Over bovenbouw, onderbouw, vervreemding en de 360° werknemer

Over bovenbouw, onderbouw, vervreemding en de 360° werknemer

zaterdag 28 januari 2012 16:30

Dit bericht schrijf ik naar aanleiding van het boeiende artikel van Jan Blommaert op deze site. Ik deel zijn analyse grotendeels, maar zijn conclusie niet helemaal. Omdat mijn gedacht zoals zo vaak weer te groot was voor één reactie, maak ik er een artikel van. Daar kan je namelijk tussentitels inzetten.

360°: aangenaam of te warm onder de voeten?

Ik geloof dat de evolutie van “werknemer” naar “mens” aan de ene kant veel positieve kanten heeft: als mens gaan werken, betekent ook iets realiseren in de maatschappij. Dat is niet alleen zo voor een sociaal werker, maar ook wie voor een bedrijf werkt. Hij/zij kan zeggen dat hij/zij iets gemaakt heeft, dat hij/zij een meerwaarde biedt voor de samenleving. Economische meerwaarde creëren is namelijk niets vies. Uitbuiting is dat natuurlijk wel.
Als we ‘s ochtends kunnen opstaan en als méns de trein opstappen, als we ook plezier beleven aan ons werk, dan denk ik dat we niet alleen economische meerwaarde creëren (jawel, in de marxistische zin van het woord), maar laten we zien dat arbeid ook iets moois en creërends, zelfs creatief is. Wie dat beseft, gaat tegen de vervreemding in (mijn lievelings-concept van Karl Marx, overigens). Vandaag zouden we dit zelfrealisatie noemen, en daar heb ik alvast niets op tegen. 360° heeft dus zijn voordelen.

Aan de andere kant is het uiteraard een illusie dat de wereld rondloopt met creatieve, zichzelf realiserende werknemers. De geschoolden onder ons kunnen soms iets beter op tegen hun werkgevers, maar vele anderen kunnen dit niet. De toenemende individualisering van de maatschappij, het koppelen van de eigen identiteit en het eigen slagen & falen aan de job, het psychologiseren van arbeid… leggen de druk op werknemers hoog. Wij hebben allemaal wel eens een burn-out. Mijn Tsjetsjeense ex-collega heeft dat concept van burn-out nooit helemaal begrepen: “waarom je dat alles zo aantrekken? Het is je job, wees blij dat je er één hebt.” Ik kon nog wat van haar leren.

Marx in de 21ste eeuw

Ik leerde in een ver verleden ooit iets over Marx, en dat beïnvloedt tot op vandaag mijn denken over de maatschappij. Zonder de pretentie een kenner te zijn van zijn werken, vraag ik me af of al zijn theorieën vandaag nog even geldig zijn.

Patronaat versus ‘loonslaven’ bestaat zeker nog: we leven nog steeds in een kapitalistische wereld, en er ís nog steeds veel uitbuiting.
Maar de theorie ontstond in de 19de eeuw. De 21ste eeuw zit volgens mij veel complexer in elkaar: er is niet één werkgever, maar je werkgever is meestal zelf onderaannemer / zuster- of dochterbedrijf /… of op zijn minst op een 100tal manieren verbonden met andere  bedrijven. Waarboven een aantal weinig transparante multinationals ressorteren.
De “vijand van de arbeidersklasse” is niet meer één, maar heeft vele namen, is diffuus en moeilijk te vatten. Het is niet meer “de patron” tegen “de arbeider”. Deze retoriek slaat dan ook niet meer aan, zelfs al is hij niet helemaal onwaar.

En net dát is één van de problemen van de vakbonden (en van klein-links nog veel meer). Wie spreekt over “arbeidersklasse” of “klassenbewustzijn” roept helaas in de woestijn. De arbeider van vandaag is een werknemer, en wil graag een huis en een auto en een mooie boeiende reis naar de zon. Maar vooral, wil ook appreciatie voor zijn werk, en die is niet alleen materieel.

Tegelijkertijd is de werkgever een voorwaarde geworden, opdat de werknemer zichzelf kan realiseren. De werkgever speelt daar op in, zodanig dat hij geen “vijand” meer ís van de werknemer – hijzelf althans niet. Het ontransparante systeem dat er rond boven en onder hangt, daarentegen, is wel gevaarlijk. Het is de “vijand” van iedereen, want we kunnen er geen invloed meer op uitoefenen. Toch niet zonder een collectief bewustzijn, een collectieve boodschap.

Bovenbouw en onderbouw: cultuur als uiting van sociaal-economische verhoudingen, ik vind het nog steeds een belangrijk uitgangspunt. Maar de kracht van bovenbouw, van cultuur, om de ongelijkheid te reproduceren, om het ontwikkelen van het “klassenbewustzijn” te vermijden, is enorm hoog. Misschien had Marx dat wel onderschat, de kracht van de marktlogica, van ideeën die zich in je geest nestelen en vastroesten? In de gemediatiseerde maatschappij hernieuwt en herproduceert cultuur zich ook aan een snel tempo: je kan er niet steeds meer over nadenken of je dat nu leuk vind of niet, want daar dient het volgende hippe concept zich al aan. Ik ben nu al te laat met dit bericht, en ik had amper tijd om mijn gedacht goed vorm te geven.

Maar hoe dan verder?

Dus, Jan Blommaert, ik deel uw analyse wel, maar uw conclusie niet helemaal. We moeten niet wég van het coachen, het “hoe voel je je in je job”. Want zich goed voelen in een job kan ik alleen maar toejuichen, evenals een goede relatie hebben met je werkgever.
Maar we moeten wél opnieuw de grenzen trekken: je job is tenslotte ook maar je job. Er zijn nóg veel méér zinvolle zaken in het leven om zich aan te wijden. We moeten dus niet ons werk nog meer ons leven laten beheersen.

En misschien moeten vakbonden zich daar maar op inspelen: werknemers aanspreken op datgene wat ze blijkbaar ook belangrijk vinden: een goede job hebben, waar je met plezier (ondanks een geeuw) voor opstaat, waar je een meerwaarde creëert die niet alleen economisch is. Misschien moeten vakbonden de bovenbouw maar wat bewuster inzetten: het debat genuanceerder, up-to-dater,… voeren? Want misschien, als we een goed debat hebben, kunnen we opnieuw een collectief bewustzijn, een samen-gevoel creëren. Zonder dat we vervallen in “wij de arbeiders” tegen “zij het patronaat”. Want die analyse vind ik te simpel voor de maatschappij van vandaag.

Ik ben nog op zoek naar een betere analyse, en doe dit via trial and error. En daar is niets mis mee.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!