Erdogan condoleert Armeniërs

Erdogan condoleert Armeniërs

De Turkse premier Erdogan kan verrassend uit de hoek komen. Op 23 april verbaasde hij vriend en vijand door zijn medeleven te betonen aan de nakomelingen van de honderdduizenden Armeniërs die tussen 1915 en 1918, in de nadagen van het Ottomaanse Rijk, werden gedeporteerd en/of omgebracht.

donderdag 8 mei 2014 17:59

ITC

De beslissing om met de Armeniërs af
te rekenen werd niet door de Ottomaanse regering genomen, maar door
het driemanschap Enver Pasja, Cem Pasja en Talaat Pasja van het
Comité voor Eenheid en Vooruitgang (ITC) dat destijds praktisch
gesproken de dienst uitmaakte in het Ottomaanse Rijk.

Er bestaat veel onduidelijkheid over
het exacte aantal slachtoffers. Schattingen variëren van een half
tot anderhalf miljoen. In ieder geval vonden niet alle Armeniërs in
het Ottomaanse Rijk de dood. Er waren er die zich wisten te redden
door zich via een huwelijk aan een Turkse familie te binden.
Daarnaast namen Turkse families Armeense kinderen in hun gezinnen op.
Andere Armeniërs ontkwamen door te vluchten.

Tegenwoordig wonen er tussen de
40.000 en 70.000 Armeniërs in Turkije, veelal in Istanbul. Ze lopen
daar geen gevaar, al bestaat op die regel een belangrijke
uitzondering. De Armeens-Turkse journalist Hrant Dink, die over de
moord op de Armeniërs in 1915 schreef werd aangeklaagd wegens het
beledigen van de ‘Turkse identiteit’ en in 2007 door een Turkse
nationalist doodgeschoten.

Ontkenning

De tragedie van 1915 is een gevoelig
onderwerp waarover de meningen sterk verdeeld zijn. Veel – hoewel
niet alle – gespecialiseerde historici buiten Turkije zijn ervan
overtuigd dat destijds een intentie bestond om zoveel mogelijk
Armeniërs de dood in te jagen. Dat maakt het voor hen tot de eerste
genocide van de twintigste eeuw.

De deportaties worden aan Turkse
zijde niet ontkend, en evenmin dat daarbij veel Armeniërs omkwamen.
Dat het op genocide neerkwam wordt echter tegengesproken. Dit
standpunt bindt de meest uiteenlopende Turken, van radicaal links tot
extreemrechts en van seculiere tot religieus. Er zijn Turken die de
definitie van genocide wel erkennen, maar zij zijn in de minderheid.

De meerderheid vindt het een
onbehagelijk idee dat de Turkse geschiedenis met de zwaar wegende
beschuldiging van genocide wordt bezoedeld en ontkent daarom. Anderen
gaan verder en noemen de conclusies van historici een tegen Turkije
gerichte samenzwering. Voor dat laatste bestaat een grote
gevoeligheid. Een aantal Duitse
stichtingen
hoeft zich maar met Turkse
milieuactivisten te associëren en het heet een complot tegen
Turkije.

Afstraffing

De vaakst gehoorde Turkse argumenten
zijn dat de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog de kant kozen
van Rusland en dat op het Anatolische schiereiland erg veel moslims
de dood vonden. Het deporteren en doden van Armeniërs wordt in deze
lezing een consequentie van de oorlog en mag daarom geen genocide
genoemd worden.

Er werden inderdaad veel moslims
gedood in wat nu Oost-Turkije heet. Bovendien droegen Armeense
regimenten daar zeker verantwoordelijk voor. Veel Turken gaan zelfs
zo ver om te stellen dat het daarmee de Armeniërs waren die zich
schuldig maakten aan volkerenmoord, terwijl wat buiten Turkije de
‘Armeense genocide’ heet niet meer dan een verdiende afstraffing
was.

Er werden tussen 1915 en 1918 echter
ook vrouwen, kinderen en andere Armeniërs gedeporteerd en omgebracht
die niets met de oorlog in het oosten te maken hadden. Dat de
deportaties begonnen met het wegvoeren van Armeense intellectuelen
uit Istanbul, duidt op zich al op een intentie die voorbij gaat aan
oorlog.

In de catastrofale campagne tegen de
christelijke Armeniërs was daarnaast ook de pan-Turkistische
ideologie van de ITC herkenbaar over een groot Turks rijk voor
uitsluitend soennitische moslims. Armeniërs waren ook niet de enige
christenen die werden vermoord of verdreven. Hetzelfde lot trof
Assyrische christenen.

Tribunaal

In 1919 hield de Ottomaanse regering
een tribunaal in Istanbul waar de ITC-leiders (bij verstek) ter dood
werden veroordeeld voor hun rol tijdens de Eerste Wereldoorlog. De
systematische moord op de Armeniërs stond hier centraal.

De bewijzen tegen Enver, Cem en
Talaat kwamen terecht in de verslagen van het tribunaal, die werden
gepubliceerd in de Staatscourant (Takvim-i Vekai). Historici die de
definitie van genocide bewezen achten wijzen daarop. Zij hebben een
punt, al verliep het tribunaal van 1919 niet neutraal, aangezien het
Ottomaanse Rijk destijds bezet was door de geallieerden.

