Spuugzat

zondag 4 maart 2012 19:07

BV’s reageerden met een Open Brief op het homofoob geweld in sommige steden. Yvan Brys treedt hen bij maar niet helemaal.

Beste BV’s,

Jullie zijn het homofoob geweld spuugzat. Ik kan daar inkomen. Ik heb het zelf twee keer meegemaakt. De eerste keer met zatte Gentenaars in een homobar tijdens de Gentse Feesten, de tweede keer met drie Marokkaanse jongens  in het Antwerpse stadspark. Ik weet dus waarover we spreken.

Ik ben het grotendeels eens met wat jullie vragen: aandacht voor holebitransgenders vanaf het basisonderwijs in alle scholen. Dat worden interessante lessen.  De allochtone leerlingen kunnen hun ervaring met discriminatie dan vergelijken met wat holebi’s en transgenders overkomt. De helft van de tweede generatie Turkse en Marokkaanse allochtonen geeft immers  aan in hun middelbare schoolcarrière één of meerdere keren discriminatie te hebben ervaren.  En wacht maar niet te lang met die voorlichting: Veel allochtone jongeren denken dat ze zullen gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt en zien het nut van verder studeren niet in.

Een  efficiënt vervolgings- en bestraffingsbeleid mag uiteraard ook niet ontbreken.  Mag ik daar nog het voorstel aan toevoegen om een zo groot mogelijk aantal daders  minstens een deel van de straf als werkstraf te laten uitvoeren, liefst in een milieu waar holebi’s en transgenders duidelijk aanwezig zijn?  Zo maken we van homobashers in het beste geval kleine ambassadeurs voor onze zaak.

Trouble in Paradise

Het is een pijnlijk ontwaken in wat we zagen als het homoparadijs, na het traject waarover we terecht fier zijn: we mogen trouwen met iemand van hetzelfde geslacht en we worden wettelijk beschermd.  Kindjes adopteren gaat nog wat moeilijk maar met de snelheid waarmee in andere landen aan onze rechten gewerkt wordt moet dat op termijn ook in orde komen.  De jongste generatie holebi’s (ik vernoem de transgenders hier bewust niet want daar moet nog teveel rond gebeuren) fuift zich een weg door het leven en trekt zich op aan rolmodellen op MNM en Studio Brussel. Waarvoor dank trouwens, beste rolmodellen. Ook al doen jullie het niet allemaal even graag,  rolmodel spelen.

En dan is er plots de vaststelling dat we gevaar lopen.

Als meer dan 40 BV’s van de verkeerde kant in de krant schrijven dat het probleem zich situeert bij jonge allochtonen, wie ben ik dan om dat tegen te spreken? Studies durven die bewering al eens in twijfel trekken maar ik begrijp dat als je het spuugzat bent sommige nuances sneuvelen. Het kwaad komt dus nog maar eens van de moslims. Of zoals mijn Antwerpse buurman zou zeggen: “Het is de schuld van de vremde”.

Kathleen Cools fronste toch ook even de wenkbrauwen toen Jan Roegiers jullie tekst in Terzake kwam toelichten. Maar Jan kon haar geruststellen: jullie willen niet stigmatiseren. Ze wilde toch wel wat meer duidelijkheid: “Het verhaal erachter is ongetwijfeld ook dat het gaat om een al maar groter worden groep jongeren die geen toekomst hebben, geen werk, geen geld en die op een bepaalde manier proberen hun frustraties te uiten middels ontoelaatbare dingen. Dat probleem moet misschien eerder aangepakt worden. Dat is ook een taak van de politiek?” Jan Roegiers: “We moeten kansen creëren voor mensen, Alle jongeren moeten hun plaats vinden op de arbeidsmarkt. We kennen voldoende voorbeelden waar ze geweerd worden maar dat is geen reden om ontoelaatbaar gedrag te vertonen.” Oef… het was eruit: het is ook een kwestie van gelijke kansen.  Maar je zag Jan denken: “Daar gaat het vanavond toch niet over?” Toch wel. Pas op: ik zie Jan graag. Hij is één van de zeldzame parlementariërs op wie je steevast kunt rekenen als homo’s in de penarie zitten.

