Kwaliteitszorg in Vlaamse hogescholen: onmiddellijk inzetbaar en kansloos.

Kwaliteitszorg in Vlaamse hogescholen: onmiddellijk inzetbaar en kansloos.

In het in 2005 in Helsinki opgestelde document “Standards and Guidelines for Quality Assurance in the European Higher Education Area” staat uitgebreid te lezen op welke manier een internationaal gericht hoger onderwijs in Europa zijn kwaliteitseisen moet handhaven.

maandag 12 mei 2014 15:39

De nadruk ligt daarbij op het betrekken van
alle stakeholders om een transparant
en betrouwbaar systeem van kwaliteitscontrole in het leven te roepen. Dat wil
zeggen dat, in tegenstelling tot in ons oude onderwijssysteem in een puur
Belgische context, de docent geen feodaal heerser meer is over zijn klas. Zij
moet haar pedagogische keuzes kunnen verantwoorden tegenover een keur aan
controlerende instanties zoals de overheid, de bedrijfswereld en uiteraard ook de
studenten.

Dat is op zich uiteraard een goede evolutie. Iedereen die
ooit hoger onderwijs genoten heeft kent wel een anekdote over de onredelijke,
wat gestoorde professor die bijna at random mensen fleste, met als enige criteria haar persoonlijke sympathieën en
haar humeur van het moment. Niemand wil naar die tijd terug. Het is alleen de
vraag waar we dan wel naartoe willen, en op welke manier we de reis naar een
ander onderwijs willen maken. 

Ik, en alvast een aantal collega’ met mij, hebben zeer sterk
het gevoel dat de kwaliteitszorg aan onze Vlaamse Hogescholen niet zo goed
werkt. De paradoxale uitkomst van de verhoogde transparantie van en éénduidigheid
in de richtlijnen voor onder andere leerinhoud, evaluatieprocessen en examens
is dat studenten bij hun afstuderen niet meer bagage hebben dan (pakweg) tien
jaar geleden, maar steeds minder. Jaar na jaar merk ik een achteruitgang in
taalbeheersing, in algemene kennis en zelfs in vakspecifieke kennis bij (hogeschool)studenten.

Het ontbreekt onze hogeschoolstudenten zeer vaak aan kritisch vermogen dat het
niveau van persoonlijke uitspraken als “ik vind dit niet goed, omdat ik het
niet leuk vind” overstijgt. Ze bezitten vaak gewoonweg geen achtergrond, hebben
niet langer de taalkundigheid om zich eloquent te kunnen uitdrukken en hebben
ook geen interesse om zich te verdiepen in het hier en nu van de problematische
samenleving waarin ze leven. Dit feit op een gebrekkige voorbereiding in het
middelbaar onderwijs steken, zoals al te vaak wordt gedaan, is al te kort door
de bocht, en is in veel gevallen een dwaling.

We moeten geloof ik veel verder
gaan in onze kritiek. De gebrekkige voorbereiding op het echte maatschappelijke
leven als burgers in een democratie moet hier duidelijk als één van de
belangrijke oorzaken naar voren komen; het gebrek aan vorming van een
democratische en kritische zelfbewuste intelligentie loopt als een rode draad
door de leerplannen en opleidingen van zowel middelbare scholen als hogescholen
en universiteitsopleidingen.

Er schort iets essentieels aan het pedagogische
proces in onze samenleving, het heeft geen zin om alle beschuldigingen tot één
bepaalde fase ervan te herleiden. Ik zal het hier vooral hebben over hogescholen,
omdat ik daar uit de eerste hand ervaring mee heb, maar er is volgens mij een
veel breder probleem, waar we hier helaas niet op in kunnen gaan.

Een vrij algemeen kenmerk van de psychologische
ingesteldheid van de Belgische hogeschool-student van vandaag is dat zij algemeen
gesproken niets doet dat ze strikt gesproken niet moet doen. Dat wil zeggen:
als je geen evaluatie aan iets verbindt, doet de student in de regel niets. Als
zij dan toch een inspanning levert om punten te behalen, doet zij zeer vaak
alleen wat er absoluut noodzakelijk is. Geen franjes, geen extra’s, geen uit
interesse en intrinsieke motivatie voortvloeiend persoonlijk onderzoek van de
materie, waar het dan ook over gaat. Je hebt natuurlijk altijd de witte raven,
maar pakweg negentig procent van de meeste klasgroepen valt onder de voorgaande
beschrijving.

