Opinie -

Jobs op voorwaarde van winst: het federale regeerakkoord doorgelicht

Jan Blommaert las het regeerakkoord en stelt vast dat de na-oorlogse consensus tussen ondernemers en werkgevers opgeblazen wordt. "Het is het juiste moment om een bedrijfje te starten, vrienden", besluit Blommaert.

zondag 12 oktober 2014 14:11

Een regeerakkoord is altijd een interessante tekst, zowel omwille van
wat het aankondigt als omwille van wat het verzwijgt of omfloerst in
frasen zoals “…zal worden geëvalueerd” of “…zal worden gemoderniseerd”.
Dat soort woordenwolkjes wijst doorgaans op het bestaan van een ander
document, een concreet akkoord tussen de partijen waarin de te
“evalueren” materie meteen al van een concrete richting wordt voorzien.

Het regeerakkoord is dan ook altijd heel specifiek en precies over
bepaalde aangelegenheden (zie bijvoorbeeld de drie volle pagina’s gewijd
aan de 70 Syriëstrijders), terwijl het algemeen en vaag blijft over
andere thema’s (zie bepaalde delen van de hoofdstukken over fiscaliteit,
fiscale fraude en ondernemen).

Waarom? Het regeerakkoord moet naar het Parlement en moet daar
meerderheid tegen minderheid worden goedgekeurd. Om die procedure niet
al te lang te laten duren (en om het nodige telegenieke applaus te
verzekeren) worden beladen themata in algemene termen gesteld.

Het is
dan aan ons om tussen de regels te lezen, vage passages te interpreteren
in het licht van wat in andere passages wordt gezegd, en er de
onderliggende logica van te belichten. In wat volgt geef ik enkele
punten die uit zo’n oefening opduiken.

Wie het regeerakkoord leest, stelt snel enkele dingen vast:

1. Het verdoemde “flexicurity” model wordt volkomen uitgevoerd. Wie
het deel over arbeid leest, leest een resem maatregelen die allemaal te
maken hebben met de flexibilisering van arbeid. Anders vertaald: de
verlaging en afbouw van de formele beschermende kaders waarin arbeid nu
verloopt. Elke vorm van “beschermde” arbeid – denk aan de havenarbeid en
het ambtenarenstatuut – wordt afgebouwd. De arbeidsmarkt wordt een Far
West
omgeving.

Het is aan de werknemer om zichzelf een (langere en
intenser) loopbaan te verzekeren door middel van verregaande
flexibiliteit en tolerantie als het gaat om welk type werk men doet,
incasseringsvermogen wanneer het gaat om loon en sociale rechten, en
inzet om zich aan “levenslang leren” te onderwerpen.

Het is dus
duidelijk niet langer enkel de ondernemer “die risico’s neemt”. de
risico’s van het economische systeem worden afgewenteld op de werkNEMER:
een knik in de conjunctuur of een duim omlaag van de aandeelhouders na
te lage winsten heeft meteen ontslagen – soepele, snelle en goedkope
ontslagen – tot gevolg.

2. Er wordt enkel over arbeid gesproken vanuit het standpunt van de
werkgever. Concreet: de flexibilisering van arbeid is slechts een
“banenplan” in zoverre het bedrijven de mogelijkheid geeft om de
loonlasten verder af te bouwen door middel van gelegenheidswerk en
interimarbeid, en zo hogere winsten te boeken. Dat wil zeggen: het is
slechts een “banenplan” omdat het de afbouw van STRUCTURELE banen
mogelijk maakt.

De verantwoordelijkheid van de werkgever tegenover de
arbeidspopulatie bestaat niet meer. De voorgestelde maatregelen voor
banenschepping hebben ALLEMAAL een winstbevorderend effect voor de
ondernemingen. Het hele luik arbeid en tewerkstelling staat in het licht
van de winsten van ondernemingen – de inmiddels welbekende “zuurstof”.

Het is ook tekenend dat tijdens de eerste discussies over dit thema – De
Zevende Dag van 12 oktober – er meteen werd gezegd dat het scheppen van
nieuwe arbeidsplaatsen weliswaar heel erg wenselijk was, maar “niet
verplicht” kon worden. Het zijn vrijblijvende giften van de bevolking
aan de aandeelhouders.

3. Het vorige punt leidt meteen tot een inzicht. De grote
subsidieslurpers in dit land waren, zijn en blijven de bedrijven. De
loonlastenverlaging wordt door de overheid uit belastinggeld
gefinancierd. En dit staat naast een hele reeks aanvullende
administratieve en fiscale gunstmaatregelen voor ondernemers, die
eveneens door de belastingbetaler worden gefinancierd. Dit is een
maatregelenpakket dat meerdere miljarden kost, en dit zijn – krab even
de eufemismen weg – subsidies.

