Erkenning van de Palestijnse staat binnen de grenzen van voor 1967
Opinie, Nieuws, Politiek, België, Mensenrechten, Dirk Van der Maelen, SP.A, Vrijheid, Israël Palestina, Erkenning, Palestijnse Autoriteit, VS-buitenlands beleid, VN-Veiligheidsraad, Jasmijnrevolutie, Arabische Revoluties, Said El Khadraoui, Steven Vanackere, Olivier Chastel, EU-Israël Associatieraad, Europese Nabuurschapbeleid, Partnerschap voor Democratie en Welvaart, Associatieraad, Tweestatenoplossing - Dirk Van der Maelen, Said El Khadraoui

Erkenning van de Palestijnse staat binnen de grenzen van voor 1967

In hun opiniestuk van 9 maart in De Standaard geven de federale ministers Steven Vanackere (CD&V) en Olivier Chastel (MR) aan hoe België en de Europese Unie kunnen bijdragen aan meer democratie in de Arabische wereld. Wat Dirk Van der Maelen en Said El Khadraoui (SP.A) echter missen, is een verwijzing naar dat andere cruciale dossier voor de regio: het conflict tussen Israël en Palestina.

donderdag 10 maart 2011 19:45

Terecht merken beide ministers op dat “zowel de Jasmijnrevolutie als de Nijlrevolutie hebben getoond hoe universeel het verlangen naar vrijheid en respect voor de mensenrechten is”. En terecht verwijzen ze naar de historische beslissingen op VN-niveau ten aanzien van het regime van kolonel Khaddafi.

Waarbij “België zowel in New York als in Genève bij de landen was die het voortouw namen om een dergelijke actie waar te maken”, dixit één van de vorige persberichten van minister Vanackere. Het mag inderdaad eens gezegd worden als ons land actief kan meebouwen aan een historische gebeurtenis.

Wat we echter missen in hun –  voor het overige trouwens te ondersteunen pleidooi – is een verwijzing naar dat andere cruciale dossier voor de regio: het conflict tussen Israël en Palestina. De politieke wil om een krachtig signaal te geven over het belang ervan voor de regio is jammer genoeg heel wat minder aanwezig.

Nochtans zijn de recente revoluties in de Arabische wereld voor de Palestijnen een mogelijke opstap naar een hoopvolle en rechtvaardige toekomst.

Het wordt uitkijken of die link komende vrijdag, tijdens de Speciale Europese Top over Libië, wel zal worden gemaakt door de Europese staatshoofden en regeringsleiders. Dan zal de nieuwe invulling van het Europese Nabuurschapbeleid worden voorgesteld, uitgeschreven onder de noemer ‘een Partnerschap voor Democratie en Welvaart’.

Ongetwijfeld zal deemoedig het hoofd gebogen worden over het laten primeren van handelsbelangen op mensenrechten in het verleden. Men zal zich voornemen om vanaf nu weldegelijk rekening te houden met respect voor de rechtsstaat, mensenrechten en goed bestuur in ruil voor het geven van ondersteuning. En er zal ongetwijfeld een engagement volgen om nu wel op te treden als het land in kwestie deze criteria niet respecteert.

De wil tot aanpassing van het Europese Nabuurschapbeleid is absoluut nodig en de intenties lijken goed. Maar de realiteit zet aan tot enige voorzichtigheid in het scheppen van verwachtingen.

Het verloop en de uitkomst van de 10de EU-Israël Associatieraad eind februari zijn hier een pijnlijke illustratie van. Tijdens deze jaarlijkse bijeenkomst bespreken beide partijen de onderlinge politieke en economische relaties. Die zijn sinds 2004 verankerd in een associatieakkoord en een actieplan.

Ook de relaties tussen de EU en Israël vallen dus onder de nieuwe principes van het ‘Partnerschap voor Democratie en Welvaart’. Vanzelfsprekend lezen we in de verklaring in de marge van de EU-Israël Associatieraad over het respect voor de mensenrechten, de precaire situatie in Gaza en het belang van een tweestatenoplossing.

Maar daarnaast laat de Europese Unie er in haar verklaring geen misverstand over bestaan dat het partnerschap met Israël sowieso voort zal worden verdiept. More for more? In april 2011 wordt het vooruitgangsrapport van Israël gepubliceerd in het kader van het EU-Nabuurschapbeleid.

Ons inziens een mooie testcase voor de nieuwe ambitieuze invulling van het Nabuurschapbeleid. Het zal afwachten worden in hoeverre de EU haar kersverse engagementen zal waarmaken en conclusies zal omzetten in acties. Op niveau van de Associatieraad (ministerieel niveau) en het Associatiecomité (niveau van hogere ambtenaren) kan ons land dit alleszins actief mee monitoren.