Met het tribunaal van 1919 kwam een
einde aan de ITC, maar niet aan het pan-Turkisme. Deze
ultranationalistische ideologie bevond zich tevens op de achtergrond
van de bevolkingsruil van 1923 met Griekenland. En later, in 1955,
was het pan-Turkisme van betekenis bij de pogrom tegen Grieken in
Istanbul, de enige plaats in Turkije waar tegen die tijd nog een
Griekse gemeenschap bestond.

De geest van het pan-Turkisme
overleefde tot op zekere hoogte in het neo-Ottomanisme van Erdogans
Partij voor Ontwikkeling en Gerechtigheid (AKP), dat uitgaat van de
vestiging van soennitische regimes in het Midden-Oosten die het
leiderschap van Turkije in de regio erkennen.

Herdenking

Erdogan betuigde zijn medeleven een
dag voor de herdenking van wat de Armeniërs ‘de grote ramp’ (Mez
Yeghern) noemen. Volgend jaar zal die herdenking voor de honderdste
keer plaatsvinden. Erdogan loopt daar met zijn condoleances duidelijk
op vooruit.

Hij weet dat leden van het
Amerikaanse Huis van afgevaardigden al jaren broeden op een
genocideresolutie waarin Turkije er door stelselmatige ontkenning
niet best af komt. Er bestaat vooralsnog geen kans op dat die
resolutie wordt aangenomen, omdat president Obama (die de Armeense
genocide als senator nog wel erkende) er niet voor te porren is.

Erdogans verstandhouding met Obama is
snel slechter geworden de laatste tijd en het ziet er niet naar uit
dat die tendens omkeerbaar is. Dat zorgt voor onzekerheid bij
Erdogan, die maar moet afwachten of Obama zijn opstelling over de
Armeense genocide volgend jaar niet radicaal wijzigt. Condoleances
voorafgaand aan de honderdjarige herdenking kunnen dan het verschil
uitmaken.

Ook in andere opzichten was Erdogan
aan positieve publiciteit toe. Corruptieschandalen, antidemocratische
maatregelen en een falend beleid richting Syrië (waar door Turkije
gesteunde jihadististen twee maanden geleden de Armeense bevolking
uit het dorp Kessab verdreven) berokkenden hem weliswaar weinig
schade bij de verkiezingen op 30 maart jl., maar op een paar landen
na is zijn reputatie buiten Turkije diep gezonken. Erdogans
verklaring verscheen dan ook niet zonder reden in negen talen.

Verdere toenadering

Een positieve reactie kwam er
inderdaad na Erdogans condoleances. Dat geen enkele Turkse premier
daar eerder toe bereid was sprak zeker in zijn voordeel. Wil Erdogan
verder gaan op deze weg dan zal hij echter het woord genocide over de
lippen moeten krijgen, want op 23 april beperkte hij zich tot
‘gemeenschappelijk leed’.

Die woorden vond men zeker een stap
voorwaarts in Armenië, maar niet voldoende voor normalisering van de
betrekkingen met Turkije. Erkenning van de Armeense genocide stellen
de Armeniërs nu eenmaal als voorwaarde. En niet alleen de Armeniërs
in Armenië. De wijd verspreidde Armeense diaspora houdt daar nog
sterker aan vast.

Zal Erdogan in de nabije toekomst
toegeven dat de ITC zich onder de vlag van het Ottomaanse Rijk
schuldig maakte aan genocide? Daar bestaat weinig kans op. In 2005
riep hij overheidsinstellingen op om van ‘de gebeurtenissen van
1915’ te spreken en niet van Armeense genocide. Hij kan sindsdien
van inzicht zijn veranderd, maar eind vorig jaar gaf Ankara nog een
subsidie van 3,8 miljoen dollar aan het Turks Historische genootschap
(TTK), dat bijeenkomsten organiseert om de Armeense genocide te
ontkennen.

Charlie Rose

Een week na zijn condoleances aan de
Armeniërs werd Erdogan geïnterviewd
door Charlie Rose van het Amerikaanse Tv-kanaal Public Broadcasting
Service (PBS). Op de vraag van Rose ‘of de Armeense kwestie als
genocide kan worden gedefinieerd’ antwoordde Erdogan:

‘dat is niet mogelijk, omdat er dan
nu geen Armeniërs meer in Turkije zouden leven.’

Los van de vraag of er nu wel of niet
sprake was van genocide, is dit een vreemde redenering. Je zou met
evenveel (on)recht kunnen stellen dat de nazi’s onschuldig waren
aan genocide omdat er tegenwoordig meer dan 100.000 Joden in
Duitsland wonen.

Verder is Erdogan er kennelijk niet
van op de hoogte dat het VN-verdrag van 1948 ‘inzake de voorkoming
en bestraffing van genocide’ ook de intentie om een bepaalde
bevolkingsgroep gedeeltelijk te vernietigen als genocide definieert:

‘handelingen, gepleegd met de
bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel
een groep behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als
zodanig te vernietigen.’

Het lijkt er allerminst op dat
Erdogan alsnog zal toegeven dat ‘de gebeurtenissen van 1915’
binnen de categorie genocide vallen, zoals de Armeniërs dat van hem
verlangen. Toch vervalt daarmee niet het belang van het door hem
betoonde medeleven. Zoals gesteld deed geen eerdere Turkse premier
hem dat voor, waardoor het hoe dan ook een historische ontwikkeling
blijft. Of de weg daarmee vrij ligt naar een verzoening met de
Armeniërs is echter zeer de vraag.

Volg Peter Edel op Twitter

Peter Edel is schrijver van De diepte
van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012,
uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!