Met Lincoln naar bed

dinsdag 5 februari 2013 09:52

Abraham Lincoln (1809-1865), de 16de president van de Verenigde Staten, deelde in zijn jonge jaren het bed met Joshua Speed, die een van zijn beste vrienden werd. Er zijn ook andere mannelijke bedgenoten van Lincoln bekend. Dat gaf aanleiding tot de vraag: was Lincoln gay?

Speed was niet de enige van wie we weten dat hij samen met Lincoln sliep. Een andere bedgenoot was bijvoorbeeld zijn lijfwacht en metgezel kapitein David Derickson, die zijn bed deelde van september 1862 tot april 1863, telkens als Lincolns echtgenote afwezig was.

Dat samenslapen heeft aanleiding gegeven tot de vraag: “Was Lincoln gay?” (1) Vooral na de publicatie van een boek van C.A. Tripp, The Intimate World of Abraham Lincoln (2005), werd er flink gediscussieerd over die vraag. Een duidelijk bewijs voor homoseks is niet tevoorschijn gekomen, er zijn alleen maar interpretaties van gedragingen en teksten die zouden kunnen wijzen op… Dat roept meteen een andere vraag op, die naar het interpretatiekader van waaruit je naar Lincoln kijkt.

Dat kader is vaak nogal anachronistisch. Het idee dat twee mannen in bed wel een seksuele relatie zullen hebben is van na de tijd van Lincoln, het hoort vooral thuis in de twintigste eeuw. In Lincolns tijd was het samenslapen van mannen een gewone zaak, en was men nog bezig de homoseksualiteit uit te vinden. Bovendien bestond er een vriendschapscultuur waarin intimiteit, romantische gevoelens en de uiting daarvan vanzelfsprekend waren, ook tussen mannen.

Liefdesverklaringen tussen mannen

Wat vanuit een later perspectief als indicatie van homoseksuele relaties zou kunnen worden opgevat, was dat in zijn tijd niet. De historicus Richard Godbeer, die een boeiende studie aan de vriendschap in Amerika wijdde, zegt het zo:  “Liefdesverklaringen van een man aan een andere man zouden aan verwanten of buren niet automatisch gesuggereerd hebben dat er seksuele betrekkingen zouden kunnen plaatsvinden. Inderdaad, de meeste Anglo-Amerikanen die in de koloniale en de revolutionaire tijd leefden, behandelen de emotionele banden tussen mannelijke vrienden als heel verschillend van seksueel verlangen. Sodomie was onwettig en werd door de religieuze leiders afgekeurd als een vreselijke zonde, maar niet-erotische liefde tussen mannen werd gezien als decent, eerbaar en prijzenswaardig. Aanvaardbare expressie van liefde tussen mannen omvatte niet alleen woorden, geschreven of gesproken, maar ook fysieke genegenheid. (…) Mannelijke vrienden verwezen vaak naar het plezier dat ze ondervonden bij het aanraken en vasthouden van elkaar; ze genoten van de nabijheid van elkaars lichamen.”

In die cultuur konden mannen samen slapen, zonder dat dat verdacht was. Wil dat zeggen dat mannen die samen in bed lagen nooit seks hadden? Natuurlijk niet, maar je moet er niet automatisch aan denken, dat deden ook de tijdgenoten niet. Wat er in bed precies gebeurde is over het algemeen moeilijk te achterhalen voor historici, behalve als er heel toevallig een beschrijving van gemaakt is, en die ook nog bewaard is.

Zulke uitzonderlijke documenten zijn bv. de twee brieven die de 22-jarige Thomas Jefferson Withers in Columbia, South-Carolina, schreef aan de 19-jarige James H. Hammond, in 1826. Daarin worden bedgeneugten tussen mannen heel expliciet beschreven: “Ik zou graag informeren of je nog in je hemdsslippen slaapt en of je nog het extravagante genoegen hebt je kronkelende bedgenoot te neuken en te doorstoten (poking and punching) met je lange, dikke lul (your long fleshen pole) – waarvan ik zo vaak de eer had de hevige aanraking te voelen?” (3) (Alweer moet je hier oppassen met het etiket “gay”: James Hammond trouwde later en had kinderen, en van hem is ook geweten dat hij jonge meisjes uit zijn familie betastte.)

Vriendschap als rookgordijn

De vriendschapscultus en de ongegeneerdheid inzake fysiek contact tussen mannen moeten een prima rookgordijn geweest zijn waarachter seksuele activiteit onverdacht en ongemerkt kon plaatsvinden. De geciteerde passage stelt ook het idee in vraag dat alles in die tijd erg preuts en strikt was, en helemaal conform de officiële afkeuring van sodomie.