Het verleden leert dat een duidelijk signaal weinig waarschijnlijk is. We zien hoe de EU, als belangrijkste handelspartner van Israël, de hefbomen waarover ze beschikt tot op heden niet wil gebruiken. Het lijkt er op alsof in de bilaterale relaties met Israël de economische belangen in de praktijk wel blijven primeren op de fundamentele mensenrechten en democratische vrijheden. En de vraag is maar of dit, ondanks nieuwe engagementen, in de nabije toekomst zal veranderen.

Even betreurenswaardig is het recente Amerikaanse veto tegen de VN-resolutie die de bouw van de nederzettingen veroordeelt. De VS onderschrijft dan wel het gegeven dat de nederzettingen illegaal zijn en in strijd met het volkenrecht, ze weigert een krachtig signaal de wereld in te sturen wanneer het er echt op aan komt.

Terwijl recente gebeurtenissen en beslissingen op internationaal niveau aantonen dat om verandering mogelijk te maken belangrijke voortrekkers nodig zijn.

De patstelling tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit is ondertussen compleet. De vredesgesprekken op initiatief van de Amerikaanse president Barack Obama liggen al een tijdje stil. Hoe langer de situatie aansleept, hoe onwaarschijnlijker een onafhankelijke Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967 wordt.

Ondanks ontelbare verklaringen van de internationale gemeenschap die de nederzettingen en de precaire situatie van de Palestijnen veroordelen of het belang van een tweestatenoplossing onderschrijven.

We willen ten slotte een lans breken voor het nieuw diplomatiek initiatief dat Palestijns president Abbas eind 2010 aankondigde. De bedoeling ervan is om zoveel mogelijk landen ter wereld officieel te laten verklaren dat ze een onafhankelijke Palestijnse staat erkennen.

In september 2011 wil men hierover een stemming uitlokken in de Algemene Vergadering van de VN. September 2011 is tevens de deadline van de vredesgesprekken onder leiding van de VS en één jaar na de belofte van president Obama tijdens een vorige Algemene Vergadering om de Palestijnse Autoriteit binnen het jaar als lid van de VN te kunnen verwelkomen.

Ondertussen erkenden al 115 landen een onafhankelijke Palestijnse staat. In december 2010 kwamen Brazilë, Argentinië, Bolivia, Ecuador en Chili bij op de lijst. In 2011 kwamen daar nog Peru, Rusland, Uruguay, Paraguay en Guyana bij.

De VS en de Europese Unie blijven vasthouden aan een erkenning ‘ten gepaste tijde’. Ook wij pleiten in eerste instantie voor het voortzetten van de vredesgesprekken en een onderhandeld compromis tussen beide partijen. Een duurzame vrede en een werkbare Palestijnse staat kunnen inderdaad alleen via onderhandelingen tot stand komen.

Maar gezien de huidige impasse lijkt ons een duidelijk signaal nodig. Een principiële erkenning van een onafhankelijke Palestijnse staat binnen de grenzen van voor 1967 is een symbolisch initiatief. Een Belgische erkenning moet daarom geïnterpreteerd worden als een bijdrage tot een eerlijk en evenwichtig akkoord tussen beide partijen.

Een akkoord dat het gemeenschappelijk doel van de internationale gemeenschap dient: twee staten die in vrede en veiligheid naast elkaar leven, binnen internationaal erkende grenzen. Maar indien ons land overgaat tot die principiële erkenning, zou dit een gigantisch signaal betekenen dat we het ook effectief menen met die tweestatenoplossing.

Dat een ambitieus Europees beleid mogelijk is. En hoe meer internationale erkenning, hoe meer de VS enigszins onder druk komt te staan om resultaat te boeken in de vredesgesprekken. En hoe meer kans dat de Palestijnse staat het lidmaatschap verwerft binnen de Verenigde Naties.

Een symbolisch initiatief doet de bal misschien aan het rollen gaan om eindelijk enige vooruitgang te boeken in de vredesgesprekken die al meer dan 17 jaar aanslepen.

In hun opiniestuk wijzen ministers Vanackere en Chastel er op dat men solidair wil blijven met de vele mannen en vrouwen die de loop van hun geschiedenis hebben veranderd door zich in te zetten voor democratie in de Arabische wereld.

De geschiedenis veranderen doe je niet zomaar en vraagt inderdaad voortrekkers en volgehouden ambitie. Realpolitiek versus een voluntaristisch buitenlands beleid, het is geen evidente evenwichtsoefening voor een minister van Buitenlandse Zaken. Maar het moet toch mogelijk zijn om ook in dit dossier een voortrekkersrol spelen, of alleszins onze Europese partners op zijn minst aan te sporen dit te doen?

Dirk Van der Maelen

Said El Khadraoui

Dirk Van der Maelen is Kamerlid voor de SP.A en Said El Khadraoui is Europees parlementslid voor de SP.A.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!