hen wonen
tegenwoordig in een beter huis, hebben stroom en stromend water en
een zij het niet altijd comfortabel toilet. Mochten ze wat
vergeetachtig zijn, dan heeft de dood van Nelson Mandela een maand of
vijf geleden ze zeker herinnerd aan wat ze hem en het ANC
verschuldigd zijn, bijvoorbeeld hun stem om de vijf jaar.

Het ANC is een
geoliede machine. Het weet wat organisatie, mobilisatie en propaganda
is en heeft het geld om een campagne soepel te laten verlopen. Het
kan bovendien rekenen op de vakbondskoepel Congress of South African Trade Unions (COSATU) en de
communistische partij, waarmee het sinds de jaren van de apartheid
een eedverbond gesloten heeft.

Onder het ANC is
Zuid-Afrika uitgegroeid tot een van ’s werelds opkomende
economieën. Samen met Brazilië, Rusland, India en China vormt het
de BRICS-landengroep, waar niemand naast kan kijken. Op zijn eentje
is Zuid-Afrika goed voor 0,7 procent van wat er jaarlijks in de
wereld aan goederen en diensten geproduceerd wordt, iets minder dan
de helft van Canada en Zuid-Korea, een derde van Mexico.

Regionaal is het
een grootmacht, die militair tussenbeide komt in Congo en er de
rebellengroepen opruimt, een operatie waarin de blauwhelmen bijna
twintig jaar niet geslaagd zijn. Zuid-Afrika’s rijkdom steunt op
grondstoffen als diamanten, goud, platina en steenkool, en het
beschikt over een prima georganiseerde financiële sector, waarop elk
ander Afrikaans land jaloers kan zijn. Een weldenkende Zuid-Afrikaan
gaat ervan uit dat hem dat ooit, al is het met mondjesmaat, ten goede
moet komen.

Zuid-Afrika is
uitstekend georganiseerd. Zijn wegeninfrastructuur en
internetverbindingen kennen op het continent huns gelijke niet.
Politiek en administratie, gerecht en media functioneren naar
behoren. Zuid-Afrika is geen apenland, zoals Somalië, waar ze op de
drieëntwintigste verjaardag van de afwezigheid van de staat
afstevenen, of Congo, waar ze de staat weer proberen op te bouwen,
met bijzonder veel vallen en opstaan, zodat nu zelfs de VS het ervan
op hun heupen krijgen. Zuid-Afrika trekt gelukszoekers aan vanuit
Congo en Zimbabwe, van overal. Zelfs voor Somaliërs is het een
eldorado dat de voorkeur op Lampedusa geniet. Je moet als ANC-kiezer
wel gek zijn, als je je van die ontwikkeling afsluit.
 

De afkalving van
de kiezersgroep

De zevende mei
hebben er van elke honderd Zuid-Afrikanen een stuk of drie, vier niet
meer voor het ANC gestemd. Er is wel degelijk wat aan de hand.
Stilaan maar zeker blinkt het ANC uit in onbekwaamheid, arrogantie en
soms naar corruptie gaande vormen van persoonlijke verrijking. Dat is
zo aan de top, waar president Zuma het bestaat om 246 miljoen rand,
ruim 17 miljoen €, uit te geven voor een stulpje in zijn straatarme
geboortedorp, met alles erop en eraan, inclusief zwembad en
amfitheater.

Dat is zo in de
laagste bestuursorganen, waar ze sollicitanten een forse som vragen
voor ze een baan toebedeeld krijgen. Op het aureool van het ANC als
bevrijdingsbeweging zitten grote, stinkende vlekken. De grote hoop
jongeren, die nooit de apartheid gekend hebben en nu naar de stembus
trekken, krijgen geen absolute reden meer aangereikt om hoe dan ook
ANC te stemmen.

De 34 doden die op
16 augustus 2012 gevallen zijn aan de platinamijn van Marikana, toen
de Zuid-Afrikaanse politie er op stakers schoot, zijn niet vergeten.
Opvallend dat de staking niet verliep onder de vlag van de
legendarische National Union of Mineworkers, de ruggengraat van COSATU.

Dat het dezer
dagen zelfs een grote bond niet meer lukt om de eisen van mijnwerkers
te kanaliseren is een teken aan de wand. Op de verkiezingsdag waren
er 70.000 in staking in de platinamijnen, sinds vier maanden.
National Union of Metal Workers of South-Africa (NUMSA), de
vakvereniging in de metaalverwerkende nijverheid, heeft het vertikt
om tijdens de campagne Jacob Zuma haar steun te geven. Er zitten
barsten in de heilige alliantie tussen het ANC en COSATU.

Groei is
tegenwoordig overal ter wereld een bron van toenemende ongelijkheid.
Dat merken ze in Brazilië en de andere BRICS-landen, en zeker in
Zuid-Afrika. De ene ongelijkheid, de nageboorte van de apartheid, is
nog niet opgeruimd of een andere, een inherent gevolg van de
globalisering, komt er bovenop. Er is wel degelijk een middenklasse
in het leven geroepen en er lopen aardig wat rijke dobbers rond in
het land maar voor de armsten ziet het leven er rampzalig uit. Zo zit
de helft van de jongeren zonder werk. Precies, diegenen die net
stemrecht gekregen hebben.

Bovendien gaat het
niet goed met de economie. Sterk afstekend tegen de in Afrika
veralgemeende groei van meer dan 5 procent laten de vooruitzichten
uitschijnen dat Zuid-Afrika dit jaar genoegen moet nemen met 2,3
procent. Voor het eerst ziet het zich door Nigeria voorbijgestoken
als sterkste economie van het continent. Wie erop rekent dat sociale
verschillen automatisch afnemen naarmate er een grotere koek op tafel
komt, komt bedrogen uit. Wachten kan niet meer, is voor velen de
boodschap.

