Drijfzand, pasen en vriendschap

Drijfzand, pasen en vriendschap

“Het was net alsof ik me in drijfzand begaf”, vertelt mijn vriend over onze eerste maanden in Rocinha, de grootste favela van Rio de Janeiro. “Ik bleef maandenlang spartelen om mijn hoofd boven te houden, klampte me vast aan mijn eigen gewoontes en denkwijze, want dat voelde veilig. De zuigkracht van de favela was echter te sterk, en ik ging kopje onder. Pas nu ben ik er echt, leef ik mét de mensen in plaats van tussen hen.”

dinsdag 6 mei 2014 15:31

En zo is het, ook voor mij. We zullen altijd buitenstaanders blijven,
want wij hebben de mogelijkheid om gelijk wanneer te vertrekken, maar wel
zinken we steeds dieper in de cultuur en de realiteit van de favela; altijd intens,
soms píjnlijk en hard, maar nog veel vaker liefdevol, kostbaar en mooi.  

’t Mooiste in ’t leven

Er bestaat geen
twijfel over: het allermooiste hier, dat zijn de mensen. Elke dag nog ontroeren
ze me. Neem vandaag; ik ben net terug van een weekje São Paulo, en
verschillende mensen uit mijn buurt vallen me in de armen. “We hebben je gemist.”  Het
gekke is, ik heb hen ook gemist. In
enkele maanden zijn ze zoveel als familie en vrienden samen geworden.

Vorige week bijvoorbeeld was het Pasen, en dat hebben
we met z’n allen gevierd op de smalle, vuile trap op ons binnenkoertje, met als
feestmaal bonensoep en bier. De verjaardag van de zoon van onze huisbaas brachten
we door op het dakterras, samen met zijn volledige familie, terwijl we voor
later op de avond al op een ander feestje uitgenodigd waren. Qua integratie kan
dit tellen, dan wel te weten dat je hier al heel hard je best zou moeten doen
om niet geïntegreerd te geraken.

Pijnlijk en hard

Toch is het leven hier soms hard; zowel voor de
bewoners als voor ons.  Het onderwijs is
erbarmelijk, de riolen en gigantische vuilnishopen langs de weg stinken, de laatste
tijd is er vaak geen water en er is constant de intimiderende aanwezigheid van
politieagenten met gigantische wapens. Hoewel ‘gepacificeerd’, maakt ook in de
favela Rocinha geweld nog steeds deel uit van het dagelijks leven. Het is zeker
niet uitzonderlijk om trafficanten met wapens en drugs te zien en er wordt een
aantal keer per week geschoten.

En toch twijfel ik geen seconde: zolang de
situatie hier in Rocinha niet serieus escaleert, zal ik niet verhuizen. De
oneindige voordelen van de favela (de vriendelijkheid, de levendigheid en de
goedkope huurprijzen – laten we eerlijk zijn, niet onbelangrijk voor een
freelancer), wegen bijlange niet op tegen het sporadische geweld. Dit kan een Europeaan, opgegroeid in een
samenleving waarin veiligheid boven alles staat, vreemd in de oren klinken,
maar ik heb tijdens mijn verschillende zwerftochten door de wereld (o.a. in
Afghanistan) al gemerkt dat mensen soms een bepaalde mate van geweld in een
warme thuisomgeving verkiezen boven een veilige maar koudere, minder sociale
omgeving. Misschien moeten wij dus eens meer onze hand in eigen boezem steken
alvorens andere, ‘minder democratische’ of wat wij noemen ‘minder ontwikkelde’
samenlevingen te veroordelen?

Geweld in het kwadraat

Sinds enkele weken is het oorlog in het complex van
favela’s waar ik eerst woonde, Complexo do Alemão. Het leger is er
aanwezig, de militaire politie en zelfs de BOPE (elite-politie-eenheden) houdt
er huis. Het geweld beïnvloedt het
dagelijkse leven van de bewoners: de scholen zijn soms gesloten, dagelijks
wordt er geschoten, vaak is er geen electriciteit, de cafés zijn gesloten en de
kabelbaan is niet meer in werking. Daarmee is het punt bereikt waarbij geweld
niet meer tolereerbaar is, waarbij het een samenleving verscheurt, bang en
kapot maakt. Mijn Facebook-muur staat dagelijks
vol met kreten van diepe verontwaardiging, angst en verdriet, gepost door mijn
vrienden ter plaatse. Het leven van een
favelabewoner is hier in Rio aanzienlijk minder waard dan dat van een andere
stadsbewoner en dat maakt me woedend, elke dag opnieuw.

Mijn leven als
beginnend freelance journaliste

Ik weet dat ik met die verontwaardiging een
dunne grens bewandel. Want waar eindigt journalistiek en begint activisme? En
mag een journalist ook activist zijn, of gaat neutraliteit boven alles?

Waar het hart van vol is, loopt de mond van
over, en dat is bij mij het geval. Ik weet dat van een journalist verwacht
wordt dat je niet blijft stilstaan bij één onderwerp, en dat wat mij wakker
houdt, niet per se iedere Belg of Nederlander boeit. Het is tijd om me in
andere zaken te verdiepen, maar het onderwerp van mijn favela, mijn mensen en
hun onrecht zal ik nooit loslaten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!