Opgepast! Gevaar voor retroactiviteit!

Opgepast! Gevaar voor retroactiviteit!

dinsdag 5 februari 2013 23:34

Het fenomeen retroactiviteit: een “gevaarlijke” fictie die nog steeds tot onze werkelijkheid behoort?!

Het feit dat voormalig minister, huidig postjespakker te Kortrijk, Vincent Van Quickenborne, uiteraard in samenwerking met de huidige vlinderregering “retroactief” de gelijkschakeling van halftime loopbaanonderbreking naar pensioenrechten toe reduceerde tot een gelijkstelling met een halftime loopbaan ligt mij nog steeds zwaar op te maag.

Naar mensentaal wil dit zeggen dat Dhr. Van Quickenborne tijdens het kaartspelen in pakweg cafe “de kroon” vaststelt dat zijn kaarten niet zo goed liggen en dan maar beslist om nog tijdens het spel de spelregels in zijn voordeel te wijzigen en dit zonder raadpleging noch goedkeuring van de andere kaartspelers.

In café de kroon krijg je dan waarschijnlijk een tik tegen je muil en wordt een onzachte landing tegen het voetpad deel van de werkelijkheid. Niet zo in de politiek.

Omdat ik dit nog steeds niet verteerd heb ben ik op zoek gegaan naar een juridische interpretatie en vooral naar de mogelijkheid om dit juridisch aan te kaarten. Hierbij kwam ik terecht bij een verhandeling van Femke Blancquaert onder wetenschappelijke begeleiding van Prof. A. Alen (bron: http://www.law.kuleuven.be/jura/art/33n1/blancqua.htm) met de in hoofding vermelde titel.

Femke Blancquaert stelt o.m. wat volgt:

Waarom “fictie”? Het ligt voor de hand… “Retroactiviteit is een fictie: voortaan zal men handelen alsof het verleden niet was wat het is geweest”. Waarom “gevaarlijk”? Een persoonlijke bedenking: “dienen ficties niet uit onze werkelijkheid geweerd te worden om van rechtszekerheid en vertrouwen gewag te kunnen maken???”

De eerbiediging van het vertrouwensbeginsel waarop de rechtsonderhorige jegens de overheid aanspraak kan maken, komt vooral aan de orde bij het vraagstuk over de terugwerkende kracht of de retroactiviteit van normen.

Alvorens van start te gaan met de juridische bespreking van het fenomeen “retroactiviteit”, lijkt het mij aangewezen vooreerst even stil te staan bij de alledaagse definitie van het begrip. In het groot Woordenboek der Nederlandse Taal, van Dale, wordt “retroactiviteit” omschreven als “terugwerkende kracht”. “Terugwerkende kracht” wordt op haar beurt dan weer omschreven als “zijn werking naar achteren uitstrekken; achterwaarts gaan; zijn invloed achterwaarts in de tijd doen gevoelen; over een voorafgaand tijdperk van kracht zijn”.

Het lijkt wel om iets bovennatuurlijk te gaan. Immers, geen sterveling kan iets aan het verleden veranderen. Wat gebeurd is, blijft gebeurd. Er gaat niets meer af en er komt niets meer bij. De vraag lijkt dus voor te liggen of onze wetgevers en rechters, door het sleutelen aan de actuele en toekomstige gevolgen van rechtshandelingen, zich inlaten met iets bovennatuurlijk?

In een rechtsstaat, waarin de juridische oplossingen het landschap tekenen, waarin het individu zijn voornemens en handelingen bepaalt, zijn enkel de normen en oplossingen die door elkeen gekend waren op het ogenblik van hun handelen, aanvaardbaar.

Deze normen mogen niet retroactief zijn, daar deze retroactiviteit de gegevens verkleurt; ze benadeelt degenen die zich geëngageerd hebben in functie van de vroegere rechtstoestand; ze ondermijnt de voorspelbaarheid en miskent het gemeen vertrouwen. Ze druist in tegen het grootse principe van de rechtszekerheid.

Tot zover een greep uit deze verhandeling.

Aangezien ik geen jurist ben noch bekwaam ben in wetgevende teksten vraag ik hierbij steun aan dezen die hier iets zinnigs aan toe te voegen hebben. Belangrijkste vraag is echter of dit de facto (laat ik ook maar eens een DeWeverke doen) aanvechtbaar is en wat de inschatting van de slaagkans is.

Met dank aan de meer onderlegden in deze materie die hier iets willen aan toe voegen. Wie zich beroepshalve geroepen voelt om dit pro deo weliswaar tot een testcase te maken gelieve zich aan te melden aan de balie:-)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!