Interview, Nieuws, Samenleving, België, Armoede, Kinderen, Kansarmoede, Getuigenissen, KWB, Vooroordelen, Educatie, Ervaringsdeskundige armoede, Sinterklaas, Enquête, De Link, Armoede en sociale uitsluiting, Danny Trimbos - Caroline Vanpoucke

Danny Trimbos: “Mensen in armoede zijn de ontbrekende schakel in onze maatschappij”

KWB zet een speciale actie op poten voor en met gezinnen: 'Ieder kind een sint'. De actie draait rond speelgoed, maar het eigenlijke doel is om gezinnen tot gesprekken aan te zetten: over arm of rijk zijn, veel of weinig hebben, kansen krijgen of niet. Aan de hand van getuigenissen willen ze het debat aanzwengelen en mensen aansporen om hun speelgoedenquête in te vullen.

donderdag 11 oktober 2012 17:35

De cijfers over kinderen in armoede grijpen naar de keel

De getuigenissen achter die cijfers vertellen echter pas het hele verhaal: hoe kinderen armoede elke dag beleven en aanvoelen – thuis, op school, in hun buurt. Raak vroeg Danny Trimbos (46), ervaringsdeskundige in generatie-armoede, om over zijn ervaringen te vertellen. Trimbos leefde lange tijd in armoede, maar kon zich op zijn 33ste losmaken uit het armoedeweb.

Trimbos verwittigt ons: hij is een spraakwaterval. Welbespraakt zijn, zo voegt hij er aan toe, heeft hij ook pas geleerd na zijn 33ste. Zijn levensverhaal vloeit eruit in volzinnen, zachtjes verpakt in veel emoties.

“Mijn moeder was een alleenstaande vrouw met 6 kinderen. Ze werkte overdag in de ijzerfabriek en ’s avonds in een café waar veel zeemannen kwamen. Mijn moeder wou voor ons een toekomst in een ‘normaal’ gezin. Soms nam ze een man mee die even, of soms voor langere tijd, bij ons inwoonde als ‘papa’. Zo heb ik ook twaalf (stief)vaders gehad. Hoewel mijn moeder werkte, had ze een grote schuldenberg. De buurt bekeek mijn moeder scheef: ‘Die van om de hoek is weeral zwanger!’”

Waarom hoor ik er niet bij?

Trimbos: “Als je klein bent, besef je niet dat je heel veel dingen niet hebt. Je groeit op in een bepaald levenspatroon en daar lijkt je niets mis mee, tot je in de buitenwereld komt of er hulpverleners aan huis komen. De uitsluiting begon toen ik naar school ging. Ik werd uitgesloten omwille van de dingen die ik niet had. Ik werd uitgelachen en vernederd omwille van wat ik droeg of hoe mijn haar geknipt was.

Ik was niet welbespraakt, ik woonde in ‘dat vies en kapot huis’. Ik rook niet goed. Wij woonden in een krot waar het binnen lekte. De muren waren beschimmeld, de leidingen versleten. Een bad hadden we niet, we schoven een zinken kuip voor de stoof.

Moeder was niet veel thuis. We moesten onszelf groot brengen, broers en zussen onder mekaar. Dat zorgt er voor dat je heel veel dingen kan in het huishouden: je leert overleven. Wat je niet leert? Sociale vaardigheden te kweken. Hoe ga je om met mekaar, wat leeft er in de wereld? Voor een kind in armoede is alles boeiend, alles is nieuw. Zeker als je naar school gaat. Je ziet iedereen praten en spelen en je wil daar deel van uit maken.

Maar je wordt uitgesloten en je voelt je slecht. Waarom sluiten ze mij uit? Als klein kind begrijp je dat niet. Het enige wat je krijgt op school is straf. Je hebt geen boekentas. Je papieren zitten verfrommeld in een plastic zak. Je huiswerk is niet meer dan wat gekriebel, omdat je de ruimte niet hebt in je hoofd om leerstof te memoriseren of vast te houden. De leerkracht steekt jouw blad in de lucht en toont het aan de klas: ‘Zo moet het dus zeker niet’. Wat een vernedering!”

