Rik Coolsaet (foto: Zaman)
Interview -

‘Westen overdrijft dreiging IS’

Het Westen moet de dreiging van terreurgroep IS (Islamitische Staat) in de juiste context plaatsen. Dat stelt Rik Coolsaet, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Gent, in een interview met Zaman Vandaag. ''Eerlijk gezegd heb ik de indruk dat we de dreiging sterk overdrijven'', benadrukt de hoogleraar.

maandag 15 september 2014 15:13

Ook over de beweegredenen van jongeren die zich aansluiten bij
IS heeft Coolsaet een opvallende mening. Religie en jihadisme zijn
volgens hem niet de voornaamste redenen waarom jongeren vertrekken naar
Irak of Syrië.

Wat
te doen tegen jongeren die zo sterk geradicaliseerd zijn dat ze het in
hun hoofd halen om op duizenden kilometers van huis de grootste
gruweldaden te plegen? Die vraag beheerst de West-Europese media al
geruime tijd. Weinig mensen die je zo dicht bij het antwoord op die
vraag kunnen brengen als internationale-betrekkingen-expert Rik
Coolsaet. Zijn huidig onderzoek focust vooral op terrorisme, in het
bijzonder jihadi-terrorisme.

Op de NAVO-top vorige week merkten we dat de Verenigde Staten
en Europese landen het gevaar van IS heel ernstig nemen. Is hun vrees
terecht?

”Eerlijk gezegd heb ik de indruk dat we de dreiging sterk
overdrijven. IS in Syrië en Irak vormt geen directe bedreiging voor het
Westen, maar wel voor de mensen in Syrië en in Irak. Ik vind het van
heel weinig empathie getuigen dat we pas in krachtige bewoordingen over
IS spreken, of ervan horen in de media of in de politiek als een
Westerse gijzelaar op een gruwelijke manier onthoofd wordt. Maar over
die 5000 tot 6000 mensen die in Syrië of in Irak vermoord zijn door IS,
wordt niet gesproken.

De dreiging voor Europa en de VS is heel indirect. Er kan een gevaar
komen van strijders die terugkeren. Zo was er het voorval in het Joods
Museum in Brussel een paar maanden geleden, waar een Franse
ex-Syriëstrijder vier mensen vermoordde. Dit werd vertaald naar het idee
dat Syriëstrijders die terugkeren een groot risico vormen voor landen
als Frankrijk, België en Nederland. Maar dat is niet zeker. We hebben
maar één wetenschappelijke studie die een jaar geleden werd gepubliceerd
en die handelde over buitenlandse strijders die de afgelopen twintig jaar
van het Westen naar Bosnië, Afghanistan of Irak getrokken zijn. Het
resultaat was dat 1 op 9 een probleem zou kunnen zijn. We zijn dus niet
zeker, maar wel is het duidelijk dat niet elke strijder die terugkeert,
een tikkende tijdbom voor zijn omgeving is.”

Zou men ook van hypocrisie of een dubbele standaard kunnen
spreken als het Westen zich alleen maar bewust is van dreiging wanneer
journalisten als James Foley en Steven Sotloff vermoord worden?

”Elk land is hypocriet. Dat heeft niets te maken met moslims of het
Westen . Wanneer je de indruk hebt dat het gevaar veraf is, geef je er
niet zo veel om als wanneer je het in de ogen kijkt. Ik herinner me dat
toen de oorlog tegen het Sovjetleger in de jaren tachtig ten einde kwam,
Tunesië, Libië en Marokko bang waren voor de veteranen die toen terug kwamen. Wat deed het Westen toen? Het zei niets en hoorde niets. Elk
land is hypocriet, en het is alleen maar bezorgd voor het gevaar dat
dichtbij is.”

