De echte fundamentele keuze voor de Vlaamse kiezer

De echte fundamentele keuze voor de Vlaamse kiezer

vrijdag 3 januari 2014 18:00

De Vlaamse kiezer staat op 25 mei voor een fundamentele keuze, volgens Bart De Wever, die tussen het zogenaamde ‘N-VA’ en ‘PS–model’.  Drie keer raden welk model hij superieur acht. Over het N-VA model laat hij zich zo uit: “Wij staan voor een andere politiek, gericht op de mensen die werken, sparen en ondernemen. Wie zijn verantwoordelijkheid neemt en zorg draagt voor wie het nodig heeft, willen we belonen. We willen de belastingen verlagen, een einde maken aan de schulden en de overheid ontvetten.

In de nieuwjaarsbrief die hij samen met ‘economisch adviseur’ Johan Van Overtveldt in Knack publiceerde, maakte hij duidelijk wat hij de regering Di-Rupo I qua sociaal-economisch beleid zo allemaal verwijt – een waslijst die de nieuwjaarsbrieven van weleer vol met wensen aan bomma en bompa doet verbleken. Uiteraard volgt dan een opsomming van wat N-VA anders zou doen, inzake het gezond maken van publieke financiën, het opkrikken van het concurrentievermogen en  groeipotentieel van onze economie.

Hij verwijt Di Rupo en co en passant ook een doorschuifoperatie naar volgende generaties, in lijn met veel andere Europese beleidsmakers (en zelfs politici in de VS en het verre Oosten – met Johan Van Overtveldt heeft N-VA blijkbaar ook ontdekt dat er een wereld bestaat voorbij de Vlaamse klei).

Maar zoals gezegd, de N-VA mandatarissen gaan het dus helemaal anders doen. N-VA politici zijn uit ander hout gesneden dan de Xi Jinpings, Obama’s en Shinzo Abe’s van deze wereld, laat daar geen twijfel over bestaan. Muyters en Bourgeois lopen zich nu al warm.

Maar laat ons komen tot de kern van dit verhaal, de zogenaamd ‘fundamentele keuze’ waar we voor staan. Als er met N-VA-stijl beleid al terug ‘zuurstof’ zou gegeven worden aan de Belgische (of beter gezegd Vlaamse) economie – iets waarover gegronde twijfels bestaan, in het licht van beruchte Eurozone-voorbeelden-  dan lijdt het zonder meer weinig twijfel dat met hun recepten minstens de ecologische factuur voor de volgende generaties nog gaat oplopen.

Dat ‘gezonde groeipad’ waar Johan Van Overtveldt en De Wever het over hebben bestaat immers vooralsnog vooral in de verbeelding van de Davos-elite en internationale instellingen. ‘Groene groei’ heeft nog alles te bewijzen, tot spijt van wie het benijdt, en sowieso is het pleiten voor duurzame groei door politici en economen meestal een schaamlapje voor pleiten voor groei tout court, “no strings attached”.

Het blijft vreemd dat een partij die pleit voor een goeie huisvadermentaliteit inzake publieke financiën, terzelfdertijd voluit blijft inzetten op economische groei, ook al is allang duidelijk dat ons economisch systeem, dat gebaseerd is op economische groei, in een rotvaart richting ecologische afgrond dendert. Tja, ‘rentmeesterschap’ is misschien meer iets voor de warme variant van de Vlaamse grondstroom?  De N-VA heeft vooralsnog geen ‘ecologisch adviseur’, of het zou me moeten ontgaan zijn. Sowieso is de planeet prioriteit 135 op hun lijstje, of ze wekken alvast toch die indruk.

De échte keuze waarvoor de Vlaamse kiezer (en eigenlijk die van de kiezer in alle landen die een zeker welvaartsniveau bereikt hebben) mijns inziens staat, is die tussen

(1) subversieve maar visionaire ideeën (zoals Rutger Bregman die in De Morgen uiteen zet de afgelopen dagen, zoals een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen (zie ook Guy Standing), het streefdoel van ‘n 15-urige werkweek (zie ook de NEF voor vergelijkbare voorstellen), …) die niet alleen mensen terug centraal proberen te stellen, een duurzamer en holistischer levensstijl promoten, een sociaal rechtvaardiger wereld mogelijk proberen te maken nu welvaartsstaten het moeilijk hebben, maar ook de planeet ten goede zullen komen, en anderzijds

(2) de “neoliberale-ideeën-die-vooral-die-naam-niet-mogen-hebben” van Voka, Itinera, en andere onafhankelijke en minder onafhankelijke denktanks ter rechterzijde, of nog de ‘harder, langer, … en aan een lager loon werken ’ recepten zoals we die kennen van de huidige Europese machthebbers.