Dat is iets wat we de heren Libeer en Van
Eetvelt met grote regelmaat in herinnering moeten brengen. Want
tegenover subsidies heeft de gemeenschap het recht tegenprestaties te
eisen: degelijke lonen en tewerkstelling. De zaak is immers: de
“zuurstof” die ze ontzeggen aan de kunst- en cultuursectoren, alsook aan
elke werkende via loonstop en afbouw van sociale rechten, eisen ze zelf
op, en die “zuurstof” heeft precies dezelfde vorm. Het zijn subsidies,
en subsidies van astronomische omvang. Als die enkel naar private
winsten vloeien dan wordt de modale belastingbetaler bestolen want
publiek geld wordt omgezet in privaat kapitaal.

4. Er wordt heel veel nadruk gelegd op sociale dialoog en overleg met
sociale partners. Tegeljkertijd wordt er een vingertje opgestoken: de
sociale partners (lees: de vakbonden) moeten blijk geven van
verantwoordelijkheidszin en sereniteit. Dus: er komt overleg, zoals dat
hoort, maar de vakbonden zullen zich zonder morren – uit
verantwoordelijkheidszin en sereniteit – moeten neerleggen bij de
beslissingen die hier boven genoteerd zijn. Want je leest bijvoorbeeld:

“dat de loonnorm het voorwerp uitmaakt van een CAO van de NAR (Nationale Arbeidsraad) als er
een akkoord is met de sociale partners. Bij gebrek aan een
interprofessioneel akkoord of een akkoord over het bemiddelingsvoorstel,
zal de loonnorm worden bepaald bij in ministerraad overlegd koninklijk
besluit;”

Dus: de CAO’s kunnen makkelijk worden gesaboteerd via een overleg dat
er geen is (omdat de vakbonden “hun verantwoordelijkheid niet nemen”
wanneer ze onredelijke voorstellen afwijzen). De barema-herzieningen
zitten in precies dezelfde zak. Vakbonden, zet u schrap.

5. Het lobbysysteem wordt volkomen uitgebreid en gelegitimeerd. Er is
overal sprake van “overleg met betrokken actoren” – bedrijven dus – en
er wordt zwaar ingezet op “economische diplomatie” – onze diplomaten die
de belangen van bedrijven gaan vertegenwoordigen. De Wever is al
onderweg naar Shanghai met een bataljon bedrijfsleiders.

6. Armoedebeleid valt volkomen samen met tewerkstellingsbeleid. Dat
betekent dat de verregaande flexibilisering van de arbeidsmarkt en de
“activering” van de gehele samenleving (men heeft het nu ook al over
“actief ouder worden” voor senioren met een klein pensioen), incluis de
bestraffingslogica die daarin domineert, kan nu worden voorgesteld als
de strijd tegen armoede en verarming. Daar komt nog een luik repressie
bij, want “sociale fraude” wordt een absolute beleidsprioriteit. Wie met
een uitkering nog gaat bijklussen en betrapt wordt, moet niet op genade
rekenen, want een heus volledig staatssecretariaat kijkt toe op hun
gedrag.

7. Het luik veiligheid omvat drie volle pagina’s over de
“Syriëstrijders”, met een ontzettend uitgewerkte reeks repressieve
maatregelen (die snel in het Hof van Straatsburg zullen belanden en daar
op de klippen zullen lopen, me dunkt). Het is zeer merkwaardig te zien
dat een groep van 300 mensen (“waarvan er al 70 zijn teruggekeerd”) zo’n
beleidsfocus worden – hoeveel uren ambtelijk werk zullen worden
gespendeerd aan dit “antiradicaliseringsbeleid”? – en dat enkel
moslim-radicalisering dergelijke inspanningen waard blijkt te zijn.
Antwerpse dada’s zijn nationale dada’s geworden, en Joods Actueel kan
een flesje champagne ontkurken.

8. Het meest fundamentele – de echte “vernieuwing”, zeg maar – is
dit. De relatie tussen de arbeidende mens, de overheid en de kapitalist
is fundamenteel veranderd. Tot nu toe leefden we in een arbeidsmodel
waarin mensen uit hun arbeid waardigheid, rechten en vrijheden haalden
(“Arbeit macht frei”), als deel van de consensus die onder invloed van
de twee Wereldoorlogen ontwikkeld was om het kapitalisme als systeem te
laten overleven.

De ondernemer had daarin verplichtingen tegenover z’n
werkers – een onderhandeld en genormeerd loon, adequate
arbeidsomstandigheden en respect voor de arbeidende persoon – en die
verplichtingen werden mee door de staat ondersteund en verzekerd middels
belastingsgeld.

Die consensus is nu opgeblazen. De ondernemer is nu
volkomen “vrij” en heeft geen enkele verantwoordelijkheid meer buiten de
verantwoording die moet worden afgelegd tegenover de aandeelhouders. En
de staat ondersteunt die nieuwe relatie, door een afbouw van de
verplichtingen van de ondernemer en de afbouw van het systeem van
sociale rechten en vrijheden uit arbeid. De arbeidende mens is terug
grotendeels geïsoleerd in een competitieve omgeving die volstrekt wordt
gedomineerd door degene die (met toenemende tegenzin) een loon
uitbetaalt.

Het is het juiste moment om een bedrijfje te starten, vrienden.

take down
the paywall
steun ons nu!