Yanis Varoufakis (INET)
Opinie - Yanis Varoufakis, Project Syndicate

Yanis Varoufakis: “Austeriteit is enige ‘dealbreaker'”

Het is niet de Griekse regering maar de Eurogroep die een akkoord voor een economisch hervormingsprogramma tegenhoudt. Dat is de stelling van Grieks minister van financiën Yanis Varoufakis. De Eurogroep wil immers uitsluitend 'besparen' op sociale uitgaven en de Griekse economische elite volledig vrijwaren.

woensdag 27 mei 2015 11:56

Als het over de onderhandelingen gaat tussen de Griekse regering en haar kredietverleners, dan overheerst een vaak voorkomende misvatting. Die misvatting werd recent nog herhaald door Philip Stephens van de Financial Times. Hij stelde dat “Athene niet in
staat is, of niet wil zijn – of beiden – om een economisch hervormingsprogramma
te implementeren”.

Van zodra deze misvatting als een ‘feit’ wordt
voorgesteld, worden alle
spots gericht worden op hoe onze regering te werk gaat. Om het met Stephens’ woorden te illustreren, de Griekse regering is een regering die “kwistig
omgaat met het vertrouwen en de welwillendheid van haar partners in de
eurozone”.

De realiteit van de gesprekken ziet er echter helemaal
anders uit. Onze regering is erop gebeten om een agenda te implementeren die alle economische hervormingen uitvoert, zoals voorgelegd door Europese
economische denktanks. Meer zelfs, wij zijn in staat om ondanks het doorvoeren van een dergelijk
economisch programma, de steun van het Griekse volk te behouden.

Laat ons eens stilstaan bij wat dat economisch programma inhoudt: 

  • een onafhankelijke belastingdienst; 
  • redelijke, primaire begrotingsoverschotten [1]
  • een verstandig en ambitieus privatiseringsprogramma, gecombineerd met
    een agentschap voor ontwikkeling dat openbaar bezit gebruikt om
    investeringsstromen te creëren; 
  • onvervalste pensioenhervormingengericht op een duurzaam sociaal zekerheidssysteem; 
  • liberalisering van de markten voor goederen en diensten, enzovoort.

Onze regering is wel degelijk bereid om deze hervormingen door te voeren. Maar waarom hebben de onderhandelingen dan nog niet geleid tot een overeenkomst? Waar zit het knelpunt?

Het probleem is eenvoudig: de schuldeisers van Griekenland eisen een nog
zwaarder besparingsbeleid voor dit jaar en de daaropvolgende jaren. Het is een aanpak
die het herstel belemmert, groei in de weg staat en de schulden nog groter maakt. Het zou leiden tot
een deflatoire cirkel en de wil om de dringende hervormingen door te voeren zou verdwijnen. Onze regering kan en zal geen remedie aanvaarden die verschrikkelijker is dan de ziekte zelf.

De manier waarop onze schuldeisers blijven aandringen op nog grotere
besparingen is subtiel, maar volhardend. Je kan het terugvinden in hun eis dat
Griekenland verplicht wordt onhoudbaar hoge primaire budgettaire overschotten aan te houden (meer dan 2 procent van het BBP in 2016 en zelfs meer dan 2.5
procent, of zelfs 3 procent, voor elk jaar dat daarop volgt). Om dit doel te
kunnen bereiken, worden we verondersteld de algehele last van de
belasting op de toegevoegde waarde van
de private sector te vergroten,
over heel de lijn nog meer te snijden in de al ingekrompen pensioenen en de
lage inkomsten door privatisering (als gevolg van het drukken van de prijs van
activa) te compenseren met “gelijkwaardige” fiscale consolidatiemaatregelen.

De opvatting dat Griekenland er niet in zou slagen haar begroting
voldoende te consolideren, is niet enkel fout. Ze is gewoonweg absurd.
Bijgevoegde grafiek toont dit aan. Daarnaast verklaart de grafiek ook waarom Griekenland het minder goed heeft gedaan dan pakweg Spanje,
Portugal, Ierland, of Cyprus in de jaren na de financiële crisis van 2008.

