Op dinsdag 16 oktober, Wereldvoedseldag, werden de voorstellen van de NGO Coalitie tegen de Honger in het federaal parlement voorgesteld (foto: Vredeseilanden).
Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Politiek, België, Honger, 11.11.11, Duurzame landbouw, Federaal parlement, Voedselspeculatie, Privésector, Familiale landbouw, Vredeseilanden, Wereldvoedseldag, Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO), Coalitie tegen de Honger, Ontwikkelngssamenwerking, SOS Faim - Coalitie tegen de Honger, Hendrik Van Poele, Saartje Boutsen, Jan Van de Poel, Jean-Jacques Grodent

Coalitie tegen de Honger eist politieke aandacht voor hongerprobleem

Bijna 1 miljard mensen lijdt honger. Nog eens 1 miljard heeft geen toegang tot kwalitatief en gezond voedsel. Tegelijk is de landbouwproductie wereldwijd nog nooit zo groot geweest. Honger is een probleem, maar niet een dat zich vertaalt in goede politieke antwoorden. Zestien Belgische NGO's verenigden zich in een Coalitie tegen de Honger om dit aan te pakken. Dinsdag 16 oktober, Wereldvoedseldag, werden hun voorstellen besproken in het federaal parlement.

vrijdag 19 oktober 2012 12:50

Honger moet de wereld uit. Het is een kreet die erg makkelijk te hanteren valt. Een open deur, want niemand zal je tegenspreken. Toch staan er tussen deze uitspraak en de praktijk grote hindernissen. 11.11.11 en de Coalitie tegen de Honger willen deze hindernissen de wereld uit. Op een debat in het federaal parlement legden zij daarom drie concrete plannen van aanpak voor tegen drie basisproblemen die honger veroorzaken.

1. Voedselspeculatie

Sinds 2000 is speculatie op voedsel toegelaten. Dat maakt dat voedselprijzen niet alleen stijgen door toenemende klimaatrampen, de prijzen van brandstoffen of het stijgende aantal mensen. Sinds 2008 stijgen de prijzen van voedsel als gevolg van een speculatieve bubbel, en dat heeft een zeer zware impact op de armsten.

Voor mensen die tot drie vierde van hun inkomen besteden aan eten is zelfs de minste stijging fataal. Speculatie zorgt niet alleen voor de terugkeer van voedselcrisissen in de Sahel, maar is voor iedereen voelbaar.

De NGO’s vragen daarom wereldwijd investeerders die niet tot de voedselsector behoren van de termijnmarkten voor landbouwgrondstoffen te weren. Het openzetten van de markt heeft te zware gevolgen. Tot dan moet er een verbod komen op financiële producten waarvan het rendement verbonden is aan voedselspeculatie. We vragen hierin een duidelijk engagement van de Belgische banken.

2. Een beleid zonder oogkleppen

In het Belgisch ontwikkelingsbeleid engageert de overheid zich expliciet voor voedselzekerheid door ondersteuning van economisch rendabele familiale landbouw. Mooi, maar tegelijk gebeuren op andere beleidsniveaus zaken die dit net tegenwerken.

Zo stemde België in de VN tegen een voorstel dat net die familiale boer meer bescherming moet geven. Tegelijk wil Europa niet dat Afrikaanse landen hun (landbouw)markt beschermen. Goed voor Europese landbouwproducten, nefast voor de Afrikaanse.

Dit beleid van twee maten en gewichten moet anders. Wij pleiten daarom voor parlementaire controle op Belgische engagementen. Het beleid moet coherent zijn, kloppen op de verschillende niveaus. Het parlement moet hiervoor concrete stappen ondernemen: de benoeming van een bijzondere rapporteur en de oprichting van een bijzondere commissie beleidscoherentie voor ontwikkeling. Deze commissie controleert de verschillende ontwikkelingsengagementen van de regering, onder meer op vlak van voedsel.

3. Meer krediet voor goede landbouwprojecten

De landbouwsector in ontwikkelingslanden kampt met een kloof tussen zeer kleine boeren die zichzelf financieren met microkredieten en grote, meestal buitenlandse ondernemingen die makkelijk toegang hebben tot krediet.