Over het zogenaamde islamitische terrorisme of het terrorisme
gepleegd in naam van de islam: er zijn veel meer moslims slachtoffer
van radicalisme dan Europeanen of Amerikanen…

”Dat klopt. IS doodt en slacht westerlingen, maar doodt nog veel
meer sjiieten, Koerden en soennieten. IS doodt iedereen die zich verzet.
Een paar weken geleden was er een soennitische stam in Syrië, die
bezwaren uitte tegen de organisatie en daarom werd afgeslacht.
Soennieten vermoorden soennieten. Het is een extremistische groep en net
als alle extremistische groepen denkt ze gelijk te hebben en iedereen
te kunnen doden die tegen haar is, ongeacht godsdienst, filosofische
overtuiging of etnische afkomst.”

De extremisten die nu actief zijn in Syrië en Irak beweren
dat hun strijd ideologisch geworteld is in de islam. Maar ongetwijfeld
liggen ook geopolitieke redenen aan de basis. Wat is het meest bepalend
volgens u: de ideologische voeding of de geopolitieke?

”Ik denk geen van beide, eigenaardig genoeg. Voor diegenen die
vertrekken uit Nederland, België of een ander Europees land, speelt
ideologie een hele minieme rol.

Mijn gevoel is dat er sinds 11 september een soort van waterscheiding
is tussen de experts over jihad en terrorisme. Sommigen proberen het te
verklaren vanuit een godsdienst, of vanuit een ideologie gebaseerd op
een godsdienst. Anderen, onder wie ikzelf, bekijken een veel algemenere
dynamiek. Om het kort samen te vatten: de jongens en meisjes die nu
vertrekken naar Syrië of naar Irak zouden net zo goed de jongens en
meisjes kunnen zijn die dertig jaar geleden in een extreem-linkse
terreurorganisatie zaten of voor de Tweede Wereldoorlog in de Spaanse
burgeroorlog gingen strijden.

Die jongeren hebben een hele waaier van persoonlijke beweegredenen om
te vertrekken. Sommigen zijn er inderdaad van overtuigd dat ze dat doen
voor hun visie op de islam, al is dat volgens mij een minderheid. Een
aantal heeft het gevoel geen perspectieven meer te hebben. Anderen
hebben het gevoel dat ze gediscrimineerd worden, zijn op zoek naar
avontuur, voelen zich slecht in hun vel, of willen hun criminele
verleden achter zich laten.”

Jihadisme is dus niet het dominante mobiliserende gedachtegoed?

”Jihadisme is een ideologie die zich vandaag bedient van een
religieus discours. Je kan de Koran niet verantwoordelijk achten voor
wat er gebeurt in Syrië net zoals je Karl Marx niet kan verwijten in de
negentiende eeuw Das Kapital geschreven te hebben omdat er een
terroristische extreem-linkse stroming uit is gegroeid. Extreem-linkse
terroristen en jihadi-terroristen verwijzen naar een boek met een kleine
of een grote b. Ze gebruiken dat als een rechtvaardiging voor zichzelf
en voor de buitenwereld van hun daden.”

Hoe moet een overheid daarmee omgaan?

”Elk land dat ermee geconfronteerd wordt, of het nu in West-Europa
is, in de Verenigde Staten of zelfs in Australië, dat onlangs ook op de
voorgrond kwam, worstelt met die vraag. Dat is ontzettend moeilijk, net
omdat de motivaties van die jongeren zo individueel zijn. Je kan daar
niet één antwoord op geven. Er is echt geen mirakeloplossing. Aangezien
de motivaties voor radicalisering heel individueel zijn, moet de aanpak
om dat tegen te gaan ook individueel zijn en op een zo laag mogelijk
niveau plaats vinden: gemeentebesturen, lokale besturen, de plaatselijke
gemeenschap, de vriendengroep en de familie.”

Een nationale task force vindt u dus geen goed idee?

”Het belangrijkste is dat een nationale task force of de
activiteiten op het niveau van de Europese Unie of de Verenigde Naties
een kader schetsen en dat verschillende landen of steden ervaringen
samenbrengen en aan elkaar doorgeven. In Nederland heeft het gebrek aan
een algemeen kader gemaakt dat er in Rotterdam een heel repressief
beleid was en in Amsterdam net een heel tolerant beleid. Een nationaal
kader geeft aan waarbinnen je kan werken.

