De ondraaglijkheid van het grootkapitaal

De ondraaglijkheid van het grootkapitaal

donderdag 13 september 2012 14:06

Enkele dagen geleden stonde er in de Morgen dat Belgen ca. 30 miljard euro verbergen bij Zwitserse banken. Klantvriendelijkheid staat blijkbaar bovenaan bij de bankinstellingen, want i.p.v. het bankgeheim prijs te geven – een voorstel van Europa – stellen ze een eenmalige forfaitaire belasting voor van 34%. De timing is perfect: de noodlijdende Belgische staatskas kan zo ca. 10 miljard binnenrijven en vrijwel in één klap de voorziene besparingen tegen 2015 realiseren. Waarom nog twijfelen? Wel, misschien om principiële redenen? Eerlijkheid? Respect voor jan modaal, die enkel spaarcenten heeft bij Belgische banken, waar de rente maand na maand verlaagd wordt? Eenmalige maatregelen zijn nooit constructief of ethisch verantwoord: men verkoopt de kans op een eenvormige, structurele maatregel voor een habbekrats.

We moeten deze maatregel ook in een bredere context bekijken. Het is immers niet de eerste maal dat de rijke elite buiten schot blijft. Ondertussen staat er al een stevige bunker, met rondom een door de overheid gefinancierd mijnenveld. Enkele dagen eerder stond er in dezelfde krant dat een rijke elite van 20% ca. 60% van het kapitaal/vermogen in handen heeft. 80%, lees de modale gezinnen, bezit de rest. De welvaart en levenskwaliteit van die modale gezinnen is er de laatste jaren langzaam maar zeker op vooruit gegaan, o.a. door overheidsinitiatieven (gaande van optrekken diverse uitkeringen, subsidies voor renovatie, milieunormen, premies voor schoolgaande kinderen enz. )

De welvaart van de rijke elite is pijlsnel vooruitgegaan, o.a. door de notionele intrestaftrek, waardoor bedrijven een fictieve rente van hun winst kunnen aftrekken  (van het totale bedrag wordt ca. 90% door grote multinationals gebruikt, die zo nauwelijks belastingen betalen), gunstige vestigingsvoorwaarden voor multinationals in ruil voor tewerkstelling die er niet is, enz. De rijken worden rijker en de armen worden armer, leerden we vroeger op school. Dit adagium kan licht aangepast worden naar: De rijken worden alsmaar sneller rijker, de gewone man komt nauwelijks rond. Als je alle kapitaal op een hoop ziet, is er inderdaad meer; maar niet voor iedereen. Als je het verdeelt, zie je de onrechtvaardigheid pas.

Een verklaring voor de snelheid waarmee de elite geld grabbelt en oppot is de heilige angst voor de kapitaalvlucht naar het buitenland, waar de voorwaarden beter zijn. Liever een deel van de pot dan helemaal niks, redeneert de staat. Een mooi voorbeeld was de fiscale amnestie uit 2004: niet-aangegeven, onregelmatige inkomsten  van buitenlandse rekeningen konden tegen een gunsttarief van 6 à 9 procent omgetoverd worden tot geregulariseerd geld. Een peulschil vergeleken met de boetes die aan de fraudeurs zouden opgelegd zijn. Zand erover, schouderklopje en hupsakee: 500 miljoen euro voor de Belgische staatskas. Zo’n welwillendheid heb ik nooit ervaren bij de belastingsdienst: bij het ontbreken van het minste, pietluttige formulier lag de aangetekende brief pijlsnel in de brievenbus, met de uitdrukkelijke ” schreeuwerig gemarkeerde vraag” om dit binnen 30 dagen in orde te brengen. De overheid etaleert een soort van “dwangmatige spaarzaamheid” om kapitaal te behouden, zonder eigenlijk te beseffen wat die spaarzaamheid bijbrengt. Ik wacht eigenlijk nog altijd op een studie, die aantoont dat de gunstmaatregelen voor rijke stinkerds ook voor mij gunstig zijn. Bezorgen ze mij werk? Meer koopkracht? Geen idee, maar ik hen zo’n vermoeden…

De banken, nog zo’n mooi voorbeeld. Door risicovolle beleggingen aan te gaan met onze spaarcenten kwamen ze in 2008 “opeens” in de problemen. De overheid wilde niet nog eens een wereldcrisis van het formaat van de jaren 30 meemaken – de beurscrash van Wall Street 1929, waarbij overigens toen ca. 33% van de bevolking ca. 65% van het kapitaal bezat (van deja vu gesproken!) en besloot de brave banken (en burgers) niet aan hun lot over te laten: staatssteun voor banken, staatsgarantie voor spaarrekeningen, enz.  Na wat tranen van de banksector bij de Europese centrale bank, werd de Europese rente verlaagd. Het is net die bank, waar banken geld lenen, om dan vervolgens aan bedrijven en particulieren door te lenen. Een win-win situatie. Nu, 4 jaar later, hebben banken hun oude elan weer geïnstalleerd. De subsidies hebben hun werk gedaan en de Europese rente staat  historisch laag. Om hun winsten te verzekeren, verhogen ze langzaam maar zeker “in groep” de hypotheekrente  – die ze eigenlijk kunnen laag houden omdat ze zelf spotgoedkoop lenen – en verlagen ze de rente op ons spaargeld omdat dit “te kostelijk is”.

Een zoveelste win-win situatie, niet? Maar wellicht niet degene die U voor ogen had…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!