Identiteit
Opinie, Nieuws, Samenleving, Boek, Boeken, Identiteit, Neoliberalisme, Boekrecensie -

Professor Verhaeghe, graag ook aandacht voor rebelse identiteit

Bernard De Witte las het boek ‘Identiteit’ van professor Paul Verhaeghe, en hij miste iets. Nergens vond hij iets over wat hij een ‘rebelse identiteit’ noemt. Vandaar deze brief aan de auteur.

woensdag 31 oktober 2012 10:38

Professor,

Ik heb Uw boek ‘Identiteit’ al eens doorgenomen, en reeds na een eerste lezing is me iets opgevallen: ik mis iets over identiteit, ik ervaar het als een lacune: nergens in het boek wordt er ook maar enige aandacht geschonken aan een speciale vorm van identiteitsvorming, die ik kan omschrijven als de ‘rebelse identiteit’.

Er wordt voortdurend gesproken over ‘wij’ alsof iedereen het neoliberaal verhaal slikt en er zich aan houdt. Er zijn echter een aantal (zij het een minderheid) mensen die zich niet alleen niet herkennen in het verhaal, maar er daadwerkelijk afstand van nemen, meer nog, zich actief verzetten tegen die dictatuur.

Nu, ik heb een sterk vermoeden dat dit wel te maken kan hebben met uw dagelijkse praktijk: het is m.i. een feit dat een psychotherapeut zelden of nooit in contact komt met rebelse mensen, om de heel eenvoudige reden dat die haast nooit nood hebben aan therapie. Daarvoor is hun verhaal te sterk verankerd in hun persoonlijkheid, wat depressies zo goed als altijd uitsluit (tenzij wegens ldvd, en ook dat is maar tijdelijk). Dat is alleszins mijn eigen ervaring.

Ik ga het nu heel subjectief houden, omdat mijn levensloop een tamelijk accurate weerspiegeling vertoont van deze ‘rebelse identiteit’. De hamvraag die ik me daarbij (nog altijd) stel is: hoe komt iemand – als enige uit een gezin van vijf – vanuit een ‘braaf-katholieke’ opvoeding tot een openlijk verzet, niet alleen tegen het kapitalisme (ik gebruik liever deze term, omdat het meer is dan alleen verzet tegen neoliberalisme, dat ten andere nog zo goed als niet bestond bij het ontluiken van mijn rebellie), maar ook gaandeweg tegen het katholicisme dat me in mijn kinderjaren met de paplepel was toegediend, en verder zelfs nog tegen elke vorm van betuttelende of erger nog onderdrukkende vorm van godsdienst.

Van kritisch en opstandig gedrag tov mijn ouders was er bij mij geen sprake, tot ver in mijn twenties was ik een ‘braaf’ jongetje.

Ja, ik zie wel omgevingselementen : de jaren in de jeugdbeweging (Chiro) die zeker dé basis hebben gevormd voor die langzame ommezwaai, het verantwoordelijk, leidinggevend werk in een jeugdhuis, vandaar naar actief verzet (tegen kernenergie, later in vredesbewegingen), dat zijn zeker bepalende omgevingselementen geweest in die verdere evolutie.

En er is een bijkomende, heel belangrijke ‘steunfactor’ – o ironie –, namelijk de steeds harder wordende repressie die ik aan de lijve heb ondervonden: traangas, waterkanon, kennismaking met een matrak, zowat 50 arrestaties wegens geweldloze acties van burgerlijke ongehoorzaamheid, zeven dagen gevangenis (om dezelfde reden) – met als steeds weerkerend boemerang-effect van nog sterker, actiever engagement (wat ik enigszins kan benoemen als ‘martelarensyndroom’: iedere vorm van repressie werkt de tegenstand nog meer in de hand).

Maar wat me nu vooral bezighoudt, hoe komt het dat ik, na zowat zes jaren ‘afwezigheid’ wegens fysische kwalen, nu zo al een tweetal jaren opnieuw die rebelse geest heb ‘heropgevist’, zij het wat minder op fysiek vlak (vanwege hartkwaal) maar des te meer op psychisch, mentaal vlak ? En sedert april 2012 zelfs ook weer fysiek, bij demonstraties in Londen (zonder repressie evenwel) tegen een militaire basis, nota bene in Zuid-Korea. En met vernieuwde inzet in de politieke partij van mijn keuze.

Mijn bloed blijkt nog te kruipen als het niet meer stromen kan… Of ook nog – de onverwoestbaarheid van mijn droom, mijn ‘verhaal’. Of nog, ik herken mezelf (en dat zal ook wel het geval zijn met andere ‘rebellen’ ) als een autonome identiteit binnen een groepsverbondenheid. Individualisme (niet hetzelfde als egoïsme), sociaal gericht.

Er is nog een andere vorm van identiteitsbeleving die inherent aanwezig is in de rebelse identiteit, maar ook los daarvan kan voorkomen – de vrijwilligersidentiteit. In uw boek raakt u dat eventjes aan, maar zonder er verder op in te gaan.

Als we dieper dan de oppervlakte van dit fenomeen kijken, dan merken we dezelfde rebelse geest – zij het haast altijd onbewust – aanwezig bij de vrijwilliger. Maar het blijft een reactie op de verstikkende boodschap van onze huidige maatschappij, ten opzichte van het egoïsme wordt een vorm van solidariteit gesteld, do ut des in vele gevallen, maar wel haast altijd in een groepsverbondenheid.

Dat brengt me meteen tot een lichtere (niet pessimistische) kijk op de toekomst: het (bewuste en onbewuste) verzet zal steeds verder aanzwellen, en vroeg of laat het neoliberale dogma volledig ondergraven, voor een poging tot meer solidariteit (je kan het ook burgerzin noemen, om het even).

Hoe die toekomst zal evolueren is onmogelijk te voorspellen, omdat de maatschappij inderdaad steeds zal veranderen in de een of andere richting (solidariteit tegenover egoïsme – op collectief vlak).

Allicht kunnen we op dat onderwerp (rebelse identiteit) eens verder ingaan – ik ben benieuwd naar uw mening hieromtrent.

Hoogachtend

Bernard De Witte

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!