De vakbonden betogen op 24 maart tegen het Europese competitiviteitspact

Opinie, Nieuws, Europa, Economie, Politiek, Europa, Bezuinigingsbeleid, Competitiviteitspact, Indexmechanisme, Defraigne -

There is an alternative

Tina spookt weer door de Europese geesten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het neoliberale beleid verdedigd met "There is no alternative". Hetzelfde deuntje wordt nu opnieuw bovengehaald om een streng Europees competitiviteitspact aan te kondigen. Maar is er werkelijk geen alternatief, vraagt Luc Purnelle zich af.

donderdag 24 maart 2011 16:10

Opvallend was ze, de uitspraak van Pierre Defraigne op een Algemene Raad van het ACV over Europa. “De discussie in Europa heeft niets te maken met de klassieke tweedeling tussen links en rechts”, zegt hij, “maar wel met het feit dat het neoliberalisme doorgedrongen is in alle Europese geesten, ook binnen sociaaldemocratische partijen”.

Het neoliberalisme noemt hij een aberratie van het liberalisme, zoals het integrisme dat is van het katholicisme of het moslimfundamentalisme van de islam. Defraigne gaf er oud-regeringsleiders Blair (Labour, GB) en Schröder (SPD, Duitsland) stevig van langs. Hij noemde Blair zelfs baby-Thatcher.

De wil van Merkel en Sarkozy

De economieprofessor is niet van de minste. De man is hoogleraar aan de UCL (Université Catholique de Louvain) en het Europacollege in Brugge (nvdr: onafhankelijk universitair instituut dat masters in gespecialiseerde Europese studies aanbiedt).

In een vorig leven was hij Europees topambtenaar en onder meer kabinetschef van eurocommissarissen Etienne Davignon (Belgisch christendemocraat) en Pascal Lamy (Frans socialist).

Defraigne deed zijn uitspraak tijdens een tussenkomst over het op til zijnde Europese competitiviteitspact. Europese regeringsleiders zullen, onder druk van de Franse president Nicolas Sarkozy en de Duitse bondskanselier Angela Merkel een korf maatregelen goedkeuren om de gevolgen van de crisis te lijf te gaan en om vergelijkbare economische accidenten in de toekomst te vermijden.

Ze gokken vooral op stevige besparingen, het terugdringen van de tekorten op de rekeningen van de lidstaten en loonmatiging. Ook de pensioenen liggen onder vuur. Die moeten worden aangepast aan de langere levensduur. In mensentaal: de pensioenleeftijd moet omhoog. En werkloosheidsuitkeringen moeten uiteraard beperkt worden in de tijd.

Tina strikes back again

Dat Defraigne gelijk heeft, merk je als je opiniestukken over Europa doorneemt of de reacties erop. Ofwel vertrekt de auteur van het stuk vanuit dezelfde premissen als Sarkozy en Merkel. Genre schrijvers als Marc De Vos, Karel Van Eetvelt, Geert Noels en alle andere mediagenieke beroepsdeelnemers aan panels, radioprogramma’s en chatsessies over de weldaden van de vrije markt.

Ofwel hakken lezers met de botte bijl in op auteurs die beweren dat er wél een alternatief is voor het Duitse ‘ongelijkheidswonder’. Waarbij die arme Rudy De Leeuw (ABVV) bijvoorbeeld dadelijk wordt aangewreven enkel te schrijven voor het Waalse socialistische profitariaat. In België is een communautair kantje aan gelijk welk standpunt nooit ver weg.

En zo is Tina helemaal opnieuw in de geesten van de Europese leiders, economen en journalisten. “There is no alternative”, zo verdedigde Margaret Thatcher het beleid waarmee ze in de jaren tachtig van de vorige eeuw het Verenigd Koninkrijk omvormde tot een waar sociaal kerkhof.

Een kwarteeuw later lijkt een alternatief opnieuw onbestaande. Vooral omdat stemmen als die van Defraigne nauwelijks aan bod komen in dit debat. Die van VOKA en allerlei zogenaamd ‘onafhankelijke’ denktanks des te meer.

Zo wijst hedendaags onderzoek steeds duidelijker op de ontwrichtende effecten van sociale ongelijkheid op de samenleving en op het maatschappelijk weefsel. Een recent onderzoek van Wilkinson en Pickett, dat wijst op de weldoende gevolgen van samenlevingen met meer gelijkheid op welzijn en gezondheid, kreeg nauwelijks weerklank in de pers. Het Duitse economisch wonder, daarentegen…

Bijkomende middelen

Het is waar, het alternatief bestaat er niet in om de overheidsschuld nog meer te laten toenemen. Daar is iedereen het over eens. Begrotingsdiscipline en de afbouw van de globale schuld zijn noodzakelijk.

Dit is o.a. het gevolg van de verzilvering en de uitstroom van de babyboomgeneratie naar het pensioen. Om de Belgische pensioenen, die voor werknemers in de privésector tot de laagste in Europa behoren, te versterken, is een overheidsspaarpotje nodig.