Feit is dat menige holebi de voorbije jaren de vuisten en voetzolen van jonge allochtonen heeft moeten voelen. Laat ik er dus maar niet flauw over doen en jullie redenering volgen. Er moet iets gebeuren in het ‘allochtone milieu’ of zoals mijn Antwerpse buurman zou zeggen: “Die vremde moeten zich aanpassen”. 

Imams en de heteronorm

Maar wat moet er dan gebeuren? Jullie schrijven dat imams en andere geestelijke leiders een belangrijke rol kunnen spelen om het beeld te doorbreken dat hetero’s in de samenleving de norm zijn. Jullie willen hen duidelijk maken dat geweld tegen holebi’s onaanvaardbaar is dat  zij die boodschap zelf moeten helpen uitdragen.  Met dat laatste ben ik het volmondig eens. Maar verwachten dat imams de heteronorm in vraag stellen?  Kunt u mij binnen de 30 seconden de naam van een politicus, een priester of een cafébaas geven die dat doet? Neen dus. Verwacht het dan ook niet van imams.  We zullen al heel ver staan als in elke moskee tegen homofooob geweld gepredikt wordt.  Selahattin Kocak, partijgenoot van Jan Roegiers,  heeft daar wijze dingen over geschreven: “Ik ben al heel blij als moslims holebi’s gewoon dulden en met rust laten, dat ouders de homoseksualiteit van hun kinderen niet meer bestraffen en hen niet meer uitstoten. Een ‘wapenstilstand’ zou al prima zijn: dat er geen negatieve uitspraken meer worden gedaan over holebi’s en dat ze niet meer worden aangevallen. Aanvaarden is al een stap te ver voor de moslimgemeenschap in ons land.”

Hoe komt het trouwens dat er geen BM’s (bekende moslims) onder jullie open brief staan? 

Ali Salmi is zo’n BM. Hij is erin geslaagd om op de internationale dag tegen homofobie twee volledige voetbalploegen in roze outfit over de markt van Mechelen te laten defileren. Hij is daarvoor door koepelorganisatie çavaria beloond met de homofolieprijs. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan iemand die zich opvallend heeft ingespannen voor holebi- en transgenderrechten.  De man heeft dus recht van spreken. Zijn commentaar op jullie brief is niet mals: “Op vlak van racismebestrijding en het tegengaan van islamfobie hebben we de afgelopen jaren ook heel wat initiatieven genomen en in Mechelen hebben we gelukkig niet echt te maken gehad met grove vormen van geweld en discriminatie op dit vlak. In andere steden is dit echter wel nog het geval. Ik stoor mij dan ook aan het feit dat diegenen die nu quasi moord en brand roepen inzake Gaybashing dan niet of amper te horen zijn. Wat mij betreft kan men geen onderscheid maken als het gaat over discriminatie. Wil men elke vorm bestrijden, moet men ook met evenveel animo de andere vormen van discriminatie bestrijden. Rechtlijnigheid noemt men dat! Maar misschien is dit niet voor iedereen weggelegd?”

Koudwatervrees

Çavaria maakt dankbaar gebruik van het engagement van Ali Salmi en andere moslims. Desalniettemin heeft de koepelorganisatie  een diepe koudwatervrees als het erop aankomt zelf iets te doen voor allochtonen.  Men eist dat moslims hun taboes over homoseksualiteit aanpakken maar weigert in eigen rangen de taboes rond allochtonen te bestrijden. “We kunnen ons niet met de problemen van andere minderheden bezighouden” klinkt het dan. Wel, dat zal minder en minder te vermijden zijn. Die andere minderheid maakt ons nu op een zeer onsympathieke manier duidelijk dat we niet anders kunnen dan in gesprek te gaan, naar elkaars problemen te luisteren en samen naar oplossingen te zoeken.  Wat we momenteel meemaken is ondermeer het gevolg van een gebrek aan communicatie tussen holebitransgenders en allochtonen. Weet U trouwens waar de naam ‘çavaria’ voor staat? Je kunt het opsplitsen in het uitnodigende  ‘ça va?’ en ‘varia’. Geweldige vondst. Maar aan de ‘varia’,  – wat zou moeten wijzen op de zeer gevarieerde samenstelling  van de koepelorganisatie –  moet dringend gewerkt worden. Çavaria is voor 99,9 procent een witte club.