De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) – vandaag in hervorming na een rapport van 11.11.11 – kan hier een mouw aanpassen en ambitieuze boeren uit het Zuiden krediet verlenen.

Hiervoor dient de investeringsmaatschappij wel haar rendementseis te verlagen. Die is vandaag 5 procent. Een lager rendement kan meehelpen het gat tussen zeer groot en zeer klein (the missing middle) op te vullen.

Hendrik Van Poele

Hendrik Van Poele is perswoordvoerder van 11.11.11, de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging.

 

De Coalitie tegen de Honger vraagt het parlement:

een beleid voor private sector ondersteuning ten gunste van familiale landbouw

De Belgische ontwikkelingssamenwerking deelt de groeiende consensus dat de ontwikkeling van de lokale private sector een belangrijke rol te spelen heeft in een post-MDG (nvdr: MDG: VN-millenniumdoelstellingen) tijdperk. DGD werkt momenteel aan een nieuwe strategienota over steun voor de lokale privésector in partnerlanden, en het belangrijkste instrument dat België hiertoe voor handen heeft, de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO), ondergaat op dit moment een grondige evaluatie in opdracht van de overheid als meerderheidsaandeelhouder.

De Coalitie tegen de Honger vraagt de Belgische overheid om bij de ontwikkeling van een nieuw beleid voor private sectorontwikkeling de noodzakelijke aandacht te geven aan beleidsmaatregelen ten gunste van kleinschalige landbouwproducenten.

I. Een Belgisch ontwikkelingsbeleid voor private sector ondersteuning moet resoluut de kaart durven trekken van investeren in duurzame, familiale landbouw

De huidige strategienota voor de sector landbouw en voedselzekerheid stelt duidelijk dat België op het gebied van landbouw de familiale landbouw steunt. Voor de coherentie en efficiëntie van het beleid, is het belangrijk dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking haar beleid voor private sector ondersteuning voert in lijn met deze strategienota voor de landbouwsector. Ook een organisatie als BIO moet de strategienota respecteren, en in haar werking en strategieën de nodige aandacht hebben en middelen investeren voor de ondersteuning van familiale landbouwers met ondernemingszin.

II. De Belgische ontwikkelingssamenwerking moet zich meer richten op de ‘missing middle’ in de landbouwsector

In de landbouwsector in ontwikkelingslanden stellen we vast dat er een kloof heerst tussen kleine leningen via microfinanciering en grote ondernemingen die relatief gemakkelijk toegang hebben tot krediet, de zogenaamde ‘missing middle’. Ambitieuze landbouwers in het Zuiden blijven botsen op de moeilijke toegang tot krediet, wat ontwikkeling en armoedebestrijding sterk belemmert.

Het is belangrijk dat de nieuwe strategienota hier een antwoord op biedt, en prioriteit maakt van de ontwikkeling van aangepaste strategieën om de financieringskloof aan te pakken. De mogelijkheden om via BIO ook krediet te verstrekken aan familiale landbouwondernemers, moet verder onderzocht en verfijnd worden. Indien het werkelijk ontwikkelingsrelevante investeringen wil doen, is investeren in beloftevolle kleinschaligere landbouwondernemingen een absolute noodzaak.

III. Overheid moet haar rendementseis vis-à-vis BIO aanpassen

De toegang tot financiering is cruciaal voor de opstart of uitbreiding van een onderneming. Het is een steeds terugkerende uitdaging voor vele familiale landbouwers. Het belangrijkste struikelblok waarom BIO vandaag niet in staat is om ook kleinere landbouw KMO’s te ondersteunen, is de eis om een rendement van ca. 5 procent te kunnen garanderen en vermeende transactiekosten.

De Coalitie tegen de Honger vraagt de Belgische overheid dan ook om de rendementseis van BIO van 5 procent tenminste gedeeltelijk te verlagen en om bijkomende middelen ter beschikking te stellen aan BIO waarvoor die rendementseis niet geldt. Het is nodig dat een organisatie als BIO – die naast economische rentabiliteit ook en vooral sociale en ecologische rentabiliteit nastreeft – meer risico durft te nemen om te investeren in innovatieve, agro-ecologische projecten die werkelijk armoedebestrijding beogen.

