|Column| Philippe Diepvents: Bloemen voor Moederdag

Tweehonderd jaar geleden schreef een Japanse dichter in een versregel dat we op deze wereld allemaal op het dak van de hel lopen en ondertussen staren naar bloemen. Onder onze voeten loeit de ellende, het Kwaad. We zijn er slechts van gescheiden door een broos, flinterdun laagje aardkorst. Regelmatig gebeurt het dat het laagje barst.

vrijdag 9 mei 2014 10:37

Het betreft scheurtjes die qua omvang sterk kunnen
variëren, gaande van de schaalgrootte van een bladnerf tot die van ravijnen. En
even frequent valt het voor dat er iemand in zo’n kloof verdwijnt, verzwolgen
door het duister – want de hel kan alleen maar donker zijn – om nooit meer
terug te keren. En meestal merken we dat niet eens op.

Het verhaal van de 230 Nigeriaanse meisjes die ontvoerd
werden door de gekken – heeft er iemand een beter woord? – van Boko Haram, deed
me aan die versregel denken. Ook zij vielen door de aardkorst. De hel waarin ze
terechtkwamen is er een waarin ze op de markt verkocht dreigen te worden voor
een schamele 12 dollar per stuk. Ik herhaal het even: 12 dollar.

In reactie op de ontvoering trok er de voorbije weken een
golf van afschuw door de wereld. In kranten, in sociale media, tot in de
dorpsstraat toe wordt die afschuw uitgeschreeuwd, culminerend in de prime time
tranen van VN-ambassadrice Angelina Jolie en in de piekende hashtag
#BringBackOurGirls op Twitter.

In de slipstream van de emotie die we collectief bij zulke
gruwel voelen, sluipen heel wat andere geluiden als verstekelingen mee. Ze
heten meestal hetzij “duiding”, hetzij “opinie” en ze nemen de gekste vormen
aan. Dat extreem rechts loeit van “zie je wel, met die islamisten?” is
natuurlijk te verwachten, maar ook uit andere hoeken worden er kanttekeningen
en bedenkingen geplaatst.

Geharde NGO-werkers zullen aanbrengen dat zoveel andere
couscouskreten niet gehoord worden. Dat in de hel van pakweg Syrië zulke
ontvoeringen tot alledaagsheid zijn herleid en dat te weinig internationale
schoonheden die vandaag nog bewenen.

Mensen met te veel principes zullen het aanbod van Groot-Brittannië
en de Verenigde Staten om hulp te bieden bij de zoektocht naar de meisjes,
hypocriet noemen in het licht van hun imperialistische politiek die mee aan de
basis ligt van de sociaal-economische knoeiboel die net het leven schonk aan
extremisme en terrorisme in de regio.

Mensen met te weinig principes zullen
berusten in de vaststelling dat het daar toch altijd iets is in Afrika, dat je
niet veel kan verwachten van een staatshoofd met de voornaam “Good Luck” en dat
wij daar weinig aan kunnen veranderen.

Cynici zullen zich afvragen wat de daadkracht van de
internationale gemeenschap was geweest indien het de diefstal van 230 vaten
ruwe olie betrof, waarvan de prijs per stuk een pak hoger ligt dan 12 dollar.
Ze zouden misschien ook opperen dat we allemaal eens 12 dollar zouden moeten
samenleggen – Glazen Huis-gewijs bijvoorbeeld – en dan met het opgehaalde
bedrag een van de private bewakingsfirma’s zouden kunnen inhuren die in Afrika
die vaten olie bewaken. De meisjes zouden snel weer thuisgebracht zijn, niet?

Heel wat van die bedenkingen zijn terecht. Maar wat schiet
je ermee op? Ze veranderen niets aan het gevoel van onmacht.  En welke van die invalshoeken moet je dan
kiezen als je, als columnist van DeWereldMorgen.be, iets positiefs wil bijdragen
aan het debat? Wel, ik kies, zo dicht bij Moederdag, voor de invalshoek van de
hoop. Ik kies voor het verhaal van een meisje met de naam China.

