Opinie, Nieuws, Economie, Samenleving, Politiek, België, ACW -

Meer maatschappelijk begrip, mocht ACW multinational zijn?

De aanval op het ACW gaat verder. Na de heisa over de staatswaarborg voor Arco-aandeelhouders, en het debat rond de Belfius-winstbewijzen, is er nu een nieuw front gevormd naar aanleiding van een zogenaamde ‘belastingontduiking’ en ‘fraude’.

vrijdag 15 februari 2013 12:20

De vele en eenzijdige commentaren in de media spreken over het ‘morele failliet’ van het ACW. Er zijn ongetwijfeld fouten gemaakt, en sommige keuzes zijn, zo blijkt achteraf, ongelukkig geweest. Dat (de toenmalige) leiding van het ACW op een weinig kritische manier ‘in de klauwen van het kapitalisme’ is terecht gekomen (De Standaard, 15/2) breekt de beweging nu zuur op. En dat de gemaakte fouten hersteld zullen moeten worden, onder meer door een serieuze herbronning, dat is duidelijk.

Ik durf echter voor enige voorzichtigheid pleiten, bij politici en opiniemakers, om bij de welgemikte aanvallen op ACW niet te veel ‘collateral damage’ te veroorzaken. Er is immers een zeer groot risico dat het gigantische ‘sociaal kapitaal’ dat de beweging doorheen de jaren heeft opgebouwd, als sneeuw voor de zon zal verdwijnen wanneer men de beweging tot op de grond wil vernietigen.

Een beweging als ACW is een ‘social profit’ organisatie. Dat betekent dat men streeft naar ‘maatschappelijke winst’, en niet naar een ‘particuliere winst’ zoals dat bijvoorbeeld het geval is in bedrijven waar de eigenaars er moeten van leven. Cynici zullen zeggen dat ACW net wél het eigen particuliere belang voorop stelt. Maar dat klopt toch niet volledig.

Men kan het immers het ACW niet verwijten dat men als ‘bedrijf in moeilijkheden’ er alles aan doet om een financiële basis te vrijwaren om de werking in stand te houden. Een werking die, nogmaals, vooral een sociaal en maatschappelijk oogmerk heeft. In het ACW, maar ook bij gelijkaardige organisaties van andere ideologische strekking,  leveren professionelen en vrijwilligers diensten waarvan men denkt dat de maatschappij als geheel dat belangrijk vindt.

Was het ACW een multinational geweest, er zou wellicht niet zoveel heisa geweest zijn.

Zo zijn er tienduizenden vrijwilligers onder de ACW-koepel actief, begeleid door tientallen professionele medewerkers,  bij organisaties als OKRA (senioren), KAV, KWB, en KAJ (jongeren), Pasar en Wereldsolidariteit. Die mensen werken dag in dag uit om via heel concrete projecten hun buurten, wijken en gemeenten een beetje leefbaarder te maken: veilig verkeer, mantelzorg, sociaal-culturele vorming, integratie van kansarmen, enzovoort. Organisaties als ACW zijn er dus niet enkel voor zichzelf, zoals de dominante opinie nu luidt. Ze zijn er eerst en vooral om een maatschappelijke meerwaarde te creëren.

De OESO becijferde onlangs nog dat grote bedrijven in ons land amper belastingen betalen. 

Was het ACW een multinational geweest, er zou wellicht niet zoveel heisa geweest zijn. Er lijkt veel eensgezindheid te zijn over het feit dat er maatschappelijke steun moet zijn voor bedrijven opdat zij zouden investeren bij ons, en dus ‘economisch kapitaal’ zouden genereren. 

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) becijferde onlangs nog dat grote bedrijven in ons land amper belastingen betalen. De overheid (dus de samenleving) investeert in die bedrijven, in ruil voor werkgelegenheid. Daar is weinig debat over, en ongetwijfeld zal het allemaal economisch beredeneerd zijn: hoeveel kunnen we als samenleving investeren in een organisatie met een hoofdzakelijk particulier belang, zodat we er als samenleving ook economische return uit halen (werkgelegenheid)?

Het lijkt echter heel moeilijk om een zekere maatschappelijke consensus te laten groeien om in moeilijke tijden ook organisaties te steunen die sociaal kapitaal genereren.  Vandaag lijkt het, tenminste als we de dominante opiniemakers mogen geloven, lastig om de afweging te maken hoeveel we als samenleving bereid zijn te ‘betalen’ om enig sociaal kapitaal te vrijwaren. En dat is te verklaren.

Ten eerste is sociaal kapitaal niet in harde euro’s uit te drukken, en dat verzwakt de positie van zij die er de verdediging van opnemen. De waarde van het vrijwillig werken aan iets ongrijpbaars als een ‘warme samenleving’ wordt onderschat omdat het niet te becijferen valt hoeveel het kost en opbrengt aan de maatschappij. 

Ten tweede, en wellicht belangrijker, hebben bepaalde opiniemakers er belang bij dat een organisatie als ACW op de knieën gaat omdat er een politieke liaison is. In de gretigheid waarmee het ACW onder vuur wordt genomen, met als doel het versterken van de eigen politieke positie van de aanvallers, wordt de collateral damage van het gedecimeerde sociaal kapitaal er dan maar bij genomen.

Jammer.

Prof. dr. Bram Verschuere is docent aan de HoGent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!