Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Armoede, Armoedebestrijding - Frederic Vanhauwaert

Armoede bestrijden: ligt de oplossing bij de mensen zelf?

Armoedebestrijding staat vandaag bovenaan de politieke agenda. Alleen lijken heel wat politici en partijen de strijd tegen armoede te verwarren met een strijd tegen mensen in armoede. We zien hierin een duidelijk patroon terugkeren met twee hoofdlijnen. Tweemaal zien we dat de verantwoordelijkheid om uit de armoede te geraken meer en meer wordt gelegd bij de mensen in armoede zelf.

maandag 23 december 2013 12:25

MENSEN IN ARMOEDE IN HET VIZIER

Ten eerste zien we dat op alle bestuursniveaus, zowel federaal, Vlaams als een hele rits lokale besturen, het vizier gericht wordt op mensen in armoede. Hen ‘activeren’, weer een ‘perspectief bieden’, hen ‘terug aan de samenleving te laten deelnemen’ – zo klinkt het. In de praktijk stellen we vast dat juist het omgekeerde gebeurt: perspectief wordt verder ontnomen, die kleine opening naar een geschikte job verder dichtgegooid en de kloof met de rest van de samenleving blijft vergroten. 

We keren terug naar 1 november vorig jaar. De federale regering kondigt de versnelde degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen aan. Langdurig werkzoekenden zien hun uitkering voortaan zakken tot op het niveau van het leefloon. De rechterzijde vraagt al langer een beperking in de tijd van werkloosheidsuitkeringen. In de feiten is die er al. Mensen vallen terug op een inkomen dat onder de armoedegrens ligt en waar ze onmogelijk waardig kunnen van leven. De versnelde degressiviteit wordt politiek verkocht als een activeringsmaatregel. Daarmee wordt duidelijk hoe de partijen binnen de federale regering kijken naar mensen die vruchteloos naar werk zoeken. Ze ‘willen niet werken’. Dus verlagen we hun uitkering tot een niveau ‘zodat ze vanzelf wel in activeringsmodus gaan’.

“De versnelde degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen wordt politiek verkocht als activeringsmaatregel”.

De realiteit is echter anders: mensen met een inkomen onder de armoedegrens raken nog meer geïsoleerd dan ze al waren. Ze moeten extra besparen op hun uitgaven, en dus ook op zaken die hen helpen om werk te zoeken (internetabonnement, computer). Wetenschappelijk onderzoek van onder meer HIVA-professor Ides Nicaise heeft eerder al aangetoond dat integendeel hogere uitkeringen, gekoppeld aan goede begeleiding naar werk, mensen sneller aan het werk krijgen. 

Als werkzoekende krijg je daarnaast tegelijk van de Vlaamse regering te horen dat er tal van werkwinkels in Vlaanderen de deuren sluiten. Net die plek waar je nog relatief makkelijk naartoe kon voor een aanpak op maat op zoek naar de geschikte opleiding of een nieuwe job. Vanuit de Vlaamse overheid luidt het : bouw de online dienstverlening uit. Opnieuw zullen eerst mensen met beperkte middelen en opleiding hiervan de gevolgen voelen.

De hierboven geschetste maatregelen zullen ertoe leiden dat mensen sneller bij het het OCMW of het Sociaal Huis gaan aankloppen, op zoek naar een beetje aanvullende steun om de maand door te komen en naar hulp inzake schuldbemiddeling,… Maar ook daar dreigt de deur dicht te klappen. Het voorstel om leefloners voortaan verplicht vrijwilligerswerk te laten doen, is daar een voorbeeld van. Iemand die maar net het hoofd boven water kan houden, en die tal van problemen heeft, krijgt er nog een extra verplichting bovenop.

Daarnaast zullen een rits lokale besturen, omwille van besparingen – lees onder andere personeelsingrepen -, gaan schrappen in de dienstverlening. Dit terwijl er nu al op veel plaatsen wachtlijsten zijn om mensen die schuldbemiddeling zoeken daadwerkelijk te helpen. Deze tendens staat bovendien in schril contrast met de wetenschappelijk onderbouwde vraag van mensen in armoede om meer op maat en draagkracht begeleid te worden.