China Keitetsi was negen toen ze in Oeganda werd ingelijfd
als kindsoldate in het leger van Museveni, die later president zou worden. Pas
op haar negentiende zou ze kunnen ontsnappen. De tien jaren van gruweldaden,
bloed en misbruik schreef ze van zich af in een boek dat in 2002 werd
uitgegeven. Een jaar later werd ze door de NGO waarvoor ik destijds werkte,
uitgenodigd om naar België te komen. Ze zou komen getuigen over wat ze had
meegemaakt op een groot congres over het thema kindsoldaten. Toen gebeurden er
twee dingen die me erg verrasten.

Het eerste was dat China vroeg of ze deze keer wél zou mogen
optreden. Blijkbaar was de eerste poging mislukt. De organisatoren van een
vorig congres hadden toen gemeld dat ze helaas het optreden van China moesten
afzeggen. De reden, zo bleek later, was dat er nog een andere spreker was
voorzien. Het betrof een journaliste, die geroemd werd als groot Oeganda-kenner
en die in die tijd enorm veel media-aandacht had gekregen omwille van haar
relatie met een politicus.

Het was de journaliste die zelf een veto had gesteld tegen
het optreden van China. Naast  groot
Oeganda-kenner was zij immers ook een grote vriend van het regime van Museveni
en zij was van mening dat het niet waar kon zijn dat die in zijn leger kindsoldaten
had ingezet.

Het meisje zal het zich verkeerd herinneren, zei ze. Ongetwijfeld
het trauma. Het zal wel het leger van de rebel Joseph Kony geweest zijn. China
was echter formeel: het was het leger van Museveni. De reactie van de
journaliste was: “Als zij komt, dan kom ik niet.” En de organisatoren, die
kozen voor de spreker die de meeste persaandacht kon verzekeren. Op het tweede
congres, waar de journaliste niet aanwezig was, lukte het uiteindelijk dan toch
om China haar verhaal te laten brengen.

De tweede verrassing deed zich voor toen China na het
congres nog een vrije dag in Antwerpen had vooraleer ze weer moest vertrekken. Ik
kreeg de opdracht om haar te begeleiden en haar wat wegwijs te maken in de stad.
Ik had geen idee welke vrijetijdsbesteding gepast is om aan een ex-kindsoldate
voor te stellen, dus ik vroeg haar wat schoorvoetend: “Wat wil je doen?”. Haar
antwoord was: “Uhm… Gaan shoppen? Ik heb een nieuwe jeansbroek nodig”.

De rest van de middag stond ik tussen geduld veinzende
echtgenoten te wachten voor de pashokjes van de winkels in het shopping center
op de Keyserlei. En terwijl ik daar wachtte, lachte ik om mijn domme, jonge
zelf die blijkbaar dacht dat een meisje dat zo’n afschuwelijke dingen heeft
meegemaakt, tot één dimensie wordt herleid. Dat zo iemand voortaan en voor
eeuwig en altijd alleen nog slachtoffer kan zijn.

Terwijl dat natuurlijk niet
waar is. China was ongetwijfeld getraumatiseerd, maar dat betekende niet dat ze
niet ook ergens een gewoon meisje bleef, een meisje dat graag ging shoppen. Die
avond gingen we iets drinken met vrienden. We maakten lol, met z’n allen. We
dronken teveel en zij plaste tussen twee auto’s, wat iedereen opnieuw in lachen
deed uitbarsten. We deden de dingen die gewone twintigers doen. En dat, dat
geeft me hoop.  

Er zullen altijd mensen zijn die van iets moois de hel
willen maken. Een grote hel, zoals gekken die meisjes ontvoeren, of een kleine
hel zoals journalistes die hen de mond willen snoeren. Maar we moeten altijd blijven
geloven dat de terugkeer naar een vorm van normaliteit mogelijk is.

Laat dat
dan mijn positieve noot zijn tussen al die meningen die over de ontvoerde
Nigeriaanse meisjes worden gespuid. Dat is wat ik van China heb geleerd. Terug
thuis komen nadat je door de aardkorst bent gezakt, dat is mogelijk. We lopen
misschien op het dak van de hel, maar er zijn bloemen om naar te kijken. En nu,
hop jullie, stop met het lezen van columns en ga er iets aan doen. Al was het
alleen maar het gebruiken van de hashtag.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!