Dat is geen beschuldiging of een moreel oordeel: het is een feit.
Cynici zullen wellicht zeggen dat luie studenten van alle tijden zijn, maar ik
geloof dat we puur in termen van het percentage aan ongemotiveerde en zeer
weinige pro-activiteit bezittende studenten in professionele bachelor-opleidingen
toch moeten spreken van een uniek fenomeen. We moeten ons echter afvragen hoe
zo een permanent lage motivatie ontstaat. De student kan en mag als een
zichzelf ontwikkelend subject geen schuld treffen. Het is in bepaalde politieke
middens momenteel nogal in om te wijzen op de verantwoordelijkheid van elk
individu om het te maken in de samenleving, maar in dit geval kan daar zeker
geen sprake van zijn: het is onze verantwoordelijkheid en plicht als pedagogen
om een actieve intelligentie te stimuleren. Hoe we het dan ook op een meer
positieve wijze kunnen aanpakken: het stimuleren van een brede intelligentie
wordt de pedagogen, zij het leraars of docenten, in het huidige Belgische (en
ik vermoed dat het in vele landen van de Europese Unie niet anders is)
onderwijslandschap erg moeilijk gemaakt.

Eén en ander valt te verklaren vanuit maatschappelijke
trends waar we vanuit onze onderwijsinstellingen niet zo veel directe vat op
hebben. Er is onder andere de perceptie van een voortdurende crisis op de
arbeidsmarkt  die ervoor zorgt dat veel schoolverlaters
en afgestudeerden gaan studeren, terwijl ze eigenlijk liever onmiddellijk
zouden gaan werken. Dit type van student is vaak leermoe, weinig gemotiveerd om
extra inspaningen beyond the call of duty
te maken en weinig zelfstandig wat studeermethoden betreft. In de
hogescholen is er vaak noch het personeel, noch de tijd aanwezig om deze zwakke
studenten adequaat te begeleiden. We zien vaak dat zij van school tot school
zwalpen tot ze helemaal leeg zijn, om dan uiteindelijk leeg en zonder
leerkrediet te stranden, zonder diploma en zonder kans op job. Het is wel wat
anders dan het rooskleurige plaatje dat de hogere onderwijsinstellingen hen
voorschotelen voor ze beginnen te studeren. In die zin is reclame voor het
hoger onderwijs de dag van vandaag haast even verwerpelijk als
sigarettenreclame; het is een droomfabriek waarin diegenen die hun dromen
verwezenlijken een absolute minderheid zijn.

Een andere factor die wel direct samenvalt met de (gepercipieerde)
rol van hogescholen is dat de sociale aanvaarde norm voor het gemiddelde opleidingsniveau
van lagere en middenkaders in bedrijven in de afgelopen tien jaar sterk
verhoogd is. Sinds de onderwijsakkoorden van Bologna wil haast iedereen een
bachelorsdiploma; het werkveld is het behalen van een bachelorsdiploma in veel
gevallen als minimumeis gaan stellen.

Zeker als je niet heel je leven als
interimmer wil blijven werken, een lot dat steeds meer jonge mensen ten deel
valt, kan je niet meer rond het halen van een diploma. Ik weet niet of dat
sowieso een goede zaak is. Oriëntatiecentra van de arbeidsbemiddeling zitten
vol met dertigplussers zonder diploma die goede praktische kennis van het
werkveld en jarenlange expertise en beroepservaring combineren met gedwongen
werkloosheid. Zij kunnen simpelweg niet meer wedijveren met de goedkopere, want
hoewel ongediplomeerde, nog onervaren, pas afgestudeerden en hun diploma’s. Deze
doorstroming van het middelbaar naar het hoger onderwijs van bijna iedereen is
zeker niet zonder ernstige problemen.

De hogescholen stromen dus vol met studenten die hun
onderwijs puur voor het diploma volgen, omdat ze weten dat ze anders toch geen
kansen zullen krijgen. Om het cru te stellen: zij zitten in onze scholen hun
broek te verslijten, brengen het onderwijzend personaal haast dagelijks tot de
limieten van hun frustratie en komen uiteindelijk alleen de kas van de leiding
van de hogescholen ten goede.

 Motivatie en bereidheid
tot actieve participatie in de klas blijken keer op keer de belangrijkste
factoren om succesvolle studenten van onsuccesvolle te scheiden, en steeds meer
ontbreekt deze motivatie volledig of grotendeels. Een groot percentage van onze
eerstejaarsstudenten moeten na hun eerste weken vaststellen dat “het toch niet
echt was wat ze dachten” en gaan dan een andere richting proberen. Dan krijg je
het hierboven beschreven hoppen van richting tot richting tot het leerkrediet
op is, zonder ooit een diploma te halen.