Ten opzichte van de rest van de landen in de periferie van de eurozone,
waren de aan Griekenland opgelegde maatregelen minstens twee keer zo zwaar. Zo is het gewoon, niet meer en niet minder. Griekenland staat
helemaal alleen rechts onderaan in deze grafiek:
http://www.project-syndicate.org/flowli/image/varoufakis4-graph/original/english




(op de horizontale as staat de vermindering van het structureel
begrotingstekort, waar Griekenland het hoogst scoort, op de verticale as staat de
nominale groei/daling van de begroting, van alle EU-lidstaten is de totale
begroting van Griekenland het meest geslonken)

In navolging van de herverkiezing van David Cameron  in Groot-Brittannië, merkte mijn goede vriend Lord
Norman Lamont, een voormalige Britse minister van financiën [2],
op dat het Britse economische herstel de positie van onze regering steunt.

In 2010, zo herinnert hij zich, zagen zowel Griekenland als Groot-Brittannië
zich geconfronteerd met ongeveer even grote begrotingstekorten. Griekenland richtte
zich in 2014 terug op primaire overschotten (die rentebetalingen uitsluiten),
terwijl Groot-Brittannië veel geleidelijker consolideerde en nu dus nog steeds niet
aan primaire overschotten toe is.

Tezelfdertijd moest Griekenland monetair de buikriem aanhalen (wat
momenteel meer op een monetaire dood door verstikking lijkt), in tegenstelling
tot Groot-Brittannië, waar de nationale Bank of England de regering bij elke
stap is blijven ondersteunen. Het resultaat daarvan is dat Griekenland blijft
stagneren, terwijl Groot-Brittannië sterk is beginnen groeien.

Onpartijdige waarnemers van de vier maanden durende onderhandelingen tussen
Griekenland en haar schuldeisers kunnen een simpel besluit niet ontwijken: het
belangrijkste knelpunt, de enige dealbreaker, is de volharding waarmee de
schuldeisers blijven hameren op nog meer besparingen. Zelfs als dat ten koste gaat van de hervormingsagenda die onze regering meer dan bereid is om na te streven.

Het moge duidelijk zijn, de vraag van onze schuldeisers om nog meer
besparingen heeft niets te maken met enige bezorgdheid over echte hervorming of
met de intentie Griekenland richting een duurzame begroting te duwen.

Hun echte motivatie is een vraag waarvoor we het antwoord best aan
toekomstige geschiedkundigen kunnen overlaten – die, daar twijfel ik niet aan,
heel wat van de huidige mainstream berichtgeving met een grote korrel zout
zullen nemen.

Yanis Varoufakis, 25 mei 2015

© 2015 Yanis
Varoufakis/Project Syndicate

Het artikel ‘Austerity is the dealbreaker’ verscheen op Project Syndicate en werd vertaald door Sarah Wagemans. Overname van deze vertaling voor n iet-commerciële doeleinden kan mits verwijzing naar de originele tekst.


[1] Het primair overschot (primary surplus) betekent in het algemeen
een situatie waarbij de inkomsten hoger liggen dan de uitgaven op jaarbasis.
Dat overschot kan gebruikt worden voor investeringen, aflossen van
schulden, sociale meeruitgaven, bijzondere grote aankopen door de overheid etc. Dat is in theorie een politieke beslissing van de betrokken staat. In het geval
van Griekenland verplicht de EU echter om dat bedrag volledig te besteden aan
schuldaflossing alleen. Dat overschot op de begroting wordt bovendien behaald
door enorme besparingen in de overheidssector, zonder dat dit de economische
bedrijvigheid ten goede komt. Wanneer de Griekse regering dus pleit voor een
lager primair overschot, voor een begroting in evenwicht of een klein deficit, wil ze dat om
onder meer terug sociale bescherming te kunnen geven aan hun arme bevolking.

[2] Van 1990 tot 1993 onder eerste minister John Major, de laatste Britse Conservatieve eerste minister (van 1990 tot 1997) tot David Cameron in 2010 terug eerste minister werd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!