Opinie, Nieuws, Economie, Samenleving, Politiek, België - Merel Terlien

Wie poetst het huis van de poetsvrouw?

Het Vrouwen Overleg Komitee heeft grote moeite met het publieke financieringsbeleid van de dienstenchequebedrijven waarin geen onderscheid wordt gemaakt in de aanpak. Door deze lacune dreigen bedrijven die wel investeren in de omkadering, begeleiding en vorming van werkneem.st.ers volledig uit te markt te worden geprijsd.

maandag 20 juni 2016 17:40

Op 15 juni kopte de Metro op de voorpagina ‘Vlaming is tevreden over poetshulp’. De aanleiding hiervoor was een bevraging van dienstenchequebedrijf Puuur onder zijn klanten.

Zij blijken behoorlijk tevreden over de professionele schoonmaakdiensten die ze inkopen om hun huis net te houden. Gemiddeld geven ze een 7,8 op 10 voor het geleverde werk. Werk dat erg waardevol is voor veel gezinnen, die de combinatie tussen werk buitenshuis en huishoudelijk werk veel moeilijker zouden rondkrijgen zonder huishoudhulp.

Ongelijkheid en precaire arbeid

De sector blijft dan ook groeien: anno 2016 telt hij, na 15 jaar dienstencheques, 140.000 jobs, in 2015 bedroeg de groei 4%. Een succesverhaal op het eerste zicht, maar daarachter zit een verhaal van ongelijkheid, vaak precaire arbeid en scheefgetrokken financiering. Aangezien er in de dienstenchequesector vrijwel enkel vrouwen zijn tewerkgesteld (in het laatste kwartaal van 2015 ruim 97%), grijpt het Vrouwen Overleg Komitee deze dag van de schoonmaak aan om die problemen onder de aandacht te brengen.

Een eerste probleem is dat de toename van het aantal tewerkstellingsplaatsen niet gepaard is gegaan met een toename van de kwaliteit van de jobs. De loon- en arbeidsvoorwaarden blijven bedroevend. Het gemiddelde uurloon bedraagt momenteel slechts 10,69 euro. Bruto welteverstaan. Ook deze werkneem.st.ers zien hun gemiddelde brutomaandloon afkalven door de indexsprong. Het ABVV stelde dit voorjaar vast dat de verplaatsingsvergoedingen absoluut niet volstaan om de reële vervoerskosten te dekken. Dit betekent dat werkneem.st.ers zelf geld moeten opleggen om zich van hot naar her te verplaatsen. 

Verreweg de meeste contracten zijn deeltijds. In 2015 telde de sector slechts een krappe 73.000 voltijds equivalenten. Bovendien mogen dienstenchequebedrijven afwijken van de arbeidswetgeving inzake het minimum aantal uren: een arbeidsovereenkomst van minder dan 33% behoort er tot de mogelijkheden.

Het is zorgwekkend dat de jobs in de sector in veel gevallen geen volwaardig inkomen opleveren. Daarbij komt dat werkloze vrouwen actief naar deze jobs worden toegeleid, waaronder veel vrouwen met een migratieachtergrond. Het schrijnende is dat zij uitgerekend in die sector veel te maken krijgen met racisme en discriminatie. Uit een onderzoek van het Minderhedenforum uit 2015 blijkt dat discriminatie er welig tiert.

Publiek geld voor dienstenchequegiganten

Een tweede probleem betreft de financiering van het systeem. De prijs van een dienstencheque voor particulieren is 9 euro voor de eerste 800 cheques. Een deel van dit bedrag is fiscaal aftrekbaar. Het overige deel van de totaalprijs wordt bijgepast door de overheid.

Aan de publieke middelen die hiervoor worden gebruikt dragen wij allemaal bij.  Het meest wrange is echter dat niet iedereen zich dienstencheques kan permitteren. Uit de bevraging van Puuur blijkt opnieuw dat dienstencheques vooral worden aangekocht door eerder welgestelde tweeverdieners. Driemaal raden wie het huis van de poetsvrouw poetst… 

Perverse prikkels zorgen ervoor dat de dienstenchequeondernemingen die hun werkneem.st.ers betere arbeidsvoorwaarden bieden, het financieel moeilijker hebben. Een aantal grote ondernemingen, die de sectorale minima hanteren, strijken daarentegen miljoenenwinsten op. Dat deze commerciële reuzen nu kleinere dienstenchequebedrijven beconcurreren om zo groot mogelijke winstmarges op de kap van hun personeel (en het RSZ-budget) te halen (DS 18 juni), maakt het nog erger. 

Herziening voorwaarden financiering

Het Vrouwen Overleg Komitee heeft grote moeite met het publieke financieringsbeleid van de dienstencheques waarin geen onderscheid wordt gemaakt in de aanpak van de dienstenchequeonderneming in kwestie. Hierdoor dreigen bedrijven die investeren in de omkadering, begeleiding en vorming van werkneem.st.ers volledig uit te markt te worden geprijsd.

Door de publieke steun aan dienstenchequegiganten die enkel de sectorale minima respecteren, minima die op zich al betwistbaar zijn, draagt de overheid bij aan de flexibilisering en precarisering van zware huishoudelijke arbeid.

Bovendien fronst het VOK zijn wenkbrauwen bij het feit dat overheidsgeld hier niet zelden ten goede komt aan het winststreven van profitbedrijven. Het VOK pleit dan ook voor een grondige bijsturing van het financieringsbeleid. Tevens rekent het erop dat de kwantitatieve groei van de sector eindelijk gepaard zal gaan met een toename van de kwaliteit van de jobs.  

Merel Terlien, bestuurslid Vrouwen Overleg Komitee

take down
the paywall
steun ons nu!