Aan de zijlijn

Als je klein bent, heb je daar geen vat op. Je kan alleen maar ondergaan wat er gebeurt. Dat zorgt ervoor dat je niet meer actief wil meedoen. Je wordt dat vervelend, lastig kind. Maar dat soort gedrag wordt niet getolereerd en je wordt ervoor gestraft. Je blijft hoe dan ook aan de zijlijn staan. Niet voor één dag, maar elke schooldag opnieuw. En dat blijft je hele leven lang doorgaan. Heel snel zat ik dan ook in een type 3-school voor emotioneel en gedragsgestoorde kinderen.

Ze willen je daar ander gedrag aanleren, want ‘met jou valt niet veel aan te vangen’. Vanuit die vooroordelen gaat iedereen met je om. Dat is net wat je niet nodig hebt als kind. Als je in armoede leeft, heb je zorg en aandacht nodig, zodat je vaardigheden kan aanleren om met dingen om te gaan. Maar die krijg je niet.

Je kan nergens met je verdriet, kwaadheid, frustratie, onmacht terecht. Eigenlijk was ik een heel zachtaardige jongen, je kon alles aan mij vragen. Ik kon ontzettend goed tekenen, ik was creatief in heel veel dingen, maar aan wie moest ik dat allemaal tonen?”

‘Je moet opletten in de klas!’ Opletten, wat is dat? Ik breng mezelf groot, ik leef in chaos, zonder structuur. Ik let op dat ik geen heet water op het vuur laat staan, want dat kan gevaarlijk zijn voor mijn broertjes en zusjes. Ze kunnen het over hun lijf krijgen. Ik focus me op de dingen die belangrijk zijn om te overleven. Dat is opletten voor mij. Maar opletten op school? Ik weet niet wat dat betekent.”

Wie niet horen wil, moet voelen

“Als puber stonden mijn waarden en overtuigingen vast: de wereld deugt niet, iedereen doet je pijn, niemand wil naar je luisteren. Mijn kansen zijn verkeken”

Danny Trimbos ging van het ene verbeteringsgesticht naar de andere instelling en werd een paar keer geplaatst door de jeugdrechter. Waarom hij ‘verbeterd’ moest worden, begreep hij niet.

Trimbos: “De hulpverleners vonden dat ze mij beter konden wegsteken. Op een bepaald moment heb ik de tafel voor de ogen van een maatschappelijk werkster omgekieperd. Dat bevestigde nog eens hoe agressief ik eigenlijk was.

‘Je moet echt iets doen’, zeiden ze tegen mijn moeder. ‘Ja, mijn kind heeft hulp nodig. Hij heeft het moeilijk, en niemand kan er weg mee. Hij studeert niet, hij doet niets. En als hij dan eens wél studeert, dan moet ik er uren blijven bij zitten’, zei ze. Terwijl ik wel twintig keer van haar het schoolboek tegen mijn hoofd kreeg. Wie niet horen wil moet voelen.

Mijn moeder is in een klooster groot gebracht, op een heel hardhandige manier. Ze dacht dat ze ons dezelfde spartaanse opvoeding moest geven. De manier waarop ze met ons omging was niet van de poes. We moesten hard worden, we moesten niet op je kop laten zitten. ‘Als ze roepen tegen jou, dan roep je maar terug.’ Dat werd mijn manier van communiceren. Als puber stonden mijn waarden en overtuigingen vast: de wereld deugt niet, iedereen doet je pijn, niemand wil naar je luisteren. Je kansen zijn verkeken.”

Danny Trimbos was nog geen veertien jaar toen zijn moeder hem verplichtte om te gaan werken. Hij had geen keus en trok naar de dokken. Hij zette zich meer en meer af tegen zijn moeder. Trimbos: “Toen ik zeventien was gooide mijn moeder me buiten. Op achttienjarige leeftijd ben ik vader geworden van een zoon. Ik dacht: dat ga ik anders doen. Mijn zoon moet alles hebben wat ik niet heb gehad. Ik wil niet dat hij uitgesloten wordt.