Kapers op de kust

Groeiend
ongenoegen mag dan de voedingsbodem zijn waaruit de oppositie kracht
kan putten, ze moet ook geloofwaardig zijn, een aantrekkelijk
alternatief brengen en genoeg organisatorische en financiële
draagkracht vertonen. Vanuit het niets boks je niet zomaar tegen een
partij als het ANC op, die tot in de kleinste uithoeken van
Zuid-Afrika op hutten en krotten zijn vlag laat wapperen.

Congress of the
People (COPE), een afsplitsing van het ANC onder leiding van
voormalige boegbeelden als Terror Lekota, heeft dat vijf jaar terug
aan den lijve ondervonden. Stemmen vallen je niet in de schoot.
Daarvoor moet je hard en lang werken, en meer te bieden hebben dan
mooie, zij het kritische woorden. 7,4 procent toen, 0,67 procent nu.
De facto behoort COPE tot het verleden.

Deze keer steekt
een andere dissident de kop op. Julius Malema sleept met zijn
gloednieuwe formatie, Economic Freedom Fighters (EFF), 6,35 procent
van de stemmen in de wacht. Hij is de gewezen voorzitter van de
jeugdliga van het ANC, eruit gegooid voor zijn gedrag en zijn
uitspraken, en sleept een kwalijke reputatie van slordige omgang met
geldmiddelen met zich mee. Malema appelleert aan de onderklasse, die
zijn buik vol heeft van de patsers binnen het ANC die hen zelfs de
kruimels van het bord halen.

Maar, zoals met
COPE, valt het te bezien of Malema meer in huis heeft dan een korte
sprint naar het verkiezingsspandoek en of hij kiezers diets kan maken
dat hij geen deel meer uitmaakt van de elite die hij in de wind zet.
Malema, zo schreef een waarnemer, is een populist die op de juiste
vragen de verkeerde antwoorden geeft. Bovendien heeft het ANC met de
clan rond Winnie Madikizela, de ex van Mandela, zelf mensen in huis,
die binnen de groep waarop Malema mikt over een onverwoestbaar
aanzien beschikken. Winnies vroegere minnaar heeft aan de
persoonlijke breuk een politiek verlengstuk gebreid en is overgestapt
naar het EFF.

Mamphela
Ramphele, een hooggeschoold intellectueel uit de Kaap die zowel in de
academische als de zakenwereld, en bij de Wereldbank, haar strepen
verdiend heeft, is beneden de verwachtingen gebleven. Ze rijft amper
0,28 procent van de stemmen binnen. In haar jonge jaren was ze een
partner van Steve Biko, de grondlegger van de zwarte
bewustzijnsbeweging, die in 1977 in een politiecel gefolterd het
leven liet.

Maar
dat verhaal is 37 jaar oud, Black Consciousness is geen wervende
ideologie meer – de vijand is niet meer het blanke apartheidsregime
maar een door zwarte politici uitgetekend beleid dat armoede
bestendigt – en Biko is gezien zijn dood op jeugdige leeftijd nooit
de icoon geweest die Mandela wel was. Ramphele is het levende bewijs
dat ideeën, bekwaamheid en persoonlijke integriteit alleen niet
volstaan om het ANC parten te spelen. Haar Agang
South Africa
 (Bouw
Zuid-Afrika) was een goedbedoelde poging maar waarschijnlijk niet
meer dan dat.

Blijft de
Democratische Alliantie (DA). Ze klokt af op 22,23 procent, flink
meer dan in 2009 toen 16,7 procent van de kiezers op haar stemde.
Meer zelfs dan de 20,4 procent die de Nasionale Party (NP) van F.W.
De Klerk in 1994 op haar naam schreef, toen het voor de blanke
Zuid-Afrikanen erop aan kwam om zo hoog mogelijk te scoren.

Nadat de NP in het
ANC opgegaan is, kleeft op de DA het etiket van blanke
oppositiepartij. Ze trekt inderdaad blanke stemmen aan maar ze heeft
bij deze verkiezingen uitgepakt met betrouwbare kandidaten uit de
zwarte gemeenschap en heeft met haar voorvrouw, Helen Zille, als
burgemeester van Kaapstad een onberispelijk parcours afgelegd. Wat
haar door het marktgerichte denken geïnspireerde programma betreft,
verdient het macro-economische beleid van de ANC-regering al bij al
niet even goed een liberale stempel ?

Conclusie

De zwarte
middenklasse breekt met het ANC en vindt stilaan haar weg naar de DA.
Op de duur blijft het ANC achter als de partij van de verdrukten,
maar ziet ze zich door een aantal van hen gecontesteerd. Zolang er
zich aan die linkerzijde geen valabel alternatief aandient, blijft
het bij barstjes, elke verkiezing groter en zichtbaarder.

Het is aan
president Zuma, van wie op de 21ste mei de tweede en laatste
ambtstermijn van start gaat, om uit te maken hoe zijn partij dat
aanpakt. Nu het oude “pap, vlees en gravy”-scenario, de hemel op
aarde voor iedereen, met elke avond een volle kop mede, onwerkbaar
gebleken is, moet hij oppassen niet in het ‘bafana bafana’-scenario
te vervallen, genoemd naar de nationale voetbalelf, bekend voor veel
gedribbel en weinig doelpunten. Het ANC heeft de volgende vijf jaar
nogmaals afspraak met de geschiedenis.

Dit artikel
verscheen op 10 mei 2014 bij www.uitpers.be:

Verkiezingen
in Zuid-Afrika, barsten en breuken

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!