UITBLIJVEN STRUCTURELE MAATREGELEN

Een tweede grote lijn zien we in het uitblijven van noodzakelijke structurele maatregelen.

Automatisch toekenning van rechten staat bijvoorbeeld al jaren op de politieke agenda. Mensen geven waar ze nu al recht op hebben, daar is iedereen het over eens. In de praktijk zien we dat in grote voorbeeldcases als schooltoelage en OMNIO-statuut (die recht geeft op een betere terugbetaling van geneeskundige verzorging) er geen vooruitgang geboekt wordt.

De huidige Vlaamse regering zette, na dialoog met mensen in armoede, een aantal cruciale structurele maatregelen voorop in hun plannen: het versterken en uitbreiden van de werking van wijkgezondheidscentra, een systeem van kostenbeheersing in het secundair onderwijs, het structureel verankeren van werk-welzijnstrajecten voor mensen in armoede, het uitbreiden van een systeem van huursubsidies voor mensen die lang op een wachtlijst voor een sociale woning staan,…

Sommige van deze maatregelen staan zelfs letterlijk in het Vlaams regeerakkoord. Het stemt tot nadenken dat we armoede op de agenda krijgen, dat we goede structurele maatregelen voorop in de plannen krijgen, maar dat er dan uiteindelijk nog zo weinig concreet gebeurt. Bij andere topprioriteiten geven zulke toestanden aanleiding tot stevig politiek debat en zelfs regeringscrisissen.

Bij armoedebestrijding zien we veel te weinig echte verontwaardiging bij de politieke klasse over de stilstand die in werkelijkheid een achteruitgang betekent voor mensen in armoede. Het wachten zorgt ervoor dat mensen in armoede nog meer op zichzelf aangewezen zijn, terwijl het zien van perspectief en kleine stappen vooruit zetten hen net kunnen vooruithelpen in hun dagelijkse strijd.

OPTREKKEN INKOMENS EN UITKERINGEN TOT ARMOEDEGRENS

De komende jaren zullen politici moeten worden overtuigd dat armoedebestrijding en minder ongelijkheid de hele samenleving ten goede komt (cfr. Richard Wilkinson, Kate Pickett, The Spirit Level: ‘Why More Equal Societies Almost Always Do Better’, 2009). Het blijft wachten op politici die dit kunnen en willen verkopen binnen hun partij en bij uitbreiding in de gehele samenleving.

Een half jaar voor de verkiezingen zullen de beloftes ons weer om de oren vliegen. Armoedebestrijding zal in elk partijprogramma wel terug te vinden zijn. Het Netwerk tegen Armoede wil politici en partijen op hun waarheidsgehalte testen met een welgemikte, concrete eis: geen federale regering zonder het optrekken van inkomens en uitkeringen tot de armoedegrens (teken de petitie op www.netwerktegenarmoede.be/petitie).

Wie de armoede echt wil bestrijden, maakt dààr eerst werk van en zet een tijdschema uit om dit aan te pakken. De maatregel is ambitieus en kost 1,5 miljard euro. Geen klein bedrag, maar een heel stuk minder dan wat de federale overheid jaarlijks ophoest aan notionele intrestaftrek.

Hogere uitkeringen zijn immers een belangrijke eerste stap om mensen een waardig leven te bieden en hen écht te activeren. Met een beetje meer koopkracht zullen ze iets meer aansluiting vinden bij de samenleving. In combinatie met andere structurele maatregelen kan dit de stijgende armoede een halt toeroepen. Het is trouwens ook een goede relancemaatregel voor de economie. Sparen is voor mensen in armoede sowieso een luxe-aangelegenheid.  Zij zullen dat beetje meer inkomen uitgeven, simpelweg om hun basisbehoeften te kunnen financieren : huishuur, energiekosten, voeding.  Het geld dat door de overheden besteed wordt om de inkomens en uitkeringen op te trekken tot de armoedegrens komt dus direct in de economie terecht.

Frederic Vanhauwaert is algemeen coördinator van Netwerk Tegen Armoede.

Deze opinie verscheen eerder in SamPol, tijdschrift voor een democratisch socialisme.

www.netwerktegenarmoede.be/petitie

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!