IV. Kredietverstrekking moet vaker hand in hand gaan met technische assistentie en capaciteitsopbouw

Boeren worden geconfronteerd met bedrijven die almaar meer economische macht verwerven op lokale markten. Wereldwijd staan een groot aantal familiale landbouwbedrijven tegenover een beperkt aantal toeleveranciers, handelaars en verwerkers. Een progressief Belgisch beleid inzake handels- en marktregulering moet hand in hand gaan met capaciteitsopbouw opdat kosten en risico’s eerlijker zouden verdeeld worden.

Familiale landbouwers hebben nood aan ondersteuning in toegang tot technische expertise, business training, aangepaste inputs en krediet. Aangepaste financieringsinstrumenten moeten daarom samen gaan met dergelijke technische assistentie en capaciteitsopbouw.

V. Samenwerking tussen verschillende actoren op vlak van private sector ontwikkeling in de landbouwsector optimaliseren

Alle actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking kunnen een rol spelen in het investeren in de bekwaamheden van landbouwondernemingen. BTC kan meewerken aan het ondersteunen van een landbouwbeleid in een partnerland dat de voorwaarden creëert om kleine landbouwondernemers de capaciteit te geven tot de markt toe te treden en competitief te zijn.

NGO’s kunnen een rol opnemen in de ondersteuning van producentenorganisaties als business units en het versterken van hun capaciteit en onderhandelingspositie; bedrijven kunnen landbouwers ondersteunen in de toegang tot technische expertise, business training, aangepaste inputs en krediet. Het Platform Landbouw kan de uitwisseling tussen de verschillende actoren rond dit thema aanmoedigen.

Wat kan u als parlementslid doen?

– Een hoorzitting organiseren of een parlementaire vraag stellen over de strategienota ‘steun voor de lokale private sector’ en de coherentie met andere strategienota’s;
– Een bijkomende hoorzitting organiseren in het kader van de evaluatie van BIO, die meer ingaat op de vraag welk ‘model’ we willen voor een Belgische ontwikkelingsbank die zich richt op lokale private sector in het Zuiden;
– Een parlementaire vraag over de coherentie tussen het voorontwerp van de nieuwe wet Ontwikkelingssamenwerking en instrumenten zoals BIO, die zijn gebonden aan de principes en doelstellingen die de wet vooropstelt;
– In de nieuwe wet Ontwikkelingssamenwerking inschrijven dat de strategienota ‘steun voor de lokale private sector’ (net als alle andere strategienota’s) door het parlement wordt bediscussieerd en goedgekeurd;
– Verifiëren of bij het opstellen van een strategienota een transparante consultatieprocedure werd gevolgd met alle stakeholders.  

Saartje Boutsen en Jan Van de Poel

Saartje Boutsen is medewerker beleidsbeïnvloeding bij de NGO Vredeseilanden in Leuven, Jan Van de Poel is beleidsmedewerker voedsel en privésector bij 11.11.11, de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging.

De Coalitie tegen de Honger vraagt het parlement:

een verbod op vernietigende financiële speculatie

De volatiliteit van de prijzen leidt tot een dramatische toename van de honger

Sinds de voedselcrisis van 2008 gaan de prijzen van landbouwproducten op en neer, maar ze kennen wel een aanhoudend stijgende trend.

Die wispelturige bewegingen hebben zowel schadelijke gevolgen voor kleine landbouwproducenten als kansarme consumenten. De eersten zijn zelden in staat om hun geringe productie te verkopen, want die is in hoofdzaak bestemd om hun gezin te voeden, en zij zien zich vaak gedwongen om bijkomend voedsel aan te kopen wanneer de prijzen hoog liggen.

De tweede groep ziet de prijzen van voedingsproducten onverbiddelijk stijgen … en moeten schulden aangaan om hun gezin te kunnen voeden.

