Over de vraag: Wat heet Solidariteit?

Over de vraag: Wat heet Solidariteit?

dinsdag 27 maart 2012 10:58

De laatste decennia verwerd onze dierbare solidariteit tot een louter modewoord dat door slinkse marketeers, politieke partijen en sociale bewegingen stelselmatig misbruikt en verspreid werd. Zoals nooit tevoren moet hier stante pede verandering in komen. De vraag die we ons dus moeten stellen is daarom net tweezijdig: enerzijds moeten we afvragen wat solidariteit vandaag betekent, anderzijds moeten we meer dan ooit nagaan wat solidariteit kan gaan betekenen?

Bottomline: het menselijke samen-leven is de laatste decennia stelselmatig verandert. Het is daarom zo klaar als pompwater dat we zoals nooit tevoren over onze lijken der solidaire principes zullen moeten wandelen – enkel zo kunnen we er voor zorgen dat we haar opnieuw naar authentieke waarde schatten!

Solidariteit vandaag

Het marktmechanisme achter de tegenwoordige neoliberale begeestering is er in geslaagd solidariteit aan het grotere publiek te verkopen als een consumptiegoed waarbij menselijke saamhorigheid, kosmopolitische solidariteit en indulgentieve kwijtschulding het mooie weer maken. Maar, beste vrienden, is dat echt solidair-zijn?

Neen. Verre van. We horen ons de vraag te stellen naar meer oorzakelijke, onderliggende structuren (impact van de neoliberale logica en flexicurity-vrije markt op zgn. derdewereldlanden, de stijgende discrepantie tussen Noord-Zuid, etc.). Het merendeel houdt zich hier waarschijnlijk niet mee bezig. 

Dus concreet: hoe groot is de kring waarmee men dan echt solidair is? Gaat dit van familieleden en vrienden tot medeburgers in de gemeenschap of verder, tot nobele onbekenden uit verre landen? Zo zien we in Vlaamsche pamperland bijvoorbeeld geen graten geld te doneren aan het Goede Doel (check de Music for Life-actie, etc), maar werp je een blik op de weerzinwekkende commentaren omtrent de hongerstakers aan de VUB, dan hoor je een duidelijk ander verhaal (Plotseling zie ik Slavoj Žižek Cultural Capitalism-idee voor ogen). Solidair-zijn, het is een moeilijk te meten iets, en een nog moeilijker te beantwoorden vraag.

Zo wijst onze natiestaat-idee (1) dat we binnen de gemeenschap (cf. Ferdinand Tönnies en zijn Gemeinschaft und Gesellschaft uit 1887) op een vrij imaginaire wijze verbonden zijn met elkaar. We delen een gepercipieerde machtsconstructie, in een historisch perspectief (cf. Invented tradition). Is dit werkbaar? Nu ja, niet altijd, zo blijkt. Daar is onze geschiedenis meer dan wie ook getuige van. Nog meer, zal de natiestaat-idee overeind blijven de komende eeuw? Hier kan toch niemand met zekerheid op antwoorden. Het staat buiten kijf dat dit model onder druk zal komen te staan. Ik durf zelfs te poneren dat, indien we een precieze formele solidariteit ontbreken, er een grote kans is dat het geheel catastrofaal implodeert. Maar net zoiets vergt heel wat moeite.

Wat iemand als de Duitse filosoof en nihilist Friedrich Nietzsche, en in het verlengde daarvan de Franse postmodernist Jean-Francois Lyotard, ons voornamelijk bijbracht, was dat we het tijdperk der Grote Verhalen ondertussen wel achterwege hebben. Daarentegen, door de verschillende economische, sociale, culturele en politieke ontwikkelingen van de laatste halve eeuw, is er een opvallende verschuiving binnen de klassieke machtsverhoudingen.

Anders gezegd: ze zijn niet langer gestoeld op een verticale machtsbase (2), maar blijken op horizontale wijze te worden ingevuld (3). Informatie wordt in deze dan ook patchmatig verspreid, via open-sourcesoftware en peer-to-peer (P2P). Getuige zijn de klassieke media en de entertainmentindustrie (bioscoopfilms, cd-verkoop, etc.). Zij miskenden dit proces in haar begindagen en werden bijgevolg door een nooit geziene crisis getroffen. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de website www.depiraatbaai.be; meer dan 5 miljoen dagelijkse gebruikers. Kijk naar Facebook, YouTube, DeWereldMorgen, etc. Het plaatje krijgt een heel andere invulling. Kijk bijvoorbeeld naar de wijze waarop de inwoners uit de Amerikaanse stad Detroit door de aanhoudende economische recessie zelfvoorzienend moestuintjes aanleggen en dit voedsel door de gemeenschap verspreiden.

