CC - MathieuFranceMediafield
CADTM

‘Illegitieme schulden in België’: De redding van de banken (1/5)

In dit eerste artikel van een reeks van vijf, toont het CADTM (Comité pour l'Annulation de la Dette du Tiers Monde) hoe de Belgische overheid sinds 2008 de schuldenberg van de banken op de bevolking afwimpelt. De organisatie analyseert sinds de economische crisis van 2008 de schuldenlast van de EU-lidstaten, waaronder België. Deze week: hoe de redding van de banken de staatsschuld deed pieken.

donderdag 21 mei 2015 12:24

Sinds het najaar van 2008 zijn er in België heel wat particuliere schulden overheidsschulden geworden. De Staat ontleende 33 miljard euro aan de financiële markten om de particuliere financiële instellingen Fortis, Dexia, KBC en Ethias te redden. De steun aan deze banken heeft geleid tot een aanzienlijke toename van de staatsschuld, gelijk aan een tiende van de toenmalige totale overheidsschuld.

De
schuld die is ontstaan door de redding van een aantal banken,
is in feite illegitiem. De meerderheid van de bevolking heeft immers geen
baat bij de acties en wel om deze vier redenen.

1)
De Staat betaalde te veel voor de redding van de banken

Yves
Leterme en Didier Reynders, die op het moment van de reddingsoperatie
respectievelijk eerste minister en minister van Financiën waren,
verklaarden in 2013 dat “we de banken op de best mogelijke
manier en in het belang van de bevolking hebben gered”[1].
Enkele maanden na deze aankondiging oordeelde de Europese Commissie
echter dat de Staat tussen 1 en 2 miljard te veel had betaald om
Belfius (de Belgische afdeling van de Dexia-groep) terug te kopen[2]. Dit werd vervolgens bevestigd door de huidige minister van
Financiën, Koen Geens. Sindsdien heeft ook diezelfde Didier Reynders
in verband met Fortis verklaard dat “men zich had moeten
afvragen of men niet eerder 1 symbolische euro had moeten betalen in
plaats van 4,7 miljard”[3].

2)
De Staat zal nooit al het geld recupereren dat in deze reddingsacties
werd geïnjecteerd

Didier
Reynders (opnieuw) heeft herhaaldelijk bevestigd dat deze
reddingsoperaties in feite investeringen vormden, die de bevolking
uiteindelijk ten goede zouden komen. Desondanks werd tot 2014
slechts de helft van het geld, dat werd geïnjecteerd in de vorm van
leningen of herkapitalisaties[4] van deze banken, aan de overheid
terugbetaald[5]. We zijn er dus nog lang niet. In deze ruwe
cijfers werden bovendien de intrest, die de Staat op de ontleende 33
miljard zal moeten betalen, niet verrekend; noch de toekomstige
bedragen die de Staat nog dreigt te moeten vrijmaken voor de
herkapitalisatie van Dexia NV (die reeds driemaal werd
geherkapitaliseerd).

Laten
we niet uit het oog verliezen dat de banken de oorzaak van de crisis
vormen en dat deze crisis de stijging van de staatsschuld in de hand
werkt, onder andere door de daling van de belastinginkomsten en de
recessie. De staatsschuld steeg van 84% van het BBP (zijnde 285
miljard euro) bij het begin van de crisis naar min of meer 100%
vandaag (zijnde 395 miljard euro).




Stijging
van de staatschuld: wie is in de fout?

3)
Deze reddingsacties waren ondemocratisch

Laten we niet vergeten dat de regeringspartijen de kiezers hebben
verzekerd dat ze voor eens en voor altijd een punt zouden zetten achter
het onaanvaardbare gedrag van de banken (MR en VLD incluis). Ze
bevestigden dat er nieuwe regels zouden worden opgelegd. De regeringspartijen hebben duidelijk misbruik gemaakt van het vertrouwen van de
kiezer. In een democratie hebben de vertegenwoordigers/-sters niet het mandaat om naar willekeur te handelen van zodra ze verkozen zijn.

Het
feit dat de overheid deze reddingsacties heeft bekrachtigd, verandert
niets aan hun illegitieme aard. ‘Illegale schuld’ en ‘illegitieme
schuld’ zijn begrippen die men niet mag verwarren. Een illegitieme
schuld, die is aangegaan namens de hele bevolking en die de bevolking
niet ten goede komt, zou om geen enkele reden door de bevolking
moeten worden terugbetaald. De verplichting om een ??staatsschuld
terug te betalen, is immers niet absoluut en geldt alleen voor
schulden die werden aangegaan in het algemeen belang van de
gemeenschap
[6].

Laten
we, om het verschil tussen ‘illegaal’ en ‘illegitiem’ te
illustreren, de staatsgarantie aan de schuldeisers van Dexia NV als
voorbeeld nemen. Even ter herinnering: het Federaal Parlement keurde
in mei 2013 met terugwerkende kracht het Koninklijk Besluit van 2011
goed. Dat besluit werd door de overheid (belast met de lopende zaken)
illegaal genomen en werd aangevuld met een ander decreet in 2012,
waarin de Staat zich tot 2013 garant stelde voor de schulden van
Dexia NV voor een bedrag van 43,7 miljard euro (of 11% van het
Belgisch BBP, exclusief intresten en bijhorigheden). De schending van
de Belgische Grondwet was overduidelijk, omdat de parlementariërs
zelfs niet werden geraadpleegd over deze garanties, terwijl de zaak
wel onder hun bevoegdheid valt. Dit is wat CADTM in haar vordering
tot nietigverklaring van de twee Koninklijke Besluiten voor de Raad
van State heeft aangetoond, en die door ATTAC Luik, ATTAC Brussel 2
en twee federale parlementsleden, Zoé Genot en Meyrem Almaci, werd
voorgelegd.