Het verschil tussen de perceptie op voorhand en de echte
ervaring van de richtingen die studenten volgen heeft te maken met een
opzettelijke vertekening van de realiteit door reclameachtige praatjes waaraan
(alle) hogescholen zich schuldig maken. De hogescholen spelen gretig in op de
combinatie van de verhoogde vraag naar bachelor-opleidingen en de
werkonzekerheid van afgestudeerde studenten van vandaag. De verkoopargumentaties
van de hogescholen pivoteren vaak rond een onmiddellijke inzetbaarheid van afgestudeerden
in het werkveld. Het klopt dat de studenten onmiddellijk inzetbaar zijn, maar
wat ze winnen aan flexibele inzetbaarheid verliezen ze aan echte intelligentie
die zich in meer dan één richting ontwikkelt, zoals ik hierboven hopelijk al
heb duidelijk gemaakt.

Ik spreek over verkoopargumentatie, want de student is meer
en meer een echte klant geworden. Een klant die de bestaande opleidingen
beoordeelt en rangschikt en dan shopt binnen de bestaande mogelijkheden. Maar
eens de student in een opleiding terechtkomt komt zij vaak bedrogen uit. Zij
wordt zelf geëvalueerd, wat met een ‘echte’ klant natuurlijk niet het geval is,
en zij ervaart dit als een inbreuk op de mondelinge verkoopovereenkomst die
voorheen opgesteld was.

De student krijgt ook vakken en onderwerpen waar zij
het nut niet van inziet: de inspraak in het product dat zij gekocht heeft, een
opleiding, is beperkt. Ik zie niet in hoe dit kan veranderen, hoe we de
klant/student nog meer inspraak kunnen geven, zonder het vooropgestelde
onderwijsniveau (nog) meer te verlagen. Toch is dit in de logica van de
kwantiteit die er de dag van vandaag in het onderwijs in ons land gehandhaafd wordt
een onontkoombare eis voor de toekomst: het niveau moet nog verlaagd worden, er
moeten nog meer studenten binnenstromen, de student moet dus nog dommer worden,
moet nog specifieker geschoold worden, moet nog enger worden. Alleen zo kunnen
de educatieve bedrijven van vandaag nog meer groeien, tot ze buiten hun voegen
barsten en een bachelor-diploma niets meer is dan een velletje haast waardeloos
papier.    

Studenten worden om deze redenen beter niet beschouwd als
klanten, en dat er meer en meer in die termen gesproken wordt is één van de
kwalijkste evoluties van de afgelopen jaren. Onderwijs is business, big
business, en een geslaagde student is gelijk aan een gelukkige student is
gelijk aan een goede klant. Weg lessen met enig niveau, hallo goedkope
eenheidsworst.   

Als we vergelijken met vroeger zijn er op het eerste gezicht
nochtans ook enkele grote verbeteringen zichtbaar; het onderwijs is duidelijk
democratischer geworden, en er is veel meer inspraak en participatie van
onderaf. Maar de echte vraag is “voor wie
is het uiteindelijk echt beter geworden?”.
Niet voor de studenten die
massaal met hun allen als directe concurrenten gedropt worden op de
arbeidsmarkt. Niet voor de pedagogen die de kwaliteit van hun onderwijsproject
tot dramatisch kleine proporties gereduceerd zien worden. Zeker niet voor de
overheid en voor de belastingbetaler, die massaal investeren in studenten die
maar wat aanmodderen in verschillende studies en het dan opgeven.

De enige
actoren die direct gebaat zouden kunnen zijn met de collectieve niveauverlaging
van het hoger onderwijs zijn de kaders van de hogescholen voor wie alles rond
aantallen studenten draait alsook die bedrijven in bepaalde populaire sectoren
die dankzij de groeiende kwantiteit aan jobloze hoogopgeleiden veel meer keuze
hebben aan geschoolde, maar goedkopere arbeidskrachten waarin ze zelf niet veel
meer moeten investeren qua opleiding.

Als ik in deze hele toestand persoonlijk moet benoemen wat ik
de meest schadelijke verandering in ons onderwijslandschap vind, dan is het de
dood van een oud onderwijsideaal, waaraan ik hierboven als kort verwezen heb.
Dit ideaal hield in dat je door hoger onderwijs niet alleen een bekwame
professional of een specialist in een bepaald vakgebied werd, maar dat je ook
en misschien in de eerste plaats een kritisch en verantwoordelijk burger werd, klaar
voor de strijd van ideeën en belangen in de moderne democratie. Voor zulke idealen
is er in het door winst voortgedreven onderwijsmodel van de hogescholen na
Bologna haast geen plaats meer. De logica van de eengemaakte Europese markt
dicteert dat de consument grotendeels zelf mag bepalen wat hij wil en blijkbaar
wil hij bagger. Ik, en veel collega’s met mij, blijven ons inzetten voor kwaliteitsvol
onderwijs dat een bepaald niveau nastreeft en waarvan studenten echt beter
worden, maar het wordt er echt niet makkelijker op.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!