Dit distributief, participatieve is meer dan ooit aanwezig in het pragmatisch, wijsgerige denken. Volgens de Amerikaanse filosoof Hilary Putnam hebben we vandaag nood aan een derde verlichtingsbeweging . Het is een beweging die verre van voltooid is; één die misschien zelfs nog niet eens werd ingezet. Meer dan wie ook beschouwt hij John Dewey als dé filosoof van deze derde verlichtingsbeweging. Dewey, de welgekende Amerikaanse psycholoog en onderwijshervormer, leefde van 1859 tot 1952 en leverde onder invloed van William James e.a. belangrijke bijdragen aan het pragmatisme. Zoals haar antecedenten, draagt deze pragmatistische verlichting het reflectief transcendente hoog in het vaandel. Deze houding stelt ons in staat de vraag naar een verdere uitdieping van de democratie an sich te stellen. En, belangrijk, hoe vullen we solidariteit in deze in? Dewey stond de idee voorop dat eenieder een eigen vorm van expertise had, dat elk individu zijn of haar steentje kon bijdragen.

Het komt er dan ook in se op aan anderen te begrijpen, zodat je voor heel wat praktische bekommernissen enigszins met gerichte oplossingen kan komen. Dat maakte Richard Rorty, een belangrijke erfgenaam van Dewey, ons meer dan duidelijk. Het pragmatisme zou ons uiteindelijk naar een hechtere vorm van solidariteit kunnen leiden. Ook iemand als Rorty geloofde niet langer in zoiets als het Grote Gelijk, als objectieve waarheden waar eenieder maar aan te appelleren heeft. De complexiteit van ons samenleven valt nu eenmaal soms niet in woorden, begrippen of structuren samen te vatten .

Dat het solidaire in de economie en ecologie aan belang zal inwinnen, blijkt uit de actuele analyses die de Amerikaanse econoom en activist Jeremy Rifkin maakt. Hier een citaat uit een opensource-artikel uit 2010:

In the 21st century, hundreds of millions–and eventually billions–of human beings will transform their buildings into power plants to harvest renewable energies on site, store those energies in the form of hydrogen and share electricity, peer-to-peer, across local, regional, national and continental inter-grids that act much like the Internet. The open source sharing of energy, like open source sharing of information, will give rise to collaborative energy spaces–not unlike the collaborative social spaces that currently exist on the Internet

Deze Third Industrial Revolution zal meer dan ooit aanzienlijker en prominenter worden in ons dagelijks handelen. Of, anders gezegd: de noodzaak stijgt om deze nieuwe levenswijze te overdenken. En hoe je het ook draait of keert, deze participatieve burger heeft sowieso morele verplichtingen aan zijn of haar medemens. De wijze waarop globalisering ons afhankelijk maakt van elkaar, hoe kosmopolitische attitude eerder een uitdaging zal zijn, werd alleszins mooi beschreven door de Ghanese-Britse denker Kwame Anthony Appiah in zijn boek Kosmopolitisme: Ethiek in een wereld van vreemden.

Solidariteit morgen

Houden we nu in het achterhoofd wat denkers zoals Dewey, Rifkin en Rorty ons leerden, begrijpen we de actuele gebeurtenissen op een wat kritisch-transcendentere wijze (4), dan is het meer dan duidelijk dat solidariteit an sich inhoudelijk sterk overdacht moet worden. De pragmatische verlichting, de technologische opensource-samenleving en het zelfvoorzienend gebruik van distributieve hernieuwbare energiebronnen, zullen ons samenlevingsmodel grondig veranderen.

Hoe het ook zij, er valt te leren uit de solidaire bewegingen uit de vorige eeuw. Bijaldien we op eenzelfde wijze solidair zijn met elkaar in deze nieuwe eeuw, staan er ons sowieso nog onnoemelijke problemen te wachten. 

Het komt er op aan te herdefiniëren. Het komt er op aan te heroriënteren. Het komt er zelfs op aan de solidariteit te herbestemmen. Dus solidaire kompanen aller landen, verenigt u, en verander mee!

(1) Misschien wat kort door de bocht, maar toch: een natie is een imagined community, een gemeenschapsdelende groep, ideologisch en romantisch bezield; een Volksgeist zeg maar, die meestal van bovenaf (meestal 18-19de eeuw) werd vastgelegd aan de hand van uitgevonden tradities, zoals Eric Hobsbawm mooi aantoonde. De staat zoals we die vandaag kennen, is een idee dat gebaseerd is op het Westfaalse model, waarin een afgebakend vast, stuk grond met machtscentrum en staatshoofd deel uit maken van de identiteit van de onderdanen.

 (2) De partij en haar leden, de kijker en de TV, de luisteraar en de radio, de professor en haar student, de staat en haar onderdaan, de krant en de lezer, etc.

(3) Ik beslis zelf wanneer ik naar wat kijk of luister. Ik lees niet langer van punt A naar punt B, maar eerder gesampled. Niemand hoeft mij hier vertellen wat ik goed of slecht hoor te vinden. Ik neem deel aan debatten via verschillende sociale media, ik ventileer mijn mening op een virtueel-participatieve wijze, via technologische extensies van mijn eigen lichaam (cf. Understanding Media – Marshall MacLuhan).

(4) Ik doel hier op de Arabische Lente, De Indignados- en de We are the 99%-beweging, maar ook hoe smartphones, sociale media en WiFi onze fysieke en mentale gebondenheid t.a.v. tijd en ruimte ver achter zich hebben gelaten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!