Een dag van nationale stilstand

Een dag van nationale stilstand

zondag 30 september 2012 19:29

Vakbonden en staken, da’s altijd prijs in de media. Vakbonden en een nationale treinstaking? De gazettenbonzen wrijven zich nog wat meer in de handen. De ‘vijftiende staking op twee jaar tijd’, dergelijk bijna Olympische record wordt gretig aangehaald. En tenslotte een moegetergde vakbondsvertegenwoordiger die treinreizigers egoïsten noemt, tja, dan kunnen hoofdredacteurs en commentaarschrijvers hun geluk echt niet meer op. Dat een mens het al eens op de zenuwen kan krijgen van een mailbox die propvol haatmails zit, tja, dat is niet hun probleem. Nu is het nog enkel wachten tot ook het N-VA orakel uit Deurne het zich verwaardigt om zijn licht te laten schijnen over deze kwestie.

In de aanloop naar woensdag worden de gebruikelijke argumenten contra tot in den treure toe herhaald. De snode vakbonden gijzelen de onschuldige treinreizigers. Check. Een grote kost voor onze economie, zeker in deze barre tijden. Check. De vakbonden spelen met onze welvaart, en bezorgen ons land een slecht imago bij potentiële investeerders. Check. Samengevat, de vakbonden denken nog maar eens aan hun eigen belang, en staan noodzakelijke structurele hervormingen in de weg. Als we zo verder doen, belanden we zekér in hetzelfde straatje als Griekenland, Spanje en co.  Dubbel check. 

Daarmee is de kous af, zou je denken. Maar is dat wel zo? Voor ik een ietwat ander verhaal wil brengen, zou ik alvast willen aangeven dat ik niet gehinderd ben door enige dossierkennis ter zake – of toch niet meer dan de doordeweekse krantenlezer en tv-kijker, al surf ik misschien wel wat vaker op meer alternatieve/ progressieve websites waar de vakbondsstem wat meer aan bod komt dan de gemiddelde N-VA kiezer. Ook is de man die af en toe mijn computer opkalefatert, als die het weer eens laat afweten, een NMBS-medewerker overdag. Die laatste laat zich meestal in weinig eufemistische bewoordingen uit over de drieledige structuur van de spoorwegen, een “ongelofelijke stommiteit” volgens hem. En, ik zou het nog bijna vergeten, ik ben ook een (tevreden) treinpendelaar, vier dagen op de vijf. Eén dag per week werk ik thuis. U raadt het al, op woensdag – waarvoor dank aan mijn werkgever, die niet moeilijk doet over thuiswerk. Dat is een luxe die niet iedereen heeft, dat wil ik niet ontkennen. Ik heb dus makkelijk praten, in zekere zin.

Over de kern van de zaak wil ik het hier dus niet hebben – een tweeledige structuur dan wel  de geïntegreerde herstructurering die de vakbonden voorstaan. Andere mensen zijn beter geplaatst om daar uitspraken over te doen. Ik kan me overigens best voorstellen dat Magnette dit dossier wil afronden voor hij burgemeester van Charleroi wordt, en de Europese Commissie dus niet teveel meer tegen de haren wil strijken. Opvallend trouwens dat al diegenen die hem een paar maand geleden een populist noemden, omdat hij het aangedurfd had om Olli Rehn een gebrek aan democratische legitimiteit te verwijten, nu erg stil zijn als hij zich wél schikt naar de Europese commissie. Terwijl je eigenlijk tegenwoordig toch veeleer de reflex zou moeten hebben, om bij elke order vanuit de Commissie het vergrootglas boven te halen om na te gaan wat de agenda erachter is (verborgen privatisering?), en vooral, of het wel überhaupt om een zinnige maatregel gaat. Even heropfrissen: het trojka-beleid – waarbij de Commissie naar het schijnt één van de meest ijverige zeloten is – is ondertussen overal in de eurozone een laaiend succes. “Wegens overdonderend succes verlengd in de zalen”, zouden ze vroeger gezegd hebben.

Het zal allicht weer niet voor deze keer zijn, op Facebook, Twitter en aanverwanten, waar de pennen ongetwijfeld al gescherpt worden, maar eigenlijk zou ik graag zien dat dergelijke nationale treinstaking een soort catharsis-moment zou vormen voor het hele land, een moment waarbij het land (noodgedwongen misschien) even tot stilstand komt, en wat afstand neemt van de dagelijkse ratrace. Even mediteren, maar dan op het niveau van de natie.

Laat ons met zijn allen even nagaan hoe we onze samenleving en economie kunnen hervormen opdat er nog een sociaal rechtvaardige en duurzame planeet zou overblijven voor onze kinderen en kleinkinderen. Want laat ons wel wezen: als je in een Knack editoriaal leest, dat het enige wat de Zuidelijke landen in de eurozone uit de problemen kan helpen, economische groei is, weet je dat dat weliswaar in economisch opzicht klopt, maar dat het voor de planeet ooit, ergens, moet ophouden, die economische groei. Of het zou moeten zijn dat de ‘decoupling’ theorie toch meer en meer blijkt te kloppen, maar zelfs dan lijkt een dergelijke nationale dag van stilstand me geen overbodige luxe.