Van Rompuy, Merkel en co schotelen ons voor dat er geen andere keuze is, willen we ons staande houden in de globale ratrace, terwijl een kind kan zien dat we die globale ratrace minstens op een aantal vlakken een halt moeten toeroepen, als we überhaupt nog een leefbare planeet willen hebben binnen een halve eeuw. Dus als De Wever en co de regering Di Rupo verwijten de factuur door te schuiven naar de volgende generaties, dat ze dan ook maar eens in eigen boezem kijken.

De échte keuze die Vlamingen maar ook burgers in Japan, VS, Europa, … (en zelfs in BRICS landen als China) hebben is dus die tussen ronduit versleten ideeën, die ons de illusie geven om nog even, hoogstens een paar decennia, stand te kunnen houden in de globale ratrace, en de sociale ongelijkheid zonder veel twijfel verder zullen aanwakkeren, en subversieve ideeën die weliswaar nog alles te bewijzen hebben, niet in het minst inzake macro-economische haalbaarheid, maar waarvan je intuïtief aanvoelt dat het in die richting zal moeten gaan, willen we onze kinderen en kleinkinderen  nog een toekomst geven die naam waardig, zowel op sociaal als ecologisch vlak.

Met dien verstande dat alles, maar dan ook alles, op dit ogenblik de implementatie van dit soort revolutionaire ideeën in de weg staat. Zowel de ‘gevestigde belangen’, die dit soort ideeën weglachen of nog afdoen als ‘populistische pamfletten’ – de dooddoener van onze tijd – maar ook onze eigen ‘frames’ en ideeën, die de samenleving ons bijbrengt, van jongsaf aan.

Kan er iemand ons bijvoorbeeld duidelijk maken waarom enkel kinderen recht hebben op drie maand vakantie, maar dat dit niet geldt voor volwassenen, waarvan velen zich afbeulen, en over (veel) minder energie beschikken dan hun kroost? En zo kun je veel voorbeelden geven van hoe we blijkbaar met zijn allen aanvaarden dat het, vanaf pakweg de leeftijd van 12, ‘serieus’ wordt.

De speeltijd is voorbij, en het wordt tijd dat je je voorbereidt op een rol in de samenleving, met alle druk die daarbij hoort. We accepteren dat met zijn allen, studenten, in de werkomgeving, overal, want het is de wereld zoals we die kennen, ‘de wereld-zoals-hij-is’. De wereld waarin je moet presteren, of je belandt in de goot.

Zoals Filip Reyntjens terecht stelde in een recente opiniebijdrage in de Standaard:  “Op dit ogenblik is de markteconomie een empirisch feit. Toegegeven: ze in stand willen houden of ze willen vervangen door een andere economie zijn allebei ideologieën, maar de markteconomie bestaat vandaag dominant en ze heeft haar wetten.” Heeft hij zonder meer gelijk in.

Het kamp van Voka, Itinera en andere ECB en Ecofin orakels heeft dus één cruciaal voordeel – zij kunnen vooralsnog stellen dat ze niet ideologisch bezig zijn (of toch minder ideologisch dan het andere kamp), maar louter pragmatisch, want conform aan de wetten die op dit ogenblik in de globale economie op dit ogenblik gelden, bv. inzake concurrentievermogen, etc.

Het nadeel dat ze hebben is dat ze met hun zogenaamd “pragmatische” recepten, als iedereen die kopiëert, de planeet het genadeschot zullen geven, en dat lang voordien de sociale ongelijkheid nog verder de spuigaten zal zijn uitgelopen.  

Wat De Wever en co dus ook mogen beweren, dit is de cruciale keuze waarvoor we met zijn allen staan, in de volgende decennia, minstens in de zogenaamd ontwikkelde landen, maar eigenlijk ook in veel opkomende economieën. Een keuze tussen de platgetreden paden verlaten, met het risico om inderdaad serieus op onze bek te gaan, of integendeel de verroeste recepten van Thatcher en Reagan verder door te voeren, tot we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid helemaal tegen de sociale en ecologische muur botsen. 

Eerste afspraak 25 mei 2014

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!