Quiz Show (1994)
Quiz Show, Redford -

Quiz Show (1994)

maandag 11 februari 2013 17:45

Wanneer een film in hetzelfde jaar als Pulp Fiction, The Shawshank Redemption en Forrest Gump genomineerd wordt voor ‘Best Picture’ bij de Academy Awards, wil het al wel eens gebeuren dat ie verloren gaat tussen de plooien van de filmgeschiedenis. En dat is zonde, zeker wanneer het gaat over een film die vandaag nog brandend actueel kan zijn, zoals Quiz Show.

Robert Redford heeft ondertussen al een mooie collectie films geregisseerd. Ook zijn politieke engagement verstopte hij nooit onder stoelen of banken. Onder meer in Lions for Lambs en The Company You Keep konden we dat onlangs nog zien. Met Quiz Show regisseerde (en produceerde) hij echter een film die kwa inhoud nog een stuk sterker staat. Redford is geen interessant cinematograaf en ook de montage in zijn films is gruwelijk traditioneel (en niet zelden erg storend). Zijn regie zal dus alvast geen stempel nalaten op de filmwereld. Zijn naam des te meer. Hij is een uitgesproken criticaster van Obama. Hij is niet zelden geïnspireerd door anarchistische schrijvers (o.a. Proudhon, Thoreau, Kropotkin en Abbey). Hij is een hevig voorvechter van groene politiek en grassroots activisme. Hij steunde publiekelijk zowel Democraten als Republikeinen, naargelang het onderwerp en hun visies. Via Sundance heeft hij bovendien een vzw opgericht die wereldfaam geniet in het alternatieve filmcircuit en de Amerikaanse cinema ontdoet van haar doorgaans commerciële, voorspelbare Hollywoodstempel.

Wanneer we in Quiz Show de excessen van de opkomende media in de jaren ’50 belichaamd zien in de corrupte, “kijkcijfers en poen zijn belangrijker dan oprechtheid en transparantie”-quiz Twenty One, is de teneur van Redfords film meteen gezet. Gebaseerd op de memoires Remembering America van Richard Goodwin, maakte Redford in 1994 een toen (en nu) nog steeds actueel portret over de huichelachtigheid van de media, haar verwevenheid met grote bedrijven en de impact van de lust voor het geld (en het blinde vertrouwen in de markt) op de inhoud, kwaliteit en integriteit van de media. De talloze quiz schandalen uit de jaren ’50 vormen de achtergrond, hoewel Redford zich focust op één bepaalde ervan.

We worden daarnaast niet enkel geconfronteerd met de ranzige opmerkingen die de topfunctionarissen uit de betrokken bedrijven – NBC en Geritol – verkondigen (“it’s not like we’re hardened criminals here, it’s just show business“), maar tevens met de morele conflicten waarmee de deelnemers en procederende advocaat worstelen. Zo bijvoorbeeld wanneer Charles Van Doren zich luidop afvraagt “I’m just wondering what Kant would make of this“, nadat hij het aanbod krijgt om aan een quiz deel te nemen op voorwaarde dat hij de antwoorden op de vragen op voorhand van buiten leert. De ene na de andere quizzer wordt zo als vuilnis afgedankt naargelang de kijkcijfers stijgen en dalen en de verkoop van de grote sponser Geritol toe- of afneemt. Wanneer de populariteit van Van Doren echter ongeziene hoogtes bereikt, bieden ze hem een programma aan op NBC, op voorwaarde dat hij publiekelijk verkondigt dat er geen bedrog in het spel is. We zien in de tussentijd Dick Goodwin strijden om NBC en Geritol tot gerechtigheid te dwingen. Hij wil geen particuliere man (Van Doren in dit geval) de grond inboren door zijn reputatie te beschadigen. Van Doren is een kleine vis die enerzijds dwaze, immorele en opportunistische keuzes maakte (de vraag wordt meerdere malen geopperd: “wie zou er nu ‘neen’ kunnen zeggen tegen 25.000 dollar?”) en anderzijds slachtoffer was van de gore, immorele hebzucht van de managers in hun hoge, onaantastbare torens. De werkgevers van Goodwin denken hier echter anders over: de afgang van Van Doren is wat de kiezers willen, dus doen NBC en Geritol er niet meer toe. Wat daar gebeurt in donkere kamertjes en achter gesloten deuren, daar hebben de mensen geen vat op – het neerhalen van dergelijke wanpraktijken levert geen extra stemmen op, want de mensen begrijpen in eerste instantie al niet wat er aan de hand is. Goodwin wil echter Van Doren niet gratuit neerhalen – hij wil de corruptie en hebzucht neerhalen van de betrokken bedrijven.

Redford trakteert de kijker ten slotte op een kort staaltje anti-kapitalisme tijdens een spelletje poker waar Goodwin, Van Doren en enkele van zijn vrienden rond de tafel aan het discussiëren zijn over belastingen. “Taxes. It’s nothing but organized theft!“, klinkt het aan de ene zijde. “You mean property?“, reageert Goodwin. “What?“, klinkt het. “Property is theft [not taxes]. That’s the locus classicus from Proudhon.” En daarmee heeft Redford een staaltje anarchisme op het Hollywood-doek gekregen (ook al is ‘locus classicus’ een wat onfortuinlijke formulering wanneer het op Proudhon komt). Het zijn voor dergelijke fracties van subversiviteit in mainstream blockbusters dat we het doen – en daar is Redford over het algemeen toch een krak in.

Uiteindelijk is deze film een mooi voorbeeld van hoe kapitalisme en media hand-in-hand gaan en de kijker steeds opnieuw bedriegen en beliegen. Vandaag zal er ongetwijfeld meer kwaliteitscontrole zijn, maar we hoeven ons niet voor de gek te houden. Dit soort fenomenen is nog steeds schering en inslag bij alles wat ze labelen onder ‘reality-tv’ en is tevens aanwezig in verslaggeving met zogezegde nieuwswaarde. Wie zich wil wagen aan een confrontatie met dergelijke verontrustende praktijken, zit met Quiz Show meer dan goed. Zoek nadien vooral op hoe de film zich verhoudt met de realiteit, want het blijft uiteraard een dramatisering van de werkelijkheid. Wie al mijn gepalaver maar ideologische nonsens vindt, doet er best aan om te wachten op het nieuwe Marvel gedrocht en daarmee het eigen cynische wereldbeeld keer-op-keer onderschreven te zien.

take down
the paywall
steun ons nu!