Jonathan Katz, een pionier van de geschiedenis van de homoseksualiteit, heeft aan Lincoln en Speed het mooie openingshoofdstuk van zijn boek “Love Stories, Sex between Men before Homosexuality” gewijd. Lincoln, die het financieel heel krap had, arriveerde op 15 april 1837 in Springfield, Illinois, op een geleend paard. Hij kwam de winkel van Speed binnen, zette zijn zadeltassen op de toonbank en vroeg naar de prijs van een kamer met eenpersoonsbed. Die bleek te hoog voor hem. Lincoln keek vreselijk somber, en Speed deed een genereus voorstel voor gratis verblijf: “Ik heb een heel grote kamer met een groot tweepersoonsbed; als je zin hebt wil ik het graag met je delen.” Lincoln vroeg waar de kamer was, ging naar boven en zette daar zijn zadeltassen, en kwam stralend weer naar beneden: “Ok Speed, ik heb mijn intrek genomen.” (4)

Dat was het begin van een relatie die tot aan Lincolns dood zou duren, een relatie die onder meer haar uitdrukking gevonden heeft in een jarenlange correspondentie. Jonathan Katz heeft daarvan een scherpzinnige analyse gemaakt, waar ik enkele zaken uit wil oppikken. Om te beginnen het contrast tussen vrijmoedigheid en schuchterheid of onzekerheid. Lincoln vertelde in mannelijke gezelschap ongeneerd pikante verhalen (dirty stories, smutty stories) en had daar succes mee. Maar in zijn relaties met vrouwen was hij volgens verschillende getuigenissen schuchter, weinig geïnteresseerd, en weinig spraakzaam.

De ondeugende kant van Lincoln blijkt ook uit een versje dat hij in zijn jeugd schreef over vier broers die zijn buren waren en dat als volgt begint:

Reuben and Charles have married two girls

But Billy has married a boy

The girls he had tried on every side

But none could he get to agree

All was in vain he went home again

And since he is married to Natty

De jongen die geen succes heeft bij de meisjes, trouwt met zijn eigen broer. Katz noteert hierbij: “Het huwelijk en de coitus tussen mannen zaten duidelijk in zijn hoofd, maar hij stelde ze zich alleen maar voor als een pover alternatief voor de mislukte hofmakerij bij vrouwen.” De gecompliceerde relatie van een man met vrouwen de we in het gedichtje zien, lijkt vooruit te wijzen naar de problemen in Lincolns latere leven, merkt Katz op.

Bed in, bed uit

Rond 1839-1840 informeerde Lincoln bij zijn vriend Speed waar hij een vrouw kon vinden voor seks, in bedektere termen: “Speed, do you know where I can get some?” Speed stuurt hem naar een vrouw die hij onderhoudt (als maîtresse of als prostituee, dat is niet duidelijk) met een briefje. Lincoln overhandigt dat aan de vrouw en legt de zaak uit, en na wat tegenstribbelen gaat zij akkoord. Ze kleden zich uit en stappen in bed. Maar voor het tot actie komt, informeert Lincoln naar de prijs. Die bedraagt vijf dollar, maar hij heeft er maar drie! De vrouw vindt het ok dat hij de twee ontbrekende dollars later betaalt. Maar Lincoln legt uit dat hij geen schulden wil maken, en ondanks de aanmoedigingen van de vrouw, stapt hij uit bed en in zijn broek, biedt de drie dollars aan, die de vrouw weigert, en gaat weg.

Lincoln had natuurlijk de prijs kunnen vragen voor hij zich uitkleedde en in bed stapte. Nu lijkt zijn gedrag te wijzen op een remming: hij gooit zich hals-over-kop in een seksuele relatie, en zoekt dan meteen een reden om te kunnen vluchten. Die combinatie van avances en terugtrekken is ook aanwezig in zijn hofmakerij bij dames van “betere” zeden. Aan Mary Owens stuurde hij een liefdesbrief die haar bijna dwong het uit te maken – ze beëindigde de relatie door niet meer te antwoorden. Aan zijn huwelijk met Mary Todd, bij wie hij vier kinderen verwekte, was ook een verloving voorafgegaan die Lincoln verbroken had, terwijl de trouwdatum al vastlag.

Een uiterst belangrijk evenement in de relatie tussen Lincoln en Speed was het huwelijk van deze laatste, in februari 1842. Alleen Lincolns brieven daarover zijn bewaard gebleven, en die benadrukken dat de eerste huwelijksnacht beangstigend en zorgwekkend zou zijn. Katz becommentarieert:  “Verre van verlangen naar seksueel verkeer met een goede vrouw leken beide mannen bezorgd om hun vermogen de copulatie te voltrekken – geen instinctief heteroseksueel verlangen hier.”