Sinds
de parlementaire stemming van 2013 is deze garantie legaal. Dit neemt
echter niet weg dat ze onwettig blijft. Deze garantie betreft immers
een ‘bad bank’ die over geen enkele spaardeposito beschikt en
uiterst gevaarlijk is voor de bevolking. Als de garantie wordt
geactiveerd, zullen de schulden van Dexia NV automatisch schulden van
de Belgische Staat worden. Die leiden tot een verstrenging van de
bezuinigingsmaatregelen voor de bevolking, zodat de schulden die de
activiteiten van Dexia NV hebben veroorzaakt, kunnen worden
terugbetaald. Op die manier staan we opnieuw tegenover nieuwe
illegitieme schulden. In de wetenschap dat zij zich gesteund voelen
door de overheid, zullen de banken bovendien aangemoedigd worden om
door te gaan met het nemen van financiële risico’s, ten koste van
de gemeenschap. Men spreekt hier van de zogenaamde ‘moral hazard’.

4)
Er is niets veranderd en men verwacht andere reddingsacties voor de
banken

Sinds
de crisis werden op het gebied van bancaire regelgeving geen ernstige
stappen ondernomen. Ondanks de politieke beloftes voor verandering is er van de langverwachte hervormingen tot nog
toe geen sprake geweest. De Staat maakt geen gebruik van haar
belangen in deze banken om de regels te wijzigen, noch om de
bankensector veiliger te maken en ten dienste van de bevolking te
stellen. De scheiding van bankactiviteiten (depositobanken enerzijds
en zakenbanken anderzijds)[7] staat namelijk niet langer op de
agenda, terwijl het bankgeheim blijft gelden. Speculatieve
activiteiten zijn als nooit tevoren opgeflakkerd. Duizelingwekkende
bonussen en salarissen zijn terug van weggeweest. Kredietverlening
aan huishoudens en kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) is
niet toegenomen en Belfius Bank (nochtans voor 100% openbaar) werkt
als een particuliere bank, zonder rekening te houden met het algemeen
belang. Het moet ook benadrukt dat de ontslagen in deze instellingen
toenemen.

Omdat
we voor deze reddingsoperaties te veel hebben betaald en we er niet
bij hebben ‘gewonnen’; omdat deze onderneming niet heeft
bijgedragen tot een verandering van de spelregels; omdat, indien het
spaargeld van de bevolking en de Belgische bankensector moest worden
gered, men anders te werk had moeten gaan[8]; omdat deze
reddingsacties een minderheid van grootkapitaalbezitters ten goede is
gekomen en niet de meerderheid van de bevolking, die voor de kosten
opdraait en riskeert nieuwe reddingsacties te moeten betalen, is de
schuld van € 33 miljard euro, die door de reddingsacties werd
gegenereerd, een illegitieme schuld. De bevolking zou deze schuld om
geen enkele reden moeten terugbetalen. De annulering van deze schuld
moet de verantwoordelijken van de crisis aanpakken: de banken en hun
grote aandeelhouders. Zij zijn immers tegelijkertijd de belangrijkste
schuldeisers van België en de begunstigden van de reddingsoperaties
van de overheid.

Met
de annulering van de overheidsschuld, moeten de kleine beleggers, die
hun spaargeld in staatsfondsen investeerden, alsook de werknemers en
gepensioneerden wiens spaargeld (pensioensparen, groepsverzekeringen,
levensverzekeringen) ten dele door beheerinstellingen of -organen in
gelijkaardige fondsen werd geplaatst, worden beschermd.

De
annulering van onwettige staatsschuld is een noodzakelijke, maar
onvoldoende maatregel om de crisis te overwinnen. Een van de
dringende aanvullende maatregelen die een nieuwe financiële crisis
moet voorkomen, is de socialisering van de banksector.

Dit artikel verscheen eerder op CADTM en werd vertaald door Nadia Cornelis

________________________________________

Voetnoten:

[1] Zie “Leur
crise, 5 ans après…”,
september 2013.

[2] Zie ‘L’état
a payé trop cher pour Belfius’, L’Echo van 30 januari 2014.

[3] Zie dossier “Inside Fortis” , L’Echo van 19 september
2013.

[4] 19,2 miljard in kapitaalparticipatie en 13,4 miljard euro aan
leningen, waarvan ten minste 1/ 5de door de Regio’s werd
gefinancierd.

[5] Voor meer informatie, zie ‘Sauvetages
ou naufrages bancaires en Belgique ?
’,
augustus 2013.

[6] Ruzié David, Public International Law, 17e editie, Dalloz, 2004,
p. 93.

[7] In dit verband, zie de campagne ‘Speculeren? Niet met mijn
centen!’ op www.scinderlesbanques.be/ of de video van Finance Watch
Pourquoi
séparer les activités bancaires ?

[8] Hoewel het hier geen perfecte modellen betreft, werden er andere
manieren ontwikkeld om de banken en het spaargeld van de bevolking te
redden, waaronder recent in IJsland, of in Finland, Noorwegen en
Zweden in de jaren ’90. Voor
meer informatie, lees ”
Et si nous laissions les banques faire faillite ? » de
Xavier Dupret, augustus 2012.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!