Oude Vrouwtjes

Dat een gefrustreerde groep jongeren zich afreageert op holebi’s en transgenders is niet moeilijk te verklaren. Beide minderheden leven dicht op elkaar in dezelfde steden. Voor allochtonen past homoseksualiteit niet in de machowereld waarin ze zich bewegen. Witte holebi’s en transgenders kijken even vreemd aan tegen andere culturen als de doorsnee burger. Of dacht U dat homoseksuele moslims een warm nest vinden in de homogemeenschap? Vergeet het maar. “Een homobar binnengaan blijft beangstigend” zegt Mo, een homoseksuele Marokkaan.

De problemen worden versterkt in de sociaal-economische context waarvan allochtone jongeren de eerste slachtoffers zijn. Ali Salmi: “Het choquerende is evenwel de schijnbare onverschilligheid tegenover racisme die in ons land lijkt te bestaan. Dit heeft ook veel te maken met het feit dat de meerderheid van de Vlamingen zich moeilijk kan  inbeelden hoe frustrerend het is om gediscrimineerd te worden. Niet dat ik hen dat kwalijk kan nemen natuurlijk, maar ze mogen in ieder geval wel van geluk spreken het niet te moeten meemaken. Niets is frustrerender dan geen job aangeboden te krijgen omwille van je huidskleur, of zelfs niet uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek omdat je wel over het juiste diploma, maar niet over de juiste naam beschikt. Huisbazen die je de deur wijzen, buschauffeurs die je zomaar voorbijrijden, politieagenten die je te pas en te onpas controleren, vieze blikken omdat je een hoofddoek draagt, leerkrachten en scholen die je richting beroepsonderwijs sturen omdat je geen accentloos Nederlands praat, politieke partijen die fakkeltochten tegen jouw geloof organiseren, oude vrouwtjes die zich vastklampen aan hun handtas wanneer je hen voorbijloopt, mensen die de straat oversteken omdat jij met enkele vrienden op een bankje zit.”

Kanonbal

Is het verwonderlijk dat jonge allochtonen de muren oplopen? Dat ze zich met brutaal geweld  richten tegen dat deel van de maatschappij dat in hun ogen het gemakkelijkst ‘te pakken’ is? Holebi’s en transgenders zitten tussen hamer en aambeeld. Het structurele geweld dat allochtonen ervaren wordt omgezet in reëel geweld tegen hen. Deze combinatie van maatschappelijke frustratie en homofobie komt als een kanonbal in de holebitransgendergemeenschap terecht.  Dat structureel geweld is er al heel lang en de meeste holebi’s en transgenders lagen er totnogtoe niet wakker van.  Deze crisis is  een wake up call. De  “problemen van die andere minderheid” zijn onze problemen geworden.

Eigenlijk zou het voor holebi’s en transgenders gemakkelijker moeten zijn om de situtatie van allochtonen te begrijpen. We hebben zelf vergelijkbare problemen op school, op de werkvloer of op de woningmarkt.  Maar dan moet er wel contact gezocht worden. Het “wij versus zij” paradigma afbreken. Elkaars inspanningen om muren te slopen waarderen. Als Ali Salmi ons helpt om met roze voetballers de internationale dag tegen homofobie tot een succes te maken, dan doen wij toch iets terug op de internationale dag tegen racisme? Het hoeven geen grote dingen te zijn. Gewoon laten merken dat we, ondanks de spanningen, elkaar steunen tegen onverdraagzaamheid. De mentaliteit van “Het wordt tijd dat jullie zich aanpassen” ombuigen naar: “Hoe kunnen we samen racisme en homofobie bestrijden?”.

Yvan Brys

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!