Maar wat betreft deradicalisering is het beter zo veel mogelijk te
zwijgen. Het is gemakkelijk voor een burgemeester om zich in de media op
de borst te kloppen en te zeggen dat hij zeer repressief gaat optreden

maar daarmee doet hij soms meer kwaad dan goed. Welzijnswerkers en
straathoekwerkers zijn vaak veel beter geplaatst om te deradicaliseren
dan we denken.”

U spreekt over individuele motieven. Maar jongeren van nog
geen twintig jaar oud beslissen toch niet zomaar om naar Syrië te trekken. Er
moet toch een netwerk zijn dat strijders ronselt?

”Toen al-Qaeda nog bestond als netwerk, had je nog wel veel top-down-rekrutering. Vandaag de dag gebeurt de rekrutering eerder bottom up.
Jongeren zoeken elkaar op omdat ze dezelfde problemen hebben en omdat ze
van mening zijn dat er iets moet gedaan worden. In die ‘kinship en
friendship groups’, de wetenschappelijke benaming voor kennissenkringen
en vriendenkringen, zet de radicalisering zich door. Er wordt ook niet
zozeer gerekruteerd, maar eerder gefaciliteerd. Iemand die kennissen
heeft in Syrië of Irak, kan bijvoorbeeld zijn contactgegevens doorgeven
aan een vriend die van plan is naar daar te vertrekken. Er zijn een
aantal netwerken die voortdurend van samenstelling veranderen, maar die
elkaar informatie doorgeven. Er is dus geen internationale rekrutering
meer.

De radicalisering speelt zich in heel kleine kringen af, bijna altijd
buiten de gekende islamitische organisaties en buiten de moskeeën. Het
gebeurt in een theehuis, in een sportclub, op de hoek van een straat,
soms gewoon in de huiskamer, in de slaapkamer van jongeren die mailen en
op YouTube en op social media informatie uitwisselen. Hierdoor is het
veel moeilijker als overheid om daarop in te spelen, dan bij een
duidelijk gestructureerd netwerk als al-Qaeda.”

Vindt u dat de moslimgemeenschap zich uitdrukkelijker moet
distantiëren van IS, die in naam van de islam terreur en geweld zaait?

”Om te beginnen zijn er ontzettend veel fatwa’s en preken van imams
en verklaringen van alle mogelijke islamitische organisaties die zowel
het terrorisme als wat er gebeurt in Syrië en Irak veroordelen. Maar dat
haalt het nieuws niet. Er zijn voortdurend moslims en
moslimorganisaties die luid hun afkeuring laten blijken, hoewel een dag
erna nog het verwijt klinkt dat de moslims niets zeggen. Je moet dus ook
willen luisteren.

Anderzijds begrijp ik ook dat moslims niet altijd even happig zijn om
te reageren. Al sinds elf september heerst er een sfeer waarin er
voortdurend verantwoording aan de moslims wordt gevraagd voor alles wat
fout gaat. Dus ik kan me best indenken dat ze dat op een bepaald moment
beu zijn. Zeker als je weet dat wat gebeurt in Syrië en Irak, eigenlijk
niet de koran of de islam als grondslag heeft, is het vreemd dat een
individuele moslim voortdurend moet zeggen dat hij daar niets mee te
maken heeft.”

Onlangs was er een bomalarm in het centrum van Brussel door
een verdacht pakje met Arabische opschriften. Later bleek dat het om een
lege doos ging. Keren we terug naar een ‘post-nine eleven syndroom’
waarbij moslims bewust of onbewust vereenzelvigd worden met terreur?

”Je ziet op dit ogenblik een soortgelijke situatie. Ik vind dat de
retoriek die vandaag gebruikt wordt om over IS te spreken dezelfde
overdreven retoriek is als degene waarmee over al-Qaeda gesproken werd
na 11 september. Die retoriek speelt IS, net als al-Qaeda destijds, in
de kaart. Je stelt ze namelijk groter voor dan ze in werkelijkheid zijn.
Zowel media als politici zouden hen opnieuw in het juiste perspectief
moeten plaatsen.”

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Zaman Vandaag.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!