Waarom zou iedereen op die dag eens niet eens de moeite doen om een degelijk rapport te lezen over de acceleratie van de klimaatverandering, ipv het zoveelste schreeuwerige opiniestuk van de een of andere betweter met een ‘conflict of interest’? Of waarom zou je er eens niet goed voor gaan zitten en een nota door nemen van een progressieve denktank à la New Economics Foundation, over de transitie naar een duurzame maatschappij, of over de noodzaak aan een 21 uren werkweek? Of een filosofisch essay doorploeteren over wat een ethische maatschappij zou kunnen zijn in de 21ste eeuw? En als je je hersenen wat minder op de proef wil stellen: waarom zou je op dergelijke (uiteraard niet betaalde) feestdag niet eens voor jezelf, en je familie, nagaan hoe je iets kunt bijdragen aan de samenleving en de planeet? Niet elke werkomgeving leidt zich tot radicale heroriëntatie – een slager zal allicht geen ‘eet vooral geen vlees vandaag’ reclame uithangen, en een bandarbeider in een fabriek die auto’s produceert, zal niet van de een of andere dag zijn werkgever kunnen overtuigen om toch maar hogesnelheidstreinen te maken, maar iedereen kan in zijn of haar leven toch een aantal zaken veranderen, als hij/zij dat wil.

Waarom zouden we op zo’n dag niet eens grondig het hele Europese project analyseren, en dat niet alleen overlaten aan Hendrik Vos, Bernard Bulcke of Marc De Vos? Een aantal onder ons zullen dan misschien tot de conclusie komen dat de Europese unie een mooi project is dat het waard is om voor te vechten, maar dat de euro stilaan het punt heeft bereikt waarop je misschien moet zeggen: ’t is mooi geweest, maar het heeft geen zin om er hele economieën en generaties voor te blijven opofferen.

Op zo’n dag zouden we misschien ook eens met Etienne Davignon kunnen praten, nu hij – toch volgens de weekendkrant – de voordelen van verregaande arbeidsverdeling lijkt in te zien voor zijn bedrijf, Brussels Airlines. En op zo’n dag zouden we misschien eens wat andere mensen dan Jan Denys kunnen vragen om hun mening te geven over de norm van 21 uur betaalde arbeid. Niet als een norm die verplicht zou worden voor iedereen, in elke sector, of in elke fase van zijn/haar professionele arbeidsloopbaan, maar als een maatschappelijk streefdoel, met het oog op een meer duurzame en ook gezondere samenleving. Je kunt er immers niet onderuit: sommigen werken veel harder dan goed voor ze is, terwijl veel mensen in deze maatschappij niet aan de bak komen, omdat ze niet over de vereiste ‘competenties’ beschikken, of het arbeidsritme niet aankunnen.
Is het echt zo dat we een betere wereld gaan creëren voor onze kinderen als we allemaal langer en harder gaan werken, zoals Quickie wil? Langer moeten we misschien wel werken, maar als we met zijn allen continu ‘een tandje bijsteken’ (zoals Karel Van Eetveldt het graag uitdrukt), houden velen onder ons het niet uit tot hun 65ste. Je hoeft echt geen Paul Verhaeghe te zijn om dat in te zien. Almaar meer excelleren in je job, efficiënter en flexibeler werken, zal misschien op korte termijn even de productiviteitscijfers en economische groei opkrikken, maar is op de lange termijn niet wat mensen en de planeet nodig hebben. Vraag het maar aan de mensen in de zorgsector, die stilaan het gevoel krijgen aan de lopende band te staan – terwijl het onder economen toch heet dat de mogelijke ‘productiviteitswinst’ in die sector gering is.

Op zo’n dag zouden we ons ook eens moeten afvragen of we ons echt moeten laten bang maken door globalisering of door opkomende landen zoals China, een angst die vaak gretig aangewakkerd wordt door vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en hun lakeien in de pers. Het heet dat de economische cijfers van China indrukwekkend zijn; over het aandeel van een knoert van een vastgoedbubbel in die indrukwekkende groeicijfers, wordt doorgaans zedig gezwegen, of in elk geval wordt toch niet de link gelegd met de groeicijfers. Groeien is goed, en het milieu, ach, de rotzooi kuisen we later wel op. Of beter nog: de Chinezen moeten hun eigen zooi maar opkuisen. ’t Is trouwens de moment, nu hun groei ook begint te sputteren.