Ook om meer te investeren in onderzoek en innovatie en in aangepast onderwijs en om een gericht relancebeleid te voeren, zijn bijkomende overheidsmiddelen geen luxe. We moeten enkel vaststellen dat dit ook kan door op zoek te gaan naar bijkomende middelen, die niet de doorsnee werknemers treffen.

Een Europese financiële transactietaks zou al meer kunnen opbrengen dan de volledige Europese begroting. En het is niet Jan Modaal die speculeert met aandelen en valuta’s.

Er zijn wel degelijk alternatieven voor de Duitse loondumpingspolitiek en voor de Ierse interne fiscale concurrentie. Er hoeft niet zonder meer geknipt te worden in overheidsuitgaven en sociale uitkeringen. Er is ook ruimte om te kijken naar de inkomstenzijde.

Zo voerde EU-lidstaat Hongarije eind 2010 een fel gecontesteerde belasting in op hoge bonussen voor managers. Ook in Nederland wordt het debat over een gelijkaardige belasting gevoerd. Joseph Stiglitz, gewezen hoofdeconoom van de Wereldbank, pleit voor maatregelen om de sterkste schouders meer zware lasten te laten dragen.

In een artikel in het recentste Social Europe Journal pleit hij voor het versterken van de progressiviteit in belastingsystemen en het afbouwen van de speciale behandeling waarvan inkomsten uit vermogens mogen genieten.

Belgisch alternatief

Het alternatief werkt trouwens in de realiteit al meer dan behoorlijk. België, met automatische indexering van de lonen en een Keynesiaanse aanpak van de financiële crisis, heeft deze crisis uitstekend doorstaan. Het zag zijn overheidsschuld toenemen, maar veel minder dan in vele andere Europese landen, Ierland en Griekenland op kop.

Daartegenover staat een erg kleine stijging van de werkloosheid, die intussen al bijna weggewerkt is, nauwelijks verlies in koopkracht (wat goed is voor de binnenlandse markt) en een behoorlijke stabiliteit in een aantal sociaal-economische parameters. 

Dit heeft onder meer te maken met het bestaande stelsel van tijdelijke werkloosheid, waardoor afdankingen vaak vermeden worden. Maar ook met die vermaledijde loonindexering.

De index heeft namelijk een matigend effect. Economische pieken in België zullen nooit Ierse hoogtes halen. Maar recessie leidt ook nooit tot Griekse dalen. De index vlakt af. En tegelijkertijd zijn, ondanks de index, lonen nooit ontspoord.

Zeker niet meer sinds de wet op de competitiviteit van 1996 indicatoren uit Nederland, Frankrijk en Duitsland in rekening brengt bij de onderhandelingen tussen de sociale partners. Meer nog, moest Duitsland met zijn dumpingpolitiek de lonen niet met 4,5 procent laten zakken hebben, scoorde België ook in de vergelijking met de buurlanden soberder dan gemiddeld.

Om het met de woorden van de Finse liberale eurocommissaris, Olli Rehn, te zeggen: de Belgische loonindex… “ is rather cleverly designed, differentiated from old fashioned systems”.

Perverse vicieuze cirkel

Het Duitse model werkt ook alleen maar als andere Europese landen het niet volgen. We schreven het al eerder, de armoede in Duitsland nam met meer dan een kwart toe en er werd nauwelijks meer werk gecreëerd. Van een groeiende interne markt is bijna geen sprake.

Met andere woorden, de Duitse groei stoelt alleen op export. Als ook in andere Europese landen de koopkracht drastisch afneemt, kan niemand de Duitse producten nog kopen. Tenzij de Duitse lonen weer zakken. En de rest volgt. En zo komen we terecht in een perverse vicieuze cirkel. Maar zoals we al aantoonden, er is wel degelijk een alternatief.

Als Europa dus op één economische lijn wil komen te zitten, is er meer nood aan een gestroomlijnd fiscaal beleid (gelijkaardige vennootschapsbelasting, bijvoorbeeld), aan afspraken over minimumlonen (om loondumping te vermijden) en aan een minimumsokkel in de sociale zekerheid.

Tot slot lijkt het aangewezen om een Europees erkend ratingbureau op te richten en de toestand van ’s lands economieën niet te laten beoordelen door dezelfde cowboys die een beleggingspakket de ene week nog met een AAA beoordelen om er een week later een B+ van te maken.

Want, voor diegenen die het al vergeten waren, op de financiële markten is er sinds 2007 nauwelijks iets veranderd. Een nieuwe financiële crisis is dan ook niet ondenkbeeldig. En ik vrees dat dan opnieuw hetzelfde zal gebeuren als in de voorbije maanden: u en ik zullen mogen betalen.

Luc Purnelle

Luc Purnelle is secretaris ‘beweging’ bij ACV-Limburg. Vroeger was hij ook secretaris ACV Bouw & Industrie, coördinator ACV-Leuven en regioverantwoordelijke ACV-Zoutleeuw.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!