We kennen allemaal de structurele factoren die leiden tot de stijging en de volatiliteit van de voedselprijzen: de concurrentie van de agrobrandstoffen, de groeiende behoefte aan voedsel, de slechte geografische spreiding van de productie, ongunstige klimatologische omstandigheden, …

Als gevolg van de crisis van de subprimes is er aanzienlijk meer geld beschikbaar en daardoor zien we de laatste tijd steeds meer interventies van financiële actoren op de markten voor landbouwproducten. Zo ontstaat op die markten een zuiver financiële speculatie (1), waarbij de marktbewegingen worden verwrongen en versterkt door de duistere tussenkomst van nieuwe financiële investeerders (hefboomfondsen, pensioenfondsen, soevereine fondsen en sommige banken).

Alleen al op de markt van Chicago wordt elk jaar 46 keer de werkelijke jaarlijkse productie van tarwe en 24 keer de werkelijke jaarlijkse productie van maïs verhandeld. Die praktijken leiden tot een kunstmatige ontwrichting van de prijzen op de lokale, maar ook de internationale markten. De prijsvolatiliteit is op hol geslagen en steeds meer kleine producenten of consumenten krijgen het daardoor zwaar te verduren.

De consumenten in het Zuiden besteden gemiddeld drie vierde van hun inkomen aan voeding. De stijgende voedselprijzen leiden rechtstreeks tot een dramatische toename van honger en armoede.  

De transparantie van de financiële markten op zich zal niet volstaan om het probleem van de speculatie en de daaruit voortvloeiende prijsvolatiliteit op te lossen. Om financiële speculatie tegen te gaan, is een regulering en reglementering van de financiële markten nodig, op Belgisch, Europees en internationaal niveau.

Wat kan er gebeuren om die uitwassen in de hand te houden?

Het is in elk geval noodzakelijk om: alle financiële investeerders die niet tot de voedingsmiddelensector behoren, de toegang tot de landbouwmarkten te ontzeggen; alle indexfondsen die gebaseerd zijn op landbouwproducten op te heffen; positielimieten op te leggen op de markten om manipulatie van de prijzen te vermijden.

Verder moet het voor financiële instellingen ook verboden zijn om de spaarders financiële producten voor te stellen waarvan het rendement verbonden is aan speculatie op de prijs van landbouwproducten.

Natuurlijk moeten specifieke acties om de speculatie op landbouwproducten op te heffen, gepaard gaan met maatregelen die mikken op stabiele en voordelige prijzen voor de producenten, die ook betaalbaar zijn voor de consumenten. Er is ook nood aan een landbouwbeleid dat gericht is op een stabilisering van de prijzen (vorming van openbare voorraden op nationaal en regionaal niveau, vastleggen van minimumprijzen, …), een rechtvaardiger handelsbeleid dat de voedselsoevereiniteit van staten erkent en een specifieke regeling voor landbouwproducten in de handelsakkoorden.

En verder hebben we een aangepast samenwerkingsbeleid nodig dat prioriteit geeft aan een duurzame boerenlandbouw, door middel van steun aan boeren en aan boerenorganisaties die hen vertegenwoordigen. Kortom, naast een strenge regulering van de markten voor landbouwproducten is ook een nieuwe kijk op landbouw en voeding noodzakelijk.

Wat kunt u doen als parlementslid?

– Erop toezien dat de mandaten die worden toegewezen aan de onderhandelaars van internationale verdragen ook rekening houden met de voedselsoevereiniteit van de betrokken partijen;

– Aandachtig de voorstellen van internationale verdragen bekijken die u ter stemming voorgelegd krijgt, om na te gaan of zij inderdaad de voedselsoevereiniteit van de betrokken partijen respecteren;

– Eisen dat de eerder toegewezen onderhandelingsmandaten, indien nodig, in die geest worden herzien.

Jean-Jacques Grodent

Jean-Jacques Grodent is directeur informatie bij de NGO SOS Faim.
 

(1) Dit gaat niet om de traditionele vormen van speculatie, die duidelijk veel gematigder zijn, van de actoren uit de landbouwketen, die elk jaar beoordelen welke kansen er zijn om het een of ander product te verbouwen, in deze of gene hoeveelheid, om het te verkopen op de ene of de andere datum, …

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!