Na het huwelijk van Speed, die het huwelijk toch niet zo vreselijk bleek te hebben gevonden, ging het opeens beter met de weifelachtige huwelijksplannen van Lincoln: op vier november 1842 trouwde hij toch met Mary Todd. De vriendschap tussen Lincoln en Speed bleef bestaan, maar niet meer met het oude vuur. De huwelijksrelatie aan beide kanten deed de grote vriendschap verflauwen, waarvan Speed ooit zei: “Geen twee mannen zijn ooit intiemer geweest”.

Mannenvriendschap overtreft de liefde tot een vrouw

Vanuit een hedendaags perspectief zou je geneigd kunnen zijn in Lincoln een man met een geblokkeerde homoseksualiteit te zien, en een daardoor geremde heteroseksualiteit. Maar het is waarschijnlijk interessanter (en minder anachronistisch) te kijken vanuit het verleden. De relaties tussen mannen in het Amerika van de 19de eeuw hadden modellen uit de oudheid, voorop de bijbel. Lincoln, grotendeels autodidact, was niet zo klassiek geschoold, maar wel goed vertrouwd met de King James-bijbel. Uit de Davidroman moet hij  het voorbeeld gekend hebben van een vriendschap die de relatie met vrouwen overtreft: “Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen”, zijn de beroemde woorden van  David in zijn klaagzang na de dood van zijn vriend Jonathan.

Maar tegelijkertijd is koning David  uitgesproken heteroseksueel actief – hij palmt een mooie, maar getrouwde vrouw in die hij vanaf het dak van zijn paleis heeft zien baden, en met grote gemeenheid elimineert hij haar echtgenoot. (2 Samuël 11) En ook Jonathan was heteroseksueel actief geweest, want hij had een zoon.

Van in de oudheid werd de vriendschap tussen mannen verheerlijkt – denk, behalve aan David en Jonathan bv. ook aan Achilles en Patroklos, aan Orestes en Pylades, aan Nisus en Euryalus, aan Cicero en Atticus – zonder dat de seksuele relatie met een vrouw daarom uitgesloten was. Ze was nodig voor zinnelijk genot en voor nakomelingschap, maar kon de genegenheid en de liefde tussen mannen niet evenaren en niet vervangen.

In onze eigen literatuur vinden we in het middeleeuwse verhaal van Amicus en Amelius  diezelfde grondgedachte terug. Beide mannen hebben relaties met vrouwen, maar aan het eind van hun leven zijn het de mannen die samen begraven worden, niet de echtparen. Een duidelijke hiërarchie, die het omgekeerde is van de onze. Van dat vriendenpaar wordt in het begin van het verhaal beschreven hoe onafscheidelijk het is: zozeer “dat de ene niet zonder de andere wilde slapen of eten”.  Met iemand naar bed gaan, vandaag een eufemisme voor seks hebben, was toen nog een gewone uiting van vriendschap tussen mannen. (5)

***

En Spielbergs film “Lincoln”? Scenarist Kushner legt uit waarom Lincoln niet gay is in de film – “the final version is sexless”:

http://www.goldderby.com/news/3596/abraham-lincoln-gay-movie-tony-kushner-homosexuality-entertainment-news-471926305.html

Maar gay recensent  J. Bryan Lowder vindt in de film “a perfectly reasonable space for imagining what a ‘gay’ Lincoln might look like”: http://www.slate.com/blogs/browbeat/2012/11/09/abraham_lincoln_gay_straight_something_else.html

1 . Daar is zelfs al een apart artikel van de Wikipedia aan gewijd: Sexuality of Abraham Lincoln, http://en.wikipedia.org/wiki/Sexuality_of_Abraham_Lincoln

2 . Richard Godbeer, The Overflowing of Friendship, Love between Men and the Creation of the American Republic, Baltimore, The John Hopkins University Press, 2009, p.4-5.

3 . Martine Duberman, “Writhing Bedfellows” in Antebellum South Carolina: Historical Interpretation and the Politics of Evidence, in Martin Duberman, About Time: Exploring the Gay Past, revised and expanded edition, New York, Meridian, 1991, p. 3-23, citaat p. 5.

4. Jonathan Katz, Love Stories, Sex between Men before Homosexuality, Chicago/London, The University of Chicago Press, 2001, p. 3-25.

5 . J. J. Mak, Amijs ende Amelis, Een middeleeuwse vriendschapssage, naar de berijming van Jacob van Maerlant tezamen met zijn Latijnse bron uitgegeven, Zwolle 1954, vers 31,22-23.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!