Op zo’n dag van nationale stilstand zouden we ons misschien ook eens de pertinente vraag kunnen stellen waarom er zo weinig woede is bij gewone Vlamingen over het lot dat veel Spanjaarden, Grieken en Portugezen treft. We lijken ons makkelijker te irriteren aan treinen die niet op tijd rijden, dan aan levens en generaties die vernietigd worden. En we lijken de wurggreep van de markten te accepteren als ging het om een natuurwet.

Op zo’n dag zouden we met zijn allen kunnen vaststellen dat de economische logica veel te dominant is geworden in ons leven en in de politieke systemen die we gecreëerd hebben. Dat is geen nieuwe vaststelling uiteraard, maar als je de kranten doorneemt, lijkt het toch alsof we daar elke dag abstractie van maken. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we een wereld hebben gecreëerd waar we blijkbaar verplicht zijn om te blijven groeien aan minstens 2 % per jaar, bv. om de oplopende kosten van vergrijzing en sociale zekerheid te kunnen blijven betalen, terwijl we terzelfdertijd heel goed beseffen dat als iedereen wil blijven groeien in deze wereld, deze planeet tot ondergang gedoemd is, toch als habitat voor mensen. Hoe is het mogelijk dat we nu een systeem hebben waarbij groei noodzakelijk lijkt, opdat het systeem min of meer zou blijven draaien, en terzelfdertijd meer en meer duidelijk wordt dat zelfs àls er groei is, het systeem ook niet meer behoorlijk functioneert, wegens allerhande resource problemen en feedback loops?

‘How on earth’ hebben we toegelaten dat hedge funds zijn beginnen speculeren op voedselprijzen, en waarom laten we ons nog altijd chanteren door multinationals en financiële mogols, die ermee dreigen om andere oorden op te zoeken, als we ze een beetje durven belasten? En hoe is het “in godsnaam” te verantwoorden dat kinderen van jongsaf overspoeld worden met reclameboodschappen, en terzelfdertijd sommigen onder ons toch nog durven geloven dat grote multinationals in staat zijn om zichzelf te reguleren en produkten met minder zout, suiker, etc. op de markt te brengen, om zo ziektes als diabetes, obesitas en dergelijke te helpen vermijden. Eigenlijk geloven we dat zelf niet, zijn we niet zo naïef, net zoals we niet zo naïef meer zijn om nog te geloven dat ‘staatsmannen’ als Herman Van Rompuy en Karel De Gucht beter weten dan gewone mensen hoe Europa zich kan en moet voorbereiden op de toekomst. Net zoals iedereen, lijken ze verblind door hun eigen (vooral economische) logica. De ‘grote sprong voorwaarts’, of het nu gaat om een Europese bankenunie, eurobonds, of massale interventie door de Europese Centrale Bank, lijkt nochtans slechts een reële kans op slagen te hebben als de economische logica niet meer de belangrijkste is. Op elk niveau: de unie, landen, regio’s, tot families en individuen. Voorlopig ziet het daar echter niet naar uit.

Tenslotte, hoe is het mogelijk dat Europese beleidsdocumenten de mond vol hebben over het promoten van sociale bescherming in ontwikkelingslanden, overigens een trend die in veel landen elders in de wereld stilaan opgang maakt, en terzelfdertijd Europese leiders toelaten dat hele landen tot de bedelstaf worden veroordeeld? Wie het weet, mag het zeggen. Dat we een stukje op onze sociale bescherming zullen moeten inleveren, dat lijkt onvermijdelijk, en vakbonden zouden daar eigenlijk ook moeten durven het voortouw in nemen. Tot op zekere hoogte doen ze dat zelfs al, maar het mag misschien ietsje meer zijn, zeker in de communicatie. Maar de sociale puinhopen in perifere Zuiderse landen zijn echt niet het werk van vakbonden, wel van een neoliberaal systeem dat van economische groei en winst ten koste van alles en vooral ten voordele van de happy few een fetisj heeft gemaakt. Vroeger liepen vooral de landen uit het Zuiden blutsen op door dit neoliberaal systeem, nu proeven we er hier ook van. Het is geen fraai zicht.

Er zijn tal van zaken die je op zo’n dag eens zou kunnen analyseren en bespreken met mensen uit je omgeving, of breder, op een soort G1000 forum bv. Al was het maar omdat wij de laatste generatie zijn die misschien nog bewust de samenleving kan vorm geven; volgende generaties riskeren achter de feiten te zullen moeten aanhollen. Nog een reden:  omdat de wereld almaar complexer wordt. Even stilstaan om na te denken, en verbanden te proberen zien tussen sectoren, globaliseringstrends en potentiële ‘game changers’, lijkt echt geen verspilde tijd.

Eén keer per jaar zo’n dag van stilstand, lijkt me dus geen overbodige luxe. Al hoeven de treinvakbonden zich wat mij betreft niet moreel verplicht te voelen om die dag mordicus te staken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!