Ik heb daarin erg overdreven en maakte schulden. Ik ben op het slechte pad geraakt om alles te kunnen doen voor mijn gezin, om te slagen waar mijn moeder gefaald was. Omgaan met geld? Dat betekende voor mij: alles kopen wat je moet hebben. Ik had een voordeel: ik had twee gouden handen en vond altijd wel werk. Gelukkig, want anders was ik niet aan de bak geraakt maar wel ín de bak.”

Vooral kansen nodig

Trimbos: “Ik heb zeven kinderen, maar ik maak onderscheid tussen de oudste en de jongere kinderen. Mijn oudere kinderen heb ik grootgebracht met de boodschap: ‘de wereld is slecht, en dus moet je overleven, want niemand zal je helpen’. Ze kregen alles wat ze nodig hadden of verlangden: mooie kleren, een boekentas en kaftjes of een fijn kapsel.

Maar ik heb ze geen sociale vaardigheden bijgebracht. Hoe communiceer je? Hoe leg je contact? Hoe ga je om met dingen? Vaardigheden die je nodig hebt om verantwoordelijkheid te nemen, om vol te houden.

Ik had die vaardigheden zelf ook niet. Noch mijn moeder, noch de school, noch de instellingen gaven me het voorbeeld. Dat maakte het moeilijk voor mij om mijn kinderen op te voeden. Ik vertrok vanuit een gemis en vulde dat in voor hen.

Maar ze hadden vooral kansen nodig en die heb ik ze niet kunnen bieden. Mijn kinderen hebben daar de tol voor betaald. Ze hadden alles, maar toch werden ze uitgesloten. Ik zag mijn kinderen mijn jeugd herbeleven. De uitnodigingen van de school, de tussenkomst van het PMS, de thuisbegeleiding die ik uiteindelijk wel moest binnenlaten. Ik zette me af tegen die hulp, maar ondertussen luisterde ik ook zelf niet naar mijn kinderen.

“Als mijn moeder thuis was dan zag ik negen keren op de tien alle hoeken van de kamer. Omdat ik het niet goed deed. Wie niet horen wil moet voelen”

Het enige wat ik zag, was dat ze werden uitgesloten. Uitgesloten worden geeft iedereen hetzelfde gevoel: je hoort er niet bij. Thuis waren mijn kinderen ook ontzettend lastig. Ik wist niet hoe ik daarmee moest omgaan. Wat ik niet wilde doen was wat mijn moeder steeds deed: ze slaan. Als mijn moeder thuis was, dan zag ik gegarandeerd sterretjes. Omdat ik het niet goed deed.

Ik wilde dat niet voor mijn kinderen. Het enige wat ik goed kon was roepen, maar dat had al snel geen effect meer op hen. De thuisbegeleider vertelde me alleen wat ik wel en niet moest doen voor mijn kinderen. Ik was het daar niet mee eens. Ik was de lastige ouder. Ik ben dikwijls bijna mijn kinderen kwijt geweest. Ik heb dat gelukkig altijd kunnen tegenhouden.”

Voor de eerste keer was mijn leven een troef

Toen Trimbos hoorde over een opleiding tot ervaringsdeskundige was de weerstand eerst groot. “Je weet dat je heel veel dingen niet kan, dat heb je geleerd in je leven. Je zelfwaarde is zeer laag. Je bent voor alles bang. Ben ik er wel slim genoeg voor? Als je je hele leven lang te horen krijgt dat je een stommerik en een lomperik bent, dan geloof je dat op den duur ook. Ik ben ook nooit uitgedaagd geweest. Ik heb nooit de kans gekregen om fouten te mogen maken, om ergens in te groeien.

Ik ben toch naar een intakegesprek gegaan. Of ik wou vertellen over mijn leven? Ik gooide het gewoon in de groep. Voor de eerste keer was mijn leven een troef om in te zetten. In alle andere gevallen zou ik meteen een harde ‘neen’ te horen krijgen. Nu was mijn leven een troef.

En ik merkte in de groep dat ze mij begrepen. Voor de eerste keer werd ik geconfronteerd met gelijkaardige levenssituaties, maar met andere uitkomsten. Iedereen reageert op zijn eigen unieke manier. Die confrontatie was voor mij heel boeiend. Het versterkte mijn gevoel dat ik er op mijn plaats zat. Er wordt in de opleiding tot ervaringsdeskundige continu gewerkt met je levensverhaal. Het is vier jaar lang de rode draad.”

De balans tussen goed en slecht

Danny Trimbos: “Mensen in armoede hebben een heel sterk ontwikkeld buikgevoel. Al wat je beleeft passeert je gevoelens en niet je hoofd. Je selecteert op basis van je gevoel. Je hebt met veel mensen te maken en je weet snel wie er te vertrouwen is en wie niet. Je hebt geleerd dat als de situatie onveilig is, je altijd de deur kan dichtdoen en zeggen: jij komt er niet meer in. Maar zo sluit je jezelf ook voor veel ervaringen af.

“Ik heb de vicieuze cirkel kunnen doorbreken en ik ben uit de armoede geraakt. Nu kan ik de balans maken tussen goed en slecht. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn kinderen”

Tot mijn 33ste heb ik hulp gekregen, maar niet de hulp die ik nodig had. Dankzij mijn opleiding heb ik de vicieuze cirkel kunnen doorbreken en ben ik uit de armoede geraakt. Nu kan ik de balans maken tussen goed en slecht. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn kinderen.

Ik heb geleerd dat ik tijd moet nemen om te praten met hen, ik heb geleerd om te leren praten over de dingen die belangrijk zijn. Mijn leven is veranderd door die vier jaar. Ik heb ontdekt dat ik meer kan dan wat ze dachten. Ik ontdek nog elke dag iets nieuws. Ik werk ondertussen tien jaar in de sociale sector.

Ik heb mijn eigen vicieuze cirkel doorbroken, niet omdat een ander dat heeft gedaan voor mij of door de hulpverlening maar omdat ik zelf de dingen in handen heb kunnen nemen. Mensen in armoede zijn de ontbrekende schakel in de maatschappij. De hulpverlening is gericht op het oplossingsgericht werken. De oplossing moet niet vanuit de hulpverlening komen, maar vanuit de mensen zelf. Dan is het geen opgedrongen hulp meer.

Vandaag heb ik een goed toekomstbeeld voor mijn kinderen. Ik geef ze de grondstoffen die nodig zijn: sociale vaardigheden, communicatie. Ik leg de dingen uit. Nu ben ik de ondersteunende vader. Ik zit niet meer in de schulden omdat ik bewust kan omgaan met geld. Ik ga op reis. Ik heb ook leren sparen.

Dat ging allemaal niet van dag op dag, het was een zeer zwaar proces. Ik heb mezelf veel beter leren kennen. Ik heb ontdekt dat ik eigenlijk niet zo’n agressieveling ben, maar dat ik een peperkoeken hart heb. Ik zal altijd zorgen dat een ander het goed heeft, maar ik heb nooit geleerd voor mezelf te zorgen.”

Praat met je kind over armoede

Met ‘Ieder kind een sint’ legt KWB de nadruk op het bewustmaken van ouders en kinderen. Zijn we in staat om met onze (klein)kinderen ook te praten over armoede? Waar is je (klein)kind gelukkig mee, waar zijn andere kinderen gelukkig mee? Waarmee wil jij andere kinderen blij maken? Mocht jouw (klein)kind sint zijn, wat zou het aan de andere kindjes willen geven? Op die manier krijgt elk kind een sint.

We vroegen Danny Trimbos wat hij van de actie van KWB vindt. De Sint of de Kerstman zijn vage figuren voor hem. Ze versterkten alleen maar het gevoel van uitsluiting: “Ik weet wat het is om te zien dat anderen van alles krijgen en jij niets. Je moet daar maar staan als kind met lege handen. Ben ik niet goed? Ben ik stout? Wat is er gebeurd? Je stelt je enorm veel vragen. Ik heb de Sint gezien op school, maar ik geraakte er nooit bij. Kinderen brachten speelgoed mee en vertelden erover. Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Later, als vader, heb ik mezelf in de schulden gestoken om alles te geven aan mijn kinderen. Ik overlaadde ze met cadeaus ter gelegenheid van Sinterklaas, van Kerstmis, van hun verjaardag. Mijn kinderen zagen het verschil tussen die momenten niet meer. Ze kregen iets en stonden alweer klaar voor het volgende. Met mijn jongste kinderen pak ik het totaal anders aan. Ze krijgen wel nog een stuk speelgoed, maar ik selecteer vooraf. Is het educatief, is het duurzaam?”

“Daar hebben ze niets, en jij hebt alles”

Danny Trimbos: “Een pluim voor de speelgoedactie van KWB. Er is over nagedacht. Ik vind het goed dat je het belang van het kind in de verf zet bij de ouders. Het gaat over de rol die ouders, maar ook kinderen, spelen in het maatschappelijk gebeuren. We kunnen allemaal een bijdrage leveren om het samenleven te bevorderen.

Ik wil dat mijn kinderen voor zichzelf zorgen, maar ook voor anderen. Dat kan alleen als je hun duidelijk maakt: kijk, daar hebben ze niets en jij hebt alles. Een kind dat in weelde is grootgebracht, kijkt anders naar mensen in armoede: ‘Dat ze er eens voor gaan werken hè. Heb ik daar soms zaken mee?!’

Ik heb mijn jonge kinderen geleerd om daar anders mee om te gaan. Ik vertel hen steeds weer hoe belangrijk het is dat we zorgen voor elkaar. Zo’n gesprek kan natuurlijk moeilijk zijn, maar dat mag, het hoeft niet altijd makkelijk te gaan. De kinderen zijn onze toekomst. Dat mogen we niet vergeten. En ook op school kunnen kinderen leren omgaan met elkaar. Wie vooraan loopt moet leren wachten op wie achterop hinkt. Dat is een wijze les voor de eerste, en de laatste voelt dat de anderen er ook zijn voor hem.”

Danny Trimbos (46) is stafmedewerker van De Link, die mensen opleidt tot ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting. Ze willen de missing link leggen tussen mensen die in armoede geboren worden en de aanpak van armoede. ‘The Missing Link’ is ook de titel van een documentaire van Fabio Wuytack. Wuytack gaat op zoek naar de binnenkant van armoede, in de marge van de welvaartsstaat. In een samenleving die verscheurd lijkt te raken door de steeds grotere kloof tussen arm en rijk, verenigt ‘The Missing Link’ verhalen vanop beide oevers. Dat van Danny Trimbos is er één van.

Je kan de dvd ‘The Missing Link’ bestellen via info@de-link.net

KWB-actie: Ieder kind een sint

Armoede is helaas geen randfenomeen en ook in onze omgeving kampen heel wat gezinnen met geldproblemen. KWB wil hier als  gezinsbeweging bijzondere aandacht aan geven. Met de actie ‘Ieder kind een sint’ willen we onze kinderen warm maken om goed speelgoed te schenken aan de sint. Het is eens iets anders: de sint die krijgt (en herverdeelt). De actie gaat om speelgoed, maar evenzeer om een gesprek voeren in je gezin: over arm of rijk zijn, veel of weinig hebben, kansen krijgen of niet.

We hopen dat mensen massaal aan deze actie deelnemen, zodat we zoveel mogelijk kinderen een leuke sint-tijd kunnen geven.

Wat brengt de Sint naar jouw kinderen of kleinkinderen? Hoe kijk jij als (groot)ouder naar al dat speelgoed en wat vind jij belangrijk? We willen het graag weten. Vul de speelgoedenquête in via www.kwb.be/sint voor 15 november 2012. Je kan 1 van de 5 gezelschapsspellen winnen.

Caroline Vanpoucke schrijft voor RAAK